foto
Route

foto
Shetwins Home page
foto
Mus
OnzeShe Bemanning Thuishaven Contact Links Marinetrafic Reageren WinLink
Laatste update : 19-juni-2019 pittig kalm




Foto: Wandeling langs de oostkant.
fotoPorto Santo 18 juni 2019

Porto Santo, waar ligt dat en wat is er te zien? Die vraag krijgen we geregeld.
Wel, in vogelvlucht liggen we zo’n 50 km ten noordoosten van Madeira. Madeira is veel groter, hoger, groener, mooier, maar Porto Santo is veel ouder. Het eiland waar wij nu wonen bestaat al 14 miljoen jaar en Madeira nog maar 5 miljoen jaar!
We zijn veel te weten gekomen over ‘ons eiland’ toen we vorige donderdag een jeep safari deden. Drie uur reden we van het ene uitzichtpunt naar het andere, de helft van de tijd over niet verharde trails. Aan info ontbrak het niet. De robuuste dame die met de landrover reed, heeft geen moment gezwegen. Ondertussen wees ze naar links en rechts… terwijl ik liever had dat ze naar de weg zou kijken. Toen ik vroeg hoe lang ze dit werk al deed, antwoordde ze 26 jaar. Ik voelde me op slag wat veiliger. De Duitse vrouw naast me slaakte geregeld een gilletje, ik niet.
Wat leerden we? Dat we op Porto Santo geen vulkaan met krater zullen vinden. Het hele eiland is omhoog geduwd uit de zee, onderzeese vulkanen, alle soorten gesteenten, koraalriffen… Vanwege die koraalriffen is er ook kalk en zand op Porto Santo. Madeira heeft dat niet. Alle, zo heb ik het toch begrepen. En waarom ik dat allemaal vertel? Ik hou van stenen. Mijn vader bracht er mee van overal, mijn zus heeft een hele verzameling in haar tuin, mijn dochter is geoloog en mijn kleinkinderen zijn even blij met een mooie kei als met speelgoed. Vandaar dat Porto Santo me zo bevalt. Rotsen van alle kleuren, sommige keihard, andere poreus, bizarre erosie… ik kan me hier nog weken amuseren met wandelen en rondkijken. Maar toch vlug nog even vertellen wat we nog meer bezochten. Casa da Serra bijvoorbeeld, een stukje Bokrijk. Daar leerden we dat de platte broden, bolo de caco, niet van Madeira afkomstig zijn. Daar was hout genoeg voor normale ovens. Hier geen bomen, weinig hout. Men maakte een lavasteen heet en bakte daarop brood, eigenlijk meer een superdikke pannenkoek. We reden ook langs de luchthaven. Daar staat altijd een vliegtuigje klaar om zieken naar Madeira te vliegen. Hier is geen ziekenhuis. Wij hebben wel een golfterrein, met gras, met vijvers. Tegenwoordig maakt men zoet water door ontzilting van zeewater. En we hielden natuurlijk ook halt bij de basaltzuilen van Pico de Ana Ferreira, de geologische attractie van Porto Santo. Al de andere uitzichtpunten ga ik niet opsommen. Dan vertel ik liever nog iets over de wandeling die Leo en ik maakten naar het oosten. Ik probeerde al eens op mijn eentje maar vond het te link. Dus zaterdag trokken we er samen op uit, voorbij het waarschuwingsbord met vallende stenen en voorbij de info dat we het op eigen risico deden. Af en toe was een stuk van het paadje afgekalfd en dikwijls moesten we over gevallen stenen. Waarop Leo: Krijg zoiets op je kop, ik vind zeilen veiliger. De omgeving was wel heel mooi en ik was in mijn nopjes. Tot de weg plots versperd was door brokken lava. Steenlawine? Ik stond al klaar om terug te keren maar Leo klauterde er over. Ik volgde, maar voelde eerst of de rotsen wel vast lagen en vermeed het om naar rechts in de diepte te kijken. Gelukkig kregen we daarna de beloning voor ons ‘getaffel’. In het Brabants ‘gekleffer’. We kwamen aan de tunnel bij Ponta do Passo en daarna was het pad goed begaanbaar. Nog wat foto’s van verweerde zandsteen en plots zagen we een zandval, zoals een waterval maar dan van heel fijn zand. Misschien is het pad hier morgen versperd door een hoop zand.
In een restaurant verderop aten we een warme bolo de caco gevuld met lekkers en we besloten langs normale wegen terug naar de haven te wandelen. Veel stappen op de teller.

Foto: Zicht op de ligplaats in Porto Santo.

