Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink

Nieuwpoort 2 oktober 2011

We zeilen al 13 jaar. Om de drie jaar laten we ons vlot keuren. De vervallen brandblussers worden vervangen. We leveren de vervallen vuurpijlen braafjes in. En al die spullen hadden we (gelukkig) nooit nodig. Maar tijdens een rustige zeiltocht naar de Roompot dus wel. Politiecontrole! Het eerste wat je dan nodig hebt zijn goede oren. Schreeuwen van de ene boot naar de andere: reddingsvesten, brandblusser, vuurpijlen, type boot, lengte, bestemming… En we kregen weer een opmerking over de kegel. Hij hing beneden aan de reling maar moet uit het zicht bij niet gebruik. Weer iets bijgeleerd. Voor de rest was alles OK en we konden verder onze patatten schillen.

’s Avonds dreven we achter ons anker bij Neeltje Jans in een magisch gladde Oosterschelde. De stilte was… onwezenlijk. Duizenden vogels in zwermen maakten gekke figuren voor de ondergaande zon. Oefenen voor de tocht naar het zuiden? Ook wij ruiken de herfst maar willen eerst nog met volle teugen genieten van deze uitzonderlijke nazomer. St. Annaland, Roompotmarina… Zeeland heeft een apart plaatsje in ons hart.

Nieuwpoort 29 augustus 2011

We bleven nog wat plakken in Duinkerke om niet vroeger dan het ontvangstcomité (mijn zus en Jos) in Nieuwpoort te zijn. We werden weer maar eens nat toen we onze fruits de mer gingen kopen. Die was gelukkig lekker en zaterdagavond stond er vuurwerk op het programma.  Een hevig front besliste anders, rukwinden, aanhoudende stortregens, klepperende vallen, boten die aan hun landvasten rukten... Door de venstertjes keken we naar het geweld en ik dankte de hemel dat we niet op volle zee zaten.  Vroeg of laat kom je toch wel eens in situaties die je liever niet meemaakt en als de natuur zo te keer gaat denk je daar wel eens aan. Maar we houden van de boot, voelen er ons steeds meer thuis, en hopen al zeilend nog nieuwe streken te verkennen. En om dat gevoel in de verf te zetten kregen we dan zondagavond het uitgestelde vuurwerk.
Maandag ging het ons zo voor de wind zodat we bijna te vroeg in onze thuishaven landden. We wonen nu weer op het land.
Dover 25 augustus 2011

In Gosport bezochten we het submarine museum met als hoofdattractie de HMS Alliance, een onderzeeër die verschillende boten deed zinken in wereldoorlog 2. Leo mocht als senior weer goedkoper binnen. In het motormuseum te Beaulieu gaven we ons beiden uit voor senior en het lukte. Maar daarna mocht ik toch weer adult zijn. Leo vindt dat ik nog niet grijs genoeg ben.
In Brighton reden we met het antieke treintje (1883) tot aan de pier. Toch wel indrukwekkend die pier, met zijn fijnmazig ijzerwerk. De drukte van de eethuisjes en souvenirshops kwam deze keer zelfs gezellig over. En Leo kon het niet laten 10 pence in een geldautomaat te steken. We kregen 20 pence in de plaats maar die verspeelden we daarna weer en dan zijn we wijselijk gestopt. De kermisattracties hebben we links laten liggen. Je wordt er zeeziek van en we moesten nog voorbij Beachy Head. Dat is een attractie op zich. De kermis op zee viel gelukkig mee. Wel veel wind, maar ruim, van de goeie kant dus. Van Brighton naar Eastbourne en van daar naar Dover hadden we de motor niet nodig. Met nog wat stroming mee haalden we gemiddelde snelheden van ruim zes knopen. Op deze manier gaan we onze rode Engelse diesel, die in België verboden is, nooit opkrijgen.
Dover 25 augustus 2011

