Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink

Nieuwpoort 13 oktober 2013

Al onze zintuigen vertellen ons, dat het vaarseizoen op zijn einde loopt. De zon gaat vlugger slapen, jassen worden uit de kast gehaald, de vochtigheid in de boot neemt toe, mensen verhuizen bootspullen naar de auto, zeilen worden afgespoten en iedereen is het erover eens dat de zomer voorbijgevlogen is. Leo is er trouwens van overtuigd dat de tijd trager tikt als er geen bladeren aan de bomen hangen??
De laatste dagen in het water probeer je zo intens mogelijk te beleven. We slaagden er in, nog één nachtje vreemd te gaan naar Oostende, met de zus van Leo als gast. Halve kip eten in de koekoek, garnalen pellen in de kuip, tong kopen aan de vistrap, wandelen… En natuurlijk waren er nog enkele onvoorziene klusjes. Julia weigerde dienst, ‘no course’. Het werd een zoektocht tussen de wirwar van draadjes en connectoren. Gelukkig heeft Leo deze spaghetti zelf ontwikkeld en vond hij het losse eindje. Bij een proefvaart deed Julia het weer voorbeeldig.
Aan klussen voor de volgende winter geen gebrek. De kluslijst blijft, zoals gewoonlijk, steeds maar groeien. Maar als de She op het droge staat, (15 oktober) trekken we er eerst nog even met onze Mus op uit. Je hoort nog van ons.



 



Nieuwpoort 26 augustus 2013

Nadat we de Bretoense en Normandische kapen gerond hadden dachten we in rustige dagtochten, geholpen door een super hoge spring terug richting Nieuwpoort te varen. Maar eerst nog even genieten in het schilderachtige Valéry-en-Caux waar we met onze She Twins nog nooit waren. Herinneringen aan onze Shewitch en de Nehalinnia kwamen naar boven.
Tot Dieppe ging alles voor de wind, eigenlijk halve wind. Daar kregen we te horen dat Boulogne een week gesloten was omwille van een internationale zeilwedstrijd. Dat werd dus een lange etappe, zaterdag, naar Calais. Na enkele uren zeilen was de wind op en werd het broeierig heet. We hingen zelfs het zonnescherm boven de kuip. Voorbij Boulogne veranderde alles heel snel: windstoten, wolken, nevel, nijdige golfjes… Het werd opboksen naar Calais met wind van bijna 30 knopen recht op de neus. Waar we voordien nog uurgemiddelden hadden tot 8,4 knopen zagen we onze snelheid zienderogen teruglopen en het uur van aankomst werd dus steeds later. De laatste loodjes! En de ferry’s die je meestal van heel ver ziet aankomen, doken nu als donkere silhouetten op uit de nevel. Gelukkig waren en nog boeien vrij voor de drooggevallen drempel zodat we van wat nachtrust konden genieten.
Van Calais naar Duinkerke deden we in volle zeiluitrusting omwille van regen. Niettegenstaande die regen stond er toch een welkomstcomité op de dijk voor de haven van Grand Large. Mijn zus en Jos hadden er postgevat met hun Tipi. Het werd een heerlijke avond met bubbels, (hun 700ste nacht in de camper) lekker eten, bijkletsen, lachen, foto’s kijken… en prachtig vuurwerk. Het is de tweede keer dat we hier onze vaarvakantie afsluiten met vuurwerk.
Maar we waren nog niet thuis. Naar Nieuwpoort deden we met een Noordoost van 7 beaufort alhoewel er maar 5 voorspeld was en de golven waren nog veel ambetanter als die van cap Gris Nez. Maar we zijn er. Nu, volgens traditie,  op zoek naar een frituur.



Fécamp 20 augustus 2013
Maandag  zou er voor ons genoeg water staan in de Baie des Veys. Windvoorspellingen kunnen er nogal eens naast zitten en het klimaat kan rare sprongen maken maar de getijden zijn gelukkig betrouwbaar. Zolang de aarde en de maan mooi in hun baan blijven zal de zee op en neer gaan. In de Baie des Veys is dat spectaculair. We fietsten 9 km door polders en moerassen om bij de Pointe de Brévands de drooggevallen baai te overschouwen. Vijf km modder en zand, geen zee te bespeuren en ook geen zeehonden, alhoewel dit één van hun lievelingsplekken is. Wij waren ook gekomen om de boeien te zien. Even kijken of de havenmeester gelijk had. Inderdaad. Er was geen water tussen de drooggevallen rode en groene boeien. De geul liep buiten de bakens. Men moest de tonnen nog verplaatsen! En zo vaarden we, maandagmorgen, een half uur voor hoog water over de ondiepste plek met de rode boei aan onze bakboord. Toch eng hoor. Je rijdt met je auto ook niet op het voetpad. Onze dieptemeter meldde 2,70 meter. Daar kunnen we mee leven. We noteren in onze pilot dat we een coëfficiënt  van 80 nodig hebben om comfortabel over de zandbanken te gaan.
En voor de zeilers die ook eens naar Carentan willen, wees niet te vroeg met aanlopen. Een half uur voor de sluis opengaat komen kijklustigen om ‘Le Mascaret’ te zien, een vloedgolf die de rivier inkomt als er een hoge coëfficiënt is.
Voor de rest niets dan lof over Carentan. Wij houden van de rust, het groen, het vreedzame. Toch denk je meer dan eens aan 6 juni 1944. We fietsten naar Catz (5 km) voor een bezoek aan het tankmuseum, niet alleen om de jeeps, trucks en tanks te zien maar vooral ook om even stil te staan bij de waanzin die zich hier afspeelde.
Ondertussen zijn we in Fécamp geland na 14 uur zeilen met ruime wind. Eindelijk nog eens een lange tocht zonder motor. Leo heeft een gebroken leuver vervangen en een afgescheurde lus van de lazy jack genaaid. Voor de rest zijn onze plannen: zwemmen, luieren, lezen, lekker eten en drinken…

 