Porto Santo 12 juni 2019

Je moet voorlopig geen spannende verhalen van ons verwachten want we wonen op Porto Santo, een eiland. Weg van de beschaving, durf ik niet te zeggen, want we hebben hier alles wat we nodig hebben. Maar toch heb je dat eilandgevoel, ander tempo, nog heel authentiek, geen mega toerisme. En daar voelen we ons heel goed bij. Zelfs het aankomen met onze She was rustig want je kan Porto Santo dag en nacht aanlopen, geen problemen met de diepte en goed beschut door lange strekdammen. De steiger waar de meeste zeiljachten liggen was helaas volzet. Maar omdat wij eerder bij de kleintjes horen, vonden we op de B steiger nog een box, waar we net in pasten. Oef! Wel een kleinere vinger maar toch comfortabel met water, elektriciteit en een super vriendelijke Portugese buur die hier al een paar jaar op zijn boot woont. Wij denken hier geen jaren te blijven maar misschien toch een maand, want het liggeld is, voor onze 36 voet, zo’n 25 euro per dag, maar voor een maand slechts 120 euro. Tijd in overvloed dus, daarom zijn we nog niet aan het stressen over wat we allemaal moeten zien op het eiland (van 11 km lang) en hoe we dat gaan doen. Voorlopig deden we alles te voet. We wandelen dagelijks de 2 km naar Vila Baleira, het grootste ‘dorp’ van het eiland. Daar kennen we zowat alle straten, we probeerden een paar restaurantjes en nog meer pastelaria’s. Leo zijn favoriete koffie heet hier niet ebatanado maar chino. De Pingo Doce supermarkt bezoeken we geregeld en we gingen ook een kijkje nemen in het huis waar Christoffel Columbus met zijn derde vrouw woonde en waar zijn zoon geboren werd. Ja ja, derde vrouw, volgens het museum. Op internet vind ik niks over de eerste twee die alleen maar dochters kregen.

Internet heeft het wel goed wat het weer hier betreft. De temperaturen van lucht en water schommelen nauwelijks, heel het jaar rond de 20°C, in de winter wat eronder, in de zomer wat erboven. Dat wil zeggen dat we van de hitte van de Algarve verlost zijn. Je kan hier ook in de namiddag wandelen en ‘s nachts kan je een deken gebruiken. Tijd om te relaxen!


Foto: Porto Santo land in zicht.
fotoPorto Santo 6 juni 2019

Als je iets wil zien dat je nog nooit zag, moet je iets doen, dat je nog nooit deed. Wij wilden Porto Santo zien. Dus begonnen we zaterdag aan onze 487 mijl, voor ons, een nieuw record. Wat het zeilen betreft, verwachtte ik niet echt nieuwe belevenissen. Water is water, dacht ik zo. Maar ik kreeg iets totaal nieuws, zeeziekte. We waren nog geen uur weg of ik gaf al over. We zeilen al het 14 de jaar met onze She Twins, daarvoor 6 jaar met onze She Witch en daarvoor een jaartje met onze Ushuaia. Al die jaren was ik een held in het niet ziek worden. Ik begrijp het niet. Leo begreep het wel. Zijn uitleg: “Er zijn zeilers die al zeeziek geweest zijn, en er zijn er die nog zeeziek moeten worden.” Zo simpel is dat. Ik ondervond dat het niet gewoon wat overgeven is, een doffe ellende, dat is het. Tot niets in staat, onmogelijk iets in het logboek te schrijven, niet in staat te gaan plassen zonder overgeven… overal de emmer mee. Na een dag ziek vond ik het genoeg en begon te graven in de voorraadkast aan bakboord waar de boordapotheek zit, emmer bij de hand. De vervallen stugeron die Walter ons in 2015 voorschreef zat nog in de juiste doos. Inslikken, motilium erbij en liggen… Dank u Walter. Zondag was ik weer een mens.
Wat het zeilen betreft had ik niet veel gemist.
Zaterdag, noord 2 bft, te weinig wind, te veel golven.
Zondag ging het beter, noord 3 tot 4 bft. Leo boomde de genua uit en met een bulletalie op de giek vlinderden we zuidwaarts. Tegen zonsondergang kregen we af en toe 5 bft en de zee bouwde zich op. Leo stak een reef in het grootzeil. Met iets mindere snelheid, zeilden we veilig de nacht door, vergezeld door een maanloze, prachtige sterrenhemel en lichtgevend plankton.
Maandag, ongeveer hetzelfde scenario, maar wel af en toe spatten in de kuip.
Dinsdag gingen de poppetjes aan het dansen. De wind draaide en we kregen een koers aan de wind, stampen, zeewater over het dek en de luiken, oncomfortabel. Koken en afwassen: topsport. Onze laatste nacht gingen we in met twee reven in ‘t grootzeil en een klein fokje, laatste loodjes, lange nacht, vermoeiende wachten.
Woensdag na het ontbijt zag Leo land. Volgens de geplogenheden op zee had hij daarom recht op een extra portie rum. Maar gezien we geen rum aan boord hebben, hebben we dat ‘zee-gebruik’ niet gevolgd. En sorry, Jan Van Hex, we hebben ook dat andere gebruik om een munt te werpen bij de havenuitgang, niet gevolgd. Gelukkig liet ik in de kapel van Nossa Senhora da Orada een kaarsje branden, zodat we een veilige overtocht hadden.
Maar ernstig nu. We zijn tevreden over deze oversteek. Soms wat pittig en dat waren we de laatste jaren niet meer gewoon. Onze trajecten langs de kust planden we
bij voorkeur op dagen met rustige omstandigheden. Gelukkig hadden we deze keer altijd een bezeilde koers. We verbruikten amper 15 liter diesel om met een comfortabele snelheid door de trafic lanes te gaan. En nog meer gelukkig was ik met de gribfiles die Leo ‘s avonds met de SSB, (korte golf) binnen haalde. Een hele geruststelling om te weten welk weer er zit aan te komen.