In Gosport bezochten we het submarine museum met als hoofdattractie de HMS Alliance, een onderzeeër die verschillende boten deed zinken in wereldoorlog 2. Leo mocht als senior weer goedkoper binnen. In het motormuseum te Beaulieu gaven we ons beiden uit voor senior en het lukte. Maar daarna mocht ik toch weer adult zijn. Leo vindt dat ik nog niet grijs genoeg ben.
In Brighton reden we met het antieke treintje (1883) tot aan de pier. Toch wel indrukwekkend die pier, met zijn fijnmazig ijzerwerk. De drukte van de eethuisjes en souvenirshops kwam deze keer zelfs gezellig over. En Leo kon het niet laten 10 pence in een geldautomaat te steken. We kregen 20 pence in de plaats maar die verspeelden we daarna weer en dan zijn we wijselijk gestopt. De kermisattracties hebben we links laten liggen. Je wordt er zeeziek van en we moesten nog voorbij Beachy Head. Dat is een attractie op zich. De kermis op zee viel gelukkig mee. Wel veel wind, maar ruim, van de goeie kant dus. Van Brighton naar Eastbourne en van daar naar Dover hadden we de motor niet nodig. Met nog wat stroming mee haalden we gemiddelde snelheden van ruim zes knopen. Op deze manier gaan we onze rode Engelse diesel, die in België verboden is, nooit opkrijgen.
11
Nog 147 mijl zijn we van onze thuishaven. We komen dus aardig in de buurt. Onze jeansbroeken zijn al verschillende keren gewassen maar onze zomerkleren zitten nog ingepakt. Zouden er, de tien laatste dagen, nog tropische temperaturen in zitten? Waarschijnlijk moeten we daarvoor wachten tot we terug in België zijn. Alhoewel! We hoorden van Pukkelpop… Gelukkig wist ik niet dat Floris en Ileana er waren.
Ondertussen hebben wij hier in de Solent een paar leuke plekjes ontdekt. Newtown was ankeren in een natuurreservaat. Gelukkig zijn in bepaalde gebieden boten toegelaten anders hadden we die unieke ervaring gemist.
De Beaulieu River was al even rustig. Buiten dan de zwaan die regelmatig op onze boot bleef tikken, minutenlang. Dat komt ervan als je ze voedert. Citroentje mocht weer eens uit de zak want we wilden naar het motor museum. Na één uur stappen door het ‘Forest’ slenterden we uren tussen de verzameling auto’s, van de oudste tot de nieuwste, van de duurste tot de snelste en we zagen ook enkele beroemdheden uit films. We voelen de uitstap nog aan onze benen.
Nu liggen we in de Royal Clarence Marina te Gosport. Geen gevaar voor ondiepten en geen modderbanken deze keer, wel veel plaats voor bezoekers, alle comfort en nog eens halve prijs voor ons.
Portland 16 augustus 2011

We liggen in Portland marina.
Dat was niet echt de bedoeling maar ik was vanmorgen wel heel blij toen we hier binnenliepen. We sliepen twee nachten achter ons anker in Portland. Nou ja, slapen… Zondagavond kwamen we in het donker toe. We maakten een zeer ruime boog rond de kaap. De zee, was zo al niet vriendelijk geweest en het laatste wat we wilden was in de beruchte race terecht komen. In het donker ankeren viel best mee, geen gedoe met landvasten of fenders. Het werd een vredige nacht.
Maandag wilden we eerst ons ‘drankprobleem’ oplossen. Daarvoor vaarden we naar Weymouth. In de supermarkt kochten we zoveel bier en wijn als we konden dragen. We moesten er wel mee over drie boten want we lagen 4 dik aan de kade. Dan liever terug naar ons ankerplekje. Daar konden we vroeg vertrekken zonder iemand te storen. Tot middernacht ging het goed. Toen begon het te blazen. Een zacht wiebelend bed kan leuk zijn maar te, is te. Mijn vertrouwen in ons anker is er wel op vooruit gegaan.
Toen het licht werd beslisten we de tocht naar Wight een dag uit te stellen. Wat is dat hier met die weerberichten? Ze veranderen om de haverklap. En Leo vraagt zich af of onze windmeter nog wel juist gaat. Hij komt niet meer onder de 20 knopen. Morgen, als we naar Wight varen, zal er misschien te weinig wind zijn. Maar eerst een nachtje slapen in een bed dat stilstaat. Zalig.
Salcombe 13 augustus 2011

De steiger voorbij Fowey (Mixtow), tussen de koeien, was heerlijk rustig. Niet duur, hete douches en toegang tot de wal. Maar er waren er nog die het plekje wisten te vinden. Wij kregen een motorjacht naast ons, wat meer voeten en heel hoog. Gelukkig waren hun fenders in verhouding anders waren onze scepters geplooid. Vriendelijke mensen trouwens, ze hadden een beeldschone poes en ’s morgens om kwart voor zes waren ze present want we hadden laten weten dat we om zes uur wilden vertrekken.
In Salcombe was het al even vol. De eerste nacht hadden we een boei voor ons alleen maar voor de tweede nacht kwam er een boot bijhangen. Ook even wennen. Op het land was het nog erger. Salcombe was een mierennest en de strandjes lagen vol met mensen en bootjes. Het weer was niet echt uitnodigend om te zwemmen maar veel kinderen, ook de kleintjes, zwommen en speelden met een surfpakje aan. Onze boot lag op enkele meters van het strand. Dat had wel iets. Met wat mooier weer en buiten het weekend zou Salcombe een paradijs kunnen zijn. En het coast path stelde zeker niet teleur, heel afwisselend en goede aanduidingen.
Morgen weer verder oostwaarts.
Fowey 10 augustus 2011

