Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink
Foto: Praia dos Arrifes. 

Albufeira 11 oktober 2016

Einddoel voor dit jaar bereikt. We liggen in ‘onze’ box.

Na Tavira pikten we nog 2 nachten Vilamoura mee. Luxe jachthaven met alleen maar shops, restaurants, resorts en appartementen. Maar als je naar het westen wandelt, kom je al vlug aan de Praia Falesia, volgens de boekjes één van de mooiste stranden van Portugal, en dat wilden we nog wel eens zien. Hier in Albufeira doen we het met de Praia dos Arrifes. Ook niet mis. Gisteren trokken we er met de fietsjes naartoe en we hebben er heerlijk gesnorkeld, tussen duizend vissen. Er zijn daar nog heel wat strandjes en wandelpaden te ontdekken. Aan de andere kant ligt de oude stad van Albufeira, witte huisjes, smalle straatjes, veel trappen, veel toeristen. Maar dat heeft ook zijn charme. Als we iets aan onze conditie willen doen, fietsen we naar de Aldi. De laatste keer moest ik drie keer rusten… steile bergop. Na die tocht heeft Leo de fietsjes in orde gezet, remmen die bleven vastzitten, versnellingen die het niet meer deden… Zijn voorraad geduld raakte stilaan op tijdens de herstelling maar het is gelukt. Knap, vind ik, want de fietsjes hebben toch al hun leeftijd en het mijne heeft vorig jaar zelfs gezwommen in zout water. Eigenlijk had hij wat nieuwe onderdelen gewild maar met vindingrijkheid kom je ook ver.
Vandaag krijgt Sardientje een beurt. En elke dag wordt er wat gepoetst zodat we onze She netjes kunnen achterlaten als we volgende week naar huis vliegen. Maar we vergeten niet van de zomer te genieten. Want het ziet er naar uit dat het weer hier toch wat minder gaat worden. Morgen zouden we nog eens regen krijgen. Dat is dan bijna een maand geleden. En wind krijgen we ook. Benieuwd hoe de boot het dan zal doen. Leo heeft de landvasten met de elastieken gelegd en nog een paar extra springs voorzien. Ik vind het hier wel één van de meest beschutte havens die we zagen in de Algarve. Als je van de zee komt duurt het lang eer je de masten ziet. De haven ligt namelijk wat verstopt. Na de havenhoofden maak je een bocht, dan door een kort kanaal tussen heuvels, dan heb je eerst de grote boten en wij liggen ver naar achter bij de kleinere. De vier voorbije dagen bewoog de boot nauwelijks.


Foto: De boei van Tavira sailing club.


Tavira 4 oktober 2016

We zijn stilaan op weg naar Albufeira, onze thuishaven voor enkele maanden. Maar onderweg doen we nog enkele stops. We moeten ons niet haasten, we hebben tijd. Naar Ayamonte ging, dank zij stroming mee en een beetje wind in het voorzeil, veel vlotter dan verwacht. Eerst naar Supersol, de supermarkt. Wat een contrast met het winkeltje van Alcoutim. Na drie bezoeken hadden we weer wijn, bier en fruitsap voor heel wat dagen. En dank zij het zoet water op de steiger hebben we ook de was weer onder controle. Gisteren vaarden we met 1 tot 3 bft de 15 mijl naar Tavira. Regelmatig probeerden we zonder motor, heerlijk rustig, maar ook heel traag. Makreel vangen is dan aan de orde maar dat mogen we nu vergeten want onze sleeplijn met plankje en kunstvisjes zijn we kwijtgespeeld. Waarschijnlijk achter vistuig blijven haken. Pech voor Leo, geluk voor de makrelen.
We wisten niet goed wat we van Tavira mochten verwachten. In de Reeds staan er maar een paar lijntjes over. Maar Fred deed het met zijn Tequila. Dan moet het de She ook lukken. De ingang was alvast rustig en we hadden, twee uur na laag water, stroming mee naar binnen. Neem de eerste boei stond er in de sms van Fred. Maar daar lag eentje met een Franse vlag. Ofwel lagen de boeien te dicht bij een andere boot, ofwel te ondiep, ofwel hing er een bijbootje aan. Plaats om te ankeren was er niet echt. We volgden het diepere gedeelte naar links, voorbij de zeilclub en vonden toch een boei die in aanmerking kwam. Het touw zag er wel niet betrouwbaar uit. Daarom trok Leo alles zo ver omhoog tot we een groot metalen oog aan een dikker touw te pakken kregen. Daaraan legden we ons vast. Rustige omgeving, helder water. We waren het al vlug eens om twee nachten te blijven. Vandaag mocht Sardientje ons dus nog eens naar de kant brengen. We keken al uit naar het clubhuis van de zeilclub maar dat viel tegen. De vrouw achter de bar liet ons meteen verstaan, dat de steiger waar we met ons bijbootje landden, enkel voor leden was. Meestal volgt er een warm onthaal en mag je iets in het gastenboek schrijven. “Ze zal haar dag niet hebben,” zei Leo. “Je hebt dat soms met vrouwen.” We bestelden een drankje. Maar we vroegen niet, of de boei van de club was en of we ze mochten gebruiken. Het was al één nacht gelukt, de volgende zal dan ook wel gaan. Verderop vonden we nog enkele restaurants, maar onze zin om te eten was over. Liever terug naar de boot, even zwemmen, kokkerellen, lezen… genieten.


Foto: Aan de steiger in Alcoutim.


Alcoutim 1 oktober 2016

Vier dagen hebben we op de Guadiana gewoond. Machtige stroom, goed bevaarbaar en er staan boeien, nog maar sinds vorig jaar naar ’t schijnt. Maar op de blog van Kees zag ik toch een foto van een vastgelopen zeiljacht, goed scheef. Het blijft opletten. En dat er vaak een sterke stroming staat is geen wonder als je weet dat de Guadiana 830 km lang is.
Alcoutim was heerlijk rustig. In het oude gedeelte, tegen de rivier zijn de straatjes zo steil en smal dat er zelden auto’s te zien zijn. Geen straatlawaai dus. Wel het gelui van klokken elk half uur. Zo wisten we hoe laat het was in Portugal en in Spanje. ’s Morgens werden we gewekt door het geblaat van de Spaanse schapen aan de overkant. Die waren vroeger wakker dan de zon.
Op de heetste uren van de dag lagen we plat. Maar we hebben toch ook wel wat stappen gezet. Zo bezochten we het Castelo. Het kopen van de tickets duurde lang want de man liet ons meebetalen voor het koppel achter ons die nog geen 65 waren. Handen en voeten hadden we nodig om geld terug te krijgen. De kerk bezochten we ook en God was deze keer eens thuis. Dat is Leo zijn uitleg als de deur open staat. Verder moesten we natuurlijk naar de ‘winkel’. Die was kleiner dan onze woonkamer, wel vriendelijke uitbaatster, met snor. We gingen langs de toeristische dienst, de bib, we namen de ferry naar Sanlucar en… we bezochten de restaurantjes en cafés. Vooral tegen zonsondergang, als de zeilers met hun dinghy’s toekwamen kon dit gezellig worden. Geen gedoe met obers. Iemand vraagt wie er dorst heeft. De dorstigen geven één euro. Die euro’s verhuizen naar de bar en in de plaats komen er evenveel frisse flesjes bier. Tot de tafel vol lege flesjes staat. Ik kon dus niet anders als bierdrinker worden. Tijdens dat bier drinken krijg je de verhalen te horen achter de gezichten. Het klikte vooral met Robert, een jonge Schot uit Glasgow, die op z’n eentje op stap is met zijn Contessa van 31 voet. We kregen hem 2 keer te gast op onze She. Binnenkort vertrekt hij richting Afrika. De meeste boten blijven echter lang liggen bij Alcoutim, sommige, jaren. Wij niet. Deze morgen nog voor zonsopgang zijn wij er stilletjes van onder gemuisd, met de stroming mee. Terug richting Albufeira waar we onze She gaan achter laten.