En nu kijken we een hele tijd niet meer naar het weer. Porto Santo valt mee, we liggen aan een steiger met vinger, we betalen maar 120 euro voor een maand, we hebben nog hier nog veel te verkennen, we blijven hier even wonen. Maar voorlopig doen we het kalm aan, landziek. Na 24 uur beweegt het land nog steeds en ook de douche en ook de stoel in het restaurant… We wonen hier graag.



Foto: Laatste zicht op de uitgang.
 fotoAlbufeira 31 mei 2019

Als alles naar wens verloopt komt ons volgende bericht uit Porto Santo, het eilandje ten noorden van Madeira. Morgen willen we vertrekken. We houden al dagen de weervoorspellingen in de gaten. Een beetje spannend, want we willen ‘normaal’ weer voor een dag of vijf. Het is namelijk zo’n 500 mijl tot ginder en daar gaan we toch een tijdje over doen. Onze voorraad diesel, 140 liter, is niet voldoende om tot ginder te motoren. We rekenen dus op wind. Voor Leo mag die goed waaien, ik hou het liever wat kalmer. Om te beginnen gaan we nog te maken krijgen met een stevige levant. In de straat van Gibraltar is het al een paar dagen goed aan het blazen en dat voelen we tot hier, aan de wind en de golven. De eerste twee dagen gaat Leo dus zijn wind krijgen. Daarna zou het rustiger worden. En ik ben blij dat de meeste weersites het hierover eens zijn. Volgens Cornell, schrijver van de bijbel voor de lange afstandszeiler, is de zomer de beste tijd om deze tocht te maken. En, de stroming zit in dit gebied lichtjes naar het zuiden, alle beetjes helpen. Maar het meeste voordeel gaan we hopelijk hebben van de hier overheersende noordenwind. Verder is het opletten voor een paar ‘gevaarlijke’ zones. Het stuk van de oceaan waar we zullen varen is overal 4000 m diep, behalve dan op een paar plaatsen waar het maar 20 m of 40 m is. Daar mag je brekers verwachten. We krijgen liever geen tonnen water op ons gesmeten. Daarom gaan we daar in een boog om heen.
Dan wil ik nog vlug vertellen dat we volgende winter graag terug in Albufeira willen wonen, maar met een zeilboot weet je niet altijd waar je terecht komt. We hebben toch alvast ons plekje gereserveerd.
Ziezo, nu weten jullie een beetje wat ons te wachten staat.
Vier of vijf dagen, geen telefoon, geen internet… Als het lukt met de zender, zal Leo alle dagen een puntje zetten op de kaart. Je kan dit volgen op onze website, bovenaan rechts bij WinLink.



Foto: Wat zwemt daar?
fotoAlbufeira 22 mei 2019

Na een paar dagen België, terug bij Leo in Albufeira. Ik wilde de uitvaart van ex-collega Liesbet niet missen. We hebben een groot stuk van ons leven samen voor kinderen en voor elkaar gezorgd. Dat schept een band, anders dan familie, maar minstens even intens. Ik ben blij dat ik er bij was. Het deed zo’n deugd bij mensen te zijn met hetzelfde gemis, het deed zo’n deugd herinneringen op te halen… alleen spijtig dat jij er niet bij was Liesbet.
Maar ondertussen zit ik dus weer in het warme zuiden. Zoals gewoonlijk was Leo vroeg uit de veren voor zijn lange ochtendwandeling. Ik koos een rustige wandeling langs de boatyard naar de haveningang en dan over de dam tot aan het rode baken.
Onderweg kom ik langs een klein strandje, Praia da Baleeira. Het lag er zo rustig bij, en meer nog dan anders voelde ik de verleiding hier te komen snorkelen. Dus, na de mannenkoffie, begon ik te argumenteren tegen Leo. Zwemmen doet hij elke dag, maar liever in de namiddag, en liever rond de boot, geen zand aan je voeten… Toch wist ik hem te overhalen. Het zou mooi zijn als de drone foto’s kon maken. Voor de drone liever niet te veel wind en in de namiddag komt de Nortada. Het was eb, en in de namiddag zou er zelfs geen strand zijn. En alhoewel hij zijn 10000 stappen al had, stapte hij toch mee naar het strandje. Het was zalig, in het begin wat koud, maar dat had ik verwacht. Niet verwacht was, dat de meeuwen weer onmiddellijk in de aanval gingen. Ons ‘wesp’ was nog maar pas opgestegen of ze kwamen al luid krijsend aanvliegen. Met drie waren ze, eentje was heel dapper en maakte duikvluchten rakelings langs de drone. Ik was er niet gerust in. Na de landing bleven ze ons, van boven op de rotsen, in de gaten houden. Zij waren de enige toeschouwers. Voor de rest waren we helemaal alleen. Je kan niet met de auto bij het strandje, geen ‘toerisme’ dus.
Dat vinden we leuk aan Albufeira. Als je een kwartiertje wil stappen, kom je langs een prachtige rotskust, goed voor uren wandelplezier. Alleen bij de strandpaviljoenen waar je met de auto kan komen, wil het wel eens druk zijn. Daar heb ik geen probleem mee. Iedereen mag van de Algarve genieten. Er zijn
nog genoeg plekjes waar je alleen kan zijn met de zee. Laat ons hopen dat de Portugezen zo slim zijn het zo te houden. Want er wordt hier veel gebouwd.
En tot slot nog even vertellen dat we zeker in de haven blijven tot einde mei. Daarna zal het van de windvoorspellingen afhangen wat we gaan doen.


