foto
Route

foto
Shetwins Home page
foto
Mus
OnzeShe Bemanning Thuishaven Contact Links Marinetrafic Reageren WinLink
Laatste update : 16-september-2019 pittig kalm




Foto: Windstil voor anker in de Ria Formosa
fotoCulatra 10 september 2019

De eerste twee weken was het hier uitzonderlijk rustig, daarmee bedoel ik, heel weinig wind. Ikke blij. Op zee en onder zeil hebben we graag dat het waait, als ‘t kan van de goede kant en als ‘t kan, niet te veel en zeker niet te weinig. Maar achter het anker is het zo vredig als er geen wind is, de boot weerspiegeld in het gladde water, een tafel die stil staat, een bed dat niet beweegt en als je rond de boot zwemt geen golven over je gezicht. Maar mooie liedjes blijven niet duren en vanaf gisteren begon het dus goed te blazen. Voor de middag gingen we nog vlug wat voorraden inslaan op het eiland. Geen zuchtje wind. Stilte voor de storm? We waren er klaar voor. Het anker heeft zich goed ingegraven. Toen we hier enkele nachten lagen is Leo in duikuitrusting op inspectie geweest, meer uit nieuwsgierigheid dan uit bezorgdheid. Ons rocna anker zat bijna volledig onder het zand. En Sardientje, die is goed vastgemaakt, want we willen niet dat ze gaat vliegen. De voorbije nacht kregen we een paar uur uitschieters tot zes beaufort. Huilende en fluitende wind, een boot die op en neer danst, maar voor de rest niet te veel gekraak, geklop of gepiep. Leo heeft de ankerketting een bypass gegeven met een rubberen schokbreker, dat is een heel comfort. En het ankeralarm zou ik ook niet willen missen. Als onze boot wat verder zwiert dan normaal gaat er een bel.
Volgens de voorspellingen blijft het vandaag de hele dag flink waaien, te hoge golven om droog naar de kant te geraken met Sardientje. Normaal gezien zouden we niet van boord gaan, we hebben eten genoeg. Maar Leo vergat bakboter te kopen. Dus ging hij, op zijn eentje naar de kant. Zonder mijn gewicht erbij ligt Sardientje minder diep in het water, heeft Leo meer plaats en kan hij makkelijker sturen. Ik verdenk hem er stilletjes van dat hij met opzet iets vergat. Het is een uitdaging, om met zo’n weer, in een notendop, de 400 m naar de kant te varen. Dat vindt Leo fijn, hij moet iets om handen hebben.
Het blijft nog winderig, zeker de 2 volgende nachten. We dachten nog naar Alvor te varen maar vonden veel uitvluchten om hier te blijven. Om te beginnen zijn we hier graag. En dan was er het dood tij met een getijdencoëfficiënt van 38. Of simpel gezegd, het hoog water komt niet zo hoog als anders. En dat hebben we wel nodig om de lagune van Alvor binnen te varen. De wind zat ook op kop om naar Alvor te varen. Kortom, we blijven hier. We hoopten dat onze gasvoorraad nog voldoende zou zijn, maar die bezorgdheid mogen we ook vergeten. We kregen een vol busje camping gaz van Nederlanders. Dank u Wilma en Sander. Nog 5 nachten slapen en dan liggen jullie Nimrod en onze She Twins weer aan dezelfde steiger in Albufeira. Als we ‘vergeten’ een busje gas terug te geven, vraag het dan he.


Foto: De waterbrenger.
fotoCulatra 4 september 2019

We slapen al 14 nachten bij Culatra en we hebben het hier best naar onze zin. Van de ‘beschaving’ verhuizen naar een plekje dichter bij de natuur is niet zo moeilijk. Dat voelt altijd prettig aan. Je huisje helemaal omringd door water, romantisch. Alleen kan je op dat water niet lopen. Een beetje gevangen dus op je boot? Wij voelen dat zo niet aan. We genieten van de rust, van het alleen zijn. Maar we zijn toch blij dat we Sardientje hebben om ons naar het eiland te brengen, want we hebben af en toe wat beweging nodig en er moet ook op eten gejaagd worden. Dat doen we in de drie kleine mini mercado’s. Wat je in de ene niet vindt, zoek je maar in de andere. En als we iets niet vinden, zetten we die behoeften even aan de kant. Elke dag een paar uurtjes naar het eiland dus. Als Sardientje niet vaart, hangt ze aan bakboord, omhoog tegen onze She. Leo is ondertussen al heel handig geworden in het opheisen en neerlaten. Als hij zegt, dat hij de auto uit de garage haalt, weet ik dat ik me mag klaarmaken om aan land te gaan. Van de zeventig zeilboten die hier voor anker liggen, hebben wij de kleinste auto. Ik moet toegeven dat André en Hélène van de Allegra ook een kleintje hebben. Daarstraks kwamen ze ermee op bezoek. Nadat wij eergisteren te lui waren om op hun uitnodiging in te gaan (onze auto stond al in de garage) kwamen ze zelf tot bij ons om afscheid te nemen. Morgen varen ze weg. Bedankt Hélène voor de lekkere cocktail. De crew van de Teragram mogen we trouwens ook bedanken. Vorige week kwamen ze ons ophalen met hun, iets grotere auto, en samen trokken we met de ferry naar Olhao voor een leuke dag wandelen, shoppen, eten en babbelen.
Maar de meeste dagen zijn we dus gewoon ‘op ons gemak’ met ons twee. Gelukkig hebben we meer dan genoeg elektriciteit dank zij de zon. Water, daar waren we, tot vandaag, eerder zuinig mee. Gisteren zagen we echter een ‘waterboot’ water leveren bij de buur. Hij had toen niet genoeg van dat kostbare spul, maar vandaag kon het wel. Al onze tanks zijn weer vol, voor vijf euro, en een fooi.
Met alles wat we aan boord hebben, kunnen we het nog gemakkelijk uithouden achter ons anker tot 15 september. Dan begint onze negen maand ‘laag seizoen’ in Albufeira. Ons plaatsje is gereserveerd.


Foto: De nieuwe snelweg naar de zee in Culatra.
fotoCulatra 23 augustus 2019

Weer zoveel zomerdagen verder. Het schooljaar nadert. Kriebelingen bij velen van jullie. Wij leven natuurlijk mee, maar voor ons verandert er weinig. Geen werkdagen, geen verlofdagen. De weekends zijn wel drukker op het water, dat voelen we. En die laatste zondag in Sanlucar was natuurlijk mega druk. Gratis sardines, gratis brood en gratis bier. Maar een plaatsje aan de grillen, daarvoor moesten we veel geduld hebben en daarom bakten we de sardines aan boord van de Teragram op hun gasbarbeque. Dat werd meteen het afscheid van Cliff en Stef want zij bleven nog wat rondhangen op de rivier en wij vaarden maandag naar Ayamonte. Deze keer hadden we voor de 18 mijl geen motor nodig. De stroming en de 1 tot 2 bft. noordenwind deden het werk. Alhoewel, Leo had toch ook heel wat werk. We hadden alleen de genua staan, maar die moest de hele tijd van stuurboord naar bakboord en omgekeerd, omdat de Guadiana veel kronkels heeft en je mag ook geen enkele boei missen. Geen rechte koers dus.
In Ayamonte bleven we deze keer 3 nachten, comfortabel, rustig, minder heet, net zoals we het verwacht hadden. Maar er gebeurde dan toch iets dat je niet echt verwacht. ‘t Is te zeggen, voor mij was het de tweede keer op heel mijn vaarcarriere. Er kwam een Franse boot toe en hij leek dicht bij ons te zullen aanleggen. Dan stap ik daar altijd naartoe om te helpen. Eerste poging, niet goed, achteruit. Tweede poging, niet goed, achteruit. Ondertussen kwam er een Fransman bij mij staan om ook een handje toe te steken. Die begon te roepen, à gauche, à droite, arrêtez… Uiteindelijk was de boot zo dichtbij dat er een landvast kon gegooid worden. Ik kon het pakken, maar wat bleek. De ‘matroos’, een man van zowat mijn leeftijd, had het touw gewoon in zijn handen. Het lag niet vast. Als ik trok, trok ik de boot niet dichterbij, maar trok ik hem van het dek. Allé, in de veronderstelling dat ik de sterkste was. Weer achteruit, tegen de buurboot… Wat hebben we geleerd? Veel fenders hangen, want je weet nooit wie je buur zal zijn.
Ondertussen is het voor even gedaan met landvasten en fenders. We liggen
sinds gisteren achter ons anker bij Culatra. Het is de eerste keer dat we hier weer zijn, na Leo zijn val van vorig jaar. En deze voormiddag was het de eerste keer dit jaar, dat Sardientje nog eens uit de zak mocht voor een bezoek aan het eiland. Onze Honda 2PK deed het voorbeeldig. Hij koestert dus geen wrok, nadat Leo hem, vorig jaar, mee onder water sleurde. En dat ik met een natte poep terug ‘thuis’ kwam, daar kan Sardientje niets aan doen. De schuld van de golven.
Het weer ziet er rustig uit. We hopen hier een tijdje te kunnen blijven.


Foto: Aan de steiger in Sanlucar
fotoSanlucar 16 augustus 2019

We wisten dat het hier heet zou zijn maar toch konden we het niet laten naar hier te komen en we hebben er geen spijt van. Dinsdag volgden we de Guadiana stroomopwaarts, wel met de vloedstroom mee, maar wind op kop. Gelukkig waren we al een stuk voor hoogwater aan de steigers van Sanlucar en Alcoutim, want er waren verschillende gegadigden. De twee lege plaatsen in het Portugese Alcoutim werden net voor onze neus ingenomen maar aan de Spaanse kant in Sanlucar was er nog plaats voor twee boten. Het aanleggen verliep vlot en we zetten ons meteen klaar om de Swan, die dichterbij kwam, te helpen met het aanleggen. Leuke buren. Wel een generatie jonger dan wij, maar dat worden we zo stilaan gewoon. Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen jonger zijn dan jezelf. Clif is van Londen en Stef van Barcelona. Cliff heeft er al een paar rondjes Caraïben opzitten. Stef zeilt nog niet zo lang mee, maar hield aan één van hun zeiltochten al een gebroken neus, gebroken tanden en een goeie snee onder haar oog over. Tegen de keukenblok gevlogen. Allé stof genoeg voor uren babbelen in het Engels, na zonsondergang wel te verstaan. In de namiddag is het verplichte siest wegens te heet. Voor vandaag en morgen gaven ze 39°C. Het enige wat we in de namiddag doen is liggen en rond de boot zwemmen, of gewoon aan het trapje gaan hangen als de stroming te sterk is. Het rivierwater is wel bruin, maar dat trekken we ons niet aan, het koelt goed af en dat doet zo’n deugd, toch voor even.
Het is niet onze eerste keer dat we hier op de Guadiana wonen en we kennen dus onze weg in de dorpjes. Maar we waren hier nog niet op 15 augustus, OLV Hemelvaart. We hebben Maria niet naar de hemel zien gaan, maar haar beeld ging wel op een versierde boot, even naar de overkant, naar Portugal en terug. De muzikale begeleiding vaarde mee op een watertaxi en daarachter de hele kajakschool. Later was het feest in het dorp, tot in de vroege uurtjes, maar de gratis sardines, dat zou pas voor zondag zijn.
In Alvor zagen we ook al eens heiligen varen, en in Vila Franca de Xira aten we gratis sardines met gratis wijn. Ik vroeg mij af of er in België heiligen op het water mogen? Ik denk alleen Sint Niklaas. En als er al eens iets gratis gegeven wordt, zal het wel bier zijn. Mijn zus stuurde een whatsapp vanop het Bollekes feest in Antwerpen, gratis bier tussen 4 uur en 5 uur. Santé.