Foto: Aan de steiger in Alcoutim.


Ayamonte – Alcoutim 27 september 2016
De haven van Ayamonte was een meevaller, geen stroming, ruime boxen, rustig en minder duur dan de vorige havens. Helaas geen wifi en ons mobiel internet van Portugal deed het tegen zijn goesting in Spanje.
De 33 mijl van Culatra naar Ayamonte was slalommen tussen de vlaggetjes. Een vissersboot kwam vlak bij ons zijn net uitzetten. Nu weten we hoe dat gaat. Het net blijft maar afrollen, af en toe een pot met een vlaggetje. Naar ons toe, van ons weg… Een slingerende lijn met hier en daar een vlaggetje. Daar wil je niet tussen varen. Maar langs de andere kant hadden we een fishfarm. En achter onze boot, hadden we zelf een lijn hangen om makreel te vangen. Weinig wind, weinig snelheid, ideaal visweer. Drie makrelen lieten zich vangen. De Tequila deed het beter. Twee grote bonito’s (soort tonijn) hadden ze mee. In hun crew zat er dan ook een echte visser. ’s Avonds mochten we proeven van hun gemarineerde, rauwe tonijn. En de dag erna kwam Johan eens naar ons ‘visgerief’ kijken. Maar of zijn ‘les’ vruchten zal afwerpen?
De buren uit Antwerpen waren gezellig. De tapas waren lekker en de supermarkten vlakbij hadden een ruim aanbod. Onze drankvoorraad is dus weer goed aangevuld.
Een paar woorden Spaans leerden we ook nog. Op een terras bij een klein café, uitgebaat door een ouder stel, hing een bordje ‘Bolsa Hielo’ met daarbij een tekening van blokjes. Kaas? Vlees? Hapjes? We dachten dat dit wel zou passen bij onze drankjes. Groot was mijn verbazing toen Leo met een zak ijsblokjes buiten kwam. Ik krijg nog de slappe lach als ik eraan denk. Onze biertjes mochten voor een keer tussen de ijsblokjes.
Ondertussen zijn we de Guadiana, die de grens vormt tussen Portugal en Spanje, opgevaren tot in Alcoutim. Mooi, klein dorpje. Heet is het hier, meer dan 30°C. De zonnedoekjes hangen weer boven de luiken. Ook hier wonen we graag.


  Foto: Farol, ook een dorpje in het zand op Culatra.


Culatra 23 september 2016

We hebben hier al de straatjes al afgeslenterd, we weten welke hond bij welk huisje hoort, we kochten spullen bij minimercado Rita, Marta en Marilia en dronken koffie, bier en wijn in heel wat café’s. Het eerste café restaurant lopen we altijd voorbij. Daar zit het vol mensen. Drie soorten mensen zijn er hier: de eilandbewoners, de zeilers die met hun dinghy landen en de ‘toeristen’ die met de ferry komen. De eilandbewoners herken je meteen, zeker de oudere mensen. Leo heeft alvast één kenmerk met hen gemeen, de ‘teenslasjen’. Die heeft hij dit jaar ontdekt. Je valt er nergens mee uit de toon. Half Portugal loopt op teenslasjen. Maar hier op het eiland kan je ze niet kopen. Enkel de meest noodzakelijke voedingsmiddelen vind je hier. Wat neem je mee als je voor een tijd naar een eiland gaat? Onze watertanks waren gevuld, en er was extra mondvoorraad, maar aan onze portemonnee hadden we niet gedacht. Gelukkig vonden we een bankautomaat! Toch de eenentwintigste eeuw dus. Wel handig als je eens uit eten wil. Even hebben we overwogen met de ferry naar Olhio of Faro te varen, maar die plaatsen bezochten we al met ons Mus. We houden het dus bij Culatra. Ik wandelde al wel naar de andere dorpjes, Hangares en Farol. Eén knuppelpad is er, voor de toeristen die naar het strand willen. Voor de rest is het langs het strand of langs tractorpaden, door mulle zand en soms door water. Toch een speciaal leven op dit eiland. Goed voor mensen die aan zichzelf genoeg hebben.
Wij vinden het prettig om af en toe eens een babbel te doen met gelijkgezinden. Dorothy en Duncan zijn weggevaren maar Fred is met zijn Tequila naast ons komen liggen. We voelen ons dus niet alleen. Momenteel liggen er hier trouwens zo’n 55 zeilboten in dit ‘ankerdorp’.
Waarschijnlijk varen we morgen verder naar de Guadiana. Die rivier vormt de grens tussen Portugal en Spanje. Misschien even naar Spanje?


Foto: Samen met Duncan en Dorothy


Culatra 17-september-2016

De Algarve heeft niet de hoge deining van de westkust, het klimaat is er meer mediterraan, meer beschut zeilen dus. Maar er ligt hier wel van alles in het water: fish farms, kunstmatige riffen en veel boeien van vissers. Netten zagen we nog niet. Wij gaan alleszins voor alles uit de weg. Op een blog las ik dat een jacht in de stalen kabels van een fish farm vaarde met veel schade tot gevolg. Blij dat we goede kaarten hebben, want alleen met de boeien zou het toch moeilijk zijn.
En even in de pilot lezen komt ook van pas. Om in het waddengebied ten zuiden van Faro te komen moet je langs de ‘ingang’. Al het water van dit reusachtige natuurgebied wil daar ook door, soms tot 7 knopen stroming. Beste aanloop bij hoog water, staat er in de Reeds. Wij waren er een half uurtje vroeger. De stroomversnelling lag er vriendelijk bij. Zowel links als rechts zagen we het water wel ‘koken’. Fred had dit woord gebruikt toen ik hem vroeg hoe het met de aanloop zat. Ik kan er geen beter woord voor bedenken.
De eerste dag achter ons anker hadden we geen behoefte om Sardientje op te blazen. Te veel wind en te veel golven. Maar ik merkte dat de Hunda van Duncan en Dorothy dicht bij ons lag. We ontmoetten deze vriendelijke Schotten in de cafetaria van de camperplaats te Portimão en we bleven via mail contact houden. Na een nachtje achter ons anker, trokken we samen naar Culatra voor een wandeling en een drankje. We kenden het waddengebied hier, maar Culatra bezochten we nog nooit en het was een prettige verrassing. Gezellige witte huisjes in het zand, geen auto’s, geen waterleiding maar wel veel vissersbootjes, netten, tractoren en toch ook wel een paar café’s en winkeltjes. Een plaats die uitnodigt om verder te verkennen en te blijven hangen. Eén café hebben we al goed bevonden. Daar hoorden we het levensverhaal van Dorothy en Duncan en zij dat van ons. Maar vandaag bleven we weer liever aan boord. Deze morgen al meteen straffe wind, niet voorspeld, en golven. Na de kentering van hoog water krabde ons anker. Ik had dat niet verwacht na twee nachten. We moesten opnieuw ankeren en waren niet de enigen. Het ankeralarm staat weer op en bij kentering houden we alles goed in de gaten.


Foto: Samen met de crew van de Tequila.