Na de altijd bezige vissers van Newlyn (motoren, lassen, vrachtwagens…) kwamen we in de volmaakte stilte van Fowey terecht. Al de bezoekersboeien en pontoons in de rivier waren bezet. De havenmeester zei via de marifoon: “Raft with a simular boot.” Leo had geen meer gelijkende boot kunnen uitkiezen om dubbel te liggen, een She 36. De Engelse schipper was even verbaasd als wij. Prettig onthaal. En gelukkig vonden we in Fowey een chandler want onze She had weer wat aandacht nodig. We merkten dat het douchewater in de bilge bleef staan. De automatische bilgepomp weigerde dienst. Pompen met de handpomp dan maar. Ondertussen zit er al een nieuwe in. Maar het klussen was zwaarder dan verwacht wegens het waggelen van de boot. We namen een vrije boei omdat de pontoons geweldig dansten. Straffe wind, watertaxi’s… golven van overal. De volmaakte rust was zoek. Toch vinden we Fowey een toffe plaats: gezellige smalle straatjes, leuke winkeltjes, een kerk met het uiterlijk van een burcht en met een spinnakker aan het plafond, zwanen en eendjes rond de boot en natuurlijk de prachtige omgeving. Om Leo niet onder de voet te lopen bij het klussen wandelde ik langs het coast path naar de vuurtoren zonder vuur op het Gribben Head. Hij ziet eruit als een vuurtoren maar is eigenlijk een dagmerk. Fantastische wandeling langs verborgen strandjes en prachtige panorama’s. Cornwall heeft ons al enkele malen verrast en dus zijn we nog vlug een vlag van Cornwall gaan kopen. De meesten voeren hier geen Engelse vlag. Wij dus ook niet meer.
De meteo geeft weer tot 7. Misschien morgen nog wat verder de rivier op.
Newlyn 7 augustus 2011

De zeehonden waren de grote attractie van Kilmore Quay. Eentje ‘The fat one’ kwam de haven niet meer uit en was er dus altijd. Op de slibway stonden geregeld mensen met kinderen om de zeehonden te voeren zoals bij ons de eendjes in het park. Maar de zeehonden waren het meest geïnteresseerd in de sportvissers. Als er een boot met sportvissers toekwam schoten ze daar met z’n allen naar toe. Ze lieten de boot niet meer los en volgden hem met hun kop hoog uit het water bedelend om een visje. Aan het geroep en gelach van het publiek kon je horen dat er een sportvisser binnen liep. We hadden ook geluk met het weer, zon, warm, maar te veel wind voor de oversteek naar Engeland. Ik liep enkele uren op m’n eentje langs het Coast path en Leo verzorgde zijn She: nieuwe reeflijn en schoten voor de genua en een nieuw lampje voor het heklicht.
De oversteek naar Engeland duurde weer langer dan verwacht, 33 uur, door te weinig wind deze keer. Oliegladde oceaan. Toch had de overtocht iets magisch door de dolfijnen. Samen met het avonddonker waren ze daar plots. Een hele bende! Links, rechts, voor, achter… Foto’s maken was zeer moeilijk omdat ze ontzettend snel zijn en je weet nooit waar ze boven komen. Veel foto’s van water en ruggen. Toen merkte Leo op een tweehonderd meter een ‘groter’ beest. He, een fontein. Walvissen! Wel van gehoord in deze streek maar nooit gedacht dat wij ze te zien zouden krijgen. We zagen nog verschillende fonteinen. Spijtig dat ze niet dichter kwamen. Alhoewel… Ik had niet graag dat ze onze She een duwke gaven. De dolfijnen bleven heel de nacht bij ons. Geen maan, geen sterren, maar het lichtgevend plankton rond de dolfijnen was sprookjesachtig. Onderweg moest het Ierse vlaggetje plaats maken voor de Engelse vlag. We liggen weer in de vissershaven van Newlyn.
Kilmore Quay 3 augustus 2011