Foto: Spullen drogen na de duik.
fotoAyamonte 8 augustus 2019

We kennen iets nieuws in het Spaans ‘Amor a primera vista’. Onze Spaanse buur in Mazagon zei dat hij onze boot zo mooi vond, zo’n mooie lijn. Zijn boot had zowat dezelfde lijn, ook een klassieke schoonheid, afkomstig uit Nederland. Het gesprek verliep met handen en voeten want de meeste Spanjaarden spreken alleen maar Spaans. Maar toen Leo probeerde te vertellen, dat het met onze She liefde op het eerste zicht was, zei hij meteen ‘Amor a primera vista’.Niet simpel dat Spaans, maar ik kwam goed aan mijn trekken in het Vlaams bij Jan en Clairette. Mazagon betekent een veilige aanloop, dag en nacht aanlopen mogelijk, ruime box, wifi van het café aan de kant… en, Mazagon betekent ook een bezoekje bij Jan en Clairette. Het bleef niet bij één bezoekje en we hebben heel wat gebabbeld. Het was trouwens voor het eerst sinds 1 juni dat we nog eens onze eigen taal konden spreken. Dat deed deugd. Waarschijnlijk was ik het meest aan het woord, dan Clairette, dan Leo, en Jan die deed zijn mond pas open als wij eens zwegen. Dank u Jan en Clairette voor de vriendschap en tot ziens.Ondertussen liggen we in Ayamonte en hier ondervinden we weer dat Spanjaarden alleen maar Spaans spreken. We moesten op zoek naar een nieuwe smartphone voor Leo en dat in het Spaans. Leo zijn Huawei is gisteren namelijk gaan zwemmen tijdens ons aanlegmaneuver. Varen, losgooien en aanmeren, doen we nooit met portefeuille of smartphone op zak. Maar het was weer zo’n speciaal geval. Ayamonte antwoordde niet op de marifoon en dus kozen we zelf een box, tegen de wind in, en de vinger langs bakboord, voor ons schroefeffect. Leo ging aan wal met de papieren en zijn smartphone om mij te kunnen bellen mocht hij niet terug door de poort geraken, want het was al laat en misschien was het kantoor gesloten. Hij kwam terug met een magneetkaart maar we moesten een andere box nemen. Pfft! Met de wind en de stroming in het gat en de vinger aan stuurboord. Ik ambetant. En toen Leo een landvast losmaakte gebeurde het, de smartphone ontsnapte, plets het zoute water in. Niks aan te doen. Leo vertrok met de boot. Ik stapte naar de nieuwe box. De nieuwe buren spraken Engels en Frans! Omdat het Portugezen waren! De man was meteen bereid te helpen, maar het verliep heel vlot omdat Leo al een spring op maat had klaargelegd en ik kon die meteen beleggen.We lagen nog maar amper vast of Leo haalde zijn duikuitrusting te voorschijn. Het was bijna hoog water, zes meter diep. Beneden was de zichtbaarheid nul en de bodem bestaat uit zachte modder. Ik was mentaal al voorbereid op een lange zoekactie maar na 5 minuten voelde ik een bonk tegen de steiger en Leo kwam boven met de smartphone. Zijn hoofd wel onder het bloed, want hij had mosselen geraakt.De afloop? De smartphone overleefde zijn duik niet, maar de simkaartjes zijn gered. Op zoek naar een nieuwe smartphone dus. Hier, in de kleine winkeltjes, vond Leo zijn goesting niet. Dus reden we met de lijnbus naar de Worten in Lepe en daar lukte het wel, in het Spaans. Leo trekt al goed zijn plan. En het sneetje in zijn voorhoofd is ondertussen al mooi dicht. Het was een drukke dag, morgen rusten. 

Foto: Sletsen verloren in het plakzand.
fotoChipiona 1 augustus 2019

We waren hier al eens in 2017 en dus was het een beetje thuiskomen, maar langs de andere kant ontdekten we toch ook weer nieuwe dingen. Buiten de pittoreske straatjes en enkele gebouwen die als toeristische attractie beschouwd worden ging mijn aandacht deze keer uit naar Los Corrales. Dat zijn visvallen, dammen in de zee, in een ronde vorm. Bij Rota waren er ook, maar wat verder weg van de haven. Hier kan je er niet naast kijken, tussen de haven en de vuurtoren liggen er vier. Vroeger dacht ik dat ze gemaakt waren om badgasten te beschutten tegen de golven, maar ze zijn een paar honderd jaar geleden gebouwd om vissen te vangen. Bij hoogwater komen de vissen over de dam en bij laagwater zijn ze gevangen. Dat wilde ik wel eens van heel dichtbij bekijken. Gisterenavond was het tegen 22.00 uur eb, en de zon ging onder omstreeks 21.30 uur. Ideale omstandigheden, niet meer te heet en geen massa mensen. Wij op stap. Ik nam mijn watersandaaltjes mee en Leo zijn oude teenslasjen. Achter de dammen liepen mensen met netjes en emmertjes te zoeken in de plassen. Ik klauterde op een dam, liep er een stukje over en geraakte er ook weer zonder schrammen af. Leo dacht dat ik genoeg gezien had maar ik wilde ook nog in de plassen gaan kijken. Hij volgde mij maar… zijn slasjen zogen zich vast in het zand en de riempjes sprongen los. Hij kon ze terug vastduwen maar het gebeurde telkens opnieuw als hij door het water stapte. Ik kreeg de slappe lach. Niet beleefd, weet ik. Maar hij plaagt mij ook genoeg. Dan maar verder op blote voeten, hopend niet in glas of op scherpe stenen te trappen.
De zon stond nog te hoog, maar na een drankje bij ‘Bigote’, wij noemen het Bij God, kon ik nog wat foto’s maken van de zonsondergang.
Geen vissen gevonden in de visval gisterenavond, maar rond onze boot zijn er veel kleintjes en die doen zich te goed aan de aangroei van onze boot. Leo is bij zijn dagelijkse zwembeurt, de algjes te lijf gegaan met spons en vod. De schroef moest hardhandiger aangepakt worden. Maar wat hij de ene dag proper maakt is de dag erna alweer begroeid. En wat opvalt, alle schippers klagen erover. In Porto Santo was het een Duitser die vloekte op de werf van Portimoa. Hij had het onderwaterschip daar in de antifouling laten zetten en het was nog nooit zo begroeid op 3 maanden tijd. Hier in Chipiona was het onze Spaanse buur, die ik gisteren hielp bij het aanleggen. Hij was met een mes in het water, iets in de schroef? Een marineiro, die de steigers kwam reinigen, zei dat hij niet mocht zwemmen! Daarop hadden we een babbel en de Spanjaard zei dat de algen dit jaar groeiden zoals nooit tevoren? Warmer water? In ieder geval, volgende lente moet onze She weer een grondige beurt krijgen op de kant. En, in ons achterhoofd denken we ook al aan de Guadiana. Een paar nachten op de rivier doet de zoutwateralgen afsterven. Maar het kan op de Guadiana, in de zomer, zo heet zijn. Langs de andere kant is het er ook zo heerlijk rustig. We zijn er een beetje verliefd op. Maar eerst Mazagon en Ayamonte.


Foto: In de haven van Rota
fotoRota 26 juli 2019

We zijn in Spanje, maar Marokko zit nog een beetje in ons hoofd. Op het havenkantoor, hier in Rota, vroeg men niet waar we vandaan kwamen en waar we naartoe gingen. Normaal doen ze dat wel, maar de siësta moest eigenlijk al begonnen zijn, overuren. We vertelden toch maar dat we van Rabat kwamen. De dame op het kantoor keek ons verbaasd aan? Rabat? En dan?
Voor het oversteken van drukke straten zijn we ook nog in Marokko modus. Daar stopt geen enkele auto voor een zebrapad. Levensgevaarlijk. Daarom zijn we nu nog altijd geneigd te wachten tot de auto’s stoppen. Dan zeg ik tegen Leo: Ga door, dat is lastig voor de automobilist. Hij dan: Het kan een Marokkaan zijn aan het stuur…
De Spanjaarden, dat vinden we een tof volk. Om te beginnen de jongedames, een streling voor het oog, veel bloot, mooi bruin. Want Rota is een badplaats, een beetje een schiereiland met aan weerszijden kilometers zandstrand. Iedereen is zomers gekleed en de helft van de mensen draagt een plooistoeltje voor op het strand. Bijna geen buitenlanders, we horen alleen maar Spaans en we zien alleen maar Spaanse nummerplaten. De Spanjaarden zijn spontaan, maken samen plezier, zingen en ze zijn heel hartelijk als we ergens iets gaan eten of drinken. Als we proberen Spaans te spreken vinden ze dat geweldig en ze verbeteren ons. Op de dienst voor toerisme reserveerden we voor een rondleiding in de vismijn, langs de vissersboten en een etentje bij de Coöperative de Pescadores. Ze wisten meteen te vertellen dat dit enkel in het Spaans kon. Dat we dit geen probleem vonden werd heel goed onthaald. De rondleiding was interessant, we leerden wat bij en de vis was lekker. Morgen bezoeken we met een gids het Castillo de Luna. Het kasteel, dat er meer uitziet als een burcht, herbergt tegenwoordig gemeentelijke diensten. Met een gids kom je op plekjes waar je anders niet binnen mag, vandaar weer een Spaanse rondleiding.
We hebben het hier naar onze zin in Rota. En dit jaar zijn we nog niet gesmolten van de hitte. Leo liet in de winter een zonnescherm maken van stevig zeil, en dat haalt de temperatuur binnen toch enkele graden naar beneden. Verder hebben we gewoon geluk dit jaar dat we nog geen ‘hittegolf’ hadden zoals helaas in België wel het geval was de voorbije dagen. Maar stilaan schuiven we natuurlijk op, richting Albufeira. De volgende halte wordt Chipiona, 16 mijl. Maandag misschien. ‘Inshallah’ zegt Leo dan. Waarop ik antwoord ‘Astgodblieft’. Dat hoorde ik mijn moeder zo vaak zeggen.