Albufeira 13 september 2016

Na 100 dagen weer eens wat regen. Sinds we op 6 juni in Portugal toekwamen hadden we dus 99 dagen zomer. En net nu jullie in België met een hittegolf te maken krijgen worden de temperaturen hier wat draaglijker. Goed voor mij, ik krijg meteen meer energie. En dat komt van pas want we zijn in Albufeira toegekomen en er valt hier nog heel wat te verkennen. We kregen al wel heel wat info van de Tequila uit Antwerpen, die hier een jaarplaats heeft. Het klikte meteen met Fred en Gina. Dat zorgde voor een thuisgevoel. Ook de prijzen vallen mee in vergelijking met Lagos en Portimão. Hier vallen we nog eens in de categorie tot 11 m. Elders in Portugal was dat tot 12 m. En dat onze She een smalle is, voelen we ook in de prijs. De verleiding is dus groot om hier een contract van enkele maanden af te sluiten. Maar kiezen is verliezen. Portimão kon ons ook bekoren. We gaan toch niet te lang wachten om te beslissen want de haven begint hier aardig vol te lopen. Nu hebben we misschien nog wat inspraak in de keuze van een box.
Wat het ook moge worden… we passen ons aan. We vinden overal onze draai en na een tijdje krijgen we om het even waar een thuisgevoel. Overal zijn vriendelijke Portugezen. We missen hier wel een beetje het Amora en Seixal gevoel. Veel toeristischer is het hier. Maar we dragen graag ons steentje bij aan de economie van Portugal.
Omdat we meer en meer vragen krijgen over onze plannen voor herfst en winter:
- Op 19 oktober vliegen we naar België.
- De boot blijft in het water.
- Leo wil graag met de Mus terug komen voor de winter.
- Ik wil ook wel eens Kerst en Nieuwjaar vieren op het water.
En daarna… dat weten we nog niet. Maar eerst willen we nog ankeren bij Culatra in de Ria Formosa. Een must.


Foto: In de haven van Portimão.


Portimão 9 september 2016

In de lagune van Alvor mochten we al zes dagen van de echte Algarve proeven. Na de twee winderige dagen kwam er een heel kalme periode. Soms lagen we rustiger dan in een haven. ‘s Namiddags zorgden de planerende speedbootjes wel voor de nodige deining. Als wij er met Sardientje op uit trokken hielden we het rustig om geen laag zout op ons te krijgen. En Sardientje heeft al een goede daad mogen doen. Het zoontje van onze Spaanse buur was aan ’t spelen met hun dinghy. Ik dacht nog, jong geleerd… Terwijl ik net achter de boot aan ’t zwemmen was zag ik het gebeuren. De jongen viel in ’t water, de dinghy ging even rechtop staan, hij kwam terug horizontaal en sloeg op hol. Dodemansknop vergeten? Leo er naartoe met Sardientje. Toen hij bij de dinghy kwam had de motor al water gedronken en hij kreeg hem dus makkelijk op sleeptouw. De Spanjaarden waren blij: Muchas gracias.
Wat ik het prettigste vond aan onze ankerplaats was zwemmen in helder, warm water (25°C) en wandelen bij de zandbanken, voeten in het water tussen de vissen. Oh ja, en Leo heeft drie keer een vis gevangen. Maar het was een soort die we niet kenden, oranje, beetje rascasachtig en opzij vleugels in plaats van vinnen. Hij heeft ze vrij gelaten. Bij ons laatste bezoek aan Alvor vonden we in de Mercado Municipal bij de visverkoper net dezelfde vissen. Lekker beweerde men. Daarom heeft Leo de laatste twee dagen nog gemotiveerde vispogingen gedaan maar blijkbaar hebben die drie, hun familie gealarmeerd. Niks meer gevangen.
Bij het verlaten van de lagune zaten we weer vast, wat langer deze keer. Zoals de pilot aanraadde waren we vertrokken bij jonge vloed, maar blijkbaar steekt onze boot toch wat diep voor de lagune bij eb. We slapen nu al vier nachten in de marina van Portimao. Bij het zwemmen rond de boot (wat eigenlijk niet mag, maar niemand zegt iets en het water is zo helder) zag Leo dat de onderste 20 cm van de kiel z’n verf kwijt is. Daar valt mee te leven. De haven bevalt ons hier. Portimao, met zijn Praia da Rocha, is heel toeristisch maar in de haven zelf merk je daar niet zo veel van. We moeten wel 15 minuten fietsen naar de supermarkt. Zo bewegen we nog eens wat. Eergisteren zorgden twee lekke bandjes op de fiets van Leo ook voor heel wat extra stappen. We waren net een eindje van ‘huis’ want we gingen op verkenning naar het station en de boatyards. Gelukkig hadden we geen fietsendokter nodig, Leo kon de bandjes zelf genezen.
Voor het eerst in Portugal worden we nu ook zelf geconfronteerd met de bosbranden. Op 10 km van hier vechten 500 brandweermannen en 5 helikopters om de branden te stoppen. Natuurlijk staat er net veel wind deze dagen. Voor ons is de hinder beperkt tot neerdwarrelende as, een gesluierde zon, en af en toe toch ook brandgeur. Hopelijk is alles vlug onder controle. Als de wind zou draaien zijn onze problemen ook al van de baan.


Foto: Een zicht uit de kuip in lagune van Alvor.


Alvor 1 september 2016

Mensen op zandbanken, zoekend naar schelpen, omringd door vogels ook op zoek naar eten, eens wat anders dan toeristen. We liggen achter ons anker in de lagune van Alvor. Voor een keertje dus aan de andere kant van de duinen, tussen de zandbanken. Heel mooi bij eb, doet denken aan het Zwin, maar we zijn wel twee keer vastgelopen bij het binnenvaren. Eigenlijk kom je best binnen kort na eb, dan zie je de vaargeul. Wij zaten net halverwege tussen laag en hoog water. Sommige zandbanken waren al bedekt met water. Het was navigeren op de kleur van het water. Er ankeren hier heel wat zeilboten en dus moesten we tevreden zijn met een plekje op ruim één km van Alvor, zand en duinen aan de ene kant, rotsen aan de andere kant. Een beschutte lagune volgens de pilots, maar dinsdag hadden we heel de namiddag straffe winden tot 6 bft. met natuurlijk ook bijhorende golfjes. Ons anker deed het goed maar echt ontspannend vind ik dat niet. Bij eb hield ik ook de dieptemeter angstvallig in de gaten want we zwieren soms heel dicht naar de zandbank, enkele meters hier vandaan. De volgende dagen krijgen we een spring en zal het water nog lager gaan. Gelukkig is Leo veel kalmer als ik bij al dat ankergedoe.
Gisteren hebben we gesnorkeld. Zelfs met vinnen kan je soms amper tegen de stroming in. Vandaag was de eerste van een paar rustige dagen en dus zijn we droog met Sardientje tot in Alvor geraakt en terug ook natuurlijk. Onderweg wel uit de weg moeten gaan voor een op hol geslagen motorbootje dat wild rondjes draaide zonder bestuurder. Het duurde lang eer een ander bootje het kon ‘vangen’. De maritieme politie stond aan de kant en keek ernaar.
We hoorden al dat Alvor toeristisch is, maar we keken toch onze ogen uit. Alle huizen, maar dan ook echt alle huizen zijn ofwel bar, restaurant, drankshop of souvenirshop. Een paar straten landinwaarts kom je gelukkig terug min of meer in het Portugal zoals wij het kennen. En in een gezellige pastelaria raakten we in gesprek met een Ier, die hier elk jaar op vakantie komt. Plezant. Een supermarkt binnen wandelafstand vonden we ook. We hebben dus weer vers eten voor een dag of drie. Komt van pas want we willen nog wat langer genieten van dit ankerplekje.