Carentan 15 augustus 2013
Omonville beviel ons. Citroentje spetterde met ons verschillende keren naar de kant, o.a. om mosselen te gaan eten. De tweede nacht was er een vijf voorspeld en die kwam er, van over het land maar toch heel woelig. We lagen vreselijk te rollen en ik had te doen met de mast die stoten kreeg van de spiboom. Tussen 1 en 4 uur was het bijna niet mogelijk om te slapen.
Maar na de nacht komt de dag en we voelden ons stukken beter bij het ontbijt in de kuip, al zeilend richting oost. De zee was voor ons alleen want de stroming zat nog wat tegen en dus was de vloot van Cherbourg nog niet buiten. “Er komt een boot op ons afgesnord, een officiële,” zei ik tegen Leo. Het bleek de Douane. Ze vaarden rond de She en bleven dan aan onze bakboord. Er verscheen een bord VHF 8. Veel vragen. Waar we naartoe gingen, waar we vandaan kwamen en met welk doel we op zee waren… Leo antwoordde, ik at verder aan mijn boke met choco. We moesten standby blijven op 8 en na enkele minuten mochten we onze tocht verder zetten. De computer had ons blijkbaar doorgelicht en goedbevonden.
Eén nacht bleven we in St. Vaast, zeevruchten eten en bijslapen.
Nu liggen we in Carentan en hier is het ook goed slapen op een rivier achter een sluis. Maar eerst moesten we over de droogvallende Baie des Veys, met hoogwater natuurlijk, braafjes tussen de rode en groene boeien. Bij boei 11 werd het wel heel spannend. Diepte 2,10 meter. Oei, nog geen 30 cm onder de kiel. Gelukkig was het even verder op de rivier weer dieper. Na een uurtje lagen we goed en wel in de sluis. Een motorbootje kwam in de problemen, draaide rond, een passagier viel in het water en de motor gaf het op. Sluis open, alle Fransen vaarden weg. Wij boden het bootje een sleep aan wat ze dankbaar aanvaarden. Barmhartige Samaritaan?
Ondertussen zagen we in de havenbrochure een grafiek over de aanloopmogelijkheden. Onze diepgang en een coëfficiënt van 54 was maar op ’t nippertje. Vandaag is de coëfficiënt maar 49. We zitten hier voor minstens 5 nachten vast want de vloed is niet hoog genoeg om weer weg te varen. Niet erg. Het is hier prettig wonen tussen het groen en de eendjes.

 

Omonville-la-Rogue 12 augustus 2013
Van Roscoff naar Guernsey was vele uren ‘kwakkelen’. De wind hadden we in de rug maar te weinig om de zeilen gevuld te houden. De zijwaartse houle deed de boot voortdurend rollen, een slijtageslag voor zeilen en tuig. Toch kwamen we nog op een deftig uur in St. Peter Port. We kregen een plaatsje naast een Engelsman die zelf al tegen een Belg lag. En dat bleek de Mayope te zijn, één van onze buren in Nieuwpoort. Bedankt Peter en Marie-Jo voor de gezellige avond op jullie mooie boot.
Dit jaar is Leo niet zo Engels gezind. Versta me niet verkeerd. Hij heeft absoluut niets tegen Engelse boten maar voelt er niets voor om veel Engelse ponden uit te geven en rode diesel te tanken. Dus lag Cherbourg voor de hand maar ik wilde nog even langs Alderney en zo kwakkelden we van het ene kanaaleiland naar het andere, zonder motor, op ’t gemak. Zeilen kon je het niet noemen. De stroming hielp ons meer vooruit dan de wind. Pas op twee mijl kregen we Alderney te zien en even daarna was het eiland al weer weg, opgeslokt door lage wolken en mist. Frankrijk dan maar? De motor mocht direct helpen omdat Frankrijk met de stroming rond de Raz moeilijk zou worden. Inderdaad. Het werd opboksen. Daarom besloten we Omonville-la-Rogue aan te lopen. We waren er nog nooit en er zouden bezoekersboeien liggen. Wel weer uitkijken voor onderwaterrotsen,  zeker nadat we in Guernsey op de marifoon een mayday volgden van een boot die was lekgevaren op rotsen. Het moet je maar overkomen. Wij bereikten veilig het haventje, mooi, gezellig en beschut, maar de ‘bezoekersboeien’ waren groot, kegelvormig en van metaal. Ze vertoonden al sporen van vroegere botsingen.  Het is niet prettig als zo’n boei tegen je boot ligt te kloppen. Leo vond er echter wat op. Hij plaatste de spiboom tussen de mast en de boei, een paar landvasten hielden alles mooi op zijn plaats. Dankzij die opstelling hadden we een rustige nacht en we blijven nog eentje.


 

Roscoff 9 augustus 2013
Na de boei op de Odet in complete stilte en zonder rimpeltjes op ’t water volgden nog een aantal boeien. Bij Bénodet bleven we 2 nachten aan een boei om zware winden te laten overwaaien. Daarna volgde een boei bij Audierne, goed beschut dus rustige nacht. ‘La Vieille’, de vuurtoren in de Raz de Sein, vaarden we nog eens voorbij maar deze keer een half uurtje te vroeg. De rafelingen en kabbelingen waren nog onschuldig. De wolken zagen er wel dreigend uit maar we bleven gelukkig gespaard van regen, rukwinden en onweer. Onze volgende haven was Camaret maar het lag er aardig vol omwille van zeilwedstrijden. Dus kozen we weer een boei, een wiebelende deze keer omwille van de noorderwind. Voor donderdag was er een westenwind tot 4 bft. voorspeld maar de zee was bijna glad, veel te weinig wind om te zeilen. In ‘Chenal du Four’ kregen we de stroming goed mee en eenmaal de hoek om duwde die stroming ons met 3 knopen extra vooruit. We konden dan wel niet zeilen maar met 8 knopen over de grond is ook wel leuk en we beslisten Aber Wrach over te slaan. Roscoff kan je laat aanlopen, daar is altijd plaats. We liggen nu dus 2 nachten aan een comfortabele steiger. Met de gratis bus reden we naar de supermarkt, we deden wat onderhoud, een handwas…en we hebben een fles schuimwijn koud staan. Gisteren haalden we onze tienduizendste mijl met de She Twins. (18532 km) Dat wil zeggen dat ze ons zo’n 2000 uur over het water gedragen heeft, met hebben en houden. Dat schept een band. Wij dragen zorg voor mekaar.
Bij zo’n mijlpaal kijk je dankbaar achterom maar je denkt ook aan wat er nog kan komen? Toevallig hebben een paar van onze ‘volgers’ het momenteel heel moeilijk om naar hun toekomst te kijken. Daar word je stil van.