Foto: uit eten in Les Deux Palais.
fotoRota 21 juli 2019

We zijn in Rota. Eviva España. Mogen zwemmen rond de boot en met blote benen op straat mogen lopen… Wat ben ik blij dat ik in Europa geboren ben.
Wat we nooit zullen vergeten van Marokko zijn de verwaarloosde katten, veel graatmagere katten en zoveel kittens. Telkens opnieuw greep het ons aan. Maar sommige mensen waren er niet beter aan toe, bedelaars, gehandicapten, daklozen. Eén anecdote moet ik toch vertellen. De medina van Salé, heeft net zoals die van Rabat, een mooie omwalling. Binnen de muren, de enge straatjes, buiten de omwalling wat gras en palmbomen. En daar leken enkele zwervers te wonen. We passeerden de muur als we naar onze winkeltjes, cafés en restaurantjes wandelden. Op een dag wilde ik vlak langs de muur in de schaduw lopen. Leo bleef op het voetpad in de zon. Regelmatig moest ik opletten voor drollen, niet ongewoon, maar toen merkte ik een eind voor mij, een man die zijn behoefte deed tegen de muur, zo maar in het publiek. Ik kon niet vlug genoeg terug bij Leo zijn.
Alleen de beste cafés in de medina hadden een WC en die waren een ramp. Eentje leek op een biechtstoel, hokje voor de pot, hokje voor een wastafeltje. Eentje was meer een kast met één urinoir, waar je eerst de prop moest uittrekken. Maar toen we onze uitstap naar ‘chellah’ deden, ontdekten we het andere uiterste. De straten werden alsmaar breder, mooier en groener. We kwamen langs ambassades en omdat we nog moesten eten besloten we een sjiek restaurant binnen te gaan, ‘Les Deux Palais’. Tussen mannen met pak en das, aten we rogvleugel, 8 euro, het was heerlijk. En, ik dronk een porto! De allereerste keer dat we alcohol zagen. De WC’s waren als in een paleis. Van contrasten gesproken.
Zo ook bij ons vertrek. Geweldige vriendelijkheid en behulpzaamheid, maar daarnaast ook bureaucratie. Zaterdag zou de wind, uitzonderlijk, lichtjes naar het noorden waaien. Wij wilden graag naar buiten met het hoogwater van 5 uur in de morgen. Geen probleem, politie en douane werken dag en nacht, zo ook de pilot van de marina. Ze zouden ons zelfs komen helpen bij het vertrekken uit de box. Een Franse catamaran, de Amboise, wou hetzelfde doen. Om 4 uur in de morgen lagen de Amboise en wij, zij aan zij, aan de steiger bij de politie en de douane. Het papierwerk zou maar een half uurtje duren. De douane kwam even kijken aan boord, maar de hond was er niet bij deze keer. Die werkt misschien niet dag en nacht. Alles leek vlot te verlopen, tot bleek dat de Amboise niet op de juiste manier was uitgeklaard in de vorige haven. Het bleef maar duren. Leo had ondertussen een gezellige babbel met de schipper van de pilot. Toen deze een sigaret op stak bood Leo hem één van de pakjes sigaretten aan die we kochten voor eventuele opdringerige vissers op zee. Blijkbaar willen die soms vis ruilen voor whisky of sigaretten. De jonge man was er heel blij mee en om half zes volgden we hem en zijn bootje naar de monding van de rivier, helaas zonder de Amboise.
Onze 156 mijl naar Spanje verliepen voorspoedig dank zij de motor. Liever te weinig wind uit het zuiden als te veel uit het noorden. Enkel de traffic line bij de straat van Gibraltar, oversteken bij nacht, was lastiger dan verwacht. Zoveel vrachtschepen! Leo installeerde een nieuw programma op de PC. Dat berekent, aan de hand van AIS, met welke schepen we kans op aanvaring hebben. Die schepen kleuren dan rood op het scherm. Toen ik plots drie schepen rood zag worden was het tijd om de kapitein te wekken, zodat die kon ingrijpen. Eén keer moesten we niets doen, omdat een tanker van Shell zelf uit de weg ging voor ons. Een hele geruststelling dat zij ons ook zien op hun schermen.
En nu vakantie houden in Rota.


Foto: Aan de ingang van de Assantoren.
fotoSalé 17 juli 2019

Negen dagen zijn we al in Salé. Hoog tijd, voor de zeilers onder jullie, om eens iets over de haven te vertellen. Dat het er, bij de ingang, wild aan toe kan gaan, vertelde ik al, maar de haven zelf is heerlijk rustig. Het is hier zalig slapen, geen piepende fenders of knerpende landvasten. De steigers hebben al het nodige comfort, water en elektra voor elke box. Maar de vingers zijn kort. Behalve aan de eerste steiger. Daar zijn lange vingers. Helaas mogen daar alleen maar boten liggen uit de vloot van de koning, momenteel zijn dat twee motorjachten. Die worden extra bewaakt. Er zijn geen poorten of hekkens als je aan land gaat maar om de 50 meter staat er een ‘bewaker’. Bij de koninklijke jachten zijn er twee of drie, waarvan één heel kleurrijk is uitgedost. Als we naar het sanitair gaan, komen we twee bewakers tegen. Bonjour monsieur, bonjour madame! Sommigen houden dan hun hand aan hun hart. Leo weet al welke bewakers dat doen en maakt ook dat gebaar. Rond de haven staan cafés, restaurants en veel appartementen. Heel die enclave is omheind en aan al de ingangen staan bewakers.
Als je buiten die omheining gaat kom je in een andere wereld. Daar kennen we ondertussen al goed onze weg. Voor fruit gaan we naar de overdekte markt. De verkoper lacht als hij ons ziet. We nemen wat we willen, hij kijkt, weegt niets, plakt er een prijs op.
Bij ons theehuisje gingen we ook nog eens langs. Hij had geen klanten en toen hij ons zag zette hij meteen de tv op een andere zender. Gedaan met de Arabische muziek, we konden naar de Ronde van Frankrijk kijken.
De souk, daar slenteren we graag rond, maar het steegje van de beenhouwers, daar willen we niet meer door. Vissen aan stukken hakken met grote messen ok, maar dat ze ook een kip keelden terwijl wij er
net passeerden greep ons toch aan. Overal grote kadavers vol vliegen, stinkende slachtafval en we liepen door een vieze brij met onze sandalen. Leo met zijn gevoelige neus kreeg het moeilijk. We moesten daar zo vlug mogelijk weg. Op de boot hebben voeten en sandalen een goeie beurt gekregen.
Af en toe gaan we naar Rabat, aan de overkant van de rivier, naar de ‘beschaving’. Daarvoor nemen we de zilveren tram, heel modern, een halve euro per rit.
We bezochten de Hassantoren en het Mausoleum van Mohammed V, maar soms gaan we zo maar naar Rabat. Zo maar ergens uit de tram stappen, zo maar rond slenteren en kijken of er iets te eten valt. Al verschillende keren zagen we lijnbussen in erbarmelijke staat. Toen we weer enkele wrakken zagen was ik dapper genoeg om een foto te maken. Direct stond er een man: Avez-vous fait une photo du bus? Ik, meteen bang dat ik een overtreding begaan had. Hij toonde zijn badge. Het was een controleur. Bleek dat hij enkel een babbel wilde doen, uit welk land we kwamen, België, ah, daar ging hij in september naartoe…
Wij gaan van hier naar Spanje. En dat zou wel eens voor het volgend weekend kunnen zijn. Volgens de meteo zou de wind dan een beetje minder tegenwerken. De golven gaan we sowieso tegen hebben. We houden het in de gaten.


Foto: Geen plastiek hier rond elke  100 gram specerijer.
fotoSalé 10 juli 2019

Ik heb Rabat vervangen door Salé. Rabat ligt aan de overkant van de rivier. Dat vraagt wat moeite om daar te komen en de medina van Salé wandelen we zo binnen.
Vertellen over Marokko is in de eerste plaats vertellen over de mensen. We hadden al een paar leuke ontmoetingen de eerste dag, maar Mohammed zullen we nooit vergeten. We liepen rond door de echt wel heel smalle straatjes van Salé, toen hij vroeg of hij iets kon doen. We bedankten hem en gingen verder op verkenning. We vonden geld, we kochten groenten, eieren, veel fruit en een lang kleed voor mij. Het kleed was spotgoedkoop en ik dacht dat ik het misschien wel eens kon aandoen. Niet dus. Want ondertussen merk ik, dat veel, vooral jongere vrouwen, gewoner gekleed zijn en vaak zonder hoofddoek. Dan kan ik hen daar maar beter in steunen. Maar de man en de vrouw van de winkel vonden het wel geweldig. En wat voor ons belangrijk was, de man wandelde ons voor, naar een tijdschriftenwinkeltje van 1,5 m breed waar we een kaartje konden kopen voor internet van Maroc Telecom. Het was bij Younnes en het was er erg druk. Hoog tijd, om verderop, een koffie te drinken, op het voetpad, tussen allemaal mannen, want Leo wilde kijken of hij het in gang kreeg. Dat lukte niet en toen stond Mohammed daar plots weer. Alles ok? Deze keer waren we blij met wat hulp. We zochten onze Younnes en vonden die niet meer. Wel veel andere winkeltjes. In één van die winkeltjes wilde men helpen, maar men merkte dat het kaartje defect was. De klerenverkoper kwam er aan te pas (dat winkeltje wist ik nog) om ons weer tot bij Younnes te brengen… Eind goed al goed. Het internet werkt. Daar zijn we blij mee, want dat van de haven is een brokkelpak, om Leo zijn woorden te gebruiken. Mohammed wilde niets aannemen, maar gaf het adres van een Riad en zei dat het eten daar heel lekker was. Hij bleek een gids te zijn en wilde ons wel eens gidsen door Rabat. We spraken af voor woensdag.
Dinsdag gingen we tajine eten in die Riad, heel lekker. Van daar trokken we naar de Souk. Straatjes van soms geen meter breed, waar men echt alles verkoopt. Een doolhof, nooit gezien. Leo kocht bij een jongetje, voor 1 dirham, een bussel muntplantjes. Maar de moeder kwam ons nagerend. Ze had mooiere plantjes voor ons. Ondertussen kregen we zin in een glaasje thee. Leo merkte op, dat hij mij beter op de boot kon laten, want dat het alleen maar mannen waren die thee dronken. Maar toen we een proper theehuisje binnen keken begon er meteen een oude man te wenken om binnen te komen. Er stond water te koken, maar er was geen uitbater te zien. Je moet hier veeeel tijd hebben. De thee was lekker en de uitbater maakte veel foto’s van mij en Leo, ook selfies met zichzelf erbij.
Toen we de weg terug zochten kwamen we een ‘student’ tegen (met lang zwart gewaad) die ons wat uitleg wilde geven over Salé, de moskee, de medersa, een mausoleum… We hadden moeite om hem te volgen en toen we aan het enorme kerkhof kwamen vonden we het genoeg. Leo nam geld in zijn handen om hem een fooi te geven en het werd zowat uit zijn handen gerukt. We hadden er geen goed gevoel bij. Heel wat bijgeleerd.
Nog moe van gisteren vertrokken we vanmorgen met Mohammed naar Rabat. De rivier gingen we over met een roeibootje en ondertussen gaf Mohammed uitleg op al onze vragen. We wandelden eerst naar de Kasbah des Oudaias. Terwijl we thee dronken en ik, samen met een zwarte kat, van mijn zoetigheden genoot, kreeg Mohammed het aan de stok met de ‘toeristenpolitie’. Hij had blijkbaar niet al zijn papieren mee en niet de juiste vergunning om te gidsen? We hadden met hem te doen. Na een tijdje moesten we allemaal naar het politiebureau. We werden ondervraagd en ze wilden een kopie van onze paspoorten. Wij mochten na een kwartier de straat op. Mohammed moest blijven. We liepen wat verdoofd door winkelstraatjes te slenteren en besloten de ‘bezienswaardigheden’ van Rabat voor andere dagen te bewaren. Een omweg langs één van de weinige supermarkten kon er nog af.
Benieuwd naar de volgende dagen. Wat rustiger aan doen om te beginnen.
En oh ja, Mohammed stuurde via whatsapp, een afschrift van zijn vergunning als gids.