Foto: De boot van Fred had aandacht nodig.
fotoAlbufeira 7 mei 2019

Leo was 2 weken in België, met een volle agenda.
Onze twintigjarige BMW moest naar de schouwing. Ik had niet meer de tijd gevonden om hem te wassen. Leo kreeg te horen “Ah, dat is een groene.” Waarop hij antwoordde: “Nee, nen naft.” Omdat hij slechte punten kreeg heeft Leo de schokdempers vooraan moeten vervangen. Ik heb geassisteerd, meer gekeken eigenlijk. Uren werk, zwaar werk. Maar onze gewassen ‘groene’ mag weer de baan op.
In de tuin was er nog een ambetant werk. Er moest een spar, ex kerstboom, van 23 jaar oud omgezaagd worden. Al een paar jaar uitgesteld. Ook uren werk. En ik mocht weer kijken, en af en toe aan een touw trekken. Ook dat werk bracht Leo tot een goed eind en ik heb daarna dagen gehakseld.
Van een heel andere orde waren de drie etentjes. Uren aan een tafel zitten en vooral babbelen met mensen… niet echt Leo zijn ding.
De huisarts, de tandarts, de cardioloog… we hebben het allemaal klaargespeeld.
En nu zijn we weer thuis in Albufeira. Geen shuttle deze keer, Jan stond ons op te wachten. En Fred had voor een mand appelsienen gezorgd in de kuip, met ‘Welkom thuis’ erbij. Zelfs de wind, die nog fel waaide bij de landing, werkte mee, en ging tegen avond liggen zodat ik een rustige nacht had.
Deze morgen was ik erbij op de mannenkoffie. Tegenwoordig hebben Fred, Jan en Leo hun stamtafel bij Parŕgrafo. Ik kwam meteen te weten wat er vandaag op het programma stond. De Tequila moest om 12 uur uit het water om de dichtingsring van de saildrive te laten vervangen. Vermits Fred deze herstelling liet doen op aanraden van Leo, was meevaren als matroos, het minste wat Leo kon doen. En zoals ik al verwacht had, bleef het niet alleen bij controleren hoe de technieker het deed. Leo zijn handen moesten ook vuil worden, gelukkig bleef zijn hemd netjes.
Voor de volgende dagen plannen we niets, gewoon van ‘België modus’ proberen over te schakelen naar ‘Portugal modus’. Dit wil niet zeggen dat we iedereen die we in België achterlieten zo maar meteen vergeten. Jullie zitten in ons hoofd en hart, we kennen de zorgen en leven mee. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan collega en naamgenoot Liesbet...

 