Waterford was ontspannend maar er weg geraken was andere koek. We stonden alle dagen opnieuw verstomd over de sterke stroming op de River Suir. Zelfs de zwanen moesten goed peddelen om het brood uit onze handen te nemen. De maan zit daar natuurlijk voor iets tussen. (coëfficiënt 101 = hoge springvloed) Vijftien mijl naar zee doe je liefst met de stroming mee. Maar daar wringt het schoentje want bij ebstroom ontstaat er aan de monding bij Hook Head een race. Dat betekent draaikolken en brekers. Dan moet je daar wegblijven maar de meteo was goed. Dat dachten we toen we vertrokken. We hadden beter naar de navtex gekeken of naar de marifoon geluisterd i.p.v. windfinder op internet te geloven. Via de marifoon waarschuwde Dublin regelmatig de small crafts met een 6 bft en morgen meer. Natuurlijk was Murphy ook van de partij, zuidenwind, recht op de neus. Golven over het dek, bonken en weer krakend meuilair. Eens op volle zee werd het zicht slecht en Leo zag nieuwe scheurtjes in het voorzeil.
Toen Kilmore in zicht kwam was er nog een uitdaging: lagerwal, droogvallende banken, rotsen onder water, smalle haveningang en zware windvlagen. Dank zij Leo’s stuurkunst en een havenmeester die klaar stond met een fender hebben we geen brokken gemaakt bij het aanleggen tussen twee vissersbootjes. Drie zeehonden kwamen even langs gezwommen. Tijd om te cocoonen bij een drankje en onze Ierse muziek.
Waterford 31 juli 2011

Kinsale was ons meest westelijke punt. Weer grote forten links en rechts bij het binnenvaren, weer die gekleurde huizen maar deze keer ook heel toeristisch en duur. En omdat het hogedrukgebied, waarvan wij mochten genieten, richting België schuift besloten wij ook stilaan terug naar het oosten te trekken. Uit het westen komt er niet veel goeds.
Zo belandden we zaterdagavond in Waterford, 14 mijl landinwaarts langs de River Suir. We veronderstelden dat hier weinig bezoekers zouden zijn en we zijn inderdaad de enige buitenlanders. Maar rustig kan je het niet bepaald noemen. Het lijken hier wel de Gentse feesten, een driedaags festival met veel straatanimatie. Uitzonderlijk wurmden we ons tussen de mensenmassa en lieten ons meedrijven, straat in, straat uit. We kregen nog een stoet te zien op de koop toe.
Morgen is al die gekte hier voorbij en gaan we wat fietsen. De derde nacht krijgen we gratis, dus blijven we nog even.
Kinsale 28 juli 2011

In East Ferry heeft Leo vis gevangen, mosselen geplukt en het koude water getrotseerd om de waterlijn te poetsen. Maar onze grootste stunt was het bezoek aan de whisky-distilleerderij van Midleton. Omdat we op een schiereiland zaten moesten we eerst het hele eiland rond. Een Ier raadde ons aan de trein te nemen in Cobh. Een andere zei dat het water oversteken de beste oplossing was. Leo vond de fietstocht naar Cobh niet voor herhaling vatbaar maar de fietsjes in Citroentje zag hij ook niet direct zitten. We gingen toch alvast eens op verkenning naar de overkant en vonden de uitbater van de pub daar bereid Muis (motorke Citroentje) bij te houden. Zo gezegd zo gedaan.
’s Anderendaags om 9 uur vertrokken we voor de eerste overtocht: Leo, Ik en al één fietsje. Daarna vaarde Leo nog eens terug voor het tweede fietsje. Citroentje werd aan een boom vastgebonden zodat hij het niet in zijn hoofd zou halen weg te varen bij hoog water en wij stapten bergop met de peddels, Muis en de fietsjes. De 12 km fietsen waren zalig deze keer. Lekker warm, blote armen en zachte hellingen. In Midleton kregen we een rondleiding van ruim 1 uur. Het was wel gaan regenen en dus kregen we allemaal een plastic cape om van het ene gebouw naar het andere te gaan. Goed nat belandden we uiteindelijk in de bar. Daar dronk ik voor het eerst in mijn leven een whisky, een Ierse, drie keer gedistilleerd en 12 jaar gerijpt. En ik vond het nog lekker ook.
Fietsen deze keer in de motregen, weer drinken in de pub, en in een nat Citroentje naar de overkant. Bij het laatste aanlegmanoever verloor Citroentje plots lucht. Oei, vlug eruit en Muis eraf voor hij zinkt. Bij de inspectie vonden we geen lek en bleef Citroentje toch weer hard. Mysterie. Misschien de vuldop? Leo wil alleszins geen fietsjes meer in ons bijbootje.
We zijn 20 mijl opgeschoven naar het westen en liggen nu in Kinsale.
Cobh East ferry marina 26 juli 2011.