 

Benodet  4 augustus 2013
Ons zevende eiland was Île de Groix. We sliepen wel één nacht in Locmiquélic zodat we voor de middag konden toekomen. Na de middag ligt de haven vol en worden de bezoekers gestapeld tussen boeien in de buitenhaven bij de ferry. 
De eerste dag verkenden we, op de fiets, de westkant van het eiland. Ons doel was de vuurtoren van Pen Men. De hoofdwegen zijn verhard maar smal, geen verkeerslichten en bijna geen wegmarkeringen. Ik zag maar één verkeersbord, een helling van 30 % en daar ben ik afgestapt. Leo vloog naar beneden natuurlijk. Over het hele eiland is er een netwerk van fietspaden maar dat is eerder voor mountainbikes. Mijn benen zitten vol krassen van de bramen en als het pad te rotsachtig werd stapte ik af. Leo mocht dus weer wachten. Ik heb toen besloten, nooit samen met Leo, een tandem te huren. Ons rijgedrag is te verschillend. De weg vinden moesten we doen aan de hand van platte rechtopstaande stenen met ‘Bretoense’ tekens en dat lukte. We vonden Pen Men.
De volgende dag ging ik alleen op stap om, te voet, de oostkust te verkennen. Er loopt een prachtig wandelpad (30 km) helemaal rond het eiland. Ik wandelde tot aan de Pointe des Chats met zijn ver in zee stekend rif. De site is geologisch belangrijk omwille van bijzondere mineralen. ‘Verboden stenen te rapen of los te hakken’. Een paar glinsterende steentjes zijn toch op weg richting België.
Na Île de Groix vaarden we terug naar de Odet. Nog eens echt kunnen zeilen, 43 mijl, 6 beaufort. Leo was content. Voor mij mocht de houle iets minder zijn en de zee wat minder ‘agitée’. Laat in de namiddag vaarden we stroomopwaarts op zoek naar een ankerplekje. De meest geschikte plaatsen waren ingenomen door boeien. Na een ankerpoging die niet echt voldoening gaf namen we een vrije boei. Een kajakker kwam meteen vertellen dat dit verstandig was omdat de ondergrond daar niet goed was om te ankeren en dat de eigenaar van de boei zo laat niet meer zou komen.  Het werd een heel stille en eenzame nacht. We waren volledig omringd door bossen, geen enkel lichtje. Zalig.
Maar het weer is erg wisselvallig en we zijn nu terug in Benodet. Men geeft in de meteo veel vijven en zessen. Ik denk dat we 2 nachten blijven.

 

Belle Île  30 juli 2013
Vandaag was er een ‘Avis de Grand frais’ en dus bleven we nog een dag langer in Le Palais op Belle Île. Gisteren waaide het geen 7 bft maar het scheelde niet veel. We hadden een scooter (125 cc) gehuurd voor één dag en hebben daarmee het hele eiland rondgecrosst. Zo’n 70 km stonden er ’s avonds op de teller. Aan de westkust, de Côte Sauvage, gingen wind en zee wild tekeer. Boven op de vuurtoren Goulphar, 247 treden, flapperden de kleren rond ons lijf. Brr. Zo’n wind. De job van vuurtorenwachter zou niets voor mij geweest zijn. Achteraan op de scooter zat ik ook niet helemaal op mijn gemak. Ik wist niet dat die dingen 60 km per uur doen. En toen ik Leo vroeg of hij bij het sturen last had van de windstoten kreeg ik te horen dat hij meer last had van de passagier die niet stil bleef zitten! Toch hebben we van onze rondrit genoten. We waren vooral verrast door de prachtige kustlijn met verweerde rotsen maar ook lieflijke inhammen en beschutte stranden. En… we bleven droog. Dat was niet zo de dagen voordien. Zondag bezochten we de citadelle Vauban. Je kan er uren ronddwalen tussen vestingwallen, casematten, kruitmagazijnen... We zaten net in het ondergrondse cachot en lazen de namen van politieke gevangenen die er hun dood vonden, toen een hevig onweer losbarstte. Wel een veilige plek voor donder en bliksem maar niet aangenaam om te blijven schuilen tot na de stortregens. Dus ontsnapten we uit het cachot (nr 19) en liepen naar de zaal met de maquette (nr 20). Een half uurtje later scheen de zon alweer. Vandaag was het net zo wisselvallig, nat en droog, gierende wind en windstil. Maar morgen wordt de wind wat normaler en men spreekt niet meer van onweders, dat wordt dus varen. Tussen 11 u. en 13 u. staat de sluisdeur open en kunnen we naar buiten. Leo begint het al wat op zijn heupen te krijgen van de ‘overlopers’. Naast ons, drie dik, is een boot van een zeilschool komen liggen. De zeskoppige bemanning moet over onze boot lopen en dan nog over die van onze buren om aan land te gaan. Wat mij betreft, ik heb liever overlopers dan met deze wind aan de boei te liggen rollen. Het hoort er allemaal bij.

 

Belle Île  27 juli 2013
In de haven van Turballe sliepen we 2 nachten in een niet bewegend bed. We aten zeevruchten, trokken naar het strand, lieten ons duikflesje vullen en Leo deed wat onderhoud. De motor die dit jaar al bijna 100 uur draaide kreeg, preventief, nieuwe filters en de ankerwinch werd uit elkaar gehaald voor een smeerbeurt.
Naar Turballe was het prettig zeilen in de zon. Net genoeg wind om de motor niet bij te zetten, gladde zee, eigenlijk vond Leo het zelfs wat saai!  Tot hij een enorme kwal zag naast de boot, en nog één, een nog drie, en nog, en nog… Ik kon niet geloven dat die grote vlekken onder water kwallen waren, misschien afval van een vrachtschip of zo? Tot er enkele wat dichter bij de oppervlakte kwamen. Man, man, wat een kwallen, zeker een hoed van 50 cm. Twee uur vaarden we door de kwallen. Hier wilden we zeker niet over boort vallen. Later, in de haven, kregen we te horen dat ze niet gevaarlijk waren. Toch enge beesten.
Bij het wegvaren van Turballe was er geen wind, geen zon, veel lelijke wolken en wat deining, een kwakkelkoers dus. Twee mijl voor het eiland Hoëdic zag Leo, ver aan stuurboord,  het water bewegen. Een ondiepte? Klopte niet met de kaart. Door de verrekijker zagen we dat het dolfijnen waren en ze kwamen onze richting uit. Spannend. Altijd hartverwarmend een ontmoeting met dolfijnen. Ze waren met veel, deden gekke sprongen in de lucht en doken voor onze boeg. Het was een soort die we nog nooit zagen, heel zwart wit afgetekend. Na enkele minuten zwommen ze verder de zee in en lieten ons achter met een bijzonder gevoel omdat ze onze boot uitkozen voor hun show.
Nu liggen we op Belle Île, ons zesde eiland van deze reis. Ik zag wat op tegen de drukte en de rompslomp: eerst enkele uren rollen aan een boei buiten de haven, dan in file naar binnen door de poort, in het bassin-à-flot wachten op een toegewezen plaatsje en ondertussen proberen geen enkele andere manoeuvrerende boot te raken… Maar het havenbootje gaf de zeilboten een duwke indien nodig en iedereen hielp mekaar. Leo had alles goed in de hand en we liggen nu veilig en wel langszij een Franse boot van ons formaat met zicht op de citadel en tussen de gekleurde huizen.  We betaalden meteen voor 4 nachten want  er is hier heel wat te verkennen.