Foto: Ogen toegeknepen voor de tropenzon.
foto Kralendijk 26 februari 2017


Hoe langer we op Bonaire waren, hoe beter het ging met mijn verkoudheid, maar Leo, Fons en Rita begonnen te niezen en te snotteren. Gelukkig konden we al de duikdagen, nog gezond en wel, met ons vier onder water. De eerste duikplaatsen had Fons gekozen maar hij stond erop dat wij de laatste twee zelf kozen. Alles waar ‘ervaren duikers’ bij stond werd afgekeurd. We zijn geen 40 meer. Dan keek ik naar de gemakkelijkheidsgraad om te water te gaan, of er stromi
ng was, wat er te zien was. Onze keus viel op nr 49 Salt Pier en nr 17 Weber’s Joy.
Kantduiken, betekende in Frankrijk meestal vanaf een zandstrand het water instappen. In Bonaire stap je in de meeste gevallen over afgestorven koraal. Wat van ver, op keien en stenen lijkt, zijn eigenlijk kunstwerkjes, harde overblijfselen van koralen. Ik begon meteen mooie exemplaren uit te zoeken om mee na
ar huis te nemen, maar Fons vertelde dat dit verboden is. En Leo wilde geen verboden spullen in de bagage. Spijtig. Wij moesten dus over die dode koralen stappen om in het water te geraken, soms een paar meter, soms enkele trappen, soms een dam. Al de duikers gingen voorzichtig te water, hand in hand, voetje per voetje. Dat Leo en ik het extra moeilijk hadden, lag een beetje aan onszelf. Toen we een lichter pak kochten, namen we ook meteen lichtere botjes. Koude voeten zou toch geen probleem zijn. Had ik spijt, dat onze duikbotjes met stevige zool thuis in de kast lagen terwijl de koralen venijnig in onze hielen en voetzolen prikten. Bij de derde duik viel ik, in de branding, op mijn knieën. De blauwe plek heb ik nog. Ik deed geen poging meer om recht te staan maar trok mij gewoon over de bodem naar dieper water. Dat werd voor de rest van de vakantie mijn manier om te water te gaan, op de buik, beter dan omver gekegeld te worden door een golf.
De laatste twee duikstekken waren mooie plaatsen. Salt Pier is een bouwsel in de zee, op hoge poten, waar vrachtschepen het zout uit de zoutmeren komen laden. Als er geen boot ligt mag je duiken. Er waren enorm veel vissen. We zijn al wat gewoon, maar hier rond de pijlers krioelde het van de vis. Op een bepaald moment zag ik een vis, heel dichtbij, die groter was dan mezelf. Waw! Weer een nieuwe ervaring.
Onze laatste duikstek, Weber’s Joy, stond beschreven als een plaats waar fotografen hun hart kunnen ophalen. We moesten wel enkele trappen af, in vol ornaat, maar het loonde de moeite, veel begroeiing, veel vis. Dat er veel onderwaterfotografen passeerden merkte Leo toen hij een roodfilterke vond. Bij wijze van test hield hij dit voor ons toestelleke en de foto’s van die laatste duik zijn spectaculair beter van kleur. Weer wat bijgeleerd.
We hopen dat Fons en Rita hun zoektocht naar een zeepaardje, beloond mag worden. Wij zijn alweer in België. Niet zonder de nodige hindernissen. In Schiphol werden onze paspoorten vier keer gecontroleerd en we werden ook gefouilleerd. Bij de allerlaatste controle ‘Niets aan te geven’ moest Leo aan de kant. Zijn identiteitskaart stond ‘geseind’! In Lissabon is zijn portefeuille ooit gestolen en men dacht dat men met de gestolen kaart te maken had. Dit zorgde toch voor een half uur vertraging. We zijn hier in Affligem al naar het gemeentehuis geweest. Daar beweerde men dat de kaart niet ‘geseind’ staat? Vanaf nu zullen de paspoortcontroles dus wat spannender zijn.


Foto : Duiken op Bonaire..

foto Kralendijk 23 februari 2019


Onze duikreis naar tropisch water begon niet onder goede omstandigheden. Ik was koortsig, had hoofdpijn en een geďrriteerde keel. Dan is tien uur stilzitten in het vliegtuig geen pretje. Voor Leo evenmin. Hij had last in zijn rug. En zijn rechterbeen, dat hij vorig jaar openhaalde, zwol op door de decompressie.
Toen we eindelijk onze eerste stappen op de bodem van Bonaire zetten, leerden we meteen dat het in de tropen altijd waait. Ik denk dat de palmbomen hier nooit stil staan. En het was veel te warm voor onze Belgische kledij. Fons en Rita zorgden dan weer voor een ander soort warmte, fijn. Maar wat Rita gevreesd had, werd werkelijkheid. De pick-up die in ons pakket zat, was er eentje voor twee personen. Al de andere waren verhuurd, dus kropen Rita en ik dicht bij elkaar en Fons mocht in de laadbak. Dat mag hier naar ‘t schijnt. En de gordel dragen is ook al niet verplicht. Motorrijders dragen geen helm, geen beschermende kledij. En de politie heeft geen ‘blaas instrumenten’ om de alcohol te meten… Maar laat ik over het duiken vertellen.
Woensdag deden we onze eerste ‘verplichte’ duik op het huisrif van Wannadive, het centrum waar we onbeperkt lood, lucht en natuurlijk ook een fles krijgen. Volgens de info zou men hier in de gaten houden of we ‘bekwaam’ zijn om tussen de koralen te duiken. In de praktijk was het gewoon een autonome duik met ons vier. Ons vier, dat is Leo, Fons, Rita en ik. Ons dik duikpak ligt thuis en met mijn nieuw, dun surfpak had ik nog nooit gedoken. Neem daarbij een aluminium fles die minder weegt dan onze stalen flessen. Ik nam toch maar 8 kg lood mee. Zelfs daarmee had ik nog veel moeite om onder water te geraken. Fons merkte het en stopte tijdens het duiken nog wat extra lood in mijn jacket. Wel handig een duikinstructeur die een oogje in het zeil houdt.
Vanaf donderdag kozen we zelf onze duiklocaties aan de hand van de praktische ‘Duikgids Bonaire’ die Fons en Rita kochten. Weeral handig die duikmaten. En we hadden ondertussen onze pick-up kunnen ruilen voor eentje met vier zitplaatsen. Gelukkig maar. Want we hadden te doen met Fons, die in de verzengende zon in de laadbak zat, terwijl wij genoten van de airco.
We doken op nr 31 Front Porch, nr 36 Windsok, nr 51 Invisibles en nr 13 Tolo.
Elke plaats was anders, maar overal was het water helder en warm. Meer dan een uur duiken, zonder kap, zonder handschoenen, dat is nieuw voor ons. De vissen, daar heb ik geen woorden voor, net een aquarium. Ik ben er nog niet in geslaagd ze te benoemen. Lijkt me onbegonnen werk. En de begroeiing, die zou niet misstaan als decor in een sprookjesfilm van Walt Disney, harde en zachte koralen in al de kleuren van de regenboog. In de gids lees je wat er te zien is maar ook of de duikplaats geschikt is voor beginnende duikers, voor iedereen of voor ervaren duikers. Verder weet je ook meteen of er stroming zal zijn en of je makkelijk in en uit het water kan. Dat laatste is toch even opletten. Vaak moet je over wat oneffenheden om de zee in te geraken. Toen ik bij Invisibles uit het water kwam waren er ook wat golven. Je bent een uur gewichtloos geweest en dan loop je daar met een loodgordel van 10 kg en kanjer van een fles op je rug. Gevolg, ik viel en kwam op mijn rug in de branding terecht. Dat was verschieten, omdraaien lukte niet meteen. Ik was blij dat ik mijn mondstuk nog in had zodat ik kon blijven ademen terwijl het water regelmatig over me heen spoelde. En gelukkig was er de helpende hand van Leo. Vanaf nu stappen we hand in hand uit de zee.