Foto: Als je dacht dat het strand bij ons vol zit, of was dit gewoon het ontvangst comité...
fotoRabat 8 juli 2019

Porto Santo – Rabat 487 mijl
105 uur en een kwart gevaren, waarvan 51 uur op motor
heel de tijd tegenstroom van een halve knoop tot één knoop


woensdag
De voorspelde noord bleek eerder noordoost te zijn, aan de wind dus. Vier beaufort, soms vijf, we waren vlug om een reef te steken want met een woelige zee daarbij, leken we soms in een wasmachine te zitten. De gitaar ontsnapte uit haar touwtjes en vloog door de boot. Ze kreeg een plaatsje in het bed in de voorpunt. Het weerstation wipte van zijn haakjes en vloog tegen de grond. Daarna volgde Leo, een smak tegen de kaartentafel, blauwe plek en blauwe teen. Ik lag op de zetel te rusten en schoof met matras en al op de grond. Leo lachen. Dat werd mijn eerste blauwe plek. We kregen veel zeewater over ons dak, lang geleden. De kuip bleef redelijk droog, leve de vaste buiskap. Om beurt moesten we overgeven, geen zin om warm eten te maken. We overleefden op Madeira bananen, Maria koekjes en gembersnoepjes.

donderdag
De zee kalmeerde, de wind bedaarde, de motor mocht meedoen. Het leven werd weer normaal.

vrijdag
Beetje wind, maar op kop.
Onze Yanmar bleef dapper draaien. Leo hevelde 40 liter diesel uit kannen in de tank. En we gingen rekenen. Hoeveel verbruikt? Hoeveel mijl te gaan? Hoeveel uren nog te draaien?
Dat zorgde voor wat onrust, want onder normale omstandigheden zouden we genoeg hebben. Maar er kunnen altijd onvoorziene dingen gebeuren. En we
spreken niet graag onze reserve aan.
Tegen de avond, waren we blij toen de voorspelde wind eindelijk kwam. Natuurlijk was die veel sterker dan verwacht zodat Leo om half twee ‘s nachts, het dek op moest om een reef te steken. Mijn taak bestond er in, zoals gewoonlijk, te zorgen dat hij zich niet vergeet aan te lijnen, de motor aan te zetten, naar de wind te sturen, verschillende keren te roepen “Pas op voor de giek”, de val van het grootzeil lossen, ze later weer aanhalen, terug de oorspronkelijke koers varen. Daarna, samen in de kuip genieten van een rustigere boot en dat alles onder een overweldigende sterrenhemel. Met melkweg!

zaterdag
Wispelturige wind, soms vijf beaufort en even daarna bijna windstil.
Windstil betekent geen snelheid, geen stuur, dan moet de motor helpen om niet dwars in de golven te gaan… Wat moeilijker om wacht te lopen. Bovendien draaide de wind nogal eens, dus kwam er heel wat trimwerk aan te pas.

zondag
Heerlijk rustig zeilen.
De wind schommelde tussen twee en drie beaufort, maar we lieten de reef steken. Lage snelheid, maar voor het hoogwater van Rabat in de vroege ochtend, waren we toch veel te laat, dus gingen we voor de late namiddag.
De aanloop viel mee, de deining was maar een goeie meter. Een mijl voor de ingang riepen we de haven op, maar het duurde nog drie kwartier voor het bootje kwam om ons voor te varen. Wat een opluchting toen we onze pilot zagen, lachende gezichten, duimen omhoog en daar gingen we. Gelukkig moesten we niet zelf onze weg zoeken. Onvoorstelbaar hoe druk het was op de rivier, bootjes, kano’s, jetski’s en zeker honderd zwemmers langs alle kanten. Bienvenu, merci d'être venu dans notre pays… Wat een onthaal! Ook de douane, de politie, de drugshond waren allemaal heel vriendelijk. De hond was een herder, maar onze boot is moeilijk toegankelijk voor een hond en daarom heeft hij wat aan de buitenkant gesnuffeld. De man van de douane deed een paar kasten open, maar we moesten vooral veel schrijven. Ze weten hier nu zowat alles van ons. De politie nam onze reispassen mee en zou die terug brengen. Zo lang mochten we niet van boord. Pas om 23.00 uur kwam de politie onze papieren terug brengen. Ik was toen al lang vertrokken voor mijn ronddeklokslaap.

Over enkele dagen vertellen we over Rabat. Alvast zeggen dat we onder de indruk zijn. We wandelden naar de medina voor dirhams, internet en eten. Een avontuur op zich.


Foto: Wandeling naar Pico Branco.
fotoPorto Santo 2 juli 2019

We blijven dus niet tot 5 juli. We gaan morgen al vertrekken richting Rabat. Waarom? Alle bezoekers moeten hier weg want er komen boten liggen voor een race. En waarom toch Rabat? Omdat Mohammedia gesloten is. We houden al enkele dagen de weervoorspellingen in de gaten en perfect is het natuurlijk nooit, dagen met te veel wind en misschien ook een dag met te weinig. En, de wind en de golven zullen niet komen van waar we ze graag hebben, maar we moeten er door. We hopen vooral dat de omstandigheden om Rabat aan te lopen meevallen. Geen zware wind, geen hoge deining, liefst bij dag en zo dicht mogelijk bij hoog water. Als alles normaal verloopt komen we daar toe op zondag. Leo heeft al naar de haven getelefoneerd om te laten weten dat we komen en ondertussen weten wij nu ook dat we het juiste telefoonnummer hebben om contact op te nemen voor het aanlopen. We moeten namelijk wachten op een rib die ons gaat binnen loodsen en volgens de verhalen die ik las verloopt de communicatie via marifoon niet altijd even vlot. Natuurlijk las ik ook rampverhalen van boten die, binnen de buitenste strekdammen, dwars gesmeten werden door brekers, niet goed voor mijn welbevinden...
De kleine maand die we hier op Porto Santo woonden waren wel heel rustig en relax.
We woonden graag in deze haven. Niet groot, zelfs geen genummerde plaatsen, geen beveiligingshekken, alles heel gewoon, even terug in de tijd eigenlijk. Net zoals het sanitair, netjes maar wat verouderd. De wasmachine, dat is de max. Die is gratis, maar je moet de files van wasgoed erbij nemen. En Maria, de dame die de wasmachine bedient, krijg je er ook bij. Ze helpt waar ze kan. Achter de rug van Maria probeerde een man zijn wasgoed een plaatsje op te schuiven in de rij. Maar dat was buiten mij gerekend. Ik zette meteen zijn tas terug.

Wassen hoefde niet elke dag. Maar Leo ging wel elke dag het water in met snorkelgerief, om een deeltje van het onderwaterschip te poetsen, algen verwijderen. De boot kon vorige winter niet uit het water, te laat gevraagd, plaatsgebrek. De andere dagelijkse activiteiten waren: wandelen, boodschappen doen in de Pingo Doce, veel terrasjes, gaan eten of eten maken, siesten, lezen, babbelen met de buren, tv kijken...
En af en toe een grotere uitstap. Ik wilde naar de top van de Pico Branco.
Met de taxi lieten we ons naar het beginpunt van de wandeling brengen, helemaal in the middle of nowhere. De taxichauffeur gaf voor alle zekerheid een telefoonnummer voor als we weer wilden opgehaald worden. Het was ‘maar’ 3 km heen en 3 km weer, maar wel bergop, op het einde alleen nog maar trappen, tot op 450 m hoogte. Ik bleef regelmatig wat achter, want Leo heeft meer vermogen dan ik en soms ging mijn tikker ook wat sneller omwille van de duizelingwekkende diepte. Maar het was meer dan de moeite, een uitzonderlijk decor en prachtige panorama’s. Terug aan het beginpunt, beslisten we, dapper als we zijn, de 8 km terug naar de haven, te stappen. Maar dat heeft Leo zich achteraf beklaagd. Zijn rechterbeen, dat vorig jaar zwaar gehavend was, werd weer dikker en roder, kreeg bulten en het deed pijn. Dat werd rusten, been omhoog, volgende keer niet overdrijven.
De volgende dagen zullen de benen niet zoveel werk hebben, weer vier dagen opgesloten in de boot. Of is dat juist het toppunt van vrijheid? Geen regels, geen wetten van landen, naties… Alleen maar zorg voor elkaar en de boot. Zeker voor de boot, want zij zorgt ook voor ons.
Omdat jullie onze weg zouden kunnen volgen zal Leo af en toe een broodkruimeltje laten vallen.