Crosshaven was een leuke plek. De ene pub na de andere en ’s avonds zaten ze allemaal vol. Zondag ben ik naar de top of the hill geklommen om een Ierse mis mee te maken. Veel volk, mooie liedjes, mooie kerk. Alleen spijtig dat er nogal veel op de knieën moest gezeten worden. ’s Namiddags was de muziek wel veel beter. We bezochten fort Camden en daar speelde net een Ierse groep. (accordeon, viool en banjo) Er werd uitbundig gedanst tussen de oude legerbarakken. Toen als slot het Ierse volkslied gezongen werd, stond iedereen vol respect recht. Dat heeft wel iets.
’s Avonds nodigden we Cornelis uit op onze boot. Pink Floyd, zijn boot, trok wel heel erg de aandacht met zijn houten kap, vastgesjorde kannen alom, windvaan, windgenerator… op een toch kleinere, lage boot. (30 voet) Bleek dat hij Nederlander was, de boot kocht in Amerika en hem naar Nederland zeilde. Het werd een boeiende avond bij de cava om onze aankomst in Ierland te vieren.
En ondertussen liggen we enkele mijlen verder in de East ferry marina. Het is hier zo’n heerlijk rustig plekje dat we hier nog wat willen blijven. Weer een ongelooflijk vriendelijke havenmeester die, voor de rekening, onze boot wat inkortte tot een 35 voeter en dan het bedrag nog afrondde naar beneden ook. Dat zorgde ervoor dat we regelmatig in het gezellige clubhuis binnenwippen voor een guinness of een beamish. Heerlijk rustig plekje dus, maar overal ver vandaan. Cobh, waar de Titanic vertrok, ligt hier 7 km vandaan. We gingen dat wel even met de fietsjes verkennen. De havenmeester waarschuwde ons al dat het op en neer ging. Inderdaad. Regelmatig was het te steil en stapten we af. Dat niet alleen zorgde ervoor dat het lang duurde. Er kwamen vaak honden naar ons toe gelopen en dan konden we niet anders als hen even flodderen. Nog erger was het met de mensen, als je daarmee aan de babbel raakt ben je vertrokken voor een kwartier. Maar we hebben Cobh gehaald en kochten er een boek en CD met Irish drinking songs, een Iers vlaggetje voor in de mast en eten en bier. Vandaag wil Leo nergens naartoe. Rustdag.
Crosshaven 23 juli 2011
De oversteek over de Keltische zee (145 m diep) zal ons nog lang bijblijven. Land’s End was woelig maar dat verwacht je rond een kaap. Daarna werd het opkruisen. Veel mijlen, maar niet recht naar Ierland. De havens aan de Engelse westkust zijn droogvallend of je kan alleen met hoog water binnen. Dus kozen we voor Ierland zonder tussenstops, 135 mijl vanaf Land’s End. Dat zijn er dus 194 geworden. Leo had werk, zeil reven, reef eruit, weer reven, reef eruit…Gelukkig zat de reef er in toen het donker werd. Een huilende wind duwde onze She schuin en we kregen een hoge zee. Leo zat onder de kap en wilde mij geen wacht laten lopen. Maar toen het licht werd nam ik zijn plaats in. “Zorg dat we niet plat gaan” zei hij nog. Dat klonk niet bemoedigend. De eerste aanblik was “Waw, dit durf ik niet.” Maar ik vond gewoon dat het moest. Er was nog lang geen eind in zicht. Leo moest ook eens rusten. Wie weet wat stond ons nog te wachten. Na een paar minuten kreeg ik er vertrouwen in. Onze She klom mooi de bergen water op en af. Ze bleef haar helling houden. Alleen op de kop van een golf helde ze even verder over maar ze kwam vlug terug. Twee golven kort na elkaar was altijd even spannend. En om de 10 minuten kregen we een massa water op ons dak. Leve de vaste buiskap.
We landden in Crosshaven in Ierland na 38 uren varen. De eerste kennismaking was wat moeilijk: in het donker tussen ondieptes, overal bootjes aan boeien en een zware stroming. Gelukkig vonden we een plaatsje op de kop van een steiger. Private Berth! Foert! We zijn moe, we hebben het koud, we willen in een warm bed.
’s Morgens komt er een vriendelijke havenmeester. We mogen blijven liggen en deze eerste (halve) nacht hoeven we niet te betalen. Na de ontdekking van een heel gezellige pub voelen we ons nu echt in Ierland.
Newlyn 20 juli 2011