Foto: Een veeg uit de pan aan "Cabo São Vincente"

Lagos 28 augustus 2016

Om als zeiler van de Algarve te kunnen genieten moet je eerst Cabo São Vincente ronden. Hoe haalden wij het in ons hoofd daar een nachtelijke tocht van te maken? Wel, Sines beviel ons en we betaalden meteen voor een week, voordeliger weet je. Het werden heel rustige dagen, weinig wind, weinig deining, zalig. Maar op de weersites zagen we wat anders aankomen. Veel meer wind , hogere deining en dat voor een hele tijd. Nu hoorde ik al veel verhalen over de kaap, plots toenemende wind, kruisende golven… Beraadslagen dus. Ofwel veel langer in Sines blijven. Ofwel zondag, de laatste ‘rustige’ dag vertrekken. Zondagavond gaven ze wel al pieken 6Bft. Dat zou dan heel vroeg vertrekken worden. “We kunnen ook vanavond al weg,” zei Leo. Vermits de voormiddagen meestal rustig zijn, was ik meteen akkoord. En zo vaarden we nog eens een nachtje door. Van ’s avonds 20 uur tot ’s morgens 7 uur moest de motor, de zeilen helpen. Lastige koers, niet zo stabiel, rollen, schudden, trillen… Net bij zonsopgang kwamen we bij de kaap, hogere golven, witte schuimkoppen en plots was daar ook de 6 Bft. Dat bleef zo een tweetal uur. Maar beetje bij beetje werden de golfjes vriendelijker en de wind kalmer. Gedaan met de deining van de oceaan. We zijn in de Algarve, op eigen kiel. Hier gaan we een tijd blijven rondhangen als ‘gepensioneerde zeilers met veel tijd.’
Lagos kennen we al van vroegere Musreizen. Maar nu we hier toekwamen, op een zondag, op de middag, in hartje zomer, waren we toch verbouwereerd! Zoveel bootjes met toeristen, zoveel mensen, zo heet! En de jachthaven lijkt wel een attractiepark. Ze is omgeven met restaurants, café’s, tentjes voor boottickets en winkeltjes. Een mierennest. We werden er even niet goed van. Om acht uur echter waren heel veel mensen weg, de Nordata joeg ook de hitte weg en wij in onze kuip met een glaasje wijn, waren weeral content.


Foto: Naast het standbeeld van Vasco Da Gama.


Sines 24 augustus 2016

We wonen nu voor een tijdje in Sines, maar we hebben er ook drie dagen Sesimbra op zitten. In de kleine haven, een zeilclub eigenlijk, waren we de enige bezoeker. We haalden de fietsjes nog eens boven want het centrum was op 2 km. Gezellige wirwar van straatjes en stranden zwart van het volk. Maar eerst moesten we langs de uitgestrekte vissershaven. Privada stond er bij de gebouwen van de vismijn. Na een korte aarzeling reden we er toch door en vonden een restaurantje waar we de post op de televisie mochten kiezen. En in plaats van een halve liter wijn kregen we tweemaal een halve liter. We merkten dat de meeste mannen (vissers?) ieder een halve liter dronken. Erg vrolijk gingen we buiten. De eerste dag waren we minder vrolijk. De wifi werkte niet. ‘obama’ was de code. Leo trok terug naar het secretariaat . “Zou het kunnen Clinton zijn, of Trump”, vroeg hij. Later ontdekte hij dat onze wifi antenne ‘geleerder’ was dan de haveninstallatie. Een downgrade deed wonderen.
Samen met de zon trokken ook de Portugezen naar huis en elke avond was de haven voor ons alleen. Maar de Nordata hield ons telkens gezelschap, huilende wind, klepperende vallen en wiebelende boten. We hadden verwacht meer beschut te liggen ten zuiden van de bergen. Niet dus. Valwinden? Hier in Sines liggen we tot nu toe heel rustig. Het waait hier ook ’s avonds maar we horen en voelen het veel minder. Er zijn hier voldoende, ruime plaatsen voor bezoekers. We zien vlaggen van verschillende landen, en Martin, een oudere man uit Wales, woont hier al 8 jaar met zijn kater. Bij het aanleggen stond hij klaar om te helpen “Jullie hebben een She, ik heb er ook één.” De toon was gezet. We voelden ons hier direct goed. En zoals het zeilers hoort, trokken we gisteren bergop naar het standbeeld van Vasco da Gama. Die is hier geboren. “Ik kom nog niet tot aan zijn voeten” zei Leo.


Foto: De yachthaven van Oeiras.


Oeiras 18 augustus 2016

Dinsdag kwam Leo zijn bankkaart toe. Dat werd afscheid nemen van Seixal. Twee uurtjes varen, brachten ons uit de beschutte baai van Seixal terug richting oceaan, naar Oeiras, bij de monding van de Taag. Na 12 dagen aan de boei waren we blij verder te kunnen trekken, maar beu waren we Seixal nog lang niet. We ontdekten zelfs nog een heel klein restaurantje met super vriendelijke mensen. Van op straat leek het een mini winkeltje maar in een zijkamer stonden 5 tafeltjes. Witte wijn hadden ze niet, rode dan maar, in bierglazen. Dat is niet de eerste keer, maar we verschieten toch telkens. De andere gasten wilden ons van alles vertellen, met handen en voeten. Geeft zo’n goed gevoel. Daarna in de pastelaria aan de kerk vroeg Leo een koffie. ‘En geen pastel de nata vandaag?’ vroeg de bazin. Waarop Leo er dan toch één nam. Prettig dat de mensen je na een paar bezoekjes kennen. We wilden ook nog even de negen katjes zien in het vervallen huis. Eens kroop Leo door het gat in de tuinmuur om ze enkele vlootjes katteneten te geven. Om dat te kopen waren we een paar honderd meter extra door de zon gelopen. Bij onze wandelingen in Seixal bepaalde de stand van de zon welke straten we namen. Af en toe konden we met een auto mee. Antonio en Louisa reden met ons naar Fatima. Het werd een gezellige uitstap, veel babbelen, samen kaarsjes branden, lekker eten… Toch een speciale sfeer daar in Fatima, met tentjes van bedevaarders her en der, pick-nickplaatsen, WC’s, douches, veel parkings, heel anders dan Lourdes. En Emidio nam ons nog eens mee naar Amora. We hadden wat spullen nodig uit de Leclerq.
En nu dus in Oeiras, geweldig contrast met Seixal. Een badplaats hier, met grote stranden, heel veel toeristen en alles wat erbij hoort. We genieten wel van het comfort van de haven, wat kleren wassen, wat updates (als de wifi wil werken), de batterijen eens vol laten lopen, gratis zwemmen in het zwembad met oceaanwater… Maar heel lang zullen we hier niet blijven. We zijn benieuwd naar Sesimbra, waar we veel goeds over horen.

Foto: Er is geen beter plekje om te wachten.