Foto : Knabbeltje de zeemuis.

fotoAlbufeira 15 februari 2019

We gaan nog eens verhuizen, van Portugal naar België. Want we gaan duiken weet je nog wel, op Bonaire. Fons en Rita zitten daar al op ons te wachten. Maar eerst onze duikspullen oppikken thuis, en dan naar Schiphol. Wat en gedoe! Terwijl we hier zo relax leven. De dagen glijden voorbij met de gewone dagelijkse bezigheden, of ik kan ook zeggen, met de kleine dagelijkse gelukjes. Zo gaat Leo elke morgen ruim een uur flink stappen en dan komt hij meestal wel ergens de straatveegster tegen, een Oekraďense vriendelijke dame. Wat begon met een ‘Bom dia’ is soms al een gesprekje. ‘Wij doen hetzelfde,’ zei ze. ‘Maar ik word betaald om te stappen en jij niet.’ Nog meer geniet hij van de grote witte straathond. Die komt al afgelopen voor wat geknuffel als hij Leo opmerkt. En de laatste tijd heeft hij een kleinere hond in zijn kielzog. Die wil ook een knuffel en gaat daarvoor op zijn rug liggen. Als Leo de straathonden niet gezien heeft, is hij ongerust. Ik doe niet elke ochtend dezelfde wandeling, soms langs de vissers, dan de botenwerf, de kattenkolonie, de strandjes, de vuurtoren of de oude stad. Maar ‘s avonds loop ik hier dichtbij een blokje om en daar heb ik geregeld een paar jankende katten achter mij aan. Die weten al dat ze wat korrels krijgen.
De honden en katten gaan ons hier dus missen. Morgen zijn we weg. Dat wil zeggen dat we nu bezig zijn met de was, inpakken, kasten opruimen, proberen al het vers eten dat er nog is op te eten… Kuisen dat valt deze keer mee. Want we hebben de laatste tijd wat bezoek gekregen en dan ben ik toch altijd geneigd ietsje meer te doen wat de poets betreft.
In België zouden de temperaturen ver boven het gemiddelde zijn, dat hoorden we Frank Deboosere uitleggen. Maar we gaan toch maar onze winterjas meenemen.

 