We zijn nog niet in Ierland. We waren vergeten dat je hier in de far west de meteo wat moet aandikken: de golven wat hoger en minstens één beaufort erbij. Na de beschutting van Falmouth kregen we kaap Lizard, golven van 4 m en voortdurend een 6 of 7. Even doorbijten dachten we. De meteo beloofde dat het zou beteren… Niet dus.
Het lukte Leo ’s middags nog wel om soep te maken maar bij het uitscheppen kwam de halve keuken onder de vermicelli. ’s Namiddags, na uren opkruisen, bleek dat de zelfklevende tape van het voorzeil loskwam. We kozen voor plan B. Op motor vluchtten we Newlyn binnen. Onder normale omstandigheden zouden we hier nooit binnenlopen. Het is een vissershaven en er zijn niet echt bezoekersplaatsen maar de havenmeester zag ons toekomen en we kregen een plaatsje tussen 2 andere jachten. Oef. Hij schreef een simpel bonnetje. Geen blinkende folders, geen computer die alles over ons wil weten… Eens wat anders. We voelden ons hier direct thuis. Twee nachten was geen probleem. We hadden dus vandaag de tijd om ons zeil onder handen te nemen. De losgekomen tape hebben we vastgenaaid met zeilgaren. Onze vingers doen er nog zeer van. Morgen zullen we zien of deze herstelling het beter doet. We proberen dan nog eens Land’s End te ronden. Richting Ierland?
Falmouth Mylor  18 juli 2011

Na zes nachten zwieren en dobberen achter anker of boei lagen we hier, in de Mylor haven te Falmouth, lekker vast aan een steiger om het zwaardere weer te laten overwaaien. Mylor ligt te midden van de natuur. Geen openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde winkel voor voeding bereik je na drie kwartier stappen. Maar er was wel internet via wifi en we hadden, via onze schotel, de Belgische zenders op TV. Vandaag kwam prinses Anne de nieuwe clubgebouwen bezoeken. Vlaggetjes, politie, kijklustigen… Wij zijn niet gaan zwaaien met een vlaggetje. Daarvoor moest je well dressed zijn. Dan liever een wandeling langs het river footpath. 
Ondertussen hebben we ons bedacht. Na wat aanporren van mijn zus voelden we toch weer de drang om verder te gaan richting Ierland. Dat wil zeggen dat we voor de derde keer, de kapen van Land’s End voorbij moeten varen. Maar de meteo ziet er goed uit de volgende dagen. Dus gaan we ervoor. Ook al lazen we dat het aantal zonuren in Ierland maar één derde is van het aantal zonuren in België en dat de temperatuur van het zeewater nauwelijks 13° C bedraagt in de zomer.
Volgend jaar wil Leo de golf van Biskaje over naar Spanje.
Falmouth Mylor  16 juli 2011

Stilletjes droomden we ervan in Ierland te geraken maar ik heb mijn veto gesteld. Onderweg naar de Scilly’s merkten we dat onze Genua (voorzeil) een achttal scheuren had. De zon scheen er mooi doorheen. We hebben het opgelapt met kleefzeil maar zo wil ik niet naar Ierland. Het wordt dus luieren langs de zuidkust van Engeland. Geen lange oversteken meer en liefst blijven liggen als het stevig waait. We hebben tijd.
De Scilly’s waren wel fantastisch. De zonnecrème werd nog eens boven gehaald. Even hebben we zelfs gezwommen. Kristalhelder water maar koud, koud, koud… Boven water was het gelukkig wel even zomer.
Tresco was zoals in de reisfolders. We vonden nog één vrije bezoekersboei in New Grimsby. Van in de kuip zagen we de alom aanwezige granieten rotsklompen, groene heuvels en witte strandjes. Onder water waaierden de metershoge wieren met de stroming mee. Die wieren probeerde Leo te omzeilen toen we met Citroentje naar land spetterden. Zonder natte voeten ging het deze  keer niet. De bijbootjes lagen gewoon op het strand. We liepen door de beroemde Abbey gardens met planten van over de hele wereld. Maar de gerestaureerde boegbeelden van vergane schepen met het relaas van hun ondergang
maakten toch meer indruk. Rond de Scilly’s moet het een echt botenkerkhof zijn. Het plunderen van te pletter geslagen schepen was een belangrijke bron van inkomsten voor de eilandbewoners. Kwade tongen beweren dat bakens met opzet verplaatst werden. Met onze gps en plotter is het geen kunst meer om tussen de rotsen en ondieptes te navigeren. Zalig! Maar bij zware wind zijn de Scilly’s niet echt the place to be voor kleine schepen. En zware wind zou er komen zagen we op internet. Maar één nachtje op St. Agnes moest nog kunnen. We ankerden in The Cove. Het werd een onvergetelijke avond met een BBQ op het strand. Een Engels koppel nodigde ons uit omdat zij net als wij een She 36 hadden. Hun She was zes jaar jonger maar niet zo mooi opgeknapt als de onze. De maan weerspiegelde al in het water toen Citroentje ons thuis bracht. Een Fransman en zijn zoon kwamen nog even het weerbericht ophalen. Met onze vodafone en klein printerke kunnen we elke dag het weerbericht binnenhalen en afdrukken. Omdat zij pas toekwamen op de Scilly’s wilden ze weten wat hen te wachten stond. Voor morgen (zondag) voorspelde men daar een 7 met golven van 4 m hoog. Wij zijn wijselijk terug naar Falmouth gevaren en boekten hier  onmiddellijk voor 3 nachten. Laat het nu maar waaien.
13 juli  Scilly’s  St. Mary’s