 

Houat 23 juli 2013
Houat is het geliefkoosde eiland voor vele Fransen zeilers en dan vooral de ankerbaai Tréach er Gourhed in het ZO. Wij lagen er samen met een zestigtal boten maar er was plaats genoeg. Het land zag er aanlokkelijk uit maar de noorderwind zorgde voor golfjes en het was een heel eind voor Citroentje. Helemaal droog zou het zeker niet lukken. Dan maar fototoestel en portefeuille in een plastieken zak en daar gingen we. Leo dropte mij op het enorme strand voor mijn wandeling. Weer prachtige landschappen, zandstranden, rotspartijen en mooi begroeide duinen. Nog even naar het dorp. Waw! Geen auto’s hier, witte huizen tussen de bloemen. En ik zag aan de noordkant nog vrije bezoekersboeien. Tof, want morgen zou de wind ZW worden. Terug naar het strand om Leo op te roepen.
Op Îles de Glénan lag de boot zo dicht dat Leo me kon zien. Op Île d’ Arz zou ik een sms sturen. Bleek dat er een storing op het net was. Mijn sms’je wilde niet weg, nog even proberen op een hoogte, even op de pier… Niks! Meevaren met andere mensen? Net dan kwam Citroentje aangesnord. Er was toch een sms’je doorgeraakt. “Volgende keer roep je me op de handmarifoon, op kanaal 15,” zei Leo. Hij had me dit al voorgesteld maar ik vond het te veel gedoe. Nu had ik er wel oren naar. Even een testje, OK.
En daar stond ik dan, ’s avonds, op het ondertussen verlaten strand te Houat en ik haalde de handmarifoon uit de plastieken zak. Oh nee, i.p.v. kanalen allemaal frequenties. Ik had de tweemeterzender mee. Die dingen lijken ook zo op elkaar. Wat nu? Mijn gsm was nog aan boord en de She lag wel erg ver in zee. Met het ding dat ik in mijn hand hield moest het ook te doen zijn maar voor mij is dat Chinees. Er zat niets anders op dan op het strand te blijven staan en te wachten. Ik zag onze boot ver weg met daarachter een geel vlekje, Citroentje. Na 10 minuten kwam het gele vlekje in mijn richting. “Ik had je hier een paar uur moeten laten staan,” zei Leo, die regelmatig door de verrekijker gekeken had en ik kreeg meteen een hele uitleg over frequenties en kanalen.
Vandaag hadden we geen marifoon nodig. We gingen samen aan land. De boot veilig aan een boei en wij op een terrasje met een Affligem, een wit wijntje en heel veel musjes rond ons.

 

Crouesty 21 juli 2013
Na Locmiquélic trokken we naar Trinité-sur-Mer waar we in 2006 onze She kochten, onze duurste haven van deze reis en Leo voelde zich zoals een aap in de dierentuin. Op de pier naast de bezoekerssteiger slenterden rijen mensen die kwamen bootjes kijken. Het leukste vond ik de visser met zijn border collie. De hond zat gespannen naar het water te kijken, onbeweeglijk, in een houding klaar om te springen. Hoelang zat hij daar al? Na Trinité sliepen we 2 nachten achter ons anker in het ‘zeilersparadijs’ van Morbihan. De golf van Morbihan is een binnenzee van 50 vierkante km bezaaid met eilanden. Elke 12 uur moet daar overal meters water komen en dus stroomt het door de ‘smalle’ ingang bij Port Navalo soms tot 9 knopen met indrukwekkende stroomrafelingen. Wij vaarden vrijdagmorgen binnen bij het laatste beetje ebstroom en dat lukte aardig. Eens binnen merkten we dat veel Fransen in dit paradijs willen zijn: zeilscholen, surfers, waterskiërs, motorboten, kajakkers… Wij volgden braafjes de diepe vaargeulen, slalommend tussen de eilanden en besloten een heel eind de baai in te varen naar de rustige ankerplaats ten zuiden van Île d’Arz. Pas bij de derde poging hield het anker. En omdat we er niet helemaal gerust in waren is Leo met het duikflesje, op tien meter diepte, het anker nog wat beter gaan ingraven. Buiten het onweer ’s avonds met nogal felle windvlagen hebben we genoten van ons ankerplekje. De wandeling over het eiland was helemaal zoals het in de gids stond: een gerestaureerde getijdemolen tussen zeekraal en lamsoor, vriendelijke graniethuizen met bloemen alom, bijna geen auto’s maar wel veel fiets- en wandelpaden. Kortom een heerlijke plaats om te wonen. Zaterdagavond lagen we achter ons anker ten zuiden van Îles Aux  Moines om al wat dichter bij de uitgang te zijn. Want uit de golf geraken is nog lastiger dan erin. Je moet door enkele ‘stroomversnellingen’ als je op de juiste tijd aan Port Navalo wil zijn. En we wilden niet langer blijven omdat er een heel hoge spring op komst is. Vanmorgen verlieten we dus de golf samen met een hele vloot zeilboten. Soms spannend, als we zagen dat boten schuin weggeduwd werden. Er kwam heel wat stuurwerk aan te pas, en deze keer deed Leo het zelf. Maar we zijn dus veilig en wel in de grote haven van Crouesty geraakt. En Leo heeft hier al meteen een goede daad verricht. Een dolfijntje zwom al uren rondjes in een uithoek van het visitorsdok achter onze boot. Niemand had er een goed oog in. Leo is met zijn snorkelgerief te water gegaan en heeft het dolfijntje terug richting zee geholpen.
 