Foto: Met de drone boven de oude romeinse brug

Albufeira 27 januari 2019

Albufeira 7 mei 2019 Naast slapen, eten, wandelen, zwemmen, lezen, tv kijken… doen we ook wel eens een uitstap. Gisteren trokken we naar het kasteel van Paderne, of beter gezegd de ruďnes daarvan. Nadat ik te weten kwam dat dit één van de zeven kastelen is op de Portugese vlag en dat die stenen op amper 10 km van hier liggen, nam ik mijn wandelboekje. Leo was vlug gemotiveerd voor de uitstap want de wandeling lag in een afgelegen streek. Ideaal om nog eens met ons ‘wesp’ te spelen, de drone die Leo vorige zomer kocht. Hij had na het ongeval met zijn been wat speelgoed nodig. Wij op weg dus, naar de watermolen. Daar was volgens mijn wandelboekje de startplaats. De weg ertoe echter, was nauwelijks berijdbaar. We lieten ons Mus achter bij het laatste huisje. De eigenaars hadden geknikt dat het geen probleem was, maar hun hondje dacht daar anders over! Amai! Aan de watermolen weer het geblaf van honden. Blijkbaar privaat terrein, maar er was een paadje gelaten voor de wandelaars. Een snoeischaar was welkom geweest bij het eerste deel van de wandeling, overgroeid. “Waar sleur jij mij mee naartoe?”, vroeg Leo. Maar aan de Romeinse brug amuseerden we ons. Mooi kunstwerk, in een smalle bosrijke vallei, met alleen maar wandelpaden. Waarom bouwden ze hier die smalle brug? Altijd toch een beetje mysterieus, overblijfselen van honderden jaren geleden. Leo speelde vanop de brug met Wesp. Ik was naar beneden geklauterd tot in de droge bedding. Ideale plek voor Leo om de drone te laten filmen en foto’s te maken, veel ruimte, geen mensen, geen interferenties. Wesp vloog ook een paar keer onder de brug door en ging, heel hoog, al even kijken naar het kasteel waar we naartoe wilden. Het wandelpad daar naartoe was veel beter, maar bergop natuurlijk. En dan boven de beloning, hoge muren, nog hogere muren en een gesloten ijzeren poort. Op één plaats kon je over de omwalling klimmen. Maar daar heb ik me niet aan gewaagd. Leo wel. Ik kon dus de beelden van Wesp zien. Terug naar de watermolen was een mooi wandelpad, en je kon over de dam die het water tegen hield naar de overkant. Maar daar hadden de eigenaars hekkens geplaatst met verbodsborden. Er was echter geen kat te zien en dus deden we het toch. Ik denk niet dat de honden het zullen vertellen?


Foto: Wij noemen dit de blue lagoon.

fotoAlbufeira 19 januari 2019

Bonaire, het vervolg. Alles is nog niet in orde maar we deden toch al heel wat. Zo gingen we hier in Albufeira bij de dokter en die keurde ons goed om te duiken. We kozen data, hotel, duikcentrum, vliegtuigmaatschappij… en we betaalden. Het staat dus vast. Op 19 februari, net over een maand, vliegen we naar Bonaire. Geen bootduiken deze keer zoals we dat in Frankrijk deden. We gaan alleen maar kantduiken doen, heel relax, vanuit een gehuurde pick-up. Leo kan dan eindelijk nog nog eens een weekje rondrijden in een auto met ballen. Met die pick-up zullen we zo maar even kunnen kiezen uit de 54 kantduikplekken die Bonaire rijk is, stuk voor stuk pareltjes, want het eiland maakt deel uit van een uitgestrekt natuurpark, koraalriffen, mangroves… niet beschadigd door orkanen, die komen er niet, en niet beschadigd door ankers, boten moeten aan boeien. Daarom is Bonaire de nr. 1 wat kantduiken betreft. En daarom wil ik naar Bonair. Wat een vrijheid, duiken waar en wanneer je er zin in hebt, zo lang je dat zelf wil, zo diep je dat zelf wil. Op een boot zit je midden jongere mannen, prima conditie, ze willen diep, ze willen veel zien… Ik wil alleen maar genieten. En dat genieten daar zijn we hier in Albufeira al volop mee bezig. We hebben ons laten registreren in het gemeentelijk zwembad. Dat moet, anders kom je er niet in. We gaan nu zwemmen op maandag, woensdag en vrijdag. In het grote, diepe bad zijn altijd banen vrij. Eerst baantjes trekken, dan enkele minuten watertrappen, elkaar slepen en daarna wat oefeningen onder water. Voor dat laatste gaat Leo eerst één van de redders verwittigen. Want toen die opmerkten dat Leo een hele lengte over de bodem zwom, kwam er eentje af. Ik dacht dat we onder ons voeten gingen krijgen, maar integendeel. Hij sprak zijn bewondering uit en gaf zelfs tips, maar vroeg ook om iemand te verwittigen volgende keer. Dat doen we dus. Als we vinden dat onze conditie genoeg aandacht kreeg, gaan we even in de jacuzzi en daarna nog wat zweten in het Turks bad. Heerlijke welness. En ondertussen blijven we wandelen en genieten van de Portugese lente. Alhoewel, gisteren kregen we hier ook wat gedruppel, maar toch nog 16°C, Belgische zomer zegt Leo.