We hadden een fles cava mee om onze aankomst op de Scilly’s te vieren maar maandagavond achter ons anker vond ik het niet echt het moment. Het waaide en de rotsen waren angstaanjagend dichtbij. Bij het zakken van het water staken er nog overal rotsen hun kop boven water. Leo had de ankerwacht op het minimum gezet. (18 m) Het gepiep joeg hem verschillende keren uit bed. Het anker bleek wel goed vast te zitten maar door het zwieren gaf hij soms alarm. Gisterenavond was het dan wel het goeie moment. Aan een boei van St. Mary’s Harbour en in goed gezelschap van Ann en Yvan (Stormy Monday) dronken we, bij de ondergaande zon, onze cava. Tot bijna middernacht luisterden we naar elkaars zeilverhalen. We hadden nog uren kunnen doorgaan.
St. Mary’s hebben we dus al bezocht. Citroentje spetterde al vier keer naar de kant. We wandelden een stuk van het kustpad en zagen inderdaad palmbomen en veel bloemen. Maar denk maar niet dat het hier tropisch is. Het wordt in de winter niet kouder dan 10° maar in de zomer ook niet warmer dan 20°.
Nu is het wachten op hoger water om naar het eiland Tresco te varen.
11 juli 2011 St. Mary’s Scilly’s

We hebben Cornwall, het land van koning Arthur, achter ons gelaten. Falmouth nodigde nochtans uit om enkele dagen te genieten maar we wilden gebruik maken van het hoge druk gebied om naar de Scilly’s over te steken. Twee nachten lagen we aan een boei te Falmouth. Zondag werd een werk-en-rustdag want tijdens het opkruisen zaterdag was het raampje van de WC gaan lekken. Golven van een paar ton, die op je boot beuken, vinden altijd wel ergens een gaatje. Leo wil geen rottigheid in het dek en daarom ging het raampje eruit, reinigen, drogen en met genoeg sikaflex terug erin. Toen we na de middag met Citroentje naar de stad wilden moest Leo ook nog even mekanieker spelen. Muis, ons grijs 2pktje, had een gebroken pen aan haar schroef. Gelukkig hadden we genoeg reserve onderdelen aan boord. Ik zag ons in gedachten al de verdere reis roeien. En met tegenstroming valt dat niet mee in een overladen bootje. Citroentje wordt niet kleiner maar wij worden wel wat zwaarder.
Ondertussen zijn we op de Scilly’s beland. We liggen nu achter ons anker. Voor ons en aan stuurboord andere boten, achter ons en aan bakboord rotsen, dichtbij!! Hopen maar, dat we morgen bij het ontwaken, nog op dezelfde plaats liggen.
Plymouth 8 juli 2011

Deze morgen werden we gewekt door het gekletter van regen op het dek. En rukwinden deden onze She trillen. Na de middag zouden we vertrekken naar Falmouth. Mijn maag kromp al ineen als ik er aan dacht. We beslisten nog een dag te wachten.

Falmouth, aan de River Fal, is de laatste plaats waar je echt beschutting kan vinden in havens met ‘excellent shelder’. Op de Scilly’s is het ankeren of zoeken naar een vrije bezoekersboei. En als we er echt weg willen duurt het voor ons 14 uur eer we terug in Falmouth zijn. Wachten dus tot de meteo met goed nieuws komt. Vanaf morgen zouden er minstens vijf rustige dagen komen…
Plymouth was voor ons: de oude stad bezoeken in de regen, de vuurtoren beklimmen, wandelen, boodschappen doen en veel rusten. Van de haven (Mayflower) onthouden we dat de staff heel vriendelijk was en dat het de eerste keer was in ons zeilersbestaan dat we over 8 badkamers konden beschikken, eentje zelfs met ligbad, inbegrepen in de prijs. Gelukkig moesten we voor onze vier nachten hier maar de halve prijs betalen omdat Plymouth, net als Nieuwpoort lid is van Trans Europe Marinas.
Hopelijk in ons volgende bericht verhalen over boeien en ankers.
Plymouth 6 juli 2011.