Seixal 11 augustus 2016

Al 6 nachten aan de boei en nog geen bankkaart toegekomen met de post. Geen zeilverhalen, maar gewoon dagelijks nieuws dus. Het blijft hier zomeren, alle dagen boven de 30°C en de laatste nachten waren zwoel. Overdag te heet om te koken in de boot. We willen er geen oven van maken. Daarom kan je ons vaak vinden bij La Tareca. Twee mannen en een vrouw van onze leeftijd runnen het kleine restaurantje in een wat verwaarloosde buurt. Grillen gebeurt op straat, onder een parasol. De vrouw lacht als ze ons ziet komen en begint dan op te sommen wat we willen: een halve liter witte wijn, een halve liter water, olijven, brood, sla, aardappelen… Alleen de vis, die moeten we zelf nog kiezen. Ondertussen hebben we alle vissoorten al geprobeerd. Ik verkies espada, Leo is de sardines nog niet beu. Voor onze koffie gaan we naar de pastelaria (bakker-café) bij de kerk. Het is er fris, gezellig en het brood is lekker. We gaan ook alle dagen naar het toeristisch bureau, ook havenkantoor, want daar moet de bankkaart van Leo toekomen. Verder zwemmen we rond de boot als we willen afkoelen, soms tot na zonsondergang. Af en toe krijgen we Emidio op bezoek. Zijn boot ligt een boei verder. En zo glijden de dagen voorbij. Maar dinsdag wilden we nog eens naar Amora. Over het land 6 km, over het water zo’n 2 km vanaf deze boei. Sardientje bracht ons alle dagen comfortabel naar de kant en kon nu eens laten zien of hij het grotere werk aan kon. Nog even de benzine controleren en weg waren we. Wat tegenstroom, maar op ‘t gemakske zagen we de werf van Amora dichterbij komen. Het was een prettig weerzien met Rafaël en Antonio. Antonio wilde wel even tot aan een winkel rijden waar we belettering voor ons Sardientje konden kopen ‘tender to She Twins’. Later dan verwacht begonnen we onze terugtocht en ondertussen was de Nortada, de dagelijkse noorderwind, komen opzetten. De stroming was gedraaid en zat nu fors tegen. Golven en kopjes!! Oei, dat zou nattigheid worden. Ik zit altijd vooraan en ben dus gewoon aan wat spatten. Deze keer kwam er heel de tijd water over. Dat probeerde ik met de spons terug buiten te krijgen. Maar na een tijdje zat ook Leo in ’t water. Ik was ondertussen al doorweekt. Een hoosvat hadden we niet maar de spons deed het goed. Toen we bijna halverwege waren zei Leo dat ik dichter bij hem moest komen zitten. Achteraan zakte Sardientje diep in het water maar de neus ging omhoog. De snelheid kon opgedreven worden en we kregen minder water over. We bereikten heelhuids onze She, een ervaring rijker. Volgende keer badpak mee in de rugzak, voor expedities met Sardientje.


  Foto: Sardientje, getest en goedgekeurd.


Seixal 6 augustus 2016

We hangen terug aan een boei te Seixal, gratis deze keer. De boeien van de gemeente waren allemaal bezet maar we mogen de privé boei van een maat van Emidio gebruiken. Die is op reis en zijn boei is dus vrij. Obrigada Emidio.
Na het wachten op ons vlot, op de onderdelen voor Sus, op Sardientje, is het nu wachten op de bankkaart van Leo die geblokkeerd zal opgestuurd worden. Van zodra we die in handen hebben kan ze gedeblokkeerd worden. Dat zou meer dan een week kunnen duren en Leo wilde deze wachttijd liever uitzitten op een eilandje, een boei dus. Het zwembad achter ons huis is nu veel groter en de zon zorgt voor genoeg elektriciteit, maar met zoet water zullen we wat zuiniger moeten zijn. Internet is nu weer mobiel en ons bed zal niet altijd stil staan. Niettegenstaande het mindere comfort is deze overgang van de stad, naar een plekje te midden van het water, een herademing. We hebben even genoeg van de mensenmassa’s in de straten van Lissabon, op de bus en op de metro. De laatste metrorit was naar de ambassade. We vonden op het bewuste adres geen Belgische vlag maar wel een kleine nota dat de ambassade verhuisd was. Zucht! Gelukkig konden we te voet naar het nieuwe adres en daar was het onthaal heel hartelijk, in het Vlaams. Leo heeft een voorlopig paspoort. Iedereen weer happy dus. Behalve ons Knabbeltje. Die vond dat Piet Konijn van de Vaguebond (zie vaguebond) veel meer op foto’s op internet te zien is dan hij. Dat hebben we meteen goed gemaakt. Kijk of je Knabbeltje vind op de laatste foto. Let wel, geen pluchenbeestenmishandeling, Knabbeltje kan zwemmen.
 
  Foto:Oude electriciteitscentrale Belem. 


Parque das Nações 1 augustus 2016

Vandaag zijn we voor het eerst in ons leven met een politiewagen mogen meerijden. Leo zijn portefeuille is namelijk ‘verdwenen’ tijdens een wandeling naar één van onze favoriete restaurantjes. Eerst hebben we zijn bankkaarten laten blokkeren en daarna moesten we naar de politie. Blijkt, dat je als toerist voor zoiets naar Lissabon moet. Onze buskaartjes zijn ook foetsjie maar één van de agenten belde een collega in Lissabon en die wilden ons wel komen halen. Dat werd een heel comfortabele rit heen en weer. Morgen moeten we naar de Belgische ambassade voor identiteitspapieren. Daar zullen we zelf naartoe moeten, en het zou wel eens iets van lange adem kunnen worden: pasfoto’s, formulieren, wachten…
Op de onderdelen voor onze Sus hebben we veertien dagen gewacht, ze zijn toegekomen maar niet volledig. We laten het voorlopig zo want ze hebben daar in Duitsland vakantie. Maar omdat we hier toen al een halve maand waren beslisten we meteen een hele maand te blijven. Het maandtarief is veel voordeliger en zo konden we ook een nieuw bijbootje bestellen. Het is een Bombard geworden, iets groter dan Citroentje maar opgevouwen compacter en minder zwaar. Ons ‘Sardientje’ was er na 9 dagen en heeft al even mogen varen, tot op de Taag en terug.
Wat valt er nog te zeggen over ons verblijf hier?
Naar het watermuseum reden we met de fietsjes. De oude stoompompen vonden we echte kunstwerken en we leerden nog maar eens dat H2O kostbaar is.
Enkele dagen later bezochten we het waterreservoir Mae de Agua, een oase van koelte en rust. Van daaruit liepen we veertig minuten onder de grond langs de waterleiding van de achttiende eeuw. Pet af voor de bouwers.
Het elektriciteitsmuseum, een oude steenkoolcentrale, overtrof onze verwachtingen, een must voor wie van techniek en machines houdt.
De reuzen van The Tall Ships Races zagen we natuurlijk ook. Zo veel, zo groot, machtig schouwspel.
En toen Leo grote kuis hield in de kelder van onze She (bilge) trok ik op mijn eentje naar Lissabon om nog wat kerken en parken te bezoeken. Hij moest namelijk de tafel demonteren en de vloer opbreken. Bij zo’n werken loop ik maar onder de voet. De bilge is als nieuw. Leo heeft er daarna water in laten lopen en de pompen getest. Alles werkt nog. De boot is niet gezonken.

Foto:Tafellakens als hittewering.


Parque das Nações 16 juli 2016

We hebben geen vloerverwarming maar plafondverwarming. Een heel stuk van ons drijvend huis zit onder water en dus dachten we, dat het water de boot wat koel zou houden. De lage bakken (kasten) blijven inderdaad matig, want het water is maar 23°. De lucht daarentegen, is hier tegenwoordig volgens het weerbericht tot 37 °C in de schaduw, tot vandaag code geel voor extreme hitte, las ik. En dat voelen we. Je moet niet zonder sandalen op het dek lopen of je verbrandt je voeten. Op de zitbanken in de kuip verbranden we onze billen als de bimini er niet staat. Die heeft Leo in de lente geplaatst. Net op tijd. Maar de plafondverwarming hadden we nog nooit zo ervaren. Als je daar je hand tegen houdt is het schrikken. Dus zijn we op zoek gegaan naar lappen stof om de zon wat tegen te houden. Lakens, gordijnen… Het goedkoopste waren de tafelkleedjes uit de Chinese rommelwinkeltjes. Ik ben aan het naaien gegaan met touwtjes en het werkt. De luiken zijn nu tenminste zonvrij. Ze kunnen vierkant openstaan, zodat we wel wat wind, maar geen zon binnen krijgen. Maar op de warmste uren van de dag zijn onze activiteiten beperkt tot zwemmen en luieren. Op de frissere dagen, onder de 30°C, gaan we wel eens op stap. Zo bezochten we het azulejo museum en het scheepvaartmuseum. En dan is er de ‘socialising’. We kregen bezoek van Antonio en waren te gast op de Seehund von Koln. Leo trekt ook alle dagen naar het secretariaat om te kijken of de spullen voor onze Sus al toegekomen zijn. Nog niet, dus blijven we nog wat langer in deze comfortabele haven.
Wat het Portugees betreft leerden we dat ze hier twee werkwoorden hebben voor ‘zijn’. Gelukkig zijn of in Portugal zijn, is niet hetzelfde werkwoord. En twee is niet altijd twee, twee pintjes is een andere twee als bij de koffies. Het hangt er wel wat van af welke van de tien soorten koffies. Verder weten we nu dat we sommige klanken (nog) niet kunnen uitspreken. We hebben Isabelle bedankt voor de drie privé lessen. Met de leerstof die we kregen kunnen we nog een hele tijd verder. Nu luisteren we af en toe nog naar lessen op internet, op de PC of de smartphone. En ik kocht een boekje met kinderliedjes, met CD. Hier en daar kan ik al een woord of zinnetje meezingen.
Het trieste nieuws van Nice drong ook tot hier door, vreselijk.


  Foto: Concert in het Carmoklooster onder de sterrenhemel.


Parque das Nações 11 juli 2016

Nu staat het vast. We worden oud. Toen Leo zijn ID toonde bij de ticket verkoop voor het concert in het Carmoklooster, lachte de verkoopster dat het niet nodig was. Ze kon het ‘zien’. Eigenlijk moest ik 6 euro betalen i.p.v. 3 euro, want ik ben nog geen 65. Maar Gaby van de ‘Seehund von Koln’ gebaarde dat ik moest zwijgen. Het was Gaby die ons inviteerde om mee naar het concert te gaan. Zij en haar man Djerry hebben hun boot hier al enkele jaren liggen. Ze kennen ondertussen alle hoekjes van Lissabon. Het concert was indrukwekkend, zowel de vertolking van het symfonisch orkest als het kader. De gotische kerk van het Carmoklooster verloor bij de aardbeving van 1755 haar dak. Men heeft het gebouw zo bewaard. We zaten dus onder de sterren, uniek! Na afloop kregen we nog wat mooie plekjes van Lisboa by night te zien. Ondertussen hebben we ook een kaartje voor trein, tram, bus, metro. Want er is nog één en ander dat we ‘moeten’ zien in Lissabon. En de airco op de bus weten we ook te waarderen.
We liggen nu dus al vier dagen in Parque das Nações. We blijven hier een tijdje omdat we wachten op enkele onderdelen voor de windvaan die South Atlantic vanuit Duitsland gaat opsturen. Sus kan zijn werk weer doen maar de opgelapte stukken zullen het waarschijnlijk niet lang volhouden. Na dagen telefoneren en aandringen kwam de schipper die de schade veroorzaakte toch opdagen. Na een niet zo aangenaam gesprek betaalde hij toch cash. Oef! We konden met een beter gevoel Vila Franca de Xira verlaten.
Bij onze aankomst hier stonden de marinheiros klaar om ons binnen te loodsen en hulp te verlenen bij het aanmeren. Of we hier voor het eerst kwamen? Toen we vertelden dat we hier al waren, klonk het “Welcome, home”. En zo voelde het ook. Tussen al de info die we kregen zat er ook een flyer van Isabelle die privé lessen Portugees geeft. We wilden wat uitleg. Aan hoeveel maanden les we dachten? Waarop wij dan weer dat we maar één of twee weken bleven. “So, you want to learn Portuguese in one week?” “May be a few words.” Was ons antwoord. Woorden kunnen we ondertussen wel, maar de mensen verstaan ons vaak niet als we iets zeggen. Vreselijk die uitspraak, met al die nasale klanken. Hopelijk zijn die lessen geen verloren geld.

   Foto: Stieren en gekken in de straten.

Vila Franca de Xira 6 juli 2016

De rust is teruggekeerd in Vila Franca de Xira. Drie dagen na elkaar mochten de stieren door de straten lopen. Ik denk dat ze liever in de wei gebleven waren. Wij gingen één keer kijken, dicht bij de plaats waar ze losgelaten werden. Veel sfeer, dat wel: straten bedekt met een dikke laag natgespoten zand, hekkens vol mensen, fanfare, orkestjes alom, biertentjes en veeel mensen. Sommigen met het rode T-shirt van de Colete encarnado. Leo en ik hadden er ook eentje aan. We kochten het bij de toeristische dienst toen we onder invloed waren, van Vino Verde.
De stierenloop begon met ontploffingen in de verte. Om de stieren aan het lopen te krijgen? Om ons te waarschuwen dat ze op komst waren? Een groep mooi uitgedoste campinos draafden voorbij, gevolgd door een groep stieren, daarachter weer campinos. Onze hoofden gingen drie keer van links naar rechts en het was gedaan. Maar alle mensen bleven staan. Wij dus ook. Eén zwarte stier kwam terug. Jonge mannen daagden hem uit en zwaaiden met doeken. Ze leken pakkertje te spelen. De stier stormde op de mannen af, die klommen dan op de hekkens, waarop de stier met zijn horens de hekkens ramde. De dappersten porden de stier met een stok en kregen dan applaus. Wat gaat er om in het hoofd van zo’n stier, die van jongs af goed verzorgd is door de boer. En hoe gaat hij nadien reageren op mensen? Na tien minuten konden wij het niet meer aanzien. We trokken naar de stierenvrije straten, naar de kermis. En Leo, die deed zelfs zijn dunne trui aan om zijn T-shirt te bedekken.
De kermis deed ons denken aan carnaval Aalst of Gentse feesten. Al de cafés, en dat zijn er hier heel veel, hadden barricades, je kon alleen buiten drank kopen, en alleen in plastieken bekers. Verder had elke straat een podium voor zangers, volksdans, orkestjes… ’s Nachts trokken we naar een fadogroep, heel mooi. Er waren een twintigtal toeschouwers. Daarna trokken we naar het megapodium waaraan men drie dagen bouwde. Van ver hoorden we de boem boem muziek, maar je kon er niet bij geraken, zoveel mensen!!
De dag erna stond de stoet op ons programma. Iedereen die op een paard kan zitten reed mee: jong en oud, campinos met en zonder stieren, een fanfare te paard, amazones en ook ossenwagens. Het hoogtepunt was de nacht van de gegrilde sardines. Vanaf elf uur tot in de vroege uurtjes kreeg je gratis sardines. Die moest je wel zelf gaan grillen op één van de barbecues. Rode wijn, bier en brood waren ook gratis. Naar we hoorden zou er 1500 liter wijn verdeeld zijn. Die ‘beruchte’ nacht, liepen we samen met Antonio en vriendin Louisa door het stadje. Heel gezellig. En ik gaf hem als souvenir het rode T-shirt van Leo.


   Foto: Laat de stieren maar lopen in Vila Franca. 
 


Vila Franca de Xira 29 juni 2016

Voorlopig zijn we nog altijd de enige bezoekers hier in de haven maar daar zou verandering in kunnen komen. Vrijdag begint er een waanzinnige driedaagse, de ‘Colete encarnado’. Meestal maken we ons uit de voeten voor een mensenmassa maar deze keer hebben we ons laten meeslepen door het enthousiasme van de locals. Op 1, 2 en 3 juli lopen er hier stieren door de straten. Overal plaatst men solide hoge hekkens, de mensen versieren hun huizen en op elk pleintje verschijnt een podium. We hebben uit het goedgevulde programma al een keuze gemaakt. De optocht van de ‘campinos’, de cowboys van hier, willen we niet missen. Voor de stierenloop gaan we een veilig plekje achter de hekkens zoeken. Ik toch zeker. Leo moet het zelf maar weten als hij met de stieren wil meelopen. En Fado staat ook op ons verlanglijstje. Enkele bekenden uit Amora willen langskomen. Dat beloven drukke dagen te worden.
Maar tot nu toe was het heel rustig in de haven. Toch werd onze boot vorig weekend geramd. In- en uitvaren is hier erg lastig met de sterke stroming en de stevige windvlagen. We waren er niet toen het gebeurde maar Sus, onze windvaan, hing er eigenaardig bij, geschaafd, verwrongen, afgebroken bouten… Edgard, een zonderling die op een klein bootje woont, wist te vertellen dat de Mata Djiwa gevaren had. Leo vond al vlug blauwe krassen op de bewuste boot en na enkele telefoontjes van de havenmeester gaf de schipper toe dat hij onze boot ‘raakte’. Hij zou ons contacteren maar we hoorden niets. We kregen wel meteen een meer beschutte ligplaats en Leo heeft vanuit Citroentje Sus gedemonteerd, de afgebroken bout uitgeboord, scheve bouten vervangen en alles terug in een normale positie gebracht. Maar zoals voorheen is het niet. Dit wordt waarschijnlijk een vervolgverhaal.

   Foto: Avondwandeling met zicht op boot.

Vila Franca de Xira 26 juni 2016

Toen we vorig jaar in Parque das Nacoes lagen, dachten we dat de Taag verderop niet bevaarbaar was voor zeiljachten. Maar nogal wat Portugezen op de werf waren vol lof over Vila Franca de Xira. Volgens hen, een haven voor locals, goedkoper dan alle andere. En omdat we geen vaste planning hebben maar wel veel tijd en veel sympathie voor de Portugezen, wilden we op verkenning. Emidio voer zelfs mee om ons tussen de modderbanken door te loodsen. Het onthaal was niet alledaags. We moesten even wachten in de schaduw, naast de hond, want de ‘havenmeester’ was bijna klaar met het zetten van antifouling. Blauw van de verf, zoals een smurf, gaf hij ons een rondleiding door de gebouwen. We kregen vooral veel machines en gereedschap te zien. En uiteindelijk ook het bureel met veel vlaggen, foto’s, eretekens… Zijn blauwe vingers schreven wat in ons gastenboek, waarop wij hun gastenboek voorgeschoteld kregen. Volgens dat boek zijn wij de derde boot die hier te gast is.
Ondertussen kennen we het hier al een beetje. Geen wifi in de haven, dus deden we al de cafés in de omgeving, zonder veel succes. Het signaal van de bib, op zo’n 300 m, konden we zien, maar ze beweerden daar, dat je enkel kon registreren als Portugees, met je nif nummer. Bij de toeristische dienst was echter toevallig een technieker voor het internet. Hij bezorgde ons een gebruikersnaam en paswoord voor de wifi van de bibliotheek. En dank zij onze antenne lukt dat aardig van op de boot. De restaurantjes in het stadje bevallen ons. Gelukkig, want overdag gaat de temperatuur zelden onder de 30°C en dat vinden we te warm om te koken. Zwemmen achter de boot doet dan wel deugd.
Ons meest geliefde café is ‘Maria de Fatima’, niet ver van de haven, heel sober, gewone mensen. Niemand verstaat Engels. Een consumptie is nooit meer dan één euro.
Citroentje is geplakt door de klusjesman van de haven. Twee euro vroeg hij ervoor. We hebben ons bootje opgeblazen en het lijkt OK. In het vervolg zullen we hem niet meer zo hard opblazen, want de zon doet er hier nog een schepje boven op en dan ontploft het.

 Foto: Seixal, zwemmen om af te koelen.


Seixal 21 juni 2016

Zonnecrème en after sun, we gebruikten deze twee weken al meer dan vorig jaar op het hele seizoen. Het is hier echt zomer, zwemmen rond de boot om af te koelen. Zalig. Gisteren had Leo bijna een ongewild bad. We waren met Citroentje naar de werf gevaren, 1 km ver, omdat ons vlot eindelijk toegekomen was na de inspectie. Citroentje kan 1 en een halve persoon dragen. Daar nog een zwaar vlot bij was niet te doen. Maar voor we de vraag stelden kwam er al een aanbod van Antonio. Ons vlot mocht in zijn auto en ik mocht ook mee. Hij grapte nog dat Leo mij misschien nooit zou weerzien. De marinheiros van Seixal namen het vlot over en met de watertaxi kwamen we bij de She, samen met Leo. Die had het maar net gehaald. De stuurboordzijde van ons bijbootje verloor lucht. Muis, ons 2 pktje, hing scheef omdat het achterschot wegzakte. Leo zat al bijna in het water. Bij inspectie achteraf bleek dat er een naad gelost was. Citroentje is dan ook al 19 jaar oud. ’t Was toch even slikken. Hij zit dus terug in de zak want de lijm van het reparatieset is ook voorbij datum.
Ondertussen zijn we klaar om verder te varen. Van Seixal onthouden we dat de mensen super vriendelijk zijn, dat elke straat 6 cafés heeft, dat het aan de boei rustig maar ook wiebelig kan zijn en dat de gegrilde vis in de restaurantjes erg lekker is. Maar de sardines op de barbecue, bij Emidio thuis in zijn koele tuin, spanden de kroon.
  

   Foto: Amora, afscheid nemen 


Seixal 15 juni 2016

Als je thuis vertrekt, verwacht je, vroeg of laat, weer thuis te komen. Uit Amora vertrekken was ook een beetje een thuis verlaten, maar niet wetend of we hier ooit nog verzeild geraken. Dat hoort bij het zwerversbestaan, loslaten en verder gaan. Het vertrouwde verlaten, het onbekende tegemoet.
We namen wel op passende wijze afscheid met een etentje, in de oude loods. Wijn maakte de tongen los en we kwamen weer heel wat te weten over het leven in Portugal. Gelukkig spreken onze Portugese vrienden Engels. Ik twijfelde even aan het woord vrienden, maar zij noemen ons ook vrienden. En ze stonden altijd klaar om te helpen, ergens met de auto naartoe, tolken…Emidio regelde voor ons een boei in Seixal. Hij was erbij, eergisteren, toen onze She weer in het water ging en voer ons voor om de boei te tonen en te helpen bij het aanmeren. Met zijn dinghy bracht hij ons ook nog naar het havenkantoor. Wat een luxe. Het minste wat we konden doen was trakteren met een drankje. Daarvoor koos hij een café van de communisten. Die zie je hier overal maar we gingen nog nooit over de drempel. Met Emidio dus wel. En deze keer ging het gesprek over godsdienst want ik at er een potje rijstpap, zonder gouden lepeltje weliswaar.
Ondertussen hebben we al twee nachten aan de boei achter de rug. Het wiebelt weer! En Citroentje mocht al uit zijn zak. We spetterden al één keer naar de kant, maar omdat we het niet helemaal droog hielden met de wind en de golfjes namen we daarna de watertaxi van de gemeente. Supervriendelijke jongens.
We blijven hier zeker een hele week, 7,40 euro per nacht, watertaxi inbegrepen.

Foto: Antifooling  08-juni-2016
 
Amora 8 juni 2016

De terugreis naar Amora zat vol verrassingen. We stapten in Erembodegem al op de verkeerde trein. In Denderleeuw was er op ’t nippertje een spoorwissel. Voor Brussels Airport stond onze trein minutenlang stil onder de grond, omdat een trein voor ons de weg versperde. Het solide fietsslot voor onze plooifietsjes, dat we in de Aldi kochten, mocht niet mee. Je kan er iemand mee wurgen? Na enkele uren wachten zaten we in het vliegtuig van Ryanair, doet me altijd denken aan sardines in een blikje. Leo was al volop aan ’t denken aan gegrilde sardines. De stewardess deed een hele uitleg in ’t Portugees en ook in een soort Engels dat we niet verstonden. De Portugees naast ons liet een zucht en vertelde dat er problemen waren in Lissabon. Eén uur wachten. Bij de landing voelden we de problemen, werken aan de grote landingsbaan. We kregen dus een heftige landing op een korte baan. De taxi om twee uur ’s nachts was een meevaller. We hoorden van profiteurs die lange omwegen doen om meer te kunnen rekenen. Maar de jongeman zei dat hij de gps zou volgen. We gaven een extra fooi en hij bleef staan met de koplampen op ons gericht tot Leo de grote poort van de werf open kreeg. Thuis…
Het was wennen aan de temperaturen. Leo stond vanmorgen om 6 uur op om de antifooling te zetten. (laatste laag verf op onderwaterschip tegen aangroei) 35°C is wat warm om te werken maar mekaar afspuiten met de waterslang doet deugd en onze kleren waar we alle dagen het zweet uitspoelen zijn op één uur droog. Koken zou het binnen nog heter maken, daarom gaan we uit eten voor 5 euro. Vandaag trakteerden we Emidio, die ons daarna meenam met zijn auto naar het shoppingcenter. Leo wilde een nieuw Zwitsers mes. We hadden alleen maar handbagage en een mes kan dus niet helaas mee. Nog 5 keer slapen en onze She mag weer in het water.

   Foto: Onderweg in Spanje  24-april-2016
  
Affligem 3 juni 2016

Omdat velen denken dat we nog in Portugal zitten even een update. Op 20 april vloog ik naar Leo. Na enkele dagen Amora reden we samen met ons Mus terug naar België. We genoten van deze korte campervakantie, ook al moesten we de beperkte ruimte delen met de ladder en de grote stofzuiger. Wat minder comfort, maar dat compenseerden we door niet zelf te koken. Samen eten en drinken met truckers was best gezellig en we sliepen goed naast de reuzen van de weg. Behalve toen we een lading levende varkens als buren kregen. Dat werd verhuizen. In Noord Frankrijk zorgde een ander varken nog voor wat spanning. Midden in een hagelbui sprong een everzwijn de weg op. Leo kon het beest ontwijken maar ons Mus ging wel even in slip.
Ondertussen hebben we het hier in België even lente zien worden en weer herfst, we hebben de tijd genomen om familie en vrienden te ontmoeten, we brachten wat zaken op orde en beginnen uit te kijken naar het leven op het water. Op 6 juni vliegen we samen naar ginder en dan is het om te varen. De She heeft lang genoeg droog gestaan.

    Foto: Lente in Portugal
 

Amora 22 april 2016
Ik ben weer op Portugese bodem. Leo wachtte me aan de luchthaven op met de Mus. Heerlijk zo’n weerzien na bijna 3 maanden. Ik was vergeten hoe mooi het hier is, hoe vriendelijk de mensen zijn en hoe goedkoop het leven hier is. De boot staat te glimmen en binnen ruikt het naar vernis. De tijd van werken is voor even voorbij. Nu eerst genieten. Om te beginnen kennis maken met de mensen die Leo hier leerde kennen. We waren te gast bij Pim en Paula. Hun boot ligt op een werf even verder. Ze hebben een plaatsje vlak bij het water, de flamingo’s lopen zowat door hun ‘tuin’. En deze avond vieren we mijn terugkomst met een barbecue bij Antonio. Hij heeft geen huis, woont op een bootje, kent de streek en doet niets liever dan helpen. Handig, iemand die de taal kent als je op zoek bent naar onderdelen of gereedschap. Maar ondertussen kent Leo al die speciaalzaken zelf al. En, vertelde hij fier, ik heb geen Engels meer nodig om in een café of restaurant te bestellen en te betalen. Eigenlijk is dat helemaal niet moeilijk: twee porto’s voor twee euro’s, twee galao’s voor nog geen twee euro… Zal weer wennen zijn in België.
En de natuur is hier fantastisch in de lente. De bermen staan vol wilde bloemen. Ik ben daar nu speciaal attent op, omdat ik in onze tuin een stuk gras opgebroken heb voor de aanleg van een bloemenweide, voor de bijen weet je wel. Ik had het werk onderschat. En nu is het nog spannend wachten of de zaadjes het wel gaan doen. Hier doet de natuur het zelf. Ik ben al zaadjes gaan verzamelen.


    Foto: Amora 01-03-2016

Liesbeth in Affligem, Leo in Amora, 15 maart 2016

Onze website ligt al meer dan 3 maanden stil, net als onze She. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen aandacht krijgt want eind januari reed Leo met ons Mus 2300 km om bij haar te kunnen zijn. Foto’s, mailtjes en smsjes vertellen mij wat hij zoal doet. En eerlijk gezegd… ik heb er geen spijt van dat ik er niet bij was toen hij de motor lichtte om twee steunen te vervangen en ook het afnemen en terugzetten van de mast is iets wat ik te ‘spannend’ vind. Eén ding is zeker, alles wordt grondig nagekeken en zaken die geen goei punten krijgen worden vernieuwd. Zo heeft de rolgenua nieuwe kogellagers, de elektrische bedrading (in het plafond, onder de zetels, achter de kaartentafel, in de mast…) is weer eens vernieuwd, op de vaste kap ligt een nieuw zonnepaneel, de waterlijn is verhoogd, de mast heeft een paar lagen verf gekregen, vallen en schoten (touwwerk) zijn gewassen en enkele werden er vervangen… En soms kwam de hulp van buurman Emidio van pas, om onderdelen te gaan zoeken  en om de nieuwe zware batterij van 60 kg op zijn plaats te krijgen. Eén van de mooiste foto’s die ik kreeg was die van een geïmproviseerde barbecue met nog enkele schippers. Daarvoor moet je in het zuiden zijn, dat zou in Nieuwpoort niet lukken.
En ik hier in het koude België? De griep heeft mij 7 dagen geveld. Daarna ben je weer zo  dankbaar met gewoon gezond zijn. Maar nog meer dankbaar ben ik voor Lisa, een kleindochter voor mij, een zusje voor Gijs. Ik heb het hier naar mijn zin bij de familie. Leo heeft het naar zijn zin op de boot. We doen zo nog wat verder.



Terug.