Hier zie je onze laatste positie op WinLink


Foto: Ook de westkant hebben we gezien.
fotoPorto Santo 26 juni 2019


Porto Santo, where nothing en everything happens. Dat schreef Juan in ons gastenboek. Wat gebeurt er hier dan zoal? Wel, zijn She (33 voet) en onze She Twins, liggen naast elkaar in de haven en dat zorgde voor een gezellige babbel op onze boot tot in de late uurtjes. We wisten al dat hij hier op Porto Santo woont omdat hij het jachtige leven wilde ontvluchten en we wisten ook dat hij op blote voeten loopt omdat hij contact wil met de aarde. Wat we nog niet wisten is dat hij ook schrijver is. We hebben een Engels boekje gekregen ‘Voices in the wind.’ Samen met Juan hadden we ook Andrea en haar hondje Maja op bezoek. Zij woont op haar Arilon (31 voet) en kwam daarmee alleen van Tenerife. Ze woont liever op Porto Santo dan op Tenerife. Allemaal ‘blijvers’. Mensen die een druk leven vaarwel zeggen en kiezen voor vrijheid i.p.v. geld.
We hebben al een paar keer de vraag gekregen hoe lang w
ij ‘blijven’. Wel, het is hier een goede plek om te blijven. Onze goedkoopste haven ooit, en een zalig klimaat. Na de erg hete zomers in de Algarve staan we niet te trappelen om hier te vertrekken. Maar we willen dus onze volgende winter wel weer in Albufeira doorbrengen. Gewoon terug varen naar de Algarve is een moeilijke koers, niet prettig om dat vier of vijf dagen te moeten doen. Daarom gaan we het langs Marokko proberen, dat is meer oostelijk, dan krijgen we de elementen opzij, in plaats van op de kop. We mikken op Mohammedia. De jachthaven van Rabat staat beter aangeschreven, maar die is, omwille van de ‘wildere’ ingang, niet altijd toegankelijk. Mohammedia kan onder alle omstandigheden aangelopen worden, toch een veilig gevoel. Voor het eerst in ons leven gaan we dus misschien voet op Afrikaanse bodem zetten. Dat plan zat al enkele maanden in ons hoofd maar veel voorbereidingen deden we niet. We lazen dat een paspoort voldoende is, dat je geen visum nodig hebt. Dat viel mee. Ondertussen zijn we wat meer gaan nakijken en we merken dat de invoer van alcohol beperkt is. Ik ben dan maar meteen begonnen met een glaasje porto elke avond. Ik had namelijk een voorraad aangelegd voor de zomer.
Wanneer we dan vertrekken? Wel, we blijven alvast tot 5 juli, we beslisten namelijk voor een maand te betalen. Maar als het zo ver is, gaan we natuurlijk het weer bekijken en als er depressies op de loer liggen laten we die nog passeren. We hebben geen haast. En er zijn hier nog altijd onbekende plekjes te ontdekken. Zo trokken we vandaag naar Calheta, de meest westelijke uitloper van het 7 km lange zandstrand, ik op het elektrisch fietsje en Leo op de elektrische step. Calheta verraste ons. We verwachtten een strand met uitzicht op het eiland Cal, maar dat de rotsen rond het strand zo grillig en ongewoon waren, was een aparte ervaring. Dat het eten in het restaurant bij het strand lekker zou zijn, hadden we gehoopt. En dat was zo. De vis was heerlijk. Wat we niet verwachtten, was, dat de batterij van de step het zou opgeven bij de terugtocht. Dat werd dus steppen zonder ondersteuning, bergop en bergaf. We wisselden elkaar af en ik stond ook een paar kilometer op de step terwijl Leo mij duwde vanop het fietsje. We zijn terug thuis geraakt, veel calorieën armer.


Foto: Wandeling langs de oostkant.
fotoPorto Santo 18 juni 2019

Porto Santo, waar ligt dat en wat is er te zien? Die vraag krijgen we geregeld.
Wel, in vogelvlucht liggen we zo’n 50 km ten noordoosten van Madeira. Madeira is veel groter, hoger, groener, mooier, maar Porto Santo is veel ouder. Het eiland waar wij nu wonen bestaat al 14 miljoen jaar en Madeira nog maar 5 miljoen jaar!
We zijn veel te weten gekomen over ‘ons eiland’ toen we vorige donderdag een jeep safari deden. Drie uur reden we van het ene uitzichtpunt naar het andere, de helft van de tijd over niet verharde trails. Aan info ontbrak het niet. De robuuste dame die met de landrover reed, heeft geen moment gezwegen. Ondertussen wees ze naar links en rechts… terwijl ik liever had dat ze naar de weg zou kijken. Toen ik vroeg hoe lang ze dit werk al deed, antwoordde ze 26 jaar. Ik voelde me op slag wat veiliger. De Duitse vrouw naast me slaakte geregeld een gilletje, ik niet.
Wat leerden we? Dat we op Porto Santo geen vulkaan met krater zullen vinden. Het hele eiland is omhoog geduwd uit de zee, onderzeese vulkanen, alle soorten gesteenten, koraalriffen… Vanwege die koraalriffen is er ook kalk en zand op Porto Santo. Madeira heeft dat niet. Alle, zo heb ik het toch begrepen. En waarom ik dat allemaal vertel? Ik hou van stenen. Mijn vader bracht er mee van overal, mijn zus heeft een hele verzameling in haar tuin, mijn dochter is geoloog en mijn kleinkinderen zijn even blij met een mooie kei als met speelgoed. Vandaar dat Porto Santo me zo bevalt. Rotsen van alle kleuren, sommige keihard, andere poreus, bizarre erosie… ik kan me hier nog weken amuseren met wandelen en rondkijken. Maar toch vlug nog even vertellen wat we nog meer bezochten. Casa da Serra bijvoorbeeld, een stukje Bokrijk. Daar leerden we dat de platte broden, bolo de caco, niet van Madeira afkomstig zijn. Daar was hout genoeg voor normale ovens. Hier geen bomen, weinig hout. Men maakte een lavasteen heet en bakte daarop brood, eigenlijk meer een superdikke pannenkoek. We reden ook langs de luchthaven. Daar staat altijd een vliegtuigje klaar om zieken naar Madeira te vliegen. Hier is geen ziekenhuis. Wij hebben wel een golfterrein, met gras, met vijvers. Tegenwoordig maakt men zoet water door ontzilting van zeewater. En we hielden natuurlijk ook halt bij de basaltzuilen van Pico de Ana Ferreira, de geologische attractie van Porto Santo. Al de andere uitzichtpunten ga ik niet opsommen. Dan vertel ik liever nog iets over de wandeling die Leo en ik maakten naar het oosten. Ik probeerde al eens op mijn eentje maar vond het te link. Dus zaterdag trokken we er samen op uit, voorbij het waarschuwingsbord met vallende stenen en voorbij de info dat we het op eigen risico deden. Af en toe was een stuk van het paadje afgekalfd en dikwijls moesten we over gevallen stenen. Waarop Leo: Krijg zoiets op je kop, ik vind zeilen veiliger. De omgeving was wel heel mooi en ik was in mijn nopjes. Tot de weg plots versperd was door brokken lava. Steenlawine? Ik stond al klaar om terug te keren maar Leo klauterde er over. Ik volgde, maar voelde eerst of de rotsen wel vast lagen en vermeed het om naar rechts in de diepte te kijken. Gelukkig kregen we daarna de beloning voor ons ‘getaffel’. In het Brabants ‘gekleffer’. We kwamen aan de tunnel bij Ponta do Passo en daarna was het pad goed begaanbaar. Nog wat foto’s van verweerde zandsteen en plots zagen we een zandval, zoals een waterval maar dan van heel fijn zand. Misschien is het pad hier morgen versperd door een hoop zand.
In een restaurant verderop aten we een warme bolo de caco gevuld met lekkers en we besloten langs normale wegen terug naar de haven te wandelen. Veel stappen op de teller.

Foto: Zicht op de ligplaats in Porto Santo.
Porto Santo 12 juni 2019

Je moet voorlopig geen spannende verhalen van ons verwachten want we wonen op Porto Santo, een eiland. Weg van de beschaving, durf ik niet te zeggen, want we hebben hier alles wat we nodig hebben. Maar toch heb je dat eilandgevoel, ander tempo, nog heel authentiek, geen mega toerisme. En daar voelen we ons heel goed bij. Zelfs het aankomen met onze She was rustig want je kan Porto Santo dag en nacht aanlopen, geen problemen met de diepte en goed beschut door lange strekdammen. De steiger waar de meeste zeiljachten liggen was helaas volzet. Maar omdat wij eerder bij de kleintjes horen, vonden we op de B steiger nog een box, waar we net in pasten. Oef! Wel een kleinere vinger maar toch comfortabel met water, elektriciteit en een super vriendelijke Portugese buur die hier al een paar jaar op zijn boot woont. Wij denken hier geen jaren te blijven maar misschien toch een maand, want het liggeld is, voor onze 36 voet, zo’n 25 euro per dag, maar voor een maand slechts 120 euro. Tijd in overvloed dus, daarom zijn we nog niet aan het stressen over wat we allemaal moeten zien op het eiland (van 11 km lang) en hoe we dat gaan doen. Voorlopig deden we alles te voet. We wandelen dagelijks de 2 km naar Vila Baleira, het grootste ‘dorp’ van het eiland. Daar kennen we zowat alle straten, we probeerden een paar restaurantjes en nog meer pastelaria’s. Leo zijn favoriete koffie heet hier niet ebatanado maar chino. De Pingo Doce supermarkt bezoeken we geregeld en we gingen ook een kijkje nemen in het huis waar Christoffel Columbus met zijn derde vrouw woonde en waar zijn zoon geboren werd. Ja ja, derde vrouw, volgens het museum. Op internet vind ik niks over de eerste twee die alleen maar dochters kregen.

Internet heeft het wel goed wat het weer hier betreft. De temperaturen van lucht en water schommelen nauwelijks, heel het jaar rond de 20°C, in de winter wat eronder, in de zomer wat erboven. Dat wil zeggen dat we van de hitte van de Algarve verlost zijn. Je kan hier ook in de namiddag wandelen en ‘s nachts kan je een deken gebruiken. Tijd om te relaxen!