‘Wilde zee in de far west’ hoorden we op de marifoon. In dat verre westen van Engeland zitten wij en dat hebben we gevoeld. Na een nacht rustig doorzeilen (van Cherbourg naar Plymouth) kregen we samen met de opgaande zon ook alsmaar meer wind. Leo had zijn nachtrust al eens moeten onderbreken omdat ik zonder  het te weten Julia (onze automatische piloot) had uitgeschakeld. De zon hield het na enkele minuten voor bekeken en Leo moest in de regen, op een steigerende boot,  een dubbele reef steken. Ik ken er die zo maar op het dek stappen maar ik heb Leo zo ver gekregen dat hij daarvoor zijn reddingsvest en life-line aandoet. Weliswaar telkens onder protest maar hij moet weten wie de baas is.
Nu ligt onze She in Plymouth aan haar landvasten te trekken. Op de weerkaarten ziet het er niet zo goed uit voor de volgende dagen. We gaan hier dus wat rondhangen.
Cherbourg 3 juli 2011.

Dag 3 van onze zeilvakantie en we hebben meteen ons eigen record gebroken. We vaarden 174 mijl, van Calais naar Cherbourg, zonder onderbreking. (37 uur) Gewoonlijk hebben we daar 4 of 5 dagen voor nodig. Maar dit jaar waren de weergoden met ons. Heerlijk, de WC kranen kunnen open laten zonder dat er zeewater over de vloer loopt, koken en afwassen zonder acrobatentoeren en blauwe plekken, niet uit je bed rollen en ’s nachts ontspannen wacht lopen. We drinken zelfs een wit wijntje bij het eten. Volgens de orders van de kapitein is dat pas toegelaten na het aanleggen. Maar wat als je niet aanlegt? En het is tenslotte vakantie. Niet de eerste de beste trouwens. Dit jaar hebben we de luxe 2 maanden te mogen rondzwerven en dit dankzij Lief (mijn zus) en Gisèle (Leo’s zus) die waken over de oudjes. Zussen, wat een rijkdom!
Als de wind niet gaat dwarsliggen hopen we voet aan wal te zetten op de Scilly’s en liefst nog wat verder. Maar we nemen alles zoals het komt. Op de eerste plaats willen we genieten van onze vrijheid. En vrijheid die is er op zee. We zien nauwelijks andere zeilschepen. Vermoedelijk zijn we de vloot van Piet Hein net voor.
Nieuwpoort 30-04-2011

Onze She is weer eens lekker verwend. De brandstoftank van 40 liter heeft moeten plaats maken voor eentje van 80 liter. De gescheurde zeilen zijn onder handen genomen door Wittevrongel. En de nieuwe stuurautomaat hebben we Julia gedoopt. Leo zit nu dus met drie vrouwen opgescheept: Zij (She), Julia en ik. Maar iedereen aan boord kent zijn plaats en we luisteren met z’n allen braafjes naar de kapitein. Meestal toch.
De eerste tochten op zee verliepen naar wens. Maar toen gingen we met gasten varen op de Seahappening. Een stevige windkracht 5, gekapte zee, rondhangen dicht bij de startlijn, een gijp... en verschillende leuvers van het grootzeil braken. ’t Zeil kwam uit de mast. Oploeven, zeil naar beneden... Leo reefde zodanig dat we een gedeelte van het grootzeil nog konden gebruiken en dapper gingen we achter de vloot aan. 33 boten namen deel, 27 zeilden het volledige parcours. En wij waren, jawel, de 27ste. De Blue Bell kwam na ons bi
nnen en eindigde negende, de geheimen van de handicaps zijn ondoorgrondelijk! En als laatst gerangschikte kregen we zelfs een prijs. Een waardebon van 32 euro van Ship Support. Nu moet je weten dat we geen hoge dunk hebben van Ship Support. Kaat en Eric zijn in de kou blijven staan toen bleek dat de osmose behandeling van hun Nehalinnea helemaal niet professioneel was uitgevoerd.
Als je boot je lief is, kijk dan op hun website
http://www.nehalinnia.be/ onder logboek punt 4.5 en lees over hun grote frustratie.

Al bij al vonden we de seahappening geslaagd. De gasten waren tevreden, het varken aan het spit was overheerlijk en eindelijk ontmoetten we nog eens wat schippers. Dat misten we dit jaar in ons vernieuwd clubhuis.