Foto: Een opfrissingsduik met de duikclub van Albufeira

fotoAlbufeira 7 januari 2019

Toen Leo vorige zomer van de ene kliniek naar de andere moest, met zijn gewonde been, zei hij: Als dit allemaal achter de rug is, gaan we eens op reis. En dat liet me niet meer los. Joepie, op reis! Maar dan niet Albufeira, hier zijn we niet op reis, hier wonen we. Ik dacht aan iets wat we nog nooit deden, zoiets waarvan je op je ‘oude dag’ zegt: Daarvan heb ik spijt dat ik het niet gedaan heb, duiken op Bonaire bijvoorbeeld. Toen ik dat idee opperde, zei Leo dat hij wel wilde meegaan als ik dat echt heel graag wilde doen. Niet wild enthousiast weliswaar. Maar dan lieten Fons en Rita weten dat ze in februari met hun Sunshine op Bonaire zullen liggen. Aha. We begonnen al wat rond te kijken op internet en vorige week vroeg Leo plots of ik, te vinden was voor een refresh dive, hier bij Easy Divers. Hij was bij de plaatselijke duikclub al eens gaan kijken. Natuurlijk was ik daar voor te vinden en de dag erna om 14.00 uur begonnen we aan onze opfrissingscursus. Mario was onze instructeur. Eerst theorie: druk, oren, uitrusting… Wij knikten heel de tijd. Dan het zwembad in, eerder een duiktank. Onder water bril afnemen, weer opzetten, leegblazen, mondstuk uitnemen, een stukje boven de bodem zweven… het lukte allemaal. Goedgekeurd voor de bootduik. Met Raoul aan het stuur vloog de goed uitgeruste rib over de golven. Het werd een comfortabele duik onder het waakzame oog van Mario. De meeste dieren waren wat groter dan we gewoon waren in de Middellandse zee. Buiten de inktvissen, de murene, de talrijke vissen… vond ik de zeekomkommers hier wel heel speciaal en de naaktslakken waren kleurrijk en sierlijk. Eén grote vis volgde ons de hele tijd en zwom soms vlak voor mijn masker. Mario vertelde dat die wachtte tot we een steen zouden omdraaien, dan kon hij eten. Maar wat het meeste deugd deed was gewoon nog eens in de onderwaterwereld te mogen vertoeven en we weten nu dat je duiken niet afleert. Bijna 30 jaar trainingen in het zwembad hebben ervoor gezorgd dat we ons op ons gemak voelen tussen de vissen. We kunnen het nog. Leo kan op zijn twee oren slapen, ik zal de koralen op Bonaire niet kapot stampen. Maar eerst nog de papierwinkel in orde krijgen, lijkt niet zo simpel. Wordt vervolgd.


Foto: kust Albufeira "ons nieuwjaarskaartje"

foto
foto

Albufeira 27 december 2018

Leo en ik zijn weer samen op de boot. Na vele weken, ver van elkaar, is het weerzien altijd bijzonder. Maar ik had niet verwacht Leo aan te treffen met tranen in zijn ogen. Een lange, stevige knuffel dan maar. Dat zegt meer dan woorden. Toen enkele minuten later de woorden dan toch kwamen, bleek dat ik het helemaal mis had. Ik was niet de oorzaak van de ontroering. Bij al de wachtenden op de luchthaven in Faro stond er ook een grote, zwarte hond, een bouvier. Die werd zowat zot toen hij ‘zijne mens’ terug zag. Ik had het kunnen denken, Leo en emoties, dan zijn er honden in het spel. Straathonden zijn er hier genoeg. Met een grote, wit gevlekte, heeft Leo al een speciale band opgebouwd. Hij komt hem elke morgen tegen op zijn ochtendwandeling. Toen we zondag voor het eerst weer naar Bispo (onze pastelaria) trokken, kreeg ik een warme knuffel van Carminha, de bejaarde uitbaatster, maar Leo kon niet binnen zonder eerst de straathond te knuffelen.
Verder moet hij het doen met de zwarte zwerfkat die haar stekje gevonden heeft bij Nikaia.. Nikaia is het restaurant hier bij de haven, waar Fred, Jan en Leo elke morgen samen hun koffie drinken. Ze spreken over het weer, over boten natuurlijk, waar het lekker eten is, de plaatselijke roddels, interessante weetjes… en mannenzaken! Leo zegt dat ze de wereldproblemen oplossen. Af en toe ga ik mee, maar ik geniet er ook van om wat langer in bed te liggen of mijn tijd te nemen voor het ontbijt.
De eerste dagen hadden we wel onmiddellijk wat ‘werk’ te doen. We hadden nog geen foto voor onze nieuwjaarswens. Daarvoor trokken we naar een verborgen strandje. Het vraagt wat klauterwerk om er te geraken en je moet er ook op het goeie moment zijn. Omdat het helemaal ingesloten is door rotsen heb je er maar enkele uren zon. En bij vloed is er helemaal geen strand, dan is er alleen zee. Eigenlijk zie je geen horizon, enkel een gat langs waar de golven binnen komen. Er was nog een beetje zon. We hadden wel onmiddellijk een discussie. Ik dacht dat het afgaand tij was, Leo meende opkomend. Toch vlug een foto. Ik installeer mijn fototoestel op de rugzakken, zelftimer... Toen kwam er een grote golf door het gat gebulderd. Leo, die braafjes was gaan zitten waar ik het wilde, raakte nog net in veiligheid. Hij liet op zijn smartphone zien dat de zee op kwam! Toen mijn fototoestel dan ook nog zei dat hij een andere batterij wilde, en die heb ik niet, gaven we het op. Het zal de foto worden die we onderweg namen.

Prettig eindejaar en goede vaart in 2019.