Foto: Porto Santo land in zicht.
fotoPorto Santo 6 juni 2019

Als je iets wil zien dat je nog nooit zag, moet je iets doen, dat je nog nooit deed. Wij wilden Porto Santo zien. Dus begonnen we zaterdag aan onze 487 mijl, voor ons, een nieuw record. Wat het zeilen betreft, verwachtte ik niet echt nieuwe belevenissen. Water is water, dacht ik zo. Maar ik kreeg iets totaal nieuws, zeeziekte. We waren nog geen uur weg of ik gaf al over. We zeilen al het 14 de jaar met onze She Twins, daarvoor 6 jaar met onze She Witch en daarvoor een jaartje met onze Ushuaia. Al die jaren was ik een held in het niet ziek worden. Ik begrijp het niet. Leo begreep het wel. Zijn uitleg: “Er zijn zeilers die al zeeziek geweest zijn, en er zijn er die nog zeeziek moeten worden.” Zo simpel is dat. Ik ondervond dat het niet gewoon wat overgeven is, een doffe ellende, dat is het. Tot niets in staat, onmogelijk iets in het logboek te schrijven, niet in staat te gaan plassen zonder overgeven… overal de emmer mee. Na een dag ziek vond ik het genoeg en begon te graven in de voorraadkast aan bakboord waar de boordapotheek zit, emmer bij de hand. De vervallen stugeron die Walter ons in 2015 voorschreef zat nog in de juiste doos. Inslikken, motilium erbij en liggen… Dank u Walter. Zondag was ik weer een mens.
Wat het zeilen betreft had ik niet veel gemist.
Zaterdag, noord 2 bft, te weinig wind, te veel golven.
Zondag ging het beter, noord 3 tot 4 bft. Leo boomde de genua uit en met een bulletalie op de giek vlinderden we zuidwaarts. Tegen zonsondergang kregen we af en toe 5 bft en de zee bouwde zich op. Leo stak een reef in het grootzeil. Met iets mindere snelheid, zeilden we veilig de nacht door, vergezeld door een maanloze, prachtige sterrenhemel en lichtgevend plankton.
Maandag, ongeveer hetzelfde scenario, maar wel af en toe spatten in de kuip.
Dinsdag gingen de poppetjes aan het dansen. De wind draaide en we kregen een koers aan de wind, stampen, zeewater over het dek en de luiken, oncomfortabel. Koken en afwassen: topsport. Onze laatste nacht gingen we in met twee reven in ‘t grootzeil en een klein fokje, laatste loodjes, lange nacht, vermoeiende wachten.
Woensdag na het ontbijt zag Leo land. Volgens de geplogenheden op zee had hij daarom recht op een extra portie rum. Maar gezien we geen rum aan boord hebben, hebben we dat ‘zee-gebruik’ niet gevolgd. En sorry, Jan Van Hex, we hebben ook dat andere gebruik om een munt te werpen bij de havenuitgang, niet gevolgd. Gelukkig liet ik in de kapel van Nossa Senhora da Orada een kaarsje branden, zodat we een veilige overtocht hadden.
Maar ernstig nu. We zijn tevreden over deze oversteek. Soms wat pittig en dat waren we de laatste jaren niet meer gewoon. Onze trajecten langs de kust planden we
bij voorkeur op dagen met rustige omstandigheden. Gelukkig hadden we deze keer altijd een bezeilde koers. We verbruikten amper 15 liter diesel om met een comfortabele snelheid door de trafic lanes te gaan. En nog meer gelukkig was ik met de gribfiles die Leo ‘s avonds met de SSB, (korte golf) binnen haalde. Een hele geruststelling om te weten welk weer er zit aan te komen.

En nu kijken we een hele tijd niet meer naar het weer. Porto Santo valt mee, we liggen aan een steiger met vinger, we betalen maar 120 euro voor een maand, we hebben nog hier nog veel te verkennen, we blijven hier even wonen. Maar voorlopig doen we het kalm aan, landziek. Na 24 uur beweegt het land nog steeds en ook de douche en ook de stoel in het restaurant… We wonen hier graag.


Foto: Laatste zicht op de uitgang.
 fotoAlbufeira 31 mei 2019

Als alles naar wens verloopt komt ons volgende bericht uit Porto Santo, het eilandje ten noorden van Madeira. Morgen willen we vertrekken. We houden al dagen de weervoorspellingen in de gaten. Een beetje spannend, want we willen ‘normaal’ weer voor een dag of vijf. Het is namelijk zo’n 500 mijl tot ginder en daar gaan we toch een tijdje over doen. Onze voorraad diesel, 140 liter, is niet voldoende om tot ginder te motoren. We rekenen dus op wind. Voor Leo mag die goed waaien, ik hou het liever wat kalmer. Om te beginnen gaan we nog te maken krijgen met een stevige levant. In de straat van Gibraltar is het al een paar dagen goed aan het blazen en dat voelen we tot hier, aan de wind en de golven. De eerste twee dagen gaat Leo dus zijn wind krijgen. Daarna zou het rustiger worden. En ik ben blij dat de meeste weersites het hierover eens zijn. Volgens Cornell, schrijver van de bijbel voor de lange afstandszeiler, is de zomer de beste tijd om deze tocht te maken. En, de stroming zit in dit gebied lichtjes naar het zuiden, alle beetjes helpen. Maar het meeste voordeel gaan we hopelijk hebben van de hier overheersende noordenwind. Verder is het opletten voor een paar ‘gevaarlijke’ zones. Het stuk van de oceaan waar we zullen varen is overal 4000 m diep, behalve dan op een paar plaatsen waar het maar 20 m of 40 m is. Daar mag je brekers verwachten. We krijgen liever geen tonnen water op ons gesmeten. Daarom gaan we daar in een boog om heen.
Dan wil ik nog vlug vertellen dat we volgende winter graag terug in Albufeira willen wonen, maar met een zeilboot weet je niet altijd waar je terecht komt. We hebben toch alvast ons plekje gereserveerd.
Ziezo, nu weten jullie een beetje wat ons te wachten staat.
Vier of vijf dagen, geen telefoon, geen internet… Als het lukt met de zender, zal Leo alle dagen een puntje zetten op de kaart. Je kan dit volgen op onze website, bovenaan rechts bij WinLink.



Foto: Wat zwemt daar?
fotoAlbufeira 22 mei 2019

Na een paar dagen België, terug bij Leo in Albufeira. Ik wilde de uitvaart van ex-collega Liesbet niet missen. We hebben een groot stuk van ons leven samen voor kinderen en voor elkaar gezorgd. Dat schept een band, anders dan familie, maar minstens even intens. Ik ben blij dat ik er bij was. Het deed zo’n deugd bij mensen te zijn met hetzelfde gemis, het deed zo’n deugd herinneringen op te halen… alleen spijtig dat jij er niet bij was Liesbet.
Maar ondertussen zit ik dus weer in het warme zuiden. Zoals gewoonlijk was Leo vroeg uit de veren voor zijn lange ochtendwandeling. Ik koos een rustige wandeling langs de boatyard naar de haveningang en dan over de dam tot aan het rode baken.
Onderweg kom ik langs een klein strandje, Praia da Baleeira. Het lag er zo rustig bij, en meer nog dan anders voelde ik de verleiding hier te komen snorkelen. Dus, na de mannenkoffie, begon ik te argumenteren tegen Leo. Zwemmen doet hij elke dag, maar liever in de namiddag, en liever rond de boot, geen zand aan je voeten… Toch wist ik hem te overhalen. Het zou mooi zijn als de drone foto’s kon maken. Voor de drone liever niet te veel wind en in de namiddag komt de Nortada. Het was eb, en in de namiddag zou er zelfs geen strand zijn. En alhoewel hij zijn 10000 stappen al had, stapte hij toch mee naar het strandje. Het was zalig, in het begin wat koud, maar dat had ik verwacht. Niet verwacht was, dat de meeuwen weer onmiddellijk in de aanval gingen. Ons ‘wesp’ was nog maar pas opgestegen of ze kwamen al luid krijsend aanvliegen. Met drie waren ze, eentje was heel dapper en maakte duikvluchten rakelings langs de drone. Ik was er niet gerust in. Na de landing bleven ze ons, van boven op de rotsen, in de gaten houden. Zij waren de enige toeschouwers. Voor de rest waren we helemaal alleen. Je kan niet met de auto bij het strandje, geen ‘toerisme’ dus.
Dat vinden we leuk aan Albufeira. Als je een kwartiertje wil stappen, kom je langs een prachtige rotskust, goed voor uren wandelplezier. Alleen bij de strandpaviljoenen waar je met de auto kan komen, wil het wel eens druk zijn. Daar heb ik geen probleem mee. Iedereen mag van de Algarve genieten. Er zijn
nog genoeg plekjes waar je alleen kan zijn met de zee. Laat ons hopen dat de Portugezen zo slim zijn het zo te houden. Want er wordt hier veel gebouwd.
En tot slot nog even vertellen dat we zeker in de haven blijven tot einde mei. Daarna zal het van de windvoorspellingen afhangen wat we gaan doen.


Foto: De boot van Fred had aandacht nodig.
fotoAlbufeira 7 mei 2019

Leo was 2 weken in België, met een volle agenda.
Onze twintigjarige BMW moest naar de schouwing. Ik had niet meer de tijd gevonden om hem te wassen. Leo kreeg te horen “Ah, dat is een groene.” Waarop hij antwoordde: “Nee, nen naft.” Omdat hij slechte punten kreeg heeft Leo de schokdempers vooraan moeten vervangen. Ik heb geassisteerd, meer gekeken eigenlijk. Uren werk, zwaar werk. Maar onze gewassen ‘groene’ mag weer de baan op.
In de tuin was er nog een ambetant werk. Er moest een spar, ex kerstboom, van 23 jaar oud omgezaagd worden. Al een paar jaar uitgesteld. Ook uren werk. En ik mocht weer kijken, en af en toe aan een touw trekken. Ook dat werk bracht Leo tot een goed eind en ik heb daarna dagen gehakseld.
Van een heel andere orde waren de drie etentjes. Uren aan een tafel zitten en vooral babbelen met mensen… niet echt Leo zijn ding.
De huisarts, de tandarts, de cardioloog… we hebben het allemaal klaargespeeld.
En nu zijn we weer thuis in Albufeira. Geen shuttle deze keer, Jan stond ons op te wachten. En Fred had voor een mand appelsienen gezorgd in de kuip, met ‘Welkom thuis’ erbij. Zelfs de wind, die nog fel waaide bij de landing, werkte mee, en ging tegen avond liggen zodat ik een rustige nacht had.
Deze morgen was ik erbij op de mannenkoffie. Tegenwoordig hebben Fred, Jan en Leo hun stamtafel bij Paràgrafo. Ik kwam meteen te weten wat er vandaag op het programma stond. De Tequila moest om 12 uur uit het water om de dichtingsring van de saildrive te laten vervangen. Vermits Fred deze herstelling liet doen op aanraden van Leo, was meevaren als matroos, het minste wat Leo kon doen. En zoals ik al verwacht had, bleef het niet alleen bij controleren hoe de technieker het deed. Leo zijn handen moesten ook vuil worden, gelukkig bleef zijn hemd netjes.
Voor de volgende dagen plannen we niets, gewoon van ‘België modus’ proberen over te schakelen naar ‘Portugal modus’. Dit wil niet zeggen dat we iedereen die we in België achterlieten zo maar meteen vergeten. Jullie zitten in ons hoofd en hart, we kennen de zorgen en leven mee. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan collega en naamgenoot Liesbet...

