Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink
Foto: Eindelijk nog eens zeilen
 

Albufeira 17 november 2017

‘Let it snow, let is snow, let it snow…’ klonk er in Faro door de luidsprekers in de doe het zelf zaak, waar we elke dag wel iets nodig hadden. Met sandalen aan onze voeten en blote armen, moesten we daar toch even om lachen. Voor zover wij weten sneeuwt het nooit in de Algarve. Maar kerstsfeer was er wel. In de shopping stond er zelfs een ijsbaan! En de enorme kerstboom, daar raakte ik niet op uitgekeken. De kerstman zat in een kunstmatig winterlandschap tussen sleeën en elanden, altijd omgeven door kinderen. De sint? Die schijnt hier niet te komen.
Leo heeft zijn sinterklaasgeschenk wel gehad. Hij heeft eergisteren mogen varen van Faro naar Albufeira. Eerst anderhalf uur tegen wind en stroom in, naar de ingang van de Ria, en dan was ze daar weer de zee. We keken er naar uit want er zou wind staan, ZW4. Die was er, maar de golven waren er ook, nogal hoog in verhouding met de wind. Er vloog al meteen een mok hete koffie door de kuip en binnen begon alles wat niet vast zat, heen en weer te schuiven. De eerste uurtjes was het nog prettig zeilen en Leo was opgetogen over de snelheid van de boot, tot 7 knopen door het water. Een gladde kiel en schroef kunnen wonderen doen. Maar toen de wind verflauwde werd het rollen echt ambetant. We kregen zelfs water in de kuip via de loosgaten. Gedaan met zeilen dus en het was onze trouwe yanmar die moest helpen om de snelheid te houden.
Home sweet home. We hebben nog niet stil gezeten. Gisteren namen we de trein naar Faro om ons Mus op te pikken en onze She kreeg al een flinke poetsbeurt. De grote kuis binnen… die kan nog wel even wachten. Eerst genieten.

Foto: De tweede keer dit jaar "antifooling"
 

Faro 12 november 2017

We waren één maand in België en op die tijd hadden we allebei weer een fikse verkoudheid. Om geen verkoudheden op te lopen moet je blijkbaar als een kluizenaar leven. Dat doen we min of meer als we achter ons anker liggen. Je kan ook proberen ver weg te blijven van mensen met het virus, maar we gaan net naar België om onze dierbaren te kunnen knuffelen… Het knuffelen was, wat mij betreft, te snel voorbij en onze Mus bracht ons weer naar Faro. We waren het er onmiddellijk over eens dat er de eerste dag niet gewerkt zou worden. Het duurde trouwens even voor we op de boot konden want onze ladder was gejat. Een grote Franse boot had drie ladders in gebruik. We gingen dus vragen of hij toevallig onze ladder ‘geleend’ had? Neen, neen, hij had de ladders al maanden. Johanna, de vrouw van Bruce (eigenaar van de werf), is gaan onderhandelen want blijkbaar waren al de ladders in gebruik. Hij heeft er dus eentje moeten afgeven maar ondertussen heeft hij er toch weeral drie! Doet me denken aan kleuters die in de zandbak om speeltjes vechten. Gelukkig schieten we met al de andere zeilers wel goed op.
Het weer is hier nog zomers. Er is een mindere periode geweest maar nu is de lucht weer alle dagen blauw. Dat komt goed uit want het onderwatergedeelte van onze She moest antifouling krijgen. Eerst alles gladschuren en dan twee lagen verf. Dit is zowat het enige moment dat de meeste schippers hun boot te groot vinden. ‘Koop een boot, en werk je dood’, hoor je dan alom. En het is ook een aanslag op je lichaam, want je moet je in bochten wringen om geen plaatsje over te slaan. We hadden zes dagen de tijd voor de boot weer in het water gaat, maar doseren is iets wat niet in Leo zijn woordenboek staat. Als hij ergens aan begint doet hij verder tot het donker wordt. De antifouling is dus al gezet en we hebben nog twee dagen over om alles rustig vaarklaar te maken. Ondertussen hou ik het weer in de gaten want op woensdag 15 november om 12 uur gaan we te water. Dat is 20 minuten voor hoog tij en het is bijna spring. Er zal dus water genoeg zijn en Bruce, gaat ons weer naar buiten gidsen tussen de ondieptes. Daarna is het nog zeven uur varen naar Albufeira. We zullen dus in het donker ‘thuis’ komen. De bubbels staan al in de koelkast.

Foto: Nu de waterlijn nog smurfen?
 

Faro 30 september 2017

We zijn al twee keer ‘op reis’ geweest met de trein. Onze excursies naar Olhao en Lagos voelden als ‘op vakantie zijn’. Het station is maar een paar stappen van de boatyard en omdat we senioren zijn betalen we maar een peulschil. De aanleiding was het uitlaatstuk dat Leo bij Vetus bestelde. Ik weet niet hoeveel stukken de uitlaat heeft, maar dit is het laatste stukje, de huiddoorvoer, zal ik maar zeggen. Die is niet van metaal en na 41 jaar vond Leo dat toch riskant. Om verder op twee oren te kunnen slapen wou hij een nieuwe. Vetus zou de uitlaat bezorgen in Olhao, bij boatyard Marina Formosa, één van hun dealers. En daar wilden we wel eens een kijkje gaan nemen. Na bijna een half uur stappen hadden we al wel een restaurant naar onze smaak gevonden, maar voor de werf moesten we nog wat verder. We wisten niet dat er twee werven naast elkaar liggen en natuurlijk waren we eerst op de verkeerde. Een zooitje, was het daar. (woorden van Kees) Veel rommel, maar er werd wel hard gewerkt. De juiste werf leerden we kennen via de rondborstige, goedlachse secretaresse aan de ingang. Het klikte meteen. Ons stuk was er nog niet, dat wisten we, maar Leo zocht ook naar gelshield, verharder, tec 7, primer… en liefst geen grote vaten of potten van 5 liter. Na wat getelefoneer en over en weer geloop had ze de juiste producten. Ze goot de gepaste hoeveelheid over in flessen die ze daarvoor spaarde. En het uitlaatstuk zou ze bezorgen in Faro want ze blijkt niet zo ver van ons te wonen. Nog even de verhoudingen noteren waarin gelshield en verharder moesten gemengd worden en weg waren we voor onze toeristische uitstap in Olhao, met de chemische spullen in onze rugzakken. Het ‘op excursie zijn’ beviel ons zo dat we besloten ook nog eens naar Lagos te gaan en waarschijnlijk zit Vila Real de Santo Antonio, er ook nog in. Maar voor de rest heeft Leo al flink gewerkt, alleen maar in de schaduw wel te verstaan. In de zon is het hier echt te heet om te werken. De hap uit de kiel is grondig bijgewerkt, de uitlaat is gemonteerd, de schroef en schroefas blinken als nieuw, er zijn nieuwe anodes, de waterlijn is herschilderd en het bovenwaterschip is gewaxt. Binnen is de grote schoonmaak al begonnen, maar wanneer die afgerond zal zijn? We willen liever nog wat profiteren van onze laatste dagen hier. Op 5 oktober vliegen we terug naar België, tenminste als Ryanair dan wil vliegen. Dus waarschijnlijk is dit voorlopig ons laatste bericht. Tot over enkele weken of maanden…

Foto: Door het nauwe kanaal naar de scheepswerf? 
 

Faro 17 september 2017

We herinneren ons nog al de havens waar je opgewacht werd door een bootje, plaats wijzen, hulp bij het aanleggen. Heerlijk relax. Om naar de boatyard van Nave Pegos in Faro te varen kregen we zowaar een pilot, die ons het laatste kwartier de weg toonde. Afspraak bij hoog water, om 11 uur, aan boei 23. Zoals gewoonlijk vertrokken we ruim op tijd in Culatra. Om niet te vroeg te zijn, vaarden we extra traag. Dat was meteen goed, voor als we een ondiepte zouden raken. De vaargeul naar Faro, door het natuurgebied van de Ria Formosa, is aan de smalle kant. Zou je niet zeggen als je rondom zoveel water ziet. Maar dat is bedrieglijk. Af en toe, zagen we begroeiing boven water komen, op enkele meters van de boot. Vlak bij groene boei 23, lagen zeilboten voor anker in wat dieper water. Daar zouden we een kwartier rondjes draaien, want de boei zelf lag akelig dicht bij droogvallende stukken. We hadden onze orders gekregen, niet ankeren, te veel tijdverlies. Als het bootje met de gids kwam, moesten we meteen volgen. Elf uur. Geen bootje. Leo telefoneerde. ‘Five minutes’. En even later vaarden we, achter onze gids, door het moerasachtige gebied ten zuiden van Faro. Geen boeien meer, maar her en der stonden wel staken in het water. De diepte was overal voldoende. De boatyard heeft na jarenlang onderhandelen het laatste gedeelte mogen baggeren. Met de travellift uit het water ging vlot. De paperassen leverden ook geen problemen. En voor het eerst in 12 jaar lieten we onze boot, bij het afspuiten en neerlaten op de stoel, alleen. Gewoonlijk volgt Leo alles nauwlettend. Maar deze keer gingen wij lunchen in de Pingo Doce, dorade op de gril, met goed wat wijn om het einde van een mooi vaarseizoen te vieren, maar ook als troost omdat we niet meer rond de boot kunnen zwemmen.
Wel kwamen we hier al meteen een bekende tegen, Bobby met zijn Karolina. Hij had wat herstelwerk aan het roer. De werf zou het doen, maar verder dan beloftes kwamen ze niet en hij is er dan maar zelf aan begonnen. De boten staan hier op stevige stoelen en worden extra vastgehouden door sjorkabels, de ondergrond is heel net, allemaal ok, maar spullen kopen voor je boot kan je hier niet, geen chandler. Misschien is dat wel goed voor onze portemonnee.

Foto: Zin om even naar het anker te kijken?
 

Culatra 11 september 2017

We hebben dit jaar drie keer bij Culatra gewoond. We kennen de drie mini mercado’s, we weten waar ze soms vlees hebben, we weten waar de groenten er appetijtelijk uit zien, we weten dat je op tijd moet zijn als je brood wil kopen… en we weten in welke cafés ze wifi hebben. We weten ook dat er één pinautomaat is en dat je dus niet met hopen geld op het eiland hoeft toe te komen. Toch werden we verrast. Toen Leo geld uit de automaat wilde halen zei de machine heel vriendelijk ‘Out of order, try another one.’ Gelukkig was er een dag later weer geld. Trouwens, één keer hoefden we onze koffie niet te betalen. We gaven een biljet van 10 euro, waarop de uitbater vroeg of we geen muntstukken hadden. Met onze koperen stukjes raakten we nauwelijks aan een halve euro. De uitbater gebaarde ‘laat maar’. Waarop wij dan weer ‘amanhã’ zeiden.
Over het ankeren hebben we ook weer wat bijgeleerd. Eigenlijk niet echt bijgeleerd, de kennis hadden we al ergens op de harde schijf in ons hoofd, maar de praktijk… Toen we een ankerplekje zochten, lagen er veel boten en we wilden toch ook niet te ver van het eiland liggen. Er was een plek die ons beviel maar het had wat dieper mogen zijn. We lagen dicht bij de grens van het ondiepere gedeelte met alleen maar catamarans. Even rekenen. Het zou lukken, zelfs met de volle maan over enkele dagen. Tot het op een avond begon te blazen, noorderwind. Alle boten werden door golven en wind richting eiland geduwd, zover de ankerketting dat toeliet. Door de volle maan waren de boten goed te zien en we keken regelmatig of er geen op drift ging. Rond middernacht was het laag tij, erg laag wegens de spring en we zagen de Tequila (die naast de Lejo was komen liggen) overhellen. Oei! En dan merkten we dat we zelf ook niet meer bewogen. Gelukkig was de wind gaan liggen zodat er niet aan de boot gesleurd werd en het water zou zo weer gaan stijgen. De dag daarna zijn we toch meteen wat opgeschoven naar dieper water, de Tequila ook. Gelukkig maar, want die avond kregen we 6 bft uit het noorden. Het begon al in de namiddag. We zagen twee boten die van hun plaats wegschoven en opnieuw moesten ankeren. De Tequila hielden we extra in de gaten, want Fred, Marc en Johan waren met de ferry naar Olhao om eens goed te gaan eten. Nog net voor zonsondergang, kwamen ze met hun bijbootje langs onze She, op weg naar ‘huis’. Spektakel! Op en neer in de golven, de kleren al goed nat, maar de motor deed het goed en Marc had alles onder controle. Ze konden er mee lachen. Echte zeelui dus.
Vandaag is Leo in vrijduik, op 6 m diepte naar het anker gaan kijken. Het zit helemaal onder de grond, enkel de ketting verraadt waar het anker ergens moet zitten. Zo vast als een huis zegt men dan, hopelijk krijgen we het er ook nog uit.

Foto: Heel onze vloot op een foto.
 

Culatra 6 september 2017

Vijftien dagen lagen we achter ons anker in Alvor, rustig weer, alle nachten goed geslapen en de boot kreeg geen wortels. Wel zaten er meters visdraad in een kluwen rond de ankerketting. Gelukkig merkten we dat goed op tijd. Ons vertrek was gepland op zondag omstreeks 13.00 uur, een half uur voor hoog water. Maar vooraf had Leo zijn handen vol, met het opbergen van Sardientje en het zeilklaar maken van de boot. Regelmatig haalde hij ook een meter ankerketting op, zodat die droog in de ankerbak kon. Van werken krijg je het warm, dus nog even een laatste keer zwemmen. En toen merkte Leo de visdraad. Met een schaar kon alles losgeknipt worden. Er hing zelfs nog een bobijn aan, met enkele niet afgerolde meters.
Het anker zelf, kwam niet gewillig omhoog. Net of het in Alvor wilde blijven wonen, maar wij wilden het niet kwijt. De ankerwinch had er flink haar werk mee. Goed ingegraven dus. Naar de uitgang varen, tussen de zandbanken door, was deze keer iets minder spannend omdat Leo de koers, van het binnen komen, bewaard had in de gps. Gewoon het lijntje volgen.
Achter ons zagen we Alvor kleiner worden. Alleen maar mooie herinneringen.
De gezelligste avond was die op de Tequila. Fred en Gina nodigden ons uit voor het avondmaal. Voor ons was het de eerste kennismaking met de Cobb. Fred gaf een professionele demonstratie, drie gangen, allemaal heel lekker.
In de Portugese pastelaria waar we elke morgen onze koffie dronken en de krant lazen (eigenlijk meer kijken) vonden we het ook gezellig. We waren er al thuis, want we moesten niet meer zeggen dat we ‘um abatanada, um galao en dois pastéis de nata’ wilden. Zaterdag had Leo in het Portugees uitgelegd dat het onze laatste dag was omdat we naar Albufeira zouden varen. Waarop de baas antwoordde dat Alvor ‘muito mais calmo’ was.
Dat is zo, maar toch houden we ook van Albufeira en zijn we weer blij met het comfort van de haven, de wasmachines, de tuinslang in de kuip, de wifi…
We hebben onze mondvoorraad aangevuld, de boot gepoetst en liggen nu onze laatste 9 negen nachten achter ons anker in de Ria Formosa bij Faro. Op 15 september gaat de She op het land bij Boatyard Nave Pegos. Onszelf kennende, zullen we ons daar ook vlug thuis voelen.

Foto: Zonsondergang van uit de kuip.
 

Alvor 27 augustus 2017

Omdat er een paar boten wat te dicht bij ons kwamen ankeren, hadden we al onze fenders gehangen. Je weet maar nooit. En dat kwam van pas. Dinsdagavond was er sterkere wind komen opzetten. Na onze avondwandeling merkten we dat de buurboot tegen onze She hing. Op ’t eerste zicht geen schade, oef. De boot met krabbend anker voerde een Belgische vlag. We waren al eens gaan kennis maken. Het bleek een Portugees te zijn die, zoals zovelen, liever onder Belgische regels varen. De boot bleef gek te keer gaan in wind en stroming. Hij had het nu gemunt op een Nederlandse boot. De Portugese schipper kwam toe en wist zich geen raad. Leo bood zijn hulp aan om naar een betere ankerplaats, op zand, te varen. De zon ging onder, er stonden pittige golfkes, de wind huilde en ze vertrokken. Leo bediende de ankerwinch en de Portugees stuurde. Oei, bijna tegen de Nederlandse boot. Ik hoorde Leo vragen: “Hoeveel meter ketting heb je?” Dat wist hij niet. En later bleek dat de schipper meer dingen niet wist. Dat je even krachtig achteruit slaat om het anker te testen bijvoorbeeld, dat heeft Leo hem geleerd. Hij bedankte wel voor de hulp, waarop Leo grapte dat Belgen mekaar helpen. Dan was er ook nog de kleine Spaanse motorboot die tussen ons en de Rus was komen liggen. We hadden nooit gedacht dat er daar nog een boot tussen kon! Ze hadden drie kinderen maar geen zonnepanelen. Elke dag lieten ze de motor een paar uur draaien en natuurlijk waaiden de uitlaatgassen niet in hun gezicht maar in het onze. Met geroep en gebaren (neus toe nijpen) en met de hulp van een andere Spanjaard die Frans sprak, kregen we het gedaan dat ze de motor lieten draaien als wij aan land gingen. We waren blij dat ze maar twee nachten bleven. Ondertussen is ons zwembad rond de boot weer groot en onze buren zijn terug vogels en vissen. Bij eb zien we de schelpenzoekers die vaak vergezeld zijn van honden. Leo wilde ook nog eens zijn geluk beproeven. De eerste keer gingen we schelpen zoeken aan landzijde. Toen ik uit Sardientje stapte zakte ik meteen 15 cm in de ‘soft mud’. Leo nog dieper! Voorbij de modder was er wel zand maar geen schelpen. We hadden veel werk om de modder weg te wassen van onze voeten. Het leek wel zwarte inkt. Later probeerden we nog eens de zandbanken. Geen schelpjes maar wel heerlijk wandelen.
Ondertussen is ons record gebroken ‘langste zomer ooit’. Bij onze aankomst op 10 mei regende het, maar vanaf half mei hebben we geen druppel regen meer gezien, waren de wolken een zeldzaamheid, gingen we alle dagen zwemmen om af te koelen en deden we zo weinig mogelijk kleren aan. Dat is dan 103 dagen onafgebroken zomer. Voor mij was het soms wat te. Leo vindt het fantastisch. Maar als we het voor het zeggen hadden mocht het nu eens regenen zodat de bosbranden geblust raken en de waterreservoirs weer water krijgen. Elke medaille heeft een keerzijde.

Foto: De heiligen mogen ook eens varen. 
 

Alvor 21 augustus 2017

Albufeira in het hoogseizoen, dat viel mee. Op onze ligplaats merkten we niet veel van al de boten, die vol toeristen de zee op gingen. We zagen de mensen wel in files aanschuiven. Begrijpelijk dat ze het strand ook eens van een andere kant willen zien.
Voor ons was Albufeira echt weer thuiskomen. We hadden er drie zorgeloze dagen behalve dan die ene klus. Op een zeilboot is er altijd een kluslijst maar soms komen er onverwachte karweien bij. En wij hebben een werkje gedaan dat waarschijnlijk nog geen zeiler voor ons deed. Ons mini printerke dat we al jaren aan boord hebben en af en toe van pas komt, had nieuwe inkt nodig. Geen probleem. We kennen onze weg in Albufeira en stapten naar Worten. Maar na een dag merkten we dat het zogezegde lege inktpatroon was uitgelopen op de reserve genua. De zak kon in een emmer, het zeil zelf hebben we gefatsoeneerd, in de kajuit, met veel keukenrol, veel geduld en een beetje detergent. Nico en Sonia van de Snow Goose zouden dergelijk voorval op hun website bij flaters onderbrengen.
Ondertussen zijn we na de stad weer de natuur ingetrokken. Bij Alvor liggen we. We vertrokken met harde wind, gelukkig van over het land. Leo was toch onder de kap gaan zitten want af en toe zorgde het zeewater voor horizontale regen. Ik heb zelfs overwogen om de deur te plaatsen. Maar na enkele uren begon de wind zich weer te gedragen, zoals voorspeld trouwens. Een uur voor hoogwater waren we bij de ingang van de lagune en deze keer hebben we nergens de grond geraakt. Oef. We vonden ook nog een goede plek om te ankeren naast de Yanina, de eerste boot die aan een boei hangt en waarop een vriendelijke Rus woont. Hij waarschuwde ons wel dat de ankergrond hier niet zo goed is, geen zand maar modder en ook wat planten. Voor modder zijn we niet bang. Maar we zijn wel niet zo gerust in de vijf boten die hier gisteren en vandaag heel dicht bij ons kwamen liggen. Gelukkig hebben we een paar rustige dagen wat de wind betreft. Een Spaanse buur die erg dicht ligt gaf een telefoonnummer, mocht er iets mis gaan. Tot nu toe is alles nog OK. En we hebben niet veel zin om een veiliger plek op te zoeken omdat we nu net dicht bij Alvor liggen. Gisteren een uurtje voor zonsondergang hebben we ons tussen de massa gewurmd om te gaan kijken naar de Heiligen die één keer in het jaar mogen varen. We zaten met Sardientje tussen veel versierde boten en Leo was al bang dat de priesters aan de kant de boten zouden zegenen. Maar het was ter ere van Maria, Jozef, Jezus... De beelden uit de kerk werden op de boten gezet en begeleid door de fanfare mochten ze een tochtje maken door de lagune. Antonio en Luis mochten niet mee. Dat zagen we voor de middag in de kerk. Zij stonden niet op dragers met bloemen.
We hebben al een favoriete pastelaria gevonden en de groenten- en fruitverkopers in de mercado municipal laten we heel graag iets verdienen. We blijven nog een tijdje wonen in Alvor. Bij het zwemmen kijken we wel uit voor ‘kielbijters’. Kees maakte een grapje over deze gevaarlijke onderwatermonsters die in de kielen van de boten bijten.

Foto: Een souvenir van de drijvende mooringlijnen van Dick.
 

Culatra 15 augustus 2017

Al vijf nachten achter ons rocna anker bij Culatra. De weergoden zijn ons goed gezind, enkel ’s avonds af en toe wat sterkere wind, voor de rest heerlijk rustig. Zwemmen rond de boot, met Sardientje naar de kant, het eilandgevoel proeven, terrasjes doen, gegrilde vis eten, wandelen door het waddengebied… Wat kan je nog meer vertellen over dit dorpje op een eiland met alleen maar zand? Wel we hebben deze keer toch weer een heel verhaal, niet zo prettig, spijtig genoeg. Zondag, de dertiende, was het water zo glad dat we zin kregen om eens onder water te gaan kijken. Hoe zou ons nieuwe anker zich ingegraven hebben? Het water is wel helder maar je kan toch geen meters ver zien en omdat we 30 meter ketting hebben liggen mocht het duikflesje nog eens meespelen. Het anker was OK en Leo keek meteen het hele onderwaterschip even na, snelheidslog, schroef, anodes… tot hij zag dat er een hele hap uit de kiel is. (zie bericht Sanlucar 31 juli 2017) We hadden wel verwacht dat de drijvende lijnen van de boei bij Laranjeiras wat antifouling zouden wegschuren, maar een brok uit de achterzijde van de kiel!! Eigenlijk toch ook weer niet zo verwonderlijk als we bedenken hoe onze boot, in de sterke stroming, naar bakboord helde toen hij gevangen zat in de lijnen. Gelukkig is het roer intact! Een drama is het niet, maar het moet hersteld worden. Leo wil dat zelf doen en hij wil ook dat de kiel dan eerst goed kan drogen. Dus… plan B. We gaan op 15 september helaas niet naar Albufeira maar naar Faro Boatyard Nave Pegos. Onze She mag dus voor de tweede keer dit jaar op het land staan. In Albufeira kan dat maximum voor één week. In Faro kan de kiel mooi drogen terwijl wij in België zijn. Daarna komt Leo zoals gepland met ons Mus naar hier en kan hij meteen epoxy, primer, antifouling… meebrengen. Als de werken vlot verlopen liggen we misschien tegen Kerstmis toch weer in Albufeira in het water. Wat een gedoe, en dat allemaal omdat Dick de verkeerde lijnen voor zijn boei gebruikte. We hebben hem via mail een foto gestuurd van de schade, hopelijk vervangt hij de lijnen door kettingen zodat andere boten van deze miserie gespaard blijven.
Nog een maand in het water dus, maar zo lang blijven we niet hier. Alvor staat ook nog op ons verlanglijstje. En op weg daar naartoe, lopen we natuurlijk Albufeira aan. Benieuwd hoe het er daar in het hoogseizoen aan toe gaat.

Foto: Sardientje is overal de kleinste. 
 

Culatra 11 augustus 2017

Van de kleine dorpjes langs de Guadiana terug naar een stad, Ayamonte, viel tegen. Het mocht er dan wel iets frisser zijn, maar het was te zien en te horen dat de meeste Spanjaarden in augustus vakantie nemen. Veel auto’s, veel mensen en die maken heel andere geluiden dan krekels.
De voorbije 11 dagen, langs de Guadiana, hadden we niet veel geld kunnen uitgeven. Maar in Ayamonte ligt dat anders. Leo heeft nu betere sandalen. Hij voelt niet dat hij iets aan zijn voeten heeft. Ik heb een kleedje voor zwoele avonden. Ik voel niet dat ik iets aan mijn lijf heb. Zalig. En een paar fenders kregen een nieuwe hoes, Muis (motor Sardientje) kreeg ook een beschermhoes tegen de onverbiddelijke zon, een defecte invertor werd vervangen, ik kocht een Flamenco kleedje voor mijn kleindochter… en de duurste aankoop was een rocna anker. Ik bespaar jullie de opsomming van zeilers die bij rocna zweren. Feit is dat we al een jaar uitkijken naar een ‘beter’ anker. Niet dat we over ons danforth anker mistevreden waren maar de echte ‘zeezigeuners’ hebben rocna of delta. Dat hoorden we aan de verhalen en dat zagen we als we over steigers liepen. Nu hebben we er dus ook eentje. En dat zijn we aan het uittesten bij Culatra. Het was even zoeken naar een plaatsje want hier liggen bijna honderd boten, als Leo goed geteld heeft. De eerste ankerpoging was meteen ok, bij het achteruitvaren kwam onze She met een snok tot stilstand en bij nog meer power bleven we mooi vast op onze plaats. Na een kwartiertje hebben we ons toch nog verlegd omdat we wat dicht tegen twee andere boten lagen. Samen met het anker haalde Leo een hele hap grond mee naar boven.
Ondertussen hebben we al één nacht heel goed geslapen achter ons nieuwe anker. Het is hier genieten. Gedaan met wegkruipen voor de hitte. Het weer is hier gewoon perfect en de rust in dit waddengebied onder Faro is een verademing. Van die honderd zeilboten hoor je niets en de bijbootjes die zeilers naar het eiland brengen maken geen golven en nauwelijks geluid. De watertaxi’s en toeristenboten, dat is wat anders. Er zijn er die snel varen, er zijn er die sneller varen en er zijn er die vliegen. Eerst het aanzwellend geluid en dan de golven. En natuurlijk heb je af en toe ook een vliegtuig dat in Faro gaat landen. Maar voor de rest is alles hier dik in orde. Gisterenavond was magisch. Elke minuut de kleuren zien veranderen, de lichtjes die aangaan, de sterren… en Culatra zelf, het dorpje bedoel ik dan, blijft betoveren.

Foto: Sanlucar met nachtelijk zicht op Alcoutim.
 

Ayamonte 7 augustus 2017

Zes nachten woonden we in Sanlucar op de Spaanse oever van de Guadiana. Gelukkig lagen we aan de steiger want er was alle dagen harde wind en het kwik ging tot 43°C. Dus waren we heel blij met onze tuinslag met sproeikop, alhoewel dat water dikwijls te heet was. Ons ‘zwembad’ rond de boot moesten we regelmatig delen met Spaanse jongeren die ook afkoeling zochten. Die kwamen meestal bij kentering als de stroming even stilvalt.
Hoe voelt 43°C? Gewoon liggen en niets doen, dan overleef je. Wel liefst een op een grote handdoek want het zweet loopt in stroompjes van je lijf. Ik was er verbaasd over dat alles zo warm werd, de tafel, een kussen, een boek… Om het even wat je vastneemt, het is allemaal warm. En dan de lucht die je inademt! Kalm blijven is de boodschap. Soms zagen we de zwemmers dansen op de hete steiger, dan spoot Leo even met de slang om de grootste hitte weg te nemen.
Voor de middag kon je nog wandelen. Zo stapte ik een heel eind langs de GR die de rivier volgt. Toen ik aan een waterput voor herders kwam besloot ik dat het te heet werd en keerde terug. Even verder zat een grote hond op mijn pad. Ik denk dat we geen van beiden gerust waren want hij kwispelde niet met zijn staart. Ik vroeg hem vriendelijk of ik even langs mocht? Hij verstond mij verkeerd en is bij mij gebleven tot in Sanlucar. Meestal liep hij voorop en wachtte dan tot ik weer bij was. Ik kon niet zo vlug bergop en ook bergaf ging bij hem vlotter. Na ruim een half uur samen wandelen bracht ik hem naar het gemeentehuis. Het voltallige personeel, 1 man en 2 vrouwen, kwamen buiten om zich met de hond bezig te houden. Later hoorden we dat ‘Gwenny’ in één van de afgelegen huisjes langs de rivier woonde. De baasjes waren een paar dagen weg… Voor de rest was Sanlucar helemaal zoals we het verwacht hadden. De rivier bevalt ons, veel rustiger dan de kust. We dachten eraan nog verder door de ‘wildernis’ te varen tot Pomarão. Dick gaf ons een getekend plan: om rotsblokken te vermijden, van de groene rotsen schuin oversteken naar de grote eucalyptusboom… En Kees bezorgde ons via dropbox zelfs een echte pilot van dat gebied. Maar toen hoorden we over de grote hittegolf in Zuid-Europa en vonden het dan toch verstandiger weer zeewaarts te trekken.
Afscheid nemen van de Guadiana deden we met nog een nachtje ankeren bij Guerreiros do Rio. Afscheid nemen van de Witte Beer deden we zaterdagavond op hun boot. De sfeer was goed, de wijn was lekker… maar ik dronk te veel en hield er een kater aan over. Ben nu dus aan een alcoholvrije periode begonnen.

Foto: Klein dorpje, kleine steiger, klein bootje.
 

Sanlucar 31 juli 2017

De laatste avond in Laranjeiras wil ik vlug vergeten, maar meestal is het dan zo, dat ik het blijf onthouden. ‘De Gebroeders’ een platbodem van Dick Monk moest aan de steiger want hij kreeg gasten. Dick is een sympathieke Engelsman die de scheepskas vult door zijn boot als B&B aan te bieden. www.skutsje.co.uk Wij huurden zijn boei, waar we in juni al 3 nachten vredig van de rivier konden genieten. Deze keer niet dus. Na een lekkere huisgemaakte sangria, in het dranktentje op de wal, samen met Frits en Marleen, spetterden we met Sardientje terug naar ons huis op de rivier. We zagen meteen dat er wat mis was. Onze She helde over naar bakboord. En nadat we aan boord geklauterd waren, leek het alsof we op de grond zaten. De dieptemeter gaf nochtans meer dan 6 meter. Om een lang verhaal korter te maken… de boei had drijvende lijnen en die hadden zich rond de kiel en het roer gewikkeld. Het roer was niet meer te bewegen, de lijnen stonden heel strak en de stroming duwde de boot scheef. Met heel wat maneuvers kreeg Leo alles los. We hielden het een paar uur in de gaten maar om elf uur, vaarden we in het donker, terug naar de steiger. Er was nog net genoeg plaats voor ons.
Dat was onze laatste avond maar de accordeon-avond, daags voordien, verliep ook anders dan verwacht. De muzikant speelde, naar onze oren toch, heel professioneel. Zingen kon hij ook en de locals, veelal grijze hoofden, dansten, in open lucht onder veel lichtjes, op de ruwe beton. Maar voor wij ons op de dansvloer konden begeven voerden Leo en Fritz eerst nog een reddingsactie uit. Een paniekerige jonge vrouw kwam vertellen dat er een eindje stroomafwaarts, een boot met 10 mensen aan boord, zinkende was, en of we met de bijboot mensen konden gaan oppikken… Moeilijke conversatie en Dick was er niet om te tolken. Frits en Leo zorgden eerst nog voor een lamp, reddingsvesten en benzine. Minuten later zagen we een lichtje, met wind en stroom mee, over het pikzwarte water, verdwijnen in de donkere nacht. Gelukkig is het bijbootje van de ‘Salon’ heel wat forser dan ons Sardientje, maar het blijft toch een hachelijke onderneming op zo’n grote stroom. Vanuit het volgende gehucht telefoneerde Leo: geen zinkende boot gezien en of ze nog verder moesten. Marleen spreekt een mondje Portugees en kwam te weten dat de boot volledig gezonken was, een heel eind verder bovendien. Frits en Leo kwamen dus droog en heelhuids terug. De barman zorgde dadelijk voor gratis bier. En de dag erna kregen we ongevraagd lekkere hapjes aangeboden. Ze kennen ons in Laranjeiras en het was er goed wonen. Maar we besloten deze morgen toch het laatste uurtje vloedstroom te gebruiken om verder te varen. We wilden de steiger terug vrijmaken voor de vissers en de boei kon ons niet meer bekoren. Als het dan toch ankeren zou worden, liever wat verder. Maar het geluk was met ons. Hier in Sanlucar was er nog een plaatsje vrij achter de ‘Witte Beer’, Nederlanders die we kennen van in Cadiz. Meteen hulp bij het aanleggen. We wonen weer in Spanje en zullen zien wat dat ons brengt.

Foto: Aan de steiger in Laranjeiras.
 

Laranjeiras 28 juli 2017

Mazagon, derde keer, goede keer? We ontdekten dat zeilers van ‘onze i-steiger’ in Nieuwpoort uitweken naar Mazagon. Dat werd uitzonderlijk lekker eten op prachtige locaties, veel drinken, veel bijbabbelen… en dat drie dagen op rij tot in de vroege uurtjes. Maar we mogen niet te veel reclame maken voor ‘wonen in Mazagon’, want ze vinden het goed zoals het nu is, een gewone badplaats met gewone Spanjaarden en geen overrompeling van buitenlanders.
Na een mooie zeiltocht van 7 uur naar Ayamonte, wilden we daar in de eerste plaats veel slapen en de voorraden aanvullen. Een babbel met Nico en Sonja van de Snow Goose kon er nog net af. Het was er weer rustig liggen in de goed beschutte haven. Hier in Laranjeiras op de Portugese oever van de Guadiana is het iets wiebeliger. We liggen aan de steiger in de rivier en naargelang de stroming en de wind, staan er golfjes die flink tegen de boot kletsen. De krekels doen ook heel hard hun best, af en toe een hond en ’s morgens een haan. Maar voor de rest is het hier vredig in dit kleine gehucht en we vinden het zalig om weer in Portugal te zijn. Alle drankjes in de dranktent op de oever kosten 1 euro en als je witte wijn vraagt krijg je een vol limonadeglas. Dat was weer lang geleden. We zeggen ook weer boa tarde en amanhã, waarop alle locals met een lach antwoorden. Liggeld hebben we nog niet betaald, want daarvoor moet een gemeente-beambte van Alcoutim komen, zo’n 10 kilometer verderop. We hebben genoeg brood en denken hier nog enkele dagen te blijven. Morgen komt er ene Luis op z’n accordeon spelen. Drie techniekers van de gemeente hebben een klein podium in elkaar geflanst. We zijn al even benieuwd naar het publiek als naar de accordeonspeler.
En dan nog vlug vertellen dat we vandaag telefoneerden naar Albufeira. We mogen volgende winter in dezelfde box liggen. Bij deze weten onze buren dat dan ook. Tot half september.

Foto: Haven aan het strand te Punta Umbria.
 

Punta Umbria 21 juli 2017

We lagen 3 nachten in de Real Club Maritimo y tenis de Punta Umbria, vlak bij de monding van de rivier. Over de drempel, weer zo’n wandelende zandbank, ging vlot. Bij hoogwater zagen we ruim 4 meter. In de club krijgen ze niet veel bezoekers maar de havenmeester, die nauwelijks Engels sprak, was super vriendelijk en gaf ons een comfortabele box. We lagen er goed, maar twee keer per dag passeerde de vissersvloot en dan begonnen al de boten te wiebelen. Nog nooit hadden we een strand zo dichtbij. De haven ligt aan het rivierstrand en een paar honderd meter verder heb je dan de echte zee met golven en schelpen. Weer eens een badplaats waar we alleen maar Spanjaarden zagen. En wat we zo plezant vinden is dat hier alles mag. Honden lopen het water in en uit, kinderen staan te vissen met hun voeten in het water, geen gefluit als er iemand wat verder weg zwemt, een paar jonge mannen spelen voetbal en ergens klinkt er luide muziek. Boerkini’s hebben we niet gezien. Bij zonsondergang, en dat is pas na 21 uur, zie je de stoet stoeltjesdragers landinwaarts trekken en een uurtje later loopt iedereen in de stad te flaneren. Het is hier goed leven.
We reden met onze steps enkele kilometers stroomopwaarts om de laatste haven te gaan bekijken. Heel rustig, lieflijk en voorbij de visserskade, minder gewiebel dus. Met een paar woorden Spaans maar vooral met handen en voeten kwamen we te weten dat we een boei konden huren voor een paar nachten. Dat vonden we een geweldig idee maar na wat rekenwerk zagen we er vanaf. Lang konden we toch niet blijven, we zaten weer een beetje gevangen op een rivier met drempel. Om buiten te gaan moet het hoogwater bij daglicht vallen. De rode en groene boeikes aan de ingang liggen in bochten en ze kloppen niet met de kaarten omdat ze regelmatig verlegd worden. De wind moet ook nog een beetje meewerken. We zagen bij onze wandelingen veel brekers over de drempel. Vandaag gelukkig niet, het waait wel flink maar de wind komt van over het land. Overmorgen is het volle maan. We zitten met een sterke spring, coëfficiënt 99. Dat betekent dat we nu meer water hebben boven de drempel. Maar dat betekent eveneens dat we in Ayamonte zouden toekomen bij eb en dat er daar dan uitzonderlijk weinig water zou zijn. Misschien zelfs in het donker, want naar het westen wordt het opkruisen. Dus varen we straks weer oost, terug naar Mazagon. Ik kijk er al naar uit om weer in een stil bed te liggen. De haven is daar goed beschut. En als je van de steiger stapt is het maar een paar stappen tot aan de tapas.
Nog even melden dat we bij ons afscheid van de havenmeester een mooie clubvlag kregen. Dus bezorgden wij hen een clubvlag van Nieuwpoort. Ik heb ook een speciale stempel in mijn gastenboek. Dingen om te koesteren.

Foto: In de mercado (overdekte markt) te Cadiz.
 

Mazagon 17 juli 2017

De marina van Cadiz lijkt niet zo erg in trek bij bezoekers, veel lege boxen op de steiger van de visitors. Nochtans een comfortabele haven, maar de zuidwestbuur is een containerhaven en daar moet je voorbij als je naar Cadiz wil. Die 2000 stappen deden wij ’s morgens en als beloning zochten we dan meteen een terrasje in de gezellige autovrije straten van de stad. Cadiz kon ons bekoren. De ‘kathedraal aan de zee’ domineert de stad. Daar wilde ik naar toe en Leo liep braafjes mee met de audiofoon aan z’n oor. Maar we sloegen veel nummers over en lieten alles gewoon op ons af komen, marmer, beelden, houtsnijwerk, zilverwerk, crypte… indrukwekkend. Natuurlijk moesten we ook op de toren voor het panorama. De dag erna klommen we op de Torre Tavira, ooit de hoogste uitkijkpost van de stad, waar mr. Antonio Tavira moest uitkijken naar schepen die terug kwamen van de Nieuwe Wereld. Je kan met je eigen ogen neerkijken op de stad maar ze hebben ook een systeem met lenzen en spiegels, de camera obscura. Alsof je met een periscoop heel de stad bespioneert. We kregen uitleg over de voornaamste bezienswaardigheden maar zagen ook een vrouw de was ophangen op haar dak, mensen door de straten wandelen… Let op wat je doet als je door Cadiz loopt!
De overblijfselen van het Romeins theather pikten we ook nog mee en er was nog veel meer te zien maar op zondag zouden wind en golven ons helpen om terug wat noordelijk te varen. De verschillende weersites waren het daar over eens en dus waren Leo en ik het ook vlug eens om te vertrekken.
Zondagmorgen zag het er echter niet vriendelijk uit, 5bft in de haven. Dat was voorspeld voor de vroege uurtjes en de wind zou afnemen. Ik wilde heel graag nog wat wachten maar Leo zei dat de wind daarna misschien weer ‘op’ zou zijn. En dus vertrokken we iets na acht, zoals gepland, maar wel met een reef in het grootzeil en de reddingsvesten aan. Leo vindt dat hij afziet met mij! Gelukkig bedaarde de wind en na een uurtje mocht de reef weg en de reddingsvesten ook. Na uren, heerlijk zeilen, liet de wind het een beetje afweten maar we maakten nog 3,5 knopen voortgang, dus wilde Leo de motor niet bij, liever de lijn voor makrelen in het water. En plots was het gedaan met de rust. We hadden beet, onze grootste vis ooit met veel tanden in zijn bek, een gestreepte bonito, denken we, 50 cm lang. We stonden er allebei wat verbouwereerd bij, want we zien liever, al snorkelend, vissen om ons heen zwemmen dan er eentje te zien sterven. We hebben dus ook geen foto met de vis in onze handen. We voelden ons niet echt trots. Maar Leo is er toch in geslaagd al het nodige te doen om hem tot op ons bord te krijgen. Vandaag, hier in Mazagon, hebben we al één helft opgegeten, heel lekker, de andere helft zit in ons vriesvak.
Morgen varen we naar Punta Umbria, nog nooit geweest. Het moet weer met hoog water, veel stroming , heel druk en weinig plaats? Toch maar proberen.

Foto: Nieuw vervoermiddel, getest en goedgekeurd.
 
Rota, Puerto Sherry, El Puerto de Santa Maria, Cadiz 13 juli 2017

Op 4 juli vaarden we naar Rota, geen wind uit de goede richting, maar Leo wilde verder. Rota beviel ons, goed voor 4 nachten. Weer heerlijk slenteren in smalle straatjes met schaduwdoeken en een café bij de haven waar ze wifi en lekkere tapas hadden. Daar zag je ons dus alle dagen. Van Rota ging het naar Puerto Sherry. Geen dorp, geen stad, enkel een haven en entourage. De westkant verkenden we al wandelend, voor de oostkant haalden we de fietsjes nog eens boven. Vijf km fietsen bracht ons naar El Puerto de Santa Maria. Het beviel ons meteen. We fietsten dus naar de Real Club Nautico om te zien of we er met onze boot terecht zouden kunnen. Volgens de bewaker aan de ingang geen probleem: ‘Ga maar op een lege kop liggen’. Dat deden we maandag en we legden onze She op de kop van de E. Er volgde echter een lange babbel met de dame van de office, want volgens haar was alles volzet. Uiteindelijk mochten we op de M liggen. Tijdens de siësta legde de Salon aan, een catamaran met Frits en Marleen aan boord. De office was gesloten, de dame kon dus niet zeggen dat het volzet was en de bewaker vond het geen probleem voor één nacht. Goed voor ons want we hadden een heel leuke avond samen.
We kwamen te weten dat El Puerto de Santa Maria al drie eeuwen bestaat en dat er sherry wordt gemaakt. We mochten vier soorten proeven na een bezoek aan het Castillo de San Marcos. Dat kwam van pas, want tijdens het bezoek met gids, had ik een flauwte gekregen en moest ik een tijdje gaan liggen. Na het sherry proeven, in een airco lokaal, voelde ik me weer veel beter. We hebben twee flessen mee om in België nog eens na te genieten. Leo is trouwens aan het oefenen om het liedje ‘Santa Maria’ te spelen. In één van de nauwe straatjes rond de basiliek kocht hij een ukelele. Al twee jaar kon hij geen uitstalraam met gitaren voorbij lopen zonder te ‘kwijlen’. Maar een gitaar raken we moeilijk kwijt aan boord, vandaar een ukelele. We hebben trouwens nog meer aan onze ‘scheepskas’ gezeten. In een Chinese bazar stonden vijf ventilatoren te draaien. Eindelijk konden we eens voelen wat ze presteerden. Want we kochten al een kleintje maar dat geeft nauwelijks verkoeling. We kochten nu een groter model en hebben vanaf nu dus wind in de boot als we niet weten waar kruipen van de hitte. Weer een plaats voor zoeken. En dan kochten we nog iets maar dat zou moeten plaats besparen. In de Aldi, op 800 stappen van de haven, had men elektrische steps in de aanbieding. We konden niet aan de verleiding weerstaan. Nu kunnen de plooifietsjes over boord. We zijn er heel gelukkig mee geweest maar ze nemen in onze slanke boot heel veel ruimte in. En het was telkens een aanslag op onze rug om ze uit hun bergplaats te halen. Vanaf nu wordt het trottinetten. Even wennen, ik hoop dat we niet op ons gezicht vallen. Leo kan het natuurlijk veel beter dan ik. Afwachten wie er eerst valt, de super voorzichtige of de acrobaat.
En vandaag zijn we aangekomen in Cadiz. Als straks de zon lager staat gaan we op verkenning, eerst een pinautomaat, want onze cash is op. Heel erg. We konden het cafeetje hier bij de haven niet eens proberen.

Foto: Ook hier moet je de stoep poetsen.
 

Chipiona 2 juli 2017

Vorige woensdag vaarden we van Mazagon naar hier. We rekenden op zo’n 6 uur varen voor 33 mijl maar we deden het op 5 uur. Dat kwam omdat de wind goed zat en de golven hadden we schuin achter, die lieten ons wat rollen maar werkten niet tegen. Ik wilde de hoogte van de golven noteren in het logboek en ik zei tegen Leo: “Ongeveer 1,5 meter?” Waarop Leo antwoordde dat ze zeker niet hoger waren dan een meter. Hoe dichter we bij Chipiona kwamen echter, hoe wilder die golven werden. Witte kopjes en de 4 bft werd een zware 5 bft. Ik ging de haveningang van Chipiona nog even nauwkeuriger bekijken in de pilot. Lagerwal om te beginnen en overal ondieptes. Het was even spannend. Gelukkig was de meldsteiger heel ruim en de box invaren deed Leo, zoals gewoonlijk, heel netjes.
We liggen hier bijna op de kop van een steiger, niet erg beschut, en dat hebben we gevoeld. De voorbije vier dagen heeft het dag en nacht, zonder ophouden, flink gewaaid. Huilende wind door het want, platgedrukte fenders, een boot die heel de tijd beweegt, klepperende vallen… Ocharme mijn nachtrust. Ik ben op internet gaan zoeken of deze wind een speciaal fenomeen is, maar het blijkt toch niet de levanter te zijn. Die zou vanuit het oosten door de straat van Gibraltar blazen. Onze wind kwam noord, noordwest. Ik las wel dat winden hier in de zomermaanden, onverwacht, enkele bft kunnen aandikken! Vorige nacht is de wind gaan liggen en heb ik zalig geslapen. Alle bezoekende zeiljachten zijn vanmorgen vertrokken. Ook de Snow Goose van Blankenberge. We hebben met Nico en Sonja gezellige uurtjes doorgebracht. Zij varen west, wij willen nog wat verder oost. En omdat we tijd genoeg hebben wachten we nog even tot de wind en de golfrichting beter zitten, liever zeilen dan motoren. Trouwens, we wonen hier graag in Chipiona. Leo en ik hebben al heel wat gewandeld. In de voormiddag voor de bevoorrading en ’s avonds als de zon weg is, ietsje verder op verkenning. Na de middag alleen maar zwemmen en siesten. We krijgen Spaanse manieren.

Foto: Bosbranden in zuid Spanje.

Mazagon 27 juni 2017
Na Isla Cristina vaarden we naar El Rompido, weer op een rivier, Rio de las Piedras. Volgens de boeken en de kaarten mooi beschut achter de duinenrij van Punta del Gato. Maar er komt wat planning aan te pas. Volgens onze Franse Imray ‘une barre tortueuse’ aan de ingang. En, zoals het gewoonte is bij zandbanken, gaan die nogal eens op de loop. Dan is het de vraag of de boeien ook verplaatst worden. We hadden al eens slechte ervaringen op dat vlak. Deze keer ging het aanlopen echter vlot. Eén uur voor hoog water vaarden we over de drempel met 2,9 m op de dieptemeter. Dat is maar één meter water onder de kiel en over de ondieptes zagen we de golven breken. De forse stroming duwde ons op drie kwartiertjes naar de haven. Daar stonden twee marineiros klaar om te helpen bij het aanleggen en dat kwam van pas want we waren te vroeg voor de kentering. Maar de haven is erop voorzien, brede gangen, ruime boxen en fenders aan de steigers.
El Rompido is een gezellig dorp dat vooral ’s avonds tot leven komt. Alle terrasjes zitten dan vol en op de rivieroever zitten families bij hun barbecue. Als je van de natuur houdt kom je ook aan je trekken. Vanop de parking bij de haven wandel je zo het natuurgebied binnen met mooi onderhouden wandelpaden.
Na twee nachten wilden we weer weg en dat werd lastig. Hoog water om kwart over vijf. Veel wind!! Tot 6 bft! Maar we hadden het voordeel van nieuwe maan, springtij. Dan staat er meer water boven de drempel. Natuurlijk is daar ook een nadeel bij, meer stroming, en daar moesten we tegenop, richting monding. We zouden vertrekken om 4 uur. Dat was lang wachten en ondertussen kijken hoe moeilijk de grote motorjachten het hadden om aan te leggen. Onze buur werd steeds weggeblazen, raakte na 7 pogingen nog niet in zijn box en nam een andere plaats. Ik had eigenlijk geen zin om te vertrekken, maar de schipper is baas en om kwart voor vier vertrokken we. Wind in de rug, stroom op kop, hobbelig dus. Gelukkig stond de wind parallel aan de kustlijn en waren er dus geen hoge golven op zee, anders had ik mijn veto gesteld. Even voor hoogwater gingen we over de drempel en op zee werd alles veel rustiger. Met de wind in de rug naar Mazagon. Heerlijk zeilen. Mazagon is een grote haven, altijd comfortabel aanloopbaar maar we hoorden op de marifoon dat er blusvliegtuigen af en aan vlogen voor de brand bij het natuurgebied van Doñana. We zagen trouwens al twee dagen de donkere rookpluimen en ’s nachts een rode gloed. Daar vaarden wij dus naartoe! Al vlug telden we vier blusvliegtuigen en twee helicopters met waterzakken. Gelukkig schepten ze geen water op onze route en werd de rook van ons weggeblazen. We kwamen veilig in Mazagon en hoorden op de receptie dat het vuur, nog lang niet onder controle was en dichtbij, enkele kilometers… Tot zonsondergang scheerden de blusvliegtuigen heel laag over de haven. Na de eerste nacht zagen we geen rook meer maar de vliegtuigen bleven vliegen. Alhoewel we nog goed voorzien waren van eten, wandelden we gisteren naar een buitenwijk van Mazagon omdat er daar verschillende grote supermarkten zijn. We zijn altijd benieuwd naar het aanbod. Sommige dingen zijn moeilijk te vinden. We vonden iets heel anders. Eerst een barricade van de politie. Alle auto’s moesten terug, maar ons lieten ze stappen. Dan legervoertuigen, brandweer, tenten, veel bestelwagens met paraboolantennes, pers… en de supermarkten die waren gesloten.
Vandaag geen vliegtuigen meer. Hopelijk hebben ze de boel onder controle. Leo las op internet dat ze twee lynxen in veiligheid hebben kunnen brengen.

Foto: Haven Isla Cristina.

Isla Cristina 22 juni 2017

Vier nachten sliepen we aan de steiger van Quinta do Vale. Ik genoot van mijn dagelijkse wandelingen. Nooit zag ik mensen, wel reigers, ooievaars, en veel kleine vogels. Omdat ik altijd langs hetzelfde uitgedroogde zoutpad vertrok, wist ik al waar ik de ‘aanvallen’ van de vier sterns mocht verwachten. Die konden het echt niet appreciëren dat ik op hun grondgebied rondliep. Drie kwartier stappen was het, tot aan de bewoonde wereld. Daarmee bedoel ik, tot de kiezelbaan naar het Visitor Center van het natuurreservaat van Sapal de Castro Marim. Vol moed stapte ik door de hitte, in de hoop daar een koele cafetaria te vinden… helaas, gesloten. Dan maar weer warm water drinken. De wandeling naar het dichtsbijgelegen dorp ‘Monte Francisca’ had wel succes. Joepie een snackbar open. Maar geen winkels, geen brood. We hadden al min of meer beslist verder te varen toen we een duwke in die richting kregen. Om tien uur ’s avonds, in het donker, kwam er voor het eerst een boot aanleggen. Buren? Maar dan wel zonder licht? Illegale vissers? Het bleek de politie te zijn. Ze moesten de papieren van de boot, onze ID’s en ze kwamen ook even binnen kijken of we echt maar met twee waren. We kregen te horen dat we aan een privé-steiger lagen. Waarop Leo antwoordde dat dit nergens vermeld stond en dat we zouden betalen als er iemand kwam ontvangen. Toen ze even later naar hun boot stapten, lieten ze nog weten dat ze twee uur aan de steiger wilden blijven. “You have my permission”, zei Leo. Ik was opgelucht toen ze daarmee konden lachen.
De dag erna vaarden we naar Isla Canela. Daar waren we nog nooit. Eigenlijk een schiereiland vol mooie resorts, appartementen en de haven. Het was er best gezellig, veel groen, veel palmbomen, alles heel netjes, mooi strand vlakbij met toch nog een ruime strook natuur tussen zee en gebouwen. We vonden brood in een mini mercado. Maar, er was geen pinautomaat!! Daarvoor moesten we naar het dorp aan de overkant van het moeras, Isla del Moral, maar een kwartiertje te voet. Wel een echt dorp en het was er toevallig kermis. We aten dus smoutebollen. En het scheelde niet veel of we hadden nog eens met de botsautookes gereden. De kermis zorgde bijna dag en nacht voor muziek, regelmatig werd er geschoten en zondagavond zaten we in onze kuip, op de eerste rij, voor een knallend vuurwerk. Maar de kers op de taart was maandag het bezoek van Fred en Gina. Ze kwamen van Albufeira met een huurwagen. Tapa’s, drankjes, zwemmen aan het strand en vooral veeeel bijbabbelen.
Van Isla Canela vaarden we naar Isla Cristina. Dit kan je geen dorp meer noemen, een stadje met vele gezichten, grote lanen maar ook heel smalle straatjes, nette huizen maar ook verwaarloosde buurten, grote supermarkten maar ook piepkleine winkeltjes. Heel veel strand hebben ze, en ook een haven. Maar de steigers hebben nogal korte vingers. Dat hebben we ondervonden bij het aanleggen. De wind werkte dan ook nog eens tegen maar gelukkig heb ik lange benen.
Aan zon hebben we hier geen gebrek. Integendeel, we proberen ze zoveel mogelijk buiten te houden. Vanaf morgen, wel elke dag een beetje minder. We hebben vandaag de langste dag van deze zomer.

Foto: Helemaal voor mij alleen.

Quinta do Vale 14 juni 2017

Na 3 nachten Laranjeiras vaarden we weer naar Ayamonte omdat we een winkel nodig hadden. Die was er niet in het kleine Laranjeiras. Er zou af en toe een bakker komen en dat zouden we wel horen aan het getoeter. Zolang wij er lagen kwam er echter geen bakker, wel getoeter, waarop Leo met Sardientje naar de kant spurtte. Bleek toen een visboer te zijn. We hadden nog wel bloem om brood te bakken, maar geen zin om de oven zo lang te laten branden. Veel te heet. In midden Spanje sneuvelen de hitterecords!
Pannenkoeken kon helaas ook niet. De eieren waren op.
Voor de rest hadden we het erg naar onze zin. Van al de boten waren er maar twee bewoond en die trokken voor het weekend naar Alcoutim. Het was dus heel stil rond ons drijvend huis. Elke morgen en elke avond gingen we iets drinken bij het cafeetje aan de oever. Eigenlijk was het alleen een ruim terras en een kiosk, maar het was er koel onder de eucalyptusbomen en we waren de uitbater dankbaar om zijn wifi.
Zondag trokken we dus naar Ayamonte. Maandag een paar bezoekjes aan Super Sol en onze voorraden waren weer aangevuld. Deze keer kochten we genoeg eten en drinken want we willen nog een paar dagen op de Guadiana wonen. Aan de verlaten steiger van Quinta do Vale liggen we nu. Dit was vroeger een golf resort maar daar merken we niets meer van, puur natuur. Onze enige buren zijn meeuwen, geen café deze keer, geen wifi, slecht gsm signaal, geen huisjes… alleen wij twee en onze She. Leo vindt dit stukje van de aarde perfect, hij voelt zich een kluizenaar en dat gaat hem goed af. De meeste mensen, die hier op de rivier wonen, verkiezen toch wel gezelschap van gelijkgezinden. Elke boot heeft zo zijn verhaal. We ontmoetten al twee keer mensen die de aardbol rond vaarden, dat verrast toch telkens. Sommigen vinden hier werk of zoeken werk. En sommigen kopen een huisje. Maar dat wilde Scott niet. Dan kennen ze je naam, dat brengt papieren met zich mee. Hij wil gerust gelaten worden, geen smartphone, geen Facebook… Wij gebruiken toch maar ons mobiel internet.

Foto: Laranