Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink

Nieuwpoort    24 augustus 2012

Onze bootreis 2012 zit erop. Wat weinig wind de laatste dagen maar toch blij terug in Nieuwpoort te zijn, net voor de depressie met harde westenwind. Van Jan De Deyn, opstapper op de White Wizard, hoorden we via mail, dat zij dat ‘gunstige wind’ vinden en blijven doorvaren. Gelukkig houdt Leo wat rekening met zijn minder stoere crew. Tijdens de voorbije reis kwamen we regelmatig zeilers tegen die verre oorden bezochten en heel lang onderweg waren, stuk voor stuk toffe mensen, maar wij zijn best tevreden met onze 2241 mijlen op ons log. 72 nachten hebben we op ‘den vreemde’ geslapen maar wel in ons eigen bed. We brachten ons drijvend huis veilig van haven naar boei, van boei naar ankerplaats… We bezochten 23 verschillende havens, lagen 8 nachten achter een boei, vijf nachten achter ons anker en één keer aan de kade. En overal… na het aanleggen en een fris pintje zei Leo: “Ik woon hier graag.” Als we het geluk hebben nog wat jaren op deze wereldbol te mogen rondlopen, zie ik ons nog op een boot gaan wonen. Hoe ouder hoe zotter.
Nieuwpoort vinden we in afwachting best te doen. En na maanden opgeborgen te zijn mocht de kegel weer in frisse, Belgische lucht. We wilden niet direct de zeevaartpolitie tegen ons in het harnas jagen.
Rest me nu nog één ding, proberen van Leo een minder verdacht individu te maken. Volgens de media loop ik de kans met een massamoordenaar opgescheept te zitten. Leo beschikt niet over een gezond sociaal netwerk op facebook en Anders Breivik en James Holmes hadden dat ook niet…
Dieppe 22 augustus 2012

Hoe goed we het in St. Vaast ook hadden, Leo wilde direct naar buiten toen de poort openging. Bleek ze ook nog 10 minuten vroeger open te gaan dan geafficheerd en dat had hij al van ver gezien. Op mijn vraag of er ook al zeilboten buiten vaarden antwoordde hij dat er genoeg water was. Langzaam vaarden we de box uit. Het hondje van de linkerburen blafte en de solozeiler van rechts stak zijn hand op. En plots… lagen we stil. De meester van het hondje keek naar onze schroef, maar dat was het probleem niet. We zaten vast. Terug de box in en even later lukte het wel. Aan de poort stond nog flink wat stroom. Daarom wacht ik liever een kwartiertje maar daar heeft Leo geen oren naar.
De Seinebaai lag er glad bij, motorzeilen dus. Bij Cap Antifer kwam de wind wel fors opzetten met de bijhorende golven natuurlijk. De zon zakte achter de horizon en even later deed de maansikkel hetzelfde. Toen we in de verte de lichtjes van Fecamp zagen konden we aan de verleiding van een warm bed niet weerstaan. We liepen zonder problemen Fecamp binnen maar het bed moest nog even wachten. Alle vingers van de bezoekerssteiger waren weg. (voor een regatta volgende week) De bezoekersboten lagen zij aan zij te wiebelen tegen elkaar. Na wat rondjes draaien maakten we aanstalten om aan Engelse boot vast te maken. Bijna middernacht, werden we toch nog hartelijk welkom geheten en veel fenders tussen onze boten zorgden voor een goede nachtrust.
Vandaag mocht de motor rusten. De wind duwde ons tot Dieppe. Drie grote dolfijnen die in de golven rond onze boot speelden zorgden voor de eerste verrassing. Altijd hartverwarmend! De tweede verrassing was minder. Rode lichten. We mochten de haven niet in. ‘Un navire commercial’ wilde buiten. Meer dan een half uur lagen we als in een wasmachine voor de ingang rond te zwalpen. De bezoekerssteiger was echter ok en bijna leeg. Benieuwd wat voor verrassingen Boulogne zal hebben.
St. Vaast-La-Hougue   21 augustus 2012

We hebben goed geslapen achter ons anker in Anse de St. Martin. De avond bracht nochtans een minder prettige verrassing. MIST. Geen zon meer, geen heuvels, geen strand, geen rotsen. Bij het opkomen van de vloed begonnen we ook nog eens te rollen. We hoorden de golven breken op de rotsen maar we konden het niet zien. Beetje eng. Maar het anker zat goed vast en met het ankeralarm op konden we op twee oren slapen. Na een tijdje minderde het rollen en het werd een uitzonderlijk stille nacht in ons drijvend huis, helemaal alleen in een grote baai, verstopt onder de mist.
Zondagochtend vertrokken we, nog altijd in de dichte mist en pas uren later, vlakbij St. Vaast, konden we weer wat van de wereld zien. St. Vaast was als thuiskomen: de vissersboten, de restaurantjes, winkeltjes, de wandelaars tussen de drooggevallen oesterbedden, de vakantiesfeer… En de oesters van St. Vaast vinden wij nog altijd de beste. Het was wel weer even wennen om ze open te krijgen.
Verder was het hoog tijd om onze voorraden aan te vullen en de motor een beurt te geven, nieuwe olie en filters. Nu kunnen we er tegen om onze tocht naar België verder te zetten. Straks vertrekken we voor een lange tocht naar Dieppe. De havens van de Seinebaai slaan we over. Pas na elf uur zal er genoeg water zijn om te vertrekken. Dat wordt dus zeker nog eens een nachtje doorvaren.
Anse de St. Martin    18 augustus 2012

In Jersey (St. Helier) wandelden we bij eb, over het drooggevallen betonpaadje, naar Castle Elisabeth en we bezochten ook het Museum Maritime. Een echt gezellig museum met veel “knopjes”. Je kon golven en wind maken, de getijden laten komen en gaan en in een bak met dikke stromende vloeistof kon je eilanden en boten draaien zodat je kon vaststellen wat de stroming dan doet. Op het eiland Sark zagen we het allemaal in het echt: rafelingen, schuimkopjes mooi op een rij, korte scherpe golven maar ook beschutte zones. We kozen voor een tussenstop op Sark omdat van daaruit de Raz bij Cap de la Hague gemakkelijker te nemen is. We zitten ondertussen met springtij en dat samen met een harde wind is moeilijkheden zoeken in de Raz. Eerst dus naar Sark met een 5 tot 6 Z en een houle (deining) van 2m, maar dat zou allemaal minderen. Ruime wind, het viel best mee. We gingen  eerst voor anker in de Dixcart Bay. Geen enkele boot, lagerwal. Het was er zo’n geklots dat we besloten niet te wachten tot de wind zou bedaren. We trokken verder naar ‘Grève de la Ville’ een baai beschut tegen zuidenwind.  De ondergrond is er minder goed om te ankeren maar er liggen bezoekersboeien. Oef! Eentje vrij! Rustiger water, heerlijk! Leo wilde een brood bakken maar eerst bracht hij mij met Citroentje naar land. De village hadden we al gezien daarom dwaalde ik drie uur over het noorden van het eiland. Prachtig natuurgebied. Sommige beelden zouden in een brochure over Schotland niet misstaan. 
En vandaag dan de Raz. Weer anders gelopen dan gepland. We waren nog maar pas vertrokken toen de mist weer kwam meespelen. En uit schrik (vooral van mij) om te vroeg in de beruchte Raz te zijn, waren we er deze keer te laat. De Raz zelf was vriendelijk maar net de hoek om was het opboksen tegen 3 knopen tegenstroom. Zonder wind werd dat een slakkengangetje.
A, nog zo’n zes uur opboksen naar Cherbourg?
B, met de wind mee naar Alderney?
We kozen voor C, iets nieuws,  ankeren in Anse te St. Martin, twee mijl ten oosten van de kaap. Mooi rustig plaatsje in een diepe baai. De mist is opgetrokken, de zon schijnt. Onverwacht nog een gezellig ankerplekje gevonden. Morgen hopen we tot St. Vaast te geraken. Leo droomt al van de oesters.
St. Helier  Jersey  15 augustus 2012

Tijd om iets van ons te laten horen. De laatste foto was een zwemfoto en we zwemmen al enkele dagen niet meer. Na de mist kwam een dag met te weinig wind naar Trebeurden. Maandag hadden we voor onze 71 mijl naar Jersey wel goeie wind, 5 tot 6 bft, halve tot ruime wind. Met onze snelheid van 6 tot 7 knopen zouden we omstreeks 18 uur toekomen. Tof! Tot Leo het hoorde donderen! Aan bakboord in de verte donker, aan stuurboord blauwe lucht. De wind kwam van stuurboord. Dat zwart zou wel wegwaaien. Maar uur na uur kwamen de wolken dichter, één enorme wolk eigenlijk, een geheimzinnig rollend gevaarte, een ‘pletwals’ zei Leo. Gelukkig hoorden we geen gedonder meer. We kregen alleen een ferme douche en ook een kwartiertje windstilte. Dat werd een gekwakkel van jewelste. De golven speelden met ons bootje. Maar even later werd alles weer normaal en voorzichtig tussen de rotsen laverend, surften we enkele uren later de haven van St. Helier binnen. Langs de marifoon werd ons gezegd een plaatsje te zoeken op bezoekerssteiger E. Door de zij aan zij liggende yachten op de F was de doorgang wel erg smal geworden. Leo wilde er achteruit invaren. Als het aanleggen dan niet mogelijk blijkt, kan je vooruit weer weg. Toen hij achteruit schakelde begon de helmstok enorm te schudden, geen vermogen meer, ook niet in vooruit. Iets in de schroef! We dreven naar de ruwe kademuur. Ik haastte me om alle fenders aan bakboord te hangen en Leo meldde ons probleem via de marifoon. Er zou hulp komen. De She was ondertussen tegen de ietwat schuine muur beland en de fenders wilden alsmaar omhoog kruipen. We hadden handen te kort. Net toen we weer loskwamen van de muur zagen we de zodiac van de haven. Ze namen ons langszij en we werden voorzichtig tegen een Engels yacht geduwd. Leo had iets blauw gezien rond de schroef en vroeg de havenjongens of ze het, vanuit de zodiac, niet konden losmaken met de pikhaak. Dat lukte! Een mega plastieken zak kwam tevoorschijn. “It ’s a French one, all pollution comes from France” verzekerden de havenjongens. Op onze vraag of we iets moesten betalen voor hun diensten kregen we te horen dat het bij de service van de haven hoorde. Wij waren echter zo opgelucht dat we hen een fles goeie wijn schonken, wijn die we bewaarden voor een speciale gelegenheid. Misschien kwam het door de wijn? We kregen een vrije plaats op de C tussen de locals. Terwijl de bezoekers over elkaars boten moeten stappen, liggen wij hier comfortabel aan een vinger. We boekten voor vier nachten want vandaag en morgen zijn de wind en de zee te ruw. Geduld komt soms ook van pas.
L’Aber Wrac’h   11 augustus 2012

Gisteren was het snikheet. Daarom legden we ons aan een boei te Camaret voor een zwem- en genietdag. Heerlijk.
Vandaag zouden we ‘Chenal du Four’ nemen, één van die plaatsen waar je respect voor moet hebben. Maar deze keer zou het een makkie worden. Ze voorspelden een zachte zuidwester, in de rug dus. Bovendien was de coëfficiënt 32, uitzonderlijk laag. Dit betekent dat de vloed niet hoog gaat en de eb niet laag. Voor ons betekent het vooral dat er geen 5 knopen stroming zou staan. De stroom mee kan leuk zijn, maar de rafelingen, draaikolken en brekers hoeven we niet. Een makkie dus.
We vertrokken om zes uur in gezelschap van de maan, de sterren, even later de zon en om acht uur gingen we met een snelheid van 7 knopen (2 knopen stroom mee) ‘Chenal du Four’ in. Geen vuiltje aan de lucht? Toch wel. Van op zee kwamen er rare, lage wolken op ons af. MIST! Op geen tijd was onze wereld wel heel erg klein geworden. De witgrijze muur kwam steeds dichter en omsloot ons helemaal. De preekstoel konden we nog net zien. Drie uren vaarden we blind. De radar, plotter en ais waren onze ogen. Opletten geblazen, iemand binnen bij de instrumenten en iemand buiten. Als we een echo zagen was het altijd spannend om te zien welke boot er tevoorschijn zou komen. Tot er plots, onaangekondigd, een kleine boot net naast onze neus opdook. Eén van de zeldzame keren dat ik Leo hoorde vloeken. Slechte radarreflector? Leo vertelde de opvarenden dat ze niet zichtbaar waren op de radar…
Eenmaal op de rivier beterde het zicht en aan onze boei te L’Aber Wrac’h konden we weeral genieten van het Bretoense landschap. We kozen opnieuw voor een boei omdat je dan een beetje één wordt met de natuur. Citroentje moest wel even naar het land sputteren om wat lekkers te kopen voor vandaag en morgen. En daar zitten we nu van te genieten, op de rivier.
Brest 9 augustus 2012

Dinsdag schoven we 61 mijl op naar het westen, glijden over een bijna gladde zee, af en toe een uurtje zeilen maar meestal motoren. De meteo voorspelde enkele rustige dagen en daarvan wilden we profiteren om de ‘Raz de Sein’ te nemen. Daar blijf je beter weg bij zware wind. ’s Avonds sliepen we aan een boei bij Audierne, net als in 2006 toen Leo de boot kocht in Trinité. Een avond vol herinneringen. Onze She doet het erg goed in haar ‘thuiswateren’. Op weg naar de Raz, met heel weinig wind deze keer, liepen we toch weer de andere zeilboten voorbij. En onderweg naar Brest moest Leo het voorzeil half wegrollen omdat we boten wilden volgen die een ‘binnenweg’ tussen de rotsen namen.
In Brest kozen we voor Port du Moulin Blanc, een eindje voorbij de stad. De wind was ondertussen 25 knopen gaan blazen, maar gelukkig zagen we nog een goed beschut plekje aan de bezoekersponton, dieper in de haven. Ik vermoedde dat de plek te kort was voor onze bijna 11 meter maar Leo dacht dat het net kon. Toen we al aan ons aanlegmanoeuvre bezig waren zagen we een oud bijbootje onder de voet liggen. Wat extra stootkussens moesten ons beschermen voor dat versleten, polyester onding. We waren net min of meer klaar toen de Franse buren, eigenaars van het bijbootje, opdaagden. Of ze hun bootje wilden verleggen? Geen probleem! Dat verdiende een biertje vonden we. Leo begon frisse pilsjes uit te delen en plots bleken ze met een heel gezelschap te zijn. Onze toch al geslonken biervoorraad ging er aan. Maar… we lagen wel op ons begeerde, rustige plekje.
Océanopolis ligt vlak naast de haven. Dus, dachten we, vandaag nog wat bij te leren over onze oceanen. In de aquaria zagen we pinguïns, haaien, zeehonden… Maar de eerstvolgende jaren zie je ons niet meer in een aquarium. Leo heeft te veel “Ocharme” en “Ochottekes” gezucht als hij de dieren altijd dezelfde rondjes zag draaien. Dan liever snorkelen en naar de kleintjes kijken, in vrijheid.
Locmiquélic 6 augustus 2012

Turballe was een goeie plek maar vijf nachten was meer dan lang genoeg. Leo begon het op zijn zenuwen te krijgen. Ik had echter altijd een reden om het vertrek uit te stellen, te hoge houle, te zware wind, te wilde zee… Zaterdag zouden we vertrekken. Maar de weergoden beslisten anders. Bij het ochtendschemer kregen we stortbuien, huilende wind, klepperende vallen… Nog maar een dagje wachten. Niet zo erg. Het was vissersfeest, demonstratie reddingsdienst, muziek, pannenkoeken, volksdans… Zondag vertrokken we dan toch. Ik had een reef gevraagd. Leo stak een reef en de wind minderde. Leo nam de reef eruit. De wind wakkerde aan. Uiteindelijk zeilden we bij een goeie 5 tot 6 bft. onder vol zeil. Leo was in zijn nopjes. We haalden regelmatig snelheden door het water van meer dan 7 knopen. Ten zuiden van schiereiland Quiberon moesten we een doorgang nemen tussen rotsen en ondieptes. Maar gelukkig gingen twee zeilboten blijkbaar hetzelfde doen. Het is altijd prettig locals te volgen. Helaas, we waren sneller en haalden ze in. Voorbij Quiberon liepen we nog enkele zeilboten in, zonder nationale vlag. Een wedstrijd? Leo had Julia haar werk overgenomen. Hij kan de golven zien afkomen en zo al vooraf reageren. Dat kan Julia niet. En als je merkt dat je andere zeilboten kunt inhalen komt het haantjesgedrag boven! Voor mij was het meer dan pittig genoeg en ik was blij toen we in Locmiquélic aanmeerden. Weer een super onthaal met aanpakkers.
Het is ondertussen al meer dan een maand geleden (van in Camaret) dat we nog een Belgische boot zagen. We weten dat de Ysara van Marc aan de overkant van de rivier ligt maar… We konden bijeen niet komen, het water was veel te diep. We hebben veerboten en fietstochten overwogen maar uiteindelijk hebben we er gewoon een ontspannen dagje van gemaakt: de wasmachines van de haven gebruikt, mosselen met frites gaan eten, naar de supermarkt, wandeling in de omgeving en een planning proberen te maken voor de volgende dagen. Er zijn plannen, maar Leo beslist pas als we op zee zijn. We weten nooit wat de dag van morgen brengt. Er is altijd een plan B of C of soms gewoon terug naar ‘start’.
La Turballe 3 augustus 2012

La Turballe, anders dan verwacht, maar in positieve zin deze keer. Volgens de Reeds, druk bezocht in juli en augustus. Als de haven vol ligt, mag er niemand meer binnen. Reserveren dus. Leo vroeg via de marifoon een plaatsje. Geen probleem. En dan onze diepgang. Volgens de Reeds niet binnenlopen bij laag water als je meer dan 1,5 m diep steekt. Het was net laag water geweest. Ook dat was volgens de havenmeester geen probleem. Bezoekers liggen zij aan zij, vertelde de Reeds. Maar we kregen een comfortabele box toegewezen. We konden er net in omdat de She een smalle is. Dikkere bezoekers lagen wel ‘geraft’. Het klikte met La Turballe. Na een uurtje zaten we in de kuip al te genieten van zeevruchten met wat te veel wijn. Kwam het door de wijn of de warmte? De rest van de namiddag waren we in diepe slaap verzonken.
Ondertussen zijn we wel wat actiever geworden. Eergisteren fietsten we naar de zoutmoerassen van Guérande en de zoutwinningen. Omdat het hier niet zo heet is als in de Camargue hebben ze er iets op gevonden. Het zeewater wordt kris kras door bekkens geleid, steeds ondieper, tot in het bekken van minder dan 5 cm waar de kristallisatie gebeurt. Zo krijg je een heel uitzonderlijk landschap en een prachtig fietsgebied. Alleen spijtig van de motregen.
Gisteren bezochten we een sardienenvissersboot op rust. Onze gids was de vrouw van een visser. We kregen een goed beeld van hoe het eraan toe ging 20 jaar geleden. Ons is vooral bijgebleven dat de 11 bemanningsleden op elkaar gehokt zaten als sardines in een blik. Mijn rugzakje moest uit om door een smal gat af te dalen in de ‘woonruimte’. De vissers mochten niet dik zijn, ze mochten geen claustrofobie hebben en ze moesten 8 uur werken voor 2 uur slaap op een strozak!! En wij, wij varen voor ons plezier. Maar het zal misschien toch nog even duren voor we vertrekken. Wij wachten op een vriendelijk weerbericht.  

Pornichet 30 juli 2012

In St. Nazaire lagen we aan de ketting, geen voorzieningen voor de pleziervaart. In de commerciële haven worden jachten enkel ‘getolereerd’. We legden de boot vast aan een ketting.
Het verliep allemaal wat anders dan verwacht. In onze recente vaarwijzer was sprake van een wachtsteiger voor de sluis en een drijvende steiger voor bezoekers in het bassin Saint Nazaire. Wat bleek. De steiger voor de sluis was gereserveerd voor pilots. Eenmaal in de sluis zagen we dat de muren een mosselkwekerij waren en onze fenders kropen in een groot gat. De stroming duwde de boot tegen de wand, wij dus duwen wat we konden van de wand weg. Dat was op het nippertje. Om 21 uur voeren we het bassin in. Recht voor ons lag de indrukwekkende bunker die als onderzeebootbasis fungeerde voor de Duitsers. Wel 20 onderzeeërs konden er afmeren. Vlak daarvoor, de drijvende steiger waar bezoekende jachten mogen afmeren. (Volgens de Reeds en ook volgens onze vaargids) Joepie! Geen enkel yacht. Plaats zat. Dichterbij gekomen zagen we de borden ‘Interdit’. Er waren trouwens geen bolders. Dan maar getelefoneerd naar de havenautoriteiten. Aan de Quai de Commerce mochten we liggen. En waar die dan wel was? ‘A droite’ van de bunker. Daarmee moesten we het doen. Welke bunker? Langs oost en west is er een bunker. Na een rondje varen en dankzij hulp van mensen aan wal
vonden we de Quai de Commerce. Die bleek voor het grootste deel voorbehouden voor cruiseschepen. Het werd al donker toen we een plekje aan de ketting veroverden.

Het had ons (vooral mij) zweet gekost om binnen te komen, maar nu we er toch waren viel het mee. Een historisch geladen omgeving en op loopafstand van strand, terrasjes, toeristische dienst, supermarkt en de bunkers met de musea. De voormalige aanlegplaats van de onderzeeërs met haar eindeloze gangen en waterbekkens maakte het meeste indruk. Hier vertrokken de onzichtbare sluipmoordenaars. Macaber. Maar de immense afmetingen wekten ook bewondering op voor de bouwers. Daarna trokken we naar de Espadon, de Franse onderzeeër (1957) die onder het poolijs doorging. En op zondag bezochten we met een autocar de ‘Chantiers de l’ Atlantique’, de grootste scheepswerf van Frankrijk. We zagen twee cruiseschepen in afwerkingsfase, eentje voor 7000 mensen en een ander ‘grand, grand luxe’ voor 500 passagiers en 400 bemanningsleden! Dat is dus ongeveer zoals bij ons, 1 bemanningslid voor 1 passagier, grand, grand luxe dus.
Ondertussen lagen we al 2 nachten in St. Nazaire en we vroegen ons af of we moesten betalen? (geen water, geen elektriciteit, geen sanitair) Aan de sluis stond vermeld ‘Pleziervaart betalen.’ We hakten de knoop door en stapten naar het gebouw van de havenautoriteiten, tweede verdieping, vierde deur, mannen in uniform… Ze noteerden onze gegevens. Misschien, zou er iemand komen. We hebben niemand gezien. Drie nachten gratis.
Deze middag deden we het sluismanoeuvre nog eens over, in de regen. Nu liggen we in Pornichet, weer in de zon.

27 juli 2012

We zijn weer overgestoken naar Frankrijk. Gijon – Saint Nazaire, 308 mijl, 59 uren.
Het volgen van de kusten langs de golf van Biskaje zou te lang duren. We lazen (en ondervonden) dat er voor de Noord Spaanse kust een constante stroming is van oost naar west. Niet zwaar, maar op lange trajecten toch vlug een paar uur extra. Om nog maar te zwijgen van het steeds maar opkruisen tegen de overheersende NO wind en het ronden van de overal aanwezige kapen. Voor enkele trajecten hadden we zeker 24 uur nodig. Dan wordt het meer een rally, altijd maar doorvaren. We blijven ook eens graag een paar dagen liggen. Ik vooral eigenlijk, voor Leo kan het varen nooit lang genoeg duren.
Baskenland hebben we dus, met wat spijt in het hart, rechts laten liggen. Misschien iets voor volgend jaar?
De overtocht bedroeg in vogelvlucht 260 mijl. We hebben er 308 over gedaan. We hadden niet bepaald een doel. Eerst de wind volgen en kijken welke koers er te bezeilen viel. Na een dag en een nacht varen merkten we dat we dat de puntjes op de kaart richting Ierland liepen. Dat was niet de bedoeling. Overstag dan maar. Naargelang de richting van de wind zouden we ergens tussen La Rochelle en Belle Ile landen. Julia deed het voorbeeldig. We hadden haar gevraagd op de wind te sturen. Als de wind draaide, verlegde Julia de koers zodat de zeilen altijd goed stonden.  Handig, vooral in het donker. De meteo had heel weinig wind voorspeld maar dat viel reuze mee. Enkel de eerste dag moest de motor helpen. Daarna was het zalig zeilen. 3, 4, 5 en een enkele keer 6 bft. De zee was soms wat hobbelig maar niet te hoog, onze She gleed er gemakkelijk doorheen. Het had een modelovertocht kunnen worden ware er niet dat ene zinnetje in de meteo. Een onweerszone trok van zuid naar noord en wij zouden ermee te maken krijgen de tweede nacht. Stortregens, rukwinden, donder en bliksem? In mijn hoofd zitten foto’s opgeslagen van yachten getroffen door de bliksem, perte total. Misschien heb ik mijn schrik voor onweer te danken aan mijn kinderjaren. Als twee kleine meisjes liepen mijn zus en ik achter mijn moeder die het huis rondging en wijwater sprenkelde met een palmtakje om de bliksem weg te houden.
Wij hebben gelukkig van de onweerszone niets gemerkt. Maar misschien is het toch handig om in het vervolg wijwater en palmtakje mee te nemen op de boot. Alhoewel… De schipper gaat dat absoluut niet willen!
We liggen nu naast de bunkers die de Duitsers bouwden voor hun U-boten. Indrukwekkend. Maar tot op deze ligplaats geraken was wat ongewoon. Je hoort er nog van.
Gijón 24 juli 2012

In elke Spaanse haven hebben ze een hoop schrijfwerk als we toekomen. Kopies van de vlaggenbrief, de verzekering, de identiteitskaarten… Waar we vandaan komen, waar we naartoe gaan, wie de boot bouwde en waar en wanneer, hoe lang, hoe breed, hoe diep, welke motor… In Ribadeo moest er op de bemanningslijst ook ingevuld worden welke rang ik heb aan boord! Leo had al eens geopperd dat ze alles over ons al lang wisten, waarop de secretaresse lief antwoordde dat het verplicht was. Deze voormiddag stond ik klaar om de stad in te trekken: zonnecrème, zonnehoed, rugzakje, drankje, fototoestel… Ik had net de boot afgesloten toen een man van de douane aan boord kwam. Leo was al vertrokken naar het toilet. (700 stappen) Ik belde dat hij moest terugkomen. Weer de hele rimram maar op een ander document deze keer. Veel Spaans, enkele woorden Engels. We zijn wel te weten gekomen dat het voor de douane vooral belangrijk is om te weten of we naar het oosten of het westen trekken. ?? En als we nu eens naar het noorden gaan? Afin, hij was vriendelijk, wij ook. Daarna konden we de stad in. We zijn hier nu onze vierde dag. De eerste twee nachten lagen we in de nieuwe Marina Yates, wat afgelegen, maar stukken goedkoper dan de haven bij de oude stad. We waren de enige bezoekers en kregen een ware VIP behandeling. Onze plooifietsjes bleven op de boot want er waren goed uitgeruste havenfietsen, gratis. Na twee dagen ontdekte ik dat de puerto deportivo bij de oude stad dit jaar toegetreden was tot de Transeurope Marinas. Halve prijs voor ons. Toch maar verhuizen dan.
Nu dus, vanuit de kuip, zicht op de oude stad en we horen zelfs de straatmuzikanten, accordeon, viool, doedelzak of fluit. In de voormiddag doen we een stadswandeling, pikken een bezienswaardigheid mee en eten een hapje. In de namiddag is het siësten, zwemmen rond de boot, luieren, lezen en doen waar we zin in hebben. Maar morgen willen we toch weer verder trekken. Oost of noord? We moeten nog even alles op een rijtje zetten.
Gijon 20 juli 2012

De zeiljassen komen al enkele dagen niet meer uit de kast. De jeansbroeken gaan er in en uit. De ene dag heet, de andere dag koeler, de ene dag krachtige wind, de andere dag flauwe wind. Van alles wat.
We profiteren nu van enkele dagen zonder te veel wind om oostwaarts op te schieten. De drie grote kapen ronden naar Viveiro was deze keer relax, maar wel met motorgeronk. In Viveiro voelden we ons direct thuis, mooie Ria met hoge bergen rondom en ook een uitnodigend zandstrand vlakbij. We moesten niet lang denken, geen haven maar ankeren. Toen we aan zeven meter diepte kwamen liet Leo het anker en ruim voldoende ketting naar de bodem zakken. Alles leek OK. Hij zette de motor in achteruit om te controleren of het anker hield en plots begon de ketting te ratelen. Oei! Dat hoort zo niet! Motor in neutraal en Leo spurt naar voor met een sleutel om de koppeling aan te spannen. Oef! We hadden ons anker nog. Als we het ooit zouden verliezen hebben we ons tweede anker nog en onze ankerboei wijst het plekje waar het anker ligt zodat we het kunnen bovenhalen of opduiken. Gelukkig bleef alles beperkt tot een minuutje schrik. Even later genoten we in de kuip van een koele cava. Vissersbootjes tuften voorbij. Vissers staken hun hand op. Hola!
Viveiro nodigde uit om te blijven rondhangen maar donderdag zou de wind NW draaien, uitzonderlijk voor deze streek. Dat wilden we niet missen en het werd inderdaad een mooie zeildag zonder motor. Ribadeo was onze volgende ria, wat smaller om aan te lopen, maar met het rustige weer geen probleem. Terwijl Leo de boot vertroetelde en voor eten zorgde, liep ik door steile straatjes en trapstraatjes naar de oude stad. Bij het terugkomen ontdekte ik dat er een lift was.
We besloten maar één nachtje te blijven en verder te trekken naar Gijon. Het werd een lange dag met tegenwind en tegenstroom. Acht mijl voor Gijon dacht ik de dam van Candas te herkennen waarachter je kan ankeren. Bij het binnenvaren merkten we overal steigers maar geen plaats om te ankeren. Er was wel een vrije plaats op de kop van een steiger en een local kwam al aangestapt om ons te helpen bij het aanleggen. Even later zagen we op de plotter dat we in een klein haventje ten noorden van Candas zaten. Eigenlijk waren er geen bezoekersplaatsen maar we mochten een nachtje blijven liggen. Gratis. Van een verrassing gesproken.
Nu liggen we in Gijon en hier blijven we een paar dagen want het gaat goed waaien, natuurlijk uit de verkeerde richting.
Ria de Ares 17 juli 2012

Zondag, achter ons anker hier in de Ria de Ares, was zoals een foto uit een reclamefolder: zon, warm, beschutte ankerplaats, dichtbij de haven en zicht op de zandstranden. Die zandstranden lieten we voor de landmensen. Wij zwommen rond de boot en de rest van de dag bleven we lekker in zwemkledij lopen. Heerlijk! 28°C
Maandag zouden we aan onze terugtocht naar het noorden beginnen, op ’t gemak, langs Noord Spanje en West Frankrijk. We kozen voor Ria de Viveiro, ruim 60 mijl naar het oosten. Maar daarvoor moesten we drie kapen ronden: Cabo Prior, Cabo Ortegal en Punta da Esteca de Bares. Om 7 uur haalden we het anker op, om 9 uur wierpen we een laatste blik op Coruña en om 11 uur maakte ik een foto van Cabo Prior. De eerste uren had de motor bijgestaan maar nu nam de wind het over. Spijtig genoeg NO pal op de neus. Het duurde niet lang of Leo mocht op het dek voor een reef. Een uurtje later tweede reef. De NO werd een 7 Bft. Huilende wind, golven, schuimkoppen en ik zag al eens 40 knopen op de windmeter. Dat was niet voorspeld. Maar rond deze kapen is de wind blijkbaar niet voorspelbaar.
Dat we door het opkruisen zo weinig opschoten in de goede richting baarde me zorgen. Op dit tempo zouden we om middernacht nog moeten knokken voor een mijltje in de goede richting. “Tegen avond mindert de wind” zei Leo. Maar ik had al zoveel straffe verhalen gelezen over de Noordkust van Spanje en zag dat het steeds maar erger werd. De Ria’s die we eventueel konden aanlopen liggen niet beschut tegen N wind en de aanloop wordt afgeraden bij zwaar weer. Als ik naar de brekers rondom ons keek vond ik dat zwaar weer. Toen ik om 13.00 u onze positie op de kaart zette vroeg ik om terug te varen naar Coruña. “Even op de tanden bijten” zei Leo. Om 14.00 u vroeg ik het weer en om 15.00 u smeekte ik zowat om te keren. Heel erg tegen zijn zin en om geen ruzie te hebben met de crew keerde Leo de boot. Acht uur hadden we opgekruist tegen de wind in. Op vier uur blies de wind ons terug naar onze ankerplek in Ares.
Leo wilde dit hoofdstuk zo vlug mogelijk vergeten en er ook niets over schrijven, maar ik vind het ergens ook van goed zeemanschap getuigen om aandacht te hebben voor het welbevinden van de crew en wat te kunnen wachten op betere wind. Morgen proberen we het opnieuw. De wind zou minder sterk en wat meer N zijn in plaats van NO.
Sada 14 juli 2012

Er zouden wat meer boten de Marina Coruña mogen bezoeken anders krijgen ze hun investeringen nooit terugbetaald. Meer dan de helft van de nieuwe, goed uitgeruste steigers waren verlaten. Waar er wel bezoekers lagen spoten havenjongens de meeuwenpoep weg. Af en toe liep er eentje rond met een vlieger in de vorm van een roofvogel. Om de meeuwen te verjagen? Over werkgelegenheid gesproken. Ze stonden ook klaar om binnenkomende jachten te helpen. “Aanpakkers” noemden wij hen. Een kleinere Spaanse boot naast ons kwam terug, van even weggeweest. Zijn landvasten lagen nog op de steiger. De aanpakker stond paraat. Een te zware dame met een te kleine bikini, blootsvoets, maar wel met stoere zeilhandschoenen, zat vooraan op haar poep en nam de landvasten aan om ze te beleggen op de boot, al zittend! Helaas was er maar één aanpakker. Achteraan waaide de boot weg en we kregen weer eens een toek.
Naast de ‘aanpakkers’ had je ook de ‘brengers’, iets nieuws voor ons. Alles wat we kochten in de supermarkt, een extra volle kar, werd aan boord bezorgd. Gratis! Maar we gaven de toffe ‘brengers’ wel een fooi. Wel handig die delivery, want de supermarkt was een eindje fietsen. We hebben nog nooit zoveel gefietst. 450 stappen over de steigers moesten we doen om aan wal te komen. Dus fietsten we naar het land. Iedereen die een fietsje had deed het, de havenjongens ook.
Verder deden we heel wat uitstapjes op de fiets. Om te beginnen naar de Hercules vuurtoren, de oudste, werkende vuurtoren ter wereld, uit de 2de eeuw en 104 m hoog. We waren net terug beneden toen er een horde toeristen uit enkele bussen naar boven wilden. Oef! Leo had al genoeg angsten doorstaan bij het tegenkomen van rondborstige Engelse dames op de smalle trappen. We trokken ook enkele keren de oude stad in voor tapas, een ontbijt of een ijsje. We bezochten het Castelo de San Anton, bekeken het standbeeld van Maria Pita, kuierden door winkelstraten… De verste fietstocht ging naar een botenwinkel voor een nieuw tweekleurenlicht. Voor een culturele uitstap zou Leo nooit zo’n eind fietsen.  
Ondertussen hebben we de Ria de la Coruña verlaten en liggen we in Sada in de Ria de Betanzos. Het was maar 12 mijl, wel met wat regen, slecht zicht, af en toe rukwinden… maar bij aankomst  was de zon alweer van de partij en er stonden twee professionele aanpakkers klaar. Wat een onthaal!
La Coruña 9 juli 2012

We zijn de Angry Bay overgestoken op eigen kiel, 408 mijlen, ruim drie dagen en drie nachten.
We hebben verschillende gezichten gezien van de golf van Biskaje maar gelukkig was het niet zo erg als die toestanden waarvoor er in pilots en publicaties gewaarschuwd wordt. Toch weet je maar nooit met de golf. Het weer en nog meer de toestand van de zee kan er vlug veranderen. Je zit tenslotte aan lager wal van de oceaan met daarbij nog enorme diepteverschillen en heel steile kusten. En het weer was niet bepaald stabiel te noemen dit jaar. Je weet dus niet echt wat de volgende nacht of de volgende dag zullen brengen. Op één ding kan je alvast rekenen, na de nacht komt de dag. En naar dat licht kijk je uit. Want zwaar weer, is in het donker nog dreigender en als er iets misgaat maakt de duisternis het een stuk moeilijker om alles weer onder controle te krijgen. 
We liggen nu in een nieuw stuk van Marina Coruña. Prachtige steigers, grote boxen, ideaal om aan te lopen en voor ons halve prijs. (Maakt deel uit van dezelfde groep havens als Nieuwpoort.) We gaan hier een paar dagen vakantie houden. Niets plannen, niets aantrekken van het weer, doen waar we zin in hebben, om te beginnen veel slapen.

Vrijdag 6 juli, voor mijn zus haar verjaardag, voor ons een gewone Camaret-dag. Uitslapen, uitgebreid ontbijt en dan eerst naar de weerberichten kijken, Leo op zijn ipad, ik op mijn PC. We kwamen bijna gelijktijdig tot het besluit dat het nog zo slecht niet was. Tijdens het weekend kwam er wel wat minder fraais over het westen van Bretagne maar als we vlug vertrokken waren we dat voor. Voor de golf zelf gaven ze nog wat vijven en een keertje zes maar daarna zou de wind minderen. Betrouwbaarheid 3 op 5. Vlug naar de supermarkt voor fruit, groenten, vlees, brood… en rijstpapjes voor mij. Dan Guy en Chris verwittigen dat we vertrokken. Ze zwaaiden ons uit. Ik ben Guy dankbaar om zijn relativerende woorden wat Biskaje betreft. Ik had gelezen dat het op de grens van het continentaal plat altijd spookt. Van 4000 meter diep naar 100 meter! Het oceaanwater botst op een muur en kan niet anders dan naar boven. Ik zag het zo voor mijn ogen. Guy gaf als commentaar: “Dat valt wel mee.” Dat stelde me al wat gerust en… het is trouwens vooral vanaf half augustus dat de golf haar tanden laat zien. Leo wilde bovendien wind, want zonder, zouden we er nooit geraken met onze 120 liter diesel.
De knoop was doorgehakt, daar gingen we. Eerst enkele uren opkruisen richting westen. Daarna verliep het voorspoedig, ZW 5, scherp aan de wind en lange golven die niet afremden. Ik vond het wel eigenaardig dat de golven niet schuin vooraan op de boot kwamen, zoals op de Noordzee als je aan de wind vaart. Blijkbaar waren de golven hier gevormd door de deining. Het bleef droog en ’s nachts kregen we af en toe een ster of de volle maan te zien tussen de wolken door.
Zaterdag 7 juli

Na de warme maaltijd was het gedaan met het comfort, meer wind, onregelmatige golven en dreigende wolkenmassa’s. Net dan kwamen de dolfijnen rond onze boot springen. Moedigden ze ons aan toen het moeilijk werd, of kwamen ze ons uitlachen? Omdat de nacht niet veel goeds voorspelde staken we een dubbele reef en rolden het voorzeil in tot de grootte van een stormfok. Ik had al de hele dag hoofdpijn en het werd erger. Dafalgan hielp niet. Leo deed de nacht op z’n eentje. En wat een nacht! Regelmatig steigerde de boot, er stroomde water over het dek, soms kregen we een mokerslag van tonnen water zodat de hele boot kraakte in zijn voegen en er kwamen stortregens op de koop toe. Leo kon onmogelijk de hele nacht buiten zitten. Gelukkig was de rest van de crew niet ziek. Hij had nog Julia (de stuurautomaat), de radar en de ais. Elk half uurtje werd hij gewekt door zijn iphone en dan controleerde hij of alles nog in orde was. Tussenin probeerde hij wat te slapen in de hondenkooi die hij moest delen met Citroentje. Het bed vooraan is onder de gegeven omstandigheden niet bruikbaar. Je wordt op en neer gesmeten en van links naar rechts gerold. Ik kreeg het meest comfortabele bed aan de lage kant in de kajuit. Maar van slapen kwam niets terecht.
Zondag 8 juli

Mijn ontbijt, een paar hapjes van een beschuitje, kwam er samen met de dafalgan terug uit. Motillium hielp ook niet. Een rasechte migraineaanval. Tijd voor een cafergot zetpil. Daarmee zou ik voor enkele uren niet van deze wereld zijn. Leo dekte alle raampjes af omdat ik geen daglicht verdroeg. Na enkele uren was ik beter maar ik voelde me heel wankel op mijn benen en telkens als ik wilde opstaan om iets te doen kreeg ik het bevel van de kapitein om te blijven liggen. Leo maakte zich klaar om, weer als solozeiler, onze laatste en derde nacht van de overtocht aan te vatten. Gepiep!! Alarm! Julia protesteerde. Ze was ook zo vriendelijk om te zeggen wat er scheelde: accu schip laag. Maar dat was volgens Leo zeker niet het geval. Waarschijnlijk iets met de bedrading. Ik mocht toen toch even buiten om te sturen terwijl Leo het probleem onderzocht en na een tijdje tot bevinding kwam dat de zekering van de stuurautomaat te licht was. Na vervanging was Julia weer tevreden en wij nog meer. Nog eens 24 uur zelf sturen zou een zware fysieke opgave geweest zijn. De wind verflauwde en vanaf de avond mocht de motor bewijzen dat hij ook een trouwe partner is.


Maandag 9 juli

Om vijf uur voelde ik mij als herboren. Ik stuurde Leo naar het beste bed en zette mij aan de ingang van de kuip om de boel in de gaten te houden. We kwamen dichter bij de Spaanse kust en je weet maar nooit wat er allemaal in het water ligt waar je tegenaan kan knallen. Maar het werd een rustige wacht, wel met motorgeronk en zonder sterren. Het deed me deugd Leo te zien slapen.
Toen het licht werd zag ik de indrukwekkende Spaanse bergen, helaas met hun hoofd in de wolken. De wind liet het nog altijd afweten en er stond een rustige deining. Na een tijdje kwam de zon erdoor en we kregen energie te over, opruimen, afwassen, wat poetsen, en we namen in de kuip een deugddoende douche met de douchezak. Zo voelden we ons wat beschaafder om de Spanjaarden onder ogen te komen. Niemand zou vermoeden dat het 24 uur geleden nog een chaos was. 
Leo moest nog even uitwijken voor een boomstam in het water en omstreeks vier uur voeren we in rustig water voorbij de Hercules vuurtoren. La Coruña op eigen kiel. Heerlijk gevoel.
Camaret 6 juli 2012

Zes nachten woonden we in Camaret. We liepen onder de paraplu door gezellige straatjes, langs de restaurantjes en de souvenirshops. Vooral de spullen die naar de Keltische oorsprong van Bretagne verwijzen vind ik altijd leuk om zien. Als het gaat om menhirs, dolmen, elfen, sagen… ben ik verkocht. En, we kochten iets, een meeuw. Eigenlijk een knuffel die kan schreeuwen zoals echte meeuwen dat doen. Niets Keltisch natuurlijk maar aan het plafond van de Chaos hing er zo eentje en nu bij ons dus ook. Knabbeltje heeft een vriendje, alhoewel Leo betwijfelt of meeuw en muis een goede combinatie is. We kochten ook een waterkaart van La Coruña en een zonnehoed voor mij, niet mooi maar heel goedkoop.
Na regen komt soms zonneschijn en op woensdag was het zover. Ik stapte een flink eind van de GR 34 langs Pointe du Toulinguet en Plage de Pen-Hat, heel veel moois dicht bij elkaar. Op de terugweg slenterde ik tussen de menhirs van Lagatjar, niet zo immens als Carnac maar hier geen afsluiting. Je kan bij de stenen, je kan ze voelen, je kan er tegen gaan zitten en ik heb er zelfs tegen gesproken!
En we hebben nog veel meer gesproken want donderdagavond hadden we Chris en Guy uit Antwerpen te gast. Tot laat in de nacht ontdekten we dat we wel heel veel gemeen hebben. We hopen op een volgende ontmoeting te Nieuwpoort of Colijnsplaat
Camaret 2 juli 2012

Vertrekken uit L’Aber-Wrac’h was niet simpel. Omwille van de stroming konden we pas na 14.00 uur vertrekken en zoals voorspeld wakkerde de wind aan. In het Chenal du Four zouden we wind tegen stroom krijgen. Op die plaats heb je dat liever niet. Maar voor de volgende dagen zag het er niet beter uit. Integendeel, het vertrekuur zou alsmaar later worden, de coëfficiënt zou verhogen en de wind bleef zuidwest. Landvasten los dus, want Leo kreeg bijna wortels. En omdat de crew (ik) La Coruña niet zag zitten, zetten we koers naar Camaret. Vooral het eerste gedeelte van de tocht was pittig, hoge maar gelukkig ook lange golven. Het duurde telkens een paar seconden voor de volgende golf eraan kwam. Sommigen krulden bovenaan, zo van ‘Ik ga je pakken’. Maar onze She ging er mooi overheen. De vuurtoren ‘Le Four’ konden we zien als we bovenop een golf waren, dan weer niet, dan weer wel… Er was een deining van 2 m voorspeld. Het is dan altijd maar te hopen dat de deining, de wind en de stroming er geen wasmachine van maken. Le Conquet was volgens de pilot de gevaarlijkste plaats maar de stroming was er al zo goed als stilgevallen toen wij er waren (goed gerekend). Het viel best mee.
Net voor donker legden we ons aan een bezoekersboei te Camaret. We hadden het er zo naar onze zin dat we er twee nachten bleven. Leo haalde zijn verroest visgerief nog eens boven. Niet voor lang echter want alleen de meeuwen hadden interesse voor zijn aas. Nu liggen we in Port du Notic, de kleinste haven van Camaret, niet veel bezoekersplaatsen, maar wel vlak bij het gezellige stadscentrum. Enkele stappen van hier zit onze was in een droogkast maar we kunnen er niet meer bij omdat ik het sluitingsuur niet in de gaten hield.  Dat is voor morgen. Nu genieten we van onze oesters.
L’Aber-wrac’h 30 juni 2012

Het weer verandert hier van uur tot uur. Wisselvallig noemen ze dat. En de voorspellingen op langere termijn voor de golf van Biskaje zijn ook niet van die aard dat het kriebelt om de trossen los te gooien, richting Spanje. De zware winden mogen dan al wat geminderd zijn, ‘mer forte’ daar houden we ook niet van. En op de weerkaarten zien we nog verschillende fronten die op de loer liggen. Dus hebben we hier in L’Aber-Wrac’h al vier nachten geslapen.
Vervelen doen we ons niet. Voorraden inslaan was al een belevenis. Hier, bij de haven, is er geen voedingswinkel. Daarvoor moesten we naar Landeda, bergop. Natuurlijk fietsten we eerst kilometers verkeerd. Mijn fout. Gelukkig was het daarna bergaf met al de extra kilo’s.
Donderdag fietste ik naar St. Marguerite en liep daar op blote voeten, uren door de zee, van eiland naar eiland. Bij eb wel te verstaan. En Leo kreeg er een onverwachte klus bij. Eergisteren knalde een Franse solozeiler bij het aanleggen tegen onze boot. We dachten dat we geen schade hadden maar later merkte Leo dat er een scepter los zat. Dat is om te beginnen niet veilig maar gegarandeerd is er dan ook waterinsijpeling. Dus werd er eerst een stuk van de binnenbekleding losgemaakt om bij de voet van de scepter te kunnen. Twee van de drie bouten waren gebroken en eentje verbogen. Bij de reservespullen vond Leo nog bruikbare bouten. Na een uurtje was alles weer gemonteerd, met de nodige sikaflex natuurlijk. We hebben ook enkele schrammen aan bakboord als souvenir. Maar ja, onze boot dient om te varen en niet om de hele zomer in zijn box te liggen.
Na de middag trekken we wel 40 mijl verder naar Camaret. Daar zijn grotere botenwinkels. Een boot heeft altijd van alles nodig en hier is er niet veel te vinden.
L’Aber-Wrac’h    27 juni 2012
 
Na een regenzondag in Lézardrieux vertrokken we maandag, ook in de regen, naar Trebeurden. Geen wind, zeven uur motoren. Ik zat binnen, lekker droog, boek lezen, logboek bijhouden, kruisjes op de kaart, route in de gaten houden op de plotter… Leo zat in de deuropening en liet Julia sturen. Verder fungeerde hij ook als ruitenwisser, met een zeemvel de raampjes van de vaste buiskap afkuisen om een beter zicht te hebben. De laatste uren was er van goed zicht geen sprake meer. Mist! De rotsen die ik gisteren nog zo prachtig vond waren plots akelige monsters die uit het niets opdoken. Leve de plotter. Hij bracht ons veilig tot bij de haven.
Dinsdag hebben we de plotter ook goed kunnen gebruiken bij de aanloop van L’Aber-Wrac’h. Uren waren we bezig geweest met opkruisen, zigzag over de kaart. Zolang de stroming meewerkte, schoten we nog op. Maar toen de stroming tegen ging, gaf de gps wel een heel late ETA. (uur van aankomst) Motor bij en we kozen voor een binnenweg tussen de rotsen. Het was bijna hoog water. Dat moest lukken. Eenmaal in de aanloopgeul viel het toch tegen, smal, rotsen langs weerskanten en een branding her en der, die ondieptes verraadde. We hadden meteen spijt van onze beslissing. Maar na een half uurtje zagen we, in de avondschemering, de bakens van de hoofdvaargeul en konden we weer rustig ademhalen. Nog rustiger was het tegen middernacht aan onze visitorsboei. Geen wind meer, geen geluiden, in het midden van een rivier, moe maar voldaan, met een glaasje wijn in de kuip… Toppunt van genieten.
Vandaag kregen we van de havenmeester een prima ligplaats in een comfortabele box. Zijn opa was van Mechelen. Hij sprak enkele woorden Nederlands. Waarschijnlijk blijven we hier enkele dagen.
Lézardrieux 24 juni 2012

Vrijdag hoorden we op de radio dat een Ferry bij de Kanaaleilanden problemen kreeg in de onverwacht zware winden tot 65 knopen! (12 Bft) Vijfentwintig wagens beschadigd en zeven bemanningsleden gekwetst. Wij liepen die dag op het havenhoofd van St. Peters Port, keken naar het natuurgeweld en hielden ons vast aan reling om niet in zee te waaien.
In de Victoriahaven lagen we als sardienen in een blik. Iedereen wilde een plekje om te schuilen.  In de plaats van zeilen werd het wandelen, biertje drinken in de pub, lezen…  Maar voor de 4de en gratis nacht bedankten we toch. We wilden tussen twee depressies door nog wat zuidwaarts afzakken. Vrijdagavond vroegen we de assistentie van een havenbootje om zonder schrammen uit de sardienendoos te ontsnappen. Caro en Hansi van de ‘Spirit of Kaa’ uit Blankenberge staken ook een handje toe. (Vrije Noordzeezeilers komen we elk jaar wel ergens tegen.)
Onze laatste kanaaleilendennacht lagen we dus aan een bezoekersponton buiten de marina. Handig! Zo waren we niet meer gebonden aan de waterstand boven de drempel om te vertrekken.  Zaterdagmorgen om drie uur zeilden we met een 6 Bft zuidwest, dubbel gereefd, over een hobbelige zee richting Bretagne.  Trebeurden mochten we al vlug vergeten. Opkruisend doe je  veel mijlen  maar niet zoveel  in de goede richting. De potloodkruisjes ( die ik elk uur op de kaart zet) toonden overduidelijk dat we dan nog een nachtje moesten doorvaren. En met een front op komst was dat uitgesloten. Het werd Lézardrieux op de rivier Trieux. Wel een sterke stroming aan de monding, maar o zo mooi! Grillige rotsen, duizenden eilandjes, stoere rode en groene bakens, oesterbedden… Het landschap heeft iets magisch. We zijn nog eens in Bretagne.
Guernsey 21 juni 2012

Cherbourg was rusten, winkelen en wat klussen. Leo herstelde o.a. het lek aan de watermaker.
Van Cherbourg naar Sark voorliep voorspoedig, voor de wind, al vlinderend. Achter ons anker in de Dixcart bay genoten we van een aperitief en een warme maaltijd. Leo drinkt nooit als hij nog moet varen maar we konden toen nog niet vermoeden dat we een boot op drift zouden redden.   DE REDDING klik hier

Van Sark wilden we naar Trebeurden, een trek van meer dan 60 mijl, maar de stroom zou ons helpen. Alleen spijtig dat diezelfde stroming ons belette vroeg te vertrekken. We wisten dat er ’s nachts zwaarder weer zou komen maar hoopten dan al veilig in de haven van Trebeurden te zijn. Na 2 uur varen kwam het extra weerbericht op de VHF dat waarschuwde voor zware winden ‘soon’. Er zouden ook stortregens komen, donder en bliksem, rukwinden… We bekeken nog even de kaart en dan duwde Leo resoluut tegen de helmstok: ‘We gaan naar Guernsey nu het nog kan.’ Even opboksen tegen de stroom maar het lukte. Nog maar net binnen de havenhoofden kwam de havenmeester aangevaren en vroeg of we dieren aan boord hadden. Leo heeft het afgeleerd om te antwoorden dat hij de hond is want daar kunnen ze niet mee lachen. Omdat de drempel voor de Victoriahaven net droog stond moesten we aan de wachtsteiger. De havenmeester vertelde waar en hoe. Later snapten we waarom. Hij legde de boten volgens grootte en diepte. Na enkele uren lagen we zeven dik!! Toen er genoeg water was mochten we één voor één, rij per rij, braafjes naar binnen naar de aangewezen plaats. We lagen amper vast toen het onweer losbarstte. Zucht! 
Guernsey 21 juni 2012

Cherbourg was rusten, winkelen en wat klussen. Leo herstelde o.a. het lek aan de watermaker.
Van Cherbourg naar Sark voorliep voorspoedig, voor de wind, al vlinderend. Achter ons anker in de Dixcart bay genoten we van een aperitief en een warme maaltijd. Leo drinkt nooit als hij nog moet varen maar we konden toen nog niet vermoeden dat we een boot op drift zouden redden.   DE REDDING klik hier

Van Sark wilden we naar Trebeurden, een trek van meer dan 60 mijl, maar de stroom zou ons helpen. Alleen spijtig dat diezelfde stroming ons belette vroeg te vertrekken. We wisten dat er ’s nachts zwaarder weer zou komen maar hoopten dan al veilig in de haven van Trebeurden te zijn. Na 2 uur varen kwam het extra weerbericht op de VHF dat waarschuwde voor zware winden ‘soon’. Er zouden ook stortregens komen, donder en bliksem, rukwinden… We bekeken nog even de kaart en dan duwde Leo resoluut tegen de helmstok: ‘We gaan naar Guernsey nu het nog kan.’ Even opboksen tegen de stroom maar het lukte. Nog maar net binnen de havenhoofden kwam de havenmeester aangevaren en vroeg of we dieren aan boord hadden. Leo heeft het afgeleerd om te antwoorden dat hij de hond is want daar kunnen ze niet mee lachen. Omdat de drempel voor de Victoriahaven net droog stond moesten we aan de wachtsteiger. De havenmeester vertelde waar en hoe. Later snapten we waarom. Hij legde de boten volgens grootte en diepte. Na enkele uren lagen we zeven dik!! Toen er genoeg water was mochten we één voor één, rij per rij, braafjes naar binnen naar de aangewezen plaats. We lagen amper vast toen het onweer losbarstte. Zucht! 
Guernsey 21 juni 2012
Cherbourg was rusten, winkelen en wat klussen. Leo herstelde o.a. het lek aan de watermaker.
Van Cherbourg naar Sark voorliep voorspoedig, voor de wind, al vlinderend. Achter ons anker in de Dixcart bay genoten we van een aperitief en een warme maaltijd. Leo drinkt nooit als hij nog moet varen maar we konden toen nog niet vermoeden dat we een boot op drift zouden redden.   DE REDDING klik hier

Van Sark wilden we naar Trebeurden, een trek van meer dan 60 mijl, maar de stroom zou ons helpen. Alleen spijtig dat diezelfde stroming ons belette vroeg te vertrekken. We wisten dat er ’s nachts zwaarder weer zou komen maar hoopten dan al veilig in de haven van Trebeurden te zijn. Na 2 uur varen kwam het extra weerbericht op de VHF dat waarschuwde voor zware winden ‘soon’. Er zouden ook stortregens komen, donder en bliksem, rukwinden… We bekeken nog even de kaart en dan duwde Leo resoluut tegen de helmstok: ‘We gaan naar Guernsey nu het nog kan.’ Even opboksen tegen de stroom maar het lukte. Nog maar net binnen de havenhoofden kwam de havenmeester aangevaren en vroeg of we dieren aan boord hadden. Leo heeft het afgeleerd om te antwoorden dat hij de hond is want daar kunnen ze niet mee lachen. Omdat de drempel voor de Victoriahaven net droog stond moesten we aan de wachtsteiger. De havenmeester vertelde waar en hoe. Later snapten we waarom. Hij legde de boten volgens grootte en diepte. Na enkele uren lagen we zeven dik!! Toen er genoeg water was mochten we één voor één, rij per rij, braafjes naar binnen naar de aangewezen plaats. We lagen amper vast toen het onweer losbarstte. Zucht! 
Cherbourg 18 juni 2012

Fecamp zal bij ons voortaan herinneringen oproepen aan Staf Wittevrongel. We hadden hem uitgenodigd op onze boot om zijn verhalen te horen over de Askoy II, de boot van Jacques Brel. Het overtrof onze verwachtingen. Staf is bezield door het project en bovendien ook een goede verteller. We kregen ongelooflijke anekdotes te horen over het bergen van de boot op de Markiezen, over het transport, over tegenslagen maar ook onverwachte hulp… We kregen ook een veel bredere kijk op de veelzijdige en toch eenvoudige mens Brel. Kortom we zijn fan geworden.
Van Fecamp naar Cherbourg hebben we 19 uur gevaren. Nogal wat mensen denken dat een zeilboot over het water vliegt. Niet waar! Ik zeg dan gewoonlijk dat onze snelheid kan vergeleken worden met die van een fietser of een voetganger. Gisteren bv. met een wind van 2 Bft en wat tegenstroom haalden we omstreeks 22.00 uur, bij het vallen van de nacht, nog maar 2,7 knopen. Omgerekend is dit ongeveer 4,3 km/uur. Toch hebben we de motor niet bijgezet. We hoorden alleen het water dat zachtjes tegen de boot kabbelde, verder helemaal niets. Die rust wilden we niet verstoren.
De laatste uren was er van rust geen sprake meer. We kregen stortbuien en windvlagen over ons heen die maar niet van ophouden wilden weten. Bij een kaap wordt dat dan ‘mer agitée’ Gelukkig is Cherbourg gemakkelijk aan te lopen met alle soorten weer en na enkele uren vechten tegen de natuurelementen krijg je heel veel waardering voor een droog bed.
Vanmorgen lazen we dat jullie in Vlaanderen ook weer noodweer hadden. Wij zijn toch blij dat ze de bliksem niet boven ons hoofd losgelaten hebben.
Fecamp 16 juni 2012

We zijn geen ezels. Die vallen geen twee keer over dezelfde steen. Wij wel. Wij hebben ons gisteren nog maar eens laten beetnemen door het weerbericht. In Dieppe hing de meteo omhoog van Meteo Consult. Die voorspelde windkracht 4 met windvlagen tot 7. Als ik een zeven zie blijf ik liever in de haven maar de Nederlander naast ons zou zeker varen. Het weerbericht was betrouwbaar en het zou best meevallen. Uiteindelijk vertrokken wij als eersten en waarschijnlijk als enigen. We zagen de hele dag geen enkele zeilboot. Wel kregen we het gezelschap van een forse wind. De windmeter ging niet onder de 30 knopen en tijdens de stortbuien durfde hij al eens over de 40 knopen te gaan. Natuurlijk hadden we die wind dan ook nog eens op kop zodat we moesten opkruisen.
Na veel extra mijlen beslisten we Fecamp binnen te lopen. We voelden er niets voor om nog eens zoveel uren op te boksen naar Le Havre. Wel ging ik, aan de hand van de Reeds, even rekenen hoeveel water er aan de ingang van Fecamp zou staan.  Een ‘getijden programma’ van Leo gaf hetzelfde resultaat. Oef. Aan de grond lopen hopen we nooit mee te maken. De ingang van de haven was een heksenketel. Tussen de havenhoofden werd onze She door de deining wat opgetild en heen en weer getrokken. Enkele minuten durfden we nauwelijks ademen. Maar onze trouwe Yanmar trok er ons veilig door.
En we hebben weer Vlaamse buren. Naast ons ligt mr. Wittewrongel met wie we op de beurs in Nieuwpoort een praatje maakten over de restauratie van Jacques Brels boot. En hij herkende onze boot als een Sparkman en Stephens. Dat vinden we altijd geweldig.
Vandaag nemen we een dagje rust want ze voorspellen nog meer wind.
Boulogne sur mer 13 juni 2012

Onze eerste 60 mijlen van de zomervakantie zijn gevaren. We zijn Boulogne binnengelopen. Zalig, zo buiten het hoogseizoen. We konden onze ligplaats kiezen. Indien we dat wilden konden we zelfs naast de Chaos van Walter en Renée gaan liggen. Maar je moet je kennissen ook wat privacy gunnen.
Onze zeiltocht van vandaag verliep zeer rustig. Leo verwonderde zich erover dat ik geen enkele keer gegild heb. Hij denkt dat de cursus ‘Kustvaart’ zijn vruchten afwerpt. Maar er was gewoon niets om bang voor te zijn. Goeie boot, goeie schipper en bijna geen andere boten op de zee. Alleen wat ferry’s voor Calais die we niet voor de voeten mochten lopen.
Ondertussen ben ik eindelijk beginnen lezen in de vaarwijzer die ik kocht voor de Golf van Biskaje. We trekken in die richting deze zomer. Maar we nemen alles zoals het komt, niets moet. En we kozen voor de route langs de Franse kust omdat je, met dit onstabiele weer, hier toch veel veilige havens vindt waar je kan schuilen. Volgens onze vaarwijzer is dat niet zo in Noord-Spanje. Blijkbaar kan de oceaandeining daar spectaculair oplopen, ook onverwachts bij rustig weer, door narigheid verder op de Atlantische Oceaan. Het aanlopen van havens wordt dan erg moeilijk. Vandaar het Spaanse gezegde: “Si quieres aprender a orar, para en el mar.” Als je wilt leren bidden, ga dan naar zee.
Nieuwpoort 30 mei 2012

Een boot heeft toch iets gemeen met een huis. Je kunt er aan blijven werken.
De voorbije winter heeft Leo onze She weer goed verwend. Zo hoort dat in een relatie met een ‘zij’. Ze kreeg nieuwe kranen en huiddoorvoeren, een nieuwe achterstag, een nieuwe gasbun op een betere plaats, een vierde en vijfde batterij, een nieuwe waterzak en haar garderobe is uitgebreid met een nieuwe genua. Mooi zeil, dank u Wittevrongel.
Bij de testvaart merkten we dat het grootzeil ook meer en meer scheurtjes krijgt. Dus zijn we op zolder gaan zoeken of we in haar kleerkast nog iets bruikbaars konden vinden. En dat is gelukt. Ze doet het bijna even goed met haar oude grootzeil. Iedereen tevreden, zeker onze portemonnee.
Rest ons nu nog poetsen, testen, laden… en plannen.