 

Locmiquélic 17 juli 2013
Van de Odet naar de Glénan eilanden is nog geen drie uurtjes varen. Toekomen doe je liefst van 2 uur voor tot 2 uur na hoog water. Dus vertrokken we op de rivier terwijl die nog goed stroomde. Bij de smalle monding ging Leo nog even binnen op de plotter kijken. Julia stuurde, zoals meestal trouwens. Plots draaide de boot 90° naar bakboord. Waw! Was da? Rap zelf sturen. De grillen van de Odet? Een paar minuutjes later deed Julia het gelukkig weer voorbeeldig.
Iets na hoog water kwamen we bij de Îles de Glénan. Aan de noordkant waren er nog veel bezoekersboeien vrij maar de noorderwind deed de boten schommelen. Even naar de zuidkant varen. In het diepste gedeelte was alles volzet. De laatste boei werd opgepikt door een Franse boot die ons volle gas voorbijvoer. In het ondiepere gedeelte vonden we nog een vrije boei die net voldeed qua diepte. Bij laag water snorkelden we rond de boot en zagen dat we ruim een halve meter water onder de kiel hadden.
Op St. Nicolas, één van de eilandjes, staan 2 café restaurants, geen winkel, geen bakker, geen huizen, geen wegen. Citroentje bracht ons naar de kant want Leo wilde een pint drinken op het eiland en ik wilde wandelen. Mooi eiland, mooie stranden met heel fijn wit zand en helder water. Maar je bent echt niet Robinson Crusoe. Elk kwartier droppen de rondvaartboten hun lading dagjesmensen. ’s Nachts was het er wel heerlijk rustig. En de volgende morgen om 9 u (twee uur voor hoog water) maakten we ons los van de boei. Nog even over het ondiepe gedeelte en dan zeilen want er stond wind. Voorbij de kardinaal boei die waarschuwt voor onderliggende rotsen stapte Leo naar voor om het grootzeil op te trekken. Ik minderde vaart en stuurde naar de wind tot mijn oog op de dieptemeter viel. “Leo, het is hier maar 2,1 m diep.’ Vaart minderen. ‘Oei, het zakt nog, 1,9. Oh nee 1,7’ Er klopt iets niet. Normaal zouden we nu aan de grond zitten. Van bij de mast stond Leo me kalm aan te kijken. Toen pas merkte ik dat het de snelheidsmeter was die ik voor de dieptemeter nam. Vals alarm. Na 5 nachten aan een boei liggen we ondertussen weer in een haven, Locmiquélic. We hadden o.a. een wasmachine nodig.

 

Bénodet 14 juli 2013
Op onze laatste dag in Loctudy kregen we een groot Frans zeilschip als buur. Eigenlijk was hij wat te lang en ook te breed voor de box. Tussen ons beiden zat het vingersteigertje geklemd. De crew bestond uit vijf mannen. Om aan land te gaan sprongen ze van hun hoge boot op het steigertje, dat meteen wat dieper in het water dook en onze boot meetrok. Het was schrikken de eerste keer. Gelukkig deden onze fenders hun werk. Even hebben we overwogen hen te vragen hun afstapstijl aan te passen. Maar dan zouden ze misschien hun verdere zeilersbestaan de Vlamingen een weinig verdraagzaam volk vinden. Hier op de rivier Odet geen buren aan onze boei. Zalig. Op de bezoekerssteiger liggen ze drie dik en met feestvlaggen. Een of ander feest van Engelsen.
Wij zijn enkele keren naar het land gesputterd met Citroentje maar het liefst genieten we op de boot van het mooie zomerweer: zwemmen rond de boot, lezen, internetten, een kruiswoordraadsel en ik heb ook mijn eerste Japanse puzzels gemaakt.
Er is al dagen geen wolkje aan de lucht en ons zonnepaneel doet dapper zijn best. Leo nam in de winter het oudste van de twee zonnepanelen weg wegens ‘kapot’. Zout water is dodelijk voor elektronica. Het paneel dat we nog hebben bracht weinig op en we waren al blij dat we onze groep meehadden. Maar Leo verving de regulator door een reserve regulator (uit onze oude Mus) en alles werkt weer. We hebben diepgevroren vlees, koele wijn en moeten niet zuinig zijn met computer en TV… zonder groep. Leve de zon. Dit is vakantie.
Vanavond kijken we naar het vuurwerk van 14 juli en morgen varen we naar Îles de Glénan, de Franse Scillies, omdat het daar nu het weer voor is. De verdere verkenning van de Odet is voor een andere keer.

 

Loctudy 10 juli 2013
We liggen in Loctudy, Zuid Bretagne. Het ronden van de kaap ging vlot. De Raz de Sein lag er vredig bij, geen schuim rond de voet van la Vieille deze keer. Na de kaap hadden we een halve wind van 20 knopen en stroom mee. Zalig zeilen. Dus besloten we Audierne voorbij te varen en zetten koers naar Loctudy.  Vele uren ging het goed. Leo maakte zelfs een warme maaltijd. ’s Avonds voor de aanloop van de baai van Benodet, maakten we een heel ruime bocht om in het diepste water te kunnen varen. Slalommen tussen onderwaterrotsen vonden we te riskant. Het werd donker. De kardinaal boeien hadden geen licht. We kregen stroom en wind tegen. De laatste loodjes… Tegen middernacht bereikten we veilig Loctudy. Eén plaatsje was er vrij maar met de stroming en de wind die maar van geen ophouden wist was dat voor ons niet haalbaar. We legden de She aan de buitenkant van de ponton die als golfbreker voor de marina functioneert. Lagerwal, woelig, platgeduwde fenders en dan zagen we ook nog het verlichte bord met daarop: Verboden aan te meren. Met onze lamp probeerden we een vrije bezoekersboei te vinden. Nog eens kijken op de plotter, in de Reeds, in de Bloc marine en in de vaarwijzer. Waar zijn de ondieptes? We hakten de knoop door. Met een slakkengangetje gingen we richting boei. Tot de She steigerde! Waw! De bodem geraakt en het was geen zachte modder deze keer. Even wachten, het was opkomend tij. En wat later pikten we dan toch de vrije boei in 5 meter water. Oef. Bekomen bij een drankje in de kuip.
De volgende ochtend vroeg Leo via de marifoon aan de haven de veiligste route, waarop men een bootje stuurde. Toen we even later de havenmeester vertelden dat geen enkele van onze bronnen waarschuwde voor het gevaar op die plaats, vertelde hij dat je het kon zien aan de kleur van het water. We houden er een wrang gevoel aan over. Leo ging met een duikflesje op inspectie onder de boot. De loden kiel heeft wat deuken. Werk voor de volgende winter.
De aankomst buiten beschouwing gelaten hebben we het hier naar onze zin. Gisteren fietsten we naar Pont l’ Abbé en deze namiddag gingen we snorkelen. Vanavond zijn we uitgenodigd op de Freja voor een zonsondergangsborrel. We blijven hier nog even.