 


Foto: Ogen toegeknepen voor de tropenzon.
foto Kralendijk 26 februari 2017

Hoe langer we op Bonaire waren, hoe beter het ging met mijn verkoudheid, maar Leo, Fons en Rita begonnen te niezen en te snotteren. Gelukkig konden we al de duikdagen, nog gezond en wel, met ons vier onder water. De eerste duikplaatsen had Fons gekozen maar hij stond erop dat wij de laatste twee zelf kozen. Alles waar ‘ervaren duikers’ bij stond werd afgekeurd. We zijn geen 40 meer. Dan keek ik naar de gemakkelijkheidsgraad om te water te gaan, of er stroming was, wat er te zien was. Onze keus viel op nr 49 Salt Pier en nr 17 Weber’s Joy.

Kantduiken, betekende in Frankrijk meestal vanaf een zandstrand het water instappen. In Bonaire stap je in de meeste gevallen over afgestorven koraal. Wat van ver, op keien en stenen lijkt, zijn eigenlijk kunstwerkjes, harde overblijfselen van koralen. Ik begon meteen mooie exemplaren uit te zoeken om mee naar huis te nemen, maar Fons vertelde dat dit verboden is. En Leo wilde geen verboden spullen in de bagage. Spijtig. Wij moesten dus over die dode koralen stappen om in het water te geraken, soms een paar meter, soms enkele trappen, soms een dam. Al de duikers gingen voorzichtig te water, hand in hand, voetje per voetje. Dat Leo en ik het extra moeilijk hadden, lag een beetje aan onszelf. Toen we een lichter pak kochten, namen we ook meteen lichtere botjes. Koude voeten zou toch geen probleem zijn. Had ik spijt, dat onze duikbotjes met stevige zool thuis in de kast lagen terwijl de koralen venijnig in onze hielen en voetzolen prikten. Bij de derde duik viel ik, in de branding, op mijn knieën. De blauwe plek heb ik nog. Ik deed geen poging meer om recht te staan maar trok mij gewoon over de bodem naar dieper water. Dat werd voor de rest van de vakantie mijn manier om te water te gaan, op de buik, beter dan omver gekegeld te worden door een golf.
De laatste twee duikstekken waren mooie plaatsen. Salt Pier is een bouwsel in de zee, op hoge poten, waar vrachtschepen het zout uit de zoutmeren komen laden. Als er geen boot ligt mag je duiken. Er waren enorm veel vissen. We zijn al wat gewoon, maar hier rond de pijlers krioelde het van de vis. Op een bepaald moment zag ik een vis, heel dichtbij, die groter was dan mezelf. Waw! Weer een nieuwe ervaring.
Onze laatste duikstek, Weber’s Joy, stond beschreven als een plaats waar fotografen hun hart kunnen ophalen. We moesten wel enkele trappen af, in vol ornaat, maar het loonde de moeite, veel begroeiing, veel vis. Dat er veel onderwaterfotografen passeerden merkte Leo toen hij een roodfilterke vond. Bij wijze van test hield hij dit voor ons toestelleke en de foto’s van die laatste duik zijn spectaculair beter van kleur. Weer wat bijgeleerd.
We hopen dat Fons en Rita hun zoektocht naar een zeepaardje, beloond mag worden. Wij zijn alweer in België. Niet zonder de nodige hindernissen. In Schiphol werden onze paspoorten vier keer gecontroleerd en we werden ook gefouilleerd. Bij de allerlaatste controle ‘Niets aan te geven’ moest Leo aan de kant. Zijn identiteitskaart stond ‘geseind’! In Lissabon is zijn portefeuille ooit gestolen en men dacht dat men met de gestolen kaart te maken had. Dit zorgde toch voor een half uur vertraging. We zijn hier in Affligem al naar het gemeentehuis geweest. Daar beweerde men dat de kaart niet ‘geseind’ staat? Vanaf nu zullen de paspoortcontroles dus wat spannender zijn.


Foto : Duiken op Bonaire..
foto Kralendijk 23 februari 2019


Onze duikreis naar tropisch water begon niet onder goede omstandigheden. Ik was koortsig, had hoofdpijn en een geïrriteerde keel. Dan is tien uur stilzitten in het vliegtuig geen pretje. Voor Leo evenmin. Hij had last in zijn rug. En zijn rechterbeen, dat hij vorig jaar openhaalde, zwol op door de decompressie.
Toen we eindelijk onze eerste stappen op de bodem van Bonaire zetten, leerden we meteen dat het in de tropen altijd waait. Ik denk dat de palmbomen hier nooit stil staan. En het was veel te warm voor onze Belgische kledij. Fons en Rita zorgden dan weer voor een ander soort warmte, fijn. Maar wat Rita gevreesd had, werd werkelijkheid. De pick-up die in ons pakket zat, was er eentje voor twee personen. Al de andere waren verhuurd, dus kropen Rita en ik dicht bij elkaar en Fons mocht in de laadbak. Dat mag hier naar ‘t schijnt. En de gordel dragen is ook al niet verplicht. Motorrijders dragen geen helm, geen beschermende kledij. En de politie heeft geen ‘blaas instrumenten’ om de alcohol te meten… Maar laat ik over het duiken vertellen.
Woensdag deden we onze eerste ‘verplichte’ duik op het huisrif van Wannadive, het centrum waar we onbeperkt lood, lucht en natuurlijk ook een fles krijgen. Volgens de info zou men hier in de gaten houden of we ‘bekwaam’ zijn om tussen de koralen te duiken. In de praktijk was het gewoon een autonome duik met ons vier. Ons vier, dat is Leo, Fons, Rita en ik. Ons dik duikpak ligt thuis en met mijn nieuw, dun surfpak had ik nog nooit gedoken. Neem daarbij een aluminium fles die minder weegt dan onze stalen flessen. Ik nam toch maar 8 kg lood mee. Zelfs daarmee had ik nog veel moeite om onder water te geraken. Fons merkte het en stopte tijdens het duiken nog wat extra lood in mijn jacket. Wel handig een duikinstructeur die een oogje in het zeil houdt.
Vanaf donderdag kozen we zelf onze duiklocaties aan de hand van de praktische ‘Duikgids Bonaire’ die Fons en Rita kochten. Weeral handig die duikmaten. En we hadden ondertussen onze pick-up kunnen ruilen voor eentje met vier zitplaatsen. Gelukkig maar. Want we hadden te doen met Fons, die in de verzengende zon in de laadbak zat, terwijl wij genoten van de airco.
We doken op nr 31 Front Porch, nr 36 Windsok, nr 51 Invisibles en nr 13 Tolo.
Elke plaats was anders, maar overal was het water helder en warm. Meer dan een uur duiken, zonder kap, zonder handschoenen, dat is nieuw voor ons. De vissen, daar heb ik geen woorden voor, net een aquarium. Ik ben er nog niet in geslaagd ze te benoemen. Lijkt me onbegonnen werk. En de begroeiing, die zou niet misstaan als decor in een sprookjesfilm van Walt Disney, harde en zachte koralen in al de kleuren van de regenboog. In de gids lees je wat er te zien is maar ook of de duikplaats geschikt is voor beginnende duikers, voor iedereen of voor ervaren duikers. Verder weet je ook meteen of er stroming zal zijn en of je makkelijk in en uit het water kan. Dat laatste is toch even opletten. Vaak moet je over wat oneffenheden om de zee in te geraken. Toen ik bij Invisibles uit het water kwam waren er ook wat golven. Je bent een uur gewichtloos geweest en dan loop je daar met een loodgordel van 10 kg en kanjer van een fles op je rug. Gevolg, ik viel en kwam op mijn rug in de branding terecht. Dat was verschieten, omdraaien lukte niet meteen. Ik was blij dat ik mijn mondstuk nog in had zodat ik kon blijven ademen terwijl het water regelmatig over me heen spoelde. En gelukkig was er de helpende hand van Leo. Vanaf nu stappen we hand in hand uit de zee.


Foto : Knabbeltje de zeemuis.

fotoAlbufeira 15 februari 2019

We gaan nog eens verhuizen, van Portugal naar België. Want we gaan duiken weet je nog wel, op Bonaire. Fons en Rita zitten daar al op ons te wachten. Maar eerst onze duikspullen oppikken thuis, en dan naar Schiphol. Wat en gedoe! Terwijl we hier zo relax leven. De dagen glijden voorbij met de gewone dagelijkse bezigheden, of ik kan ook zeggen, met de kleine dagelijkse gelukjes. Zo gaat Leo elke morgen ruim een uur flink stappen en dan komt hij meestal wel ergens de straatveegster tegen, een Oekraïense vriendelijke dame. Wat begon met een ‘Bom dia’ is soms al een gesprekje. ‘Wij doen hetzelfde,’ zei ze. ‘Maar ik word betaald om te stappen en jij niet.’ Nog meer geniet hij van de grote witte straathond. Die komt al afgelopen voor wat geknuffel als hij Leo opmerkt. En de laatste tijd heeft hij een kleinere hond in zijn kielzog. Die wil ook een knuffel en gaat daarvoor op zijn rug liggen. Als Leo de straathonden niet gezien heeft, is hij ongerust. Ik doe niet elke ochtend dezelfde wandeling, soms langs de vissers, dan de botenwerf, de kattenkolonie, de strandjes, de vuurtoren of de oude stad. Maar ‘s avonds loop ik hier dichtbij een blokje om en daar heb ik geregeld een paar jankende katten achter mij aan. Die weten al dat ze wat korrels krijgen.
De honden en katten gaan ons hier dus missen. Morgen zijn we weg. Dat wil zeggen dat we nu bezig zijn met de was, inpakken, kasten opruimen, proberen al het vers eten dat er nog is op te eten… Kuisen dat valt deze keer mee. Want we hebben de laatste tijd wat bezoek gekregen en dan ben ik toch altijd geneigd ietsje meer te doen wat de poets betreft.
In België zouden de temperaturen ver boven het gemiddelde zijn, dat hoorden we Frank Deboosere uitleggen. Maar we gaan toch maar onze winterjas meenemen.

 


Foto: Met de drone boven de oude romeinse brug

Albufeira 27 januari 2019

Albufeira 7 mei 2019 Naast slapen, eten, wandelen, zwemmen, lezen, tv kijken… doen we ook wel eens een uitstap. Gisteren trokken we naar het kasteel van Paderne, of beter gezegd de ruïnes daarvan. Nadat ik te weten kwam dat dit één van de zeven kastelen is op de Portugese vlag en dat die stenen op amper 10 km van hier liggen, nam ik mijn wandelboekje. Leo was vlug gemotiveerd voor de uitstap want de wandeling lag in een afgelegen streek. Ideaal om nog eens met ons ‘wesp’ te spelen, de drone die Leo vorige zomer kocht. Hij had na het ongeval met zijn been wat speelgoed nodig. Wij op weg dus, naar de watermolen. Daar was volgens mijn wandelboekje de startplaats. De weg ertoe echter, was nauwelijks berijdbaar. We lieten ons Mus achter bij het laatste huisje. De eigenaars hadden geknikt dat het geen probleem was, maar hun hondje dacht daar anders over! Amai! Aan de watermolen weer het geblaf van honden. Blijkbaar privaat terrein, maar er was een paadje gelaten voor de wandelaars. Een snoeischaar was welkom geweest bij het eerste deel van de wandeling, overgroeid. “Waar sleur jij mij mee naartoe?”, vroeg Leo. Maar aan de Romeinse brug amuseerden we ons. Mooi kunstwerk, in een smalle bosrijke vallei, met alleen maar wandelpaden. Waarom bouwden ze hier die smalle brug? Altijd toch een beetje mysterieus, overblijfselen van honderden jaren geleden. Leo speelde vanop de brug met Wesp. Ik was naar beneden geklauterd tot in de droge bedding. Ideale plek voor Leo om de drone te laten filmen en foto’s te maken, veel ruimte, geen mensen, geen interferenties. Wesp vloog ook een paar keer onder de brug door en ging, heel hoog, al even kijken naar het kasteel waar we naartoe wilden. Het wandelpad daar naartoe was veel beter, maar bergop natuurlijk. En dan boven de beloning, hoge muren, nog hogere muren en een gesloten ijzeren poort. Op één plaats kon je over de omwalling klimmen. Maar daar heb ik me niet aan gewaagd. Leo wel. Ik kon dus de beelden van Wesp zien. Terug naar de watermolen was een mooi wandelpad, en je kon over de dam die het water tegen hield naar de overkant. Maar daar hadden de eigenaars hekkens geplaatst met verbodsborden. Er was echter geen kat te zien en dus deden we het toch. Ik denk niet dat de honden het zullen vertellen?


Foto: Wij noemen dit de blue lagoon.

fotoAlbufeira 19 januari 2019

Bonaire, het vervolg. Alles is nog niet in orde maar we deden toch al heel wat. Zo gingen we hier in Albufeira bij de dokter en die keurde ons goed om te duiken. We kozen data, hotel, duikcentrum, vliegtuigmaatschappij… en we betaalden. Het staat dus vast. Op 19 februari, net over een maand, vliegen we naar Bonaire. Geen bootduiken deze keer zoals we dat in Frankrijk deden. We gaan alleen maar kantduiken doen, heel relax, vanuit een gehuurde pick-up. Leo kan dan eindelijk nog nog eens een weekje rondrijden in een auto met ballen. Met die pick-up zullen we zo maar even kunnen kiezen uit de 54 kantduikplekken die Bonaire rijk is, stuk voor stuk pareltjes, want het eiland maakt deel uit van een uitgestrekt natuurpark, koraalriffen, mangroves… niet beschadigd door orkanen, die komen er niet, en niet beschadigd door ankers, boten moeten aan boeien. Daarom is Bonaire de nr. 1 wat kantduiken betreft. En daarom wil ik naar Bonair. Wat een vrijheid, duiken waar en wanneer je er zin in hebt, zo lang je dat zelf wil, zo diep je dat zelf wil. Op een boot zit je midden jongere mannen, prima conditie, ze willen diep, ze willen veel zien… Ik wil alleen maar genieten. En dat genieten daar zijn we hier in Albufeira al volop mee bezig. We hebben ons laten registreren in het gemeentelijk zwembad. Dat moet, anders kom je er niet in. We gaan nu zwemmen op maandag, woensdag en vrijdag. In het grote, diepe bad zijn altijd banen vrij. Eerst baantjes trekken, dan enkele minuten watertrappen, elkaar slepen en daarna wat oefeningen onder water. Voor dat laatste gaat Leo eerst één van de redders verwittigen. Want toen die opmerkten dat Leo een hele lengte over de bodem zwom, kwam er eentje af. Ik dacht dat we onder ons voeten gingen krijgen, maar integendeel. Hij sprak zijn bewondering uit en gaf zelfs tips, maar vroeg ook om iemand te verwittigen volgende keer. Dat doen we dus. Als we vinden dat onze conditie genoeg aandacht kreeg, gaan we even in de jacuzzi en daarna nog wat zweten in het Turks bad. Heerlijke welness. En ondertussen blijven we wandelen en genieten van de Portugese lente. Alhoewel, gisteren kregen we hier ook wat gedruppel, maar toch nog 16°C, Belgische zomer zegt Leo.


Foto: Een opfrissingsduik met de duikclub van Albufeira

fotoAlbufeira 7 januari 2019

Toen Leo vorige zomer van de ene kliniek naar de andere moest, met zijn gewonde been, zei hij: Als dit allemaal achter de rug is, gaan we eens op reis. En dat liet me niet meer los. Joepie, op reis! Maar dan niet Albufeira, hier zijn we niet op reis, hier wonen we. Ik dacht aan iets wat we nog nooit deden, zoiets waarvan je op je ‘oude dag’ zegt: Daarvan heb ik spijt dat ik het niet gedaan heb, duiken op Bonaire bijvoorbeeld. Toen ik dat idee opperde, zei Leo dat hij wel wilde meegaan als ik dat echt heel graag wilde doen. Niet wild enthousiast weliswaar. Maar dan lieten Fons en Rita weten dat ze in februari met hun Sunshine op Bonaire zullen liggen. Aha. We begonnen al wat rond te kijken op internet en vorige week vroeg Leo plots of ik, te vinden was voor een refresh dive, hier bij Easy Divers. Hij was bij de plaatselijke duikclub al eens gaan kijken. Natuurlijk was ik daar voor te vinden en de dag erna om 14.00 uur begonnen we aan onze opfrissingscursus. Mario was onze instructeur. Eerst theorie: druk, oren, uitrusting… Wij knikten heel de tijd. Dan het zwembad in, eerder een duiktank. Onder water bril afnemen, weer opzetten, leegblazen, mondstuk uitnemen, een stukje boven de bodem zweven… het lukte allemaal. Goedgekeurd voor de bootduik. Met Raoul aan het stuur vloog de goed uitgeruste rib over de golven. Het werd een comfortabele duik onder het waakzame oog van Mario. De meeste dieren waren wat groter dan we gewoon waren in de Middellandse zee. Buiten de inktvissen, de murene, de talrijke vissen… vond ik de zeekomkommers hier wel heel speciaal en de naaktslakken waren kleurrijk en sierlijk. Eén grote vis volgde ons de hele tijd en zwom soms vlak voor mijn masker. Mario vertelde dat die wachtte tot we een steen zouden omdraaien, dan kon hij eten. Maar wat het meeste deugd deed was gewoon nog eens in de onderwaterwereld te mogen vertoeven en we weten nu dat je duiken niet afleert. Bijna 30 jaar trainingen in het zwembad hebben ervoor gezorgd dat we ons op ons gemak voelen tussen de vissen. We kunnen het nog. Leo kan op zijn twee oren slapen, ik zal de koralen op Bonaire niet kapot stampen. Maar eerst nog de papierwinkel in orde krijgen, lijkt niet zo simpel. Wordt vervolgd.


Foto: kust Albufeira "ons nieuwjaarskaartje"

foto

Albufeira 27 december 2018

Leo en ik zijn weer samen op de boot. Na vele weken, ver van elkaar, is het weerzien altijd bijzonder. Maar ik had niet verwacht Leo aan te treffen met tranen in zijn ogen. Een lange, stevige knuffel dan maar. Dat zegt meer dan woorden. Toen enkele minuten later de woorden dan toch kwamen, bleek dat ik het helemaal mis had. Ik was niet de oorzaak van de ontroering. Bij al de wachtenden op de luchthaven in Faro stond er ook een grote, zwarte hond, een bouvier. Die werd zowat zot toen hij ‘zijne mens’ terug zag. Ik had het kunnen denken, Leo en emoties, dan zijn er honden in het spel. Straathonden zijn er hier genoeg. Met een grote, wit gevlekte, heeft Leo al een speciale band opgebouwd. Hij komt hem elke morgen tegen op zijn ochtendwandeling. Toen we zondag voor het eerst weer naar Bispo (onze pastelaria) trokken, kreeg ik een warme knuffel van Carminha, de bejaarde uitbaatster, maar Leo kon niet binnen zonder eerst de straathond te knuffelen.
Verder moet hij het doen met de zwarte zwerfkat die haar stekje gevonden heeft bij Nikaia.. Nikaia is het restaurant hier bij de haven, waar Fred, Jan en Leo elke morgen samen hun koffie drinken. Ze spreken over het weer, over boten natuurlijk, waar het lekker eten is, de plaatselijke roddels, interessante weetjes… en mannenzaken! Leo zegt dat ze de wereldproblemen oplossen. Af en toe ga ik mee, maar ik geniet er ook van om wat langer in bed te liggen of mijn tijd te nemen voor het ontbijt.
De eerste dagen hadden we wel onmiddellijk wat ‘werk’ te doen. We hadden nog geen foto voor onze nieuwjaarswens. Daarvoor trokken we naar een verborgen strandje. Het vraagt wat klauterwerk om er te geraken en je moet er ook op het goeie moment zijn. Omdat het helemaal ingesloten is door rotsen heb je er maar enkele uren zon. En bij vloed is er helemaal geen strand, dan is er alleen zee. Eigenlijk zie je geen horizon, enkel een gat langs waar de golven binnen komen. Er was nog een beetje zon. We hadden wel onmiddellijk een discussie. Ik dacht dat het afgaand tij was, Leo meende opkomend. Toch vlug een foto. Ik installeer mijn fototoestel op de rugzakken, zelftimer... Toen kwam er een grote golf door het gat gebulderd. Leo, die braafjes was gaan zitten waar ik het wilde, raakte nog net in veiligheid. Hij liet op zijn smartphone zien dat de zee op kwam! Toen mijn fototoestel dan ook nog zei dat hij een andere batterij wilde, en die heb ik niet, gaven we het op. Het zal de foto worden die we onderweg namen.

Prettig eindejaar en goede vaart in 2019.