 

Camaret 6 juli 2013
Voor de middag winter, na de middag zomer. Zo hebben we vrijdag ervaren. De dag begon wel even anders dan verwacht. Toen we om 4.30 uur onze hoofden buiten staken, zagen we niets, mist!! We hebben al vaker in de mist gevaren maar nog nooit zijn we vertrokken in zo’n dichte mist. En toch wilden we vertrekken, de wind zou goed zitten, de coëfficiënt was laag en de deining ‘maar’ 2 meter. Radar, plotter en AIS moesten nog maar eens onze ogen zijn. De eerste 10 minuten deden we stapvoets. Wel even wennen, zo varen op een rivier zonder de oevers te zien. Gelukkig merkten we de flauwe lichtjes van de bakens waar ze, volgens de plotter, ook hoorden te zijn. Eens op zee voelden we ons iets vrijer omwille van de ruimte, ook al zagen we die niet. Ik zat binnen bij de instrumenten. Leo zat uren in de kou en de nattigheid met warme koffie en hete soep. Omstreeks 9 uur lieten we de mist als een muur achter ons en kwamen in de zon. Heerlijk.
Hier in Camaret is het eindelijk zomer. We vonden een plekje in de haven vlak bij het centrum. Gezellig is het hier. En toevallig zijn er weer festiviteiten. Klassieke schepen paraderen voor de mensen op de kade. Wij zien ze door onze hof varen.
Morgen doen we de beruchte ‘Raz de Sein’ voor het eerst van noord naar zuid. We vertrekken omstreeks 12.30 uur. Als je op
http://www.marinetraffic.com/ais/ meerdere boten de kaap van Pointe du Raz ziet ronden, betekent dit dat we het volgens de regels doen. Tussen 16.37 uur en 17.07 uur is het ideale moment om bij La Vieille (vuurtoren) te zijn. Dat gaan we proberen te benaderen.
Hopelijk volgend bericht vanuit Zuid-Bretagne.

 

L’Aber Wrac’h
Om Roscoff te verlaten namen we de doorgang ten zuiden van île de Batz. Met onze diepgang zou dat niet lukken bij eb, maar we deden het bij vloed. De plotter en een zeilboot die ons voorging maakten het eenvoudig. Van Roscoff naar L’Aber Wrac’h onthouden we de hoge deining en een koers te scherp aan de wind. De motor mocht helpen want we wilden niet te laat toekomen deze keer. Vorig jaar waren we zo moe van het opkruisen dat we een binnenweg tussen de rotsen namen. Dat wilden we geen tweede keer doen, zeker niet met deze deining. Alles ging goed, we surften bijna de rivier op en ondertussen wonen we hier al enkele nachten. De eerste nacht lag ons drijvend huis aan een boei op de rivier, heerlijk rustig, drankje, maan, sterren, geen geluiden, geen wind. Voor de volgende nachten vroegen we een plekje in de haven. Om 10 uur ’s morgens kwam men met het havenbootje vertellen dat er een plaatsje vrij kwam waar wij net in pasten. De grotere boten liggen gestapeld aan de bezoekersponton. Niet zo prettig met veel wind en regen en dat kregen we. In het havenkantoor vroeg Leo of het hier zomer was. Neen, maar je moet wel het zomertarief betalen, kregen we als antwoord.
Waarschijnlijk varen we vrijdag verder. Dat wordt dan het hoekje om naar het zuiden. In de meteo klinkt dat als ‘Pointe de Bretagne’ altijd 1 beaufort meer en de golven 1 meter hoger. Vorig jaar was het pittig met wind tegen stroom. Maar overmorgen zou de wind goed zitten. We zullen wel voor 5 uur ’s morgens weg moeten zijn, als we geen problemen willen met de stroming in het Chenal du Four. Morgen nog één dagje luieren, wandelen, lezen…

 

Roscoff   30 juni 2013
We liggen nu in Roscoff maar sinds het vorige bericht deden we ook Guernsey en Lezardrieux aan.
Op Guernsey in St. Peters Port was het al aardig druk. We lagen aan de buitenpontons gestapeld tussen Engelsen en Fransen. Vanaf Guernsey hadden we voortdurend zijstroom. Daar hadden we, bij het uitzetten van onze koers, rekening mee gehouden. Onze voorligging was 180° maar over de grond gingen we 220°, mooi richting Lezardrieux. Eigenlijk hebben we de hele dag zijwaarts gevaren. Hoe sterker de stroming, hoe meer we naar het westen gezet werden. De potloodpuntjes op de papieren kaart liepen stilaan richting Roches Douvres, rotsen verspreid over een paar kilometer, zo maar midden in de zee, met natuurlijk stroomrafelingen en extra sterke stroming. Daar wilden we niet terecht komen maar als we voor de benedenstroomse kant kozen zouden we later op de dag problemen krijgen. Dus toch maar bovenstrooms. Het lukte!
Het aanlopen van de Trieux was pittig. Volgens onze stroomatlas moest de stroming bijna stil staan maar blijkbaar zijn riviermondingen eigenzinnig en de wind die nu pal op de neus zat deed er nog een schepje bovenop, 32 knopen. Na twee uur bereikten we, in de avondschemering, eindelijk Lezardrieux. Oei, de bezoekerssteiger lag vol. Dan maar naar het ponton midden in de rivier. Hogerwal en de stroming maakten het aanleggen zeer moeilijk en we hadden een kwartier en zeven landvasten nodig om de She ‘veilig’ aan te meren. Sommige bolders waren al gedeeltelijk losgerukt uit het ponton. Dus legden we lijnen naar zowat alle bolders in de buurt. En voor het eerst gebruikten we één van onze nieuwe reserve landvasten die we al jaren meezeulen.
Roscoff liepen we aan bij mistig weer, niet prettig voor een splinternieuwe haven die nog niet op onze kaarten staat. We hebben het hier ondertussen wel naar onze zin. Er zijn festiviteiten met tallships en orkestjes… Al de bezoekers lopen wel met jassen! We hebben absoluut nog geen zin om eens een nacht door te varen met dit zachte winterweer.

 

Anse de St. Martin  25 juni 2013
Zes nachten St. Vaast. Een record. Luieren, fietsen, wandelen… Vooral het stappen over de zeebodem, tussen de oesterbedden, naar Ile de Tatihou is altijd opnieuw een hoogtepunt. We hebben niet de krachten die Mozes had maar met wat rekenwerk kan je op watersandalen gemakkelijk naar het eiland. En nu we weten dat het idee voor het bouwen van de Jean Bart ontstaan is bij de wrakken voor St. Vaast, stond een bezoek aan het ‘wrakkenmuseum’ van Tatihou ook op het programma.
Leo kent ondertussen heel wat elektronica zaken in St. Vaast en omgeving. Er is altijd wel iets aan vervanging toe en experimenteren is ook een hobby van hem. Volgend jaar wil hij zijn harec vergunning halen, zodat hij ook mag zenden van uit Frankrijk. Nu mag hij enkel buiten de territoriale wateren. Sorry, zendamateurs. En ook hier worden alle foutjes die je maakt gezien door Big Brother. We proberen ons dus te gedragen.
Vandaag verlieten we dan toch St. Vaast omdat de meteo een noordenwind beloofde en dat betekent een bezeilde koers naar het westen. De eerste uren was het opkruisen maar voorbij Barfleur was het zalig zeilen. Toen de stroming een handje toestak haalden we snelheden boven de 8 knopen. Maar om 17.00 uur kregen we het benauwd van diezelfde stroming. We hadden Cherbourg links laten liggen en mikten op Anse de St. Martin, ons ankerplekje van vorig jaar maar de omstandigheden waren wel even anders. Coëfficient 105 (extra springtij) en we kwamen er toe op het sterkst van de stroom. Wij wilden tussen de rotsen naar de beschermde baai maar de stroming wilde ons in de Raz. Best spannend, Leo buiten met de motor in een hoog toerental en ik binnen bij de plotter, kijkend waar de geniepige onderwaterrotsen liggen. Het lukte!
Cherbourg of Anse de St. Martin? Wij houden van de rust en de stilte van deze ankerplek maar het is wel even opletten en je kan maar beter geen zware noordenwind hebben als je wil slapen.

 

St. Vaast-la-Hougue 21 juni 2013
Woensdag staken we de Seine-baai over van Fécamp naar St. Vaast. Zeker 10 uur varen zonder land in zicht, af en toe een vrachtschip. En dan krijg je ’s avonds een mailtje van de Tadorna vanuit België: “We hebben jullie naar St. Vaast zien varen.” met de link naar marinetraffic.com erbij. De Sunshine bleek ook al te weten waar we lagen. Daar gaat onze privacy. Iedereen kan zien wat de She doet, als de AIS aan ligt tenminste want we kunnen ons nog altijd onzichtbaar maken door een druk op de juiste knop. Even proberen? Klik op deze link http://www.marinetraffic.com/ais/  Zoek in de linker kolom ergens bovenaan ‘Ga naar schip’ en typ daar she twins (met spatie) Als we varen zie je onze positie en onze route. In de haven leggen we alles af en na een tijdje verdwijnt de route. Voor de mensen die graag met de PC spelen zullen we de AIS elke avond om 20 uur even aanleggen. Op een route gaan jullie even moeten wachten want we houden hier nog een paar dagen vakantie. Omdat jullie (nog niet) kunnen zien wat we hier uitspoken wil ik graag vertellen dat we gisteren zeevruchten aten in de kuip onder onze nieuwe parasol. Daar zijn we een paar uur zoet mee geweest. En Leo heeft de fietsjes uitgepakt. Dat was een aanslag op zijn ribben. Zijn linkerhand is trouwens ook niet in zijn beste doening. Aftakelen zeker? J

 




Fécamp 18 juni 2013

De wind was maandag inderdaad oost en noordoost maar soms kregen we rukwinden en soms was het windstil. Soms kropen we binnen voor de regen, soms zaten we in de kuip, wel met trui, zeiljas en muts . Las ik het goed op Facebook dat jullie in België 30 °C hebben?

Alhoewel er weinig boten op de zee waren mochten we toch ondervinden dat de AIS tranceiver werkt. ‘She Twins, She Twins…’ hoorden we op de marifoon. Er was geen boot te zien, alleen maar water. Het bleek de Gemma te zijn, die ons volgde op vijf mijl. Ze wilden wat info over mogelijk aan te lopen havens. Op onze plotter zagen we dat de Gemma een zeilboot was van 31 voet en dat ze een snelheid had van 6 knopen. Zij konden dus zien dat wij 36 voeten tellen en met evenveel knopen door het water gleden. Prettig te weten dat de grote reuzen ons dus ook kunnen zien. Weer een vooruitgang. En dan hebben we nog een grote luxe die veel bemanningen niet hebben. ‘Tijd’. We kwamen Nederlanders tegen die na twee weken terug naar de Wadden keerden zonder hun doel, de kanaaleilanden, gehaald te hebben. Wij hebben geen doel maar wel veel weken en ervaren dit als een geweldige vrijheid. Doen waar we zin in hebben. Vandaag was dat 7 uren naar Fécamp varen, twee zeiluurtjes en daarna windstil.

 



Boulogne 15 juni 2013

Omstreeks middernacht legden we onze She hier in Boulogne aan de steiger. We konden in Gravelines maar om 17.00 uur uit de modder. En omdat de wind pal op de neus zat mocht onze motor laten zien wat hij waard is. Leo heeft hem bij aankomst een schouderklopje gegeven en is tevreden  dat zijn nieuwe uitlijning van de schroefas ervoor zorgt dat alles weer perfect draait. Toen we de voorbije nacht in het donker, met tegenwind, de laatste mijlen aftelden zei Leo: “Alles werkt perfect.” Waarop ik: “Neem hout vast, we hebben hier al eens een net in de schroef gehad.” In Gravelines deed ik dagelijks mijn goede daad door flarden van losgescheurde dekzeilen uit het water of vanop de modder op te vissen. Zo’n onding in je schroef is een hoop ellende.
Van Gravelines onthouden we de Jean Bart. In 2002 was er enkel een braakliggend stuk grond. Nu is er een smidse, een loods voor houtbewerking, een stuk van het geraamte van de boot, veel vriendelijke stielmannen en niet te vergeten, de cafetaria. Na onze alcoholarme winter (dieet Leo) hadden we wat moeite met het bier. Als je een Jean Bart vraagt krijg je een halve liter (7,5 %)
Over de haven van Gravelines waren we best tevreden, democratische prijs all-in. De helft van de tijd lig je wel in de modder, maar als de wind meer dan 40 knopen blaast zoals donderdag is dat een voordeel. Geen geruk aan landvasten, geen omhoog kruipende fenders, geen geklepper van vallen.
Hier in Boulogne liggen de boten wel aardig te wiebelen. Maandag zou de wind, voor ons althans, uit een betere hoek komen. We blijven dus nog even.

 

Gravelines 11 juni 2013
In het binnenland rokjes en blote armen, aan zee jeans en jassen. Niet uitnodigend om op reis te vertrekken en zeker niet als dat dan ’s morgens nog eens heel vroeg moet, omwille van de stroming. De gekneusde ribben van Leo gaven de doorslag. Maandag nog geen uitvaart. (Volgens mijn kruiswoordraadsel is uitvaart het wegvaren uit de haven.) Na een uitgebreid ontbijt wandelde ik naar de kerk van Nieuwpoort. Je kan daar kiezen uit 11 heiligen om een kaarsje te branden. Ik koos voor OLV van Lourdes. Leo hield zich ‘nuttiger’ bezig. Hij gaf de korte golfzender een plaats en zorgde voor de nodige antennes. Nog niet volledig operationeel maar je moet ergens beginnen. Een speciaal wereldje die zendamateurs. Je krijgt er plots weer een hele familie bij.
Deze morgen gooiden we dan toch de trossen los, wel met windstopper en muts! Tot voorbij Duinkerke hadden we een bezeilde koers maar daarna was het opkruisen. Toen de stroming ook nog begon tegen te werken besloten we enkele dagen vakantie te houden in Gravelines. We liggen hier nu gevangen achter de poort met de kiel in de modder. Geen wiebelende boot, eens iets anders.
Morgen bezoeken we de werf waar de Jean Bart (schip uit de 17de E) wordt nagebouwd door vrijwilligers, werklozen en mindervaliden. Het is een must want mijn zus en Jos sponsoren het project en zagen al jaren de oren van onze kop om te gaan kijken en een Jan Bart drinken moeten we ook.

 



Nieuwpoort 13 april 2013

De lente hebben we al geproefd maar het zeilen nog niet.
Een nieuwe stuurboordstag en bakboordstag stonden voor dit jaar gepland en daarmee zijn alle stagen vernieuwd. Op 13 april trok ik de kapitein in de mast maar het was al vlug duidelijk dat er dit keer heel wat denkwerk en extra gereedschap aan te pas zou komen. Inox samen met aluminium, dat geeft oxidatie (potentiaalverschil). Er brak een pin af, die viel in de mast en een inox plaatje ontsnapte ook.  Het kletterde op de kap, vlak naast het zonnepaneel. Opgeven staat niet in Leo zijn woordenboek maar na meer dan 3 uur op 13 meter hoogte gaf de stuurboordstag zich nog altijd niet gewonnen. Ondertussen was er regen en wind komen opzetten. De boten lagen te schommelen en Leo ging in het topje van de mast 2 meter heen en weer. We mogen dan wel een steekmast hebben, maar met een niet volledige verstaging vond Leo het niet meer veilig en stopte met de werken.
Zondag 14 april, nog een poging zonder veel resultaat. En Leo had deze keer wat schaafwonden aan zijn handen doordat ik hem een paar meters naar beneden liet vallen. De val schoot van de ankerwinch. Dit zal me nooit, nooit, nooit meer overkomen. Pffft!
Zondag, 20 april, mooi weer, bijna geen wind. Met nog meer gereedschap bij de hand (klemmen, boormachine, zwaardere hamer…) weer naar boven. Het verliep natuurlijk niet helemaal naar wens maar na drie kwartier hoorde ik Leo ‘Eureka’ roepen.
Maandag lieten we nieuwe stagen maken en Leo trok weer naar boven om het hele boeltje terug te installeren. De stagen, de zalingen, de radarreflectoren… ‘Bravo’ riep buurman Peter. Hij had trouwens zijn steentje bijgedragen door passende vijzen te gaan kopen terwijl Leo boven wachtte en ik beneden. Gelukkig waren de vijzen perfect!
Alles opruimen en dan vaststellen… dat er een val verkeerd hangt. Voor het eerst in mijn leven wilde ik wel eens naar boven. Om een val over de zaling te gooien moet je niet echt technisch zijn. Toen ik ter hoogte van de zalingen kwam riep ik ‘Stop’ maar het knopje van de ankerwinch haperde en bleef mij omhoog trekken!! Leo liet de val slippen over de ankerwinch zodat ik bleef hangen en haastte zich naar binnen om de batterij op nul te zetten.
Nog eens Pffft!  Terug op de begane grond kon ik alleen maar bewondering hebben voor Leo. En Leo, die kan weer eens nieuwe knopjes kopen voor de ankerwinch.
Geen foto van mij in de mast, want Leo nam foto’s met een toestel zonder SD kaartje. En voor een foto wilde ik niet terug naar boven, zeker niet met die eigenzinnige ankerwinchknopjes.

 

Nieuwpoort 2 april 2013
Nog geen echte lente maar onze She ging vandaag toch in het water. De ijzige wind van de laatste dagen deed ons met gemengde gevoelens uitkijken naar deze dag. Maar we mochten al blij zijn dat er geen sneeuw lag zeker! En het plaatsje waar we gedropt werden in de IJzer was hogerwal dankzij die oostenwind.
Nog even kraakten de riemen en dan begon onze She te wiebelen op het water. Alle huiddoorgangen waterdicht, ook geen lek bij de nieuw aangebrachte aardplaat, de motor sloeg direct aan en hij had koeling. Alles OK dus. Maar met een ‘Zij’ weet je maar nooit. Bijna aan het einde van de stormmuur begon de motor te pruttelen en even later was het ermee gedaan. Terwijl Leo een klapke ging doen met de motor nam ik de draai naar Novus Portus met het beetje vaart dat we nog hadden. Net toen toen de wind vat kreeg op de neus hoorde ik Leo roepen: “De mazoutleiding is nog afgesloten.” En na wat tegenpruttelen wilde de motor het toch weer doen. Ons eerste avontuurtje van het nieuwe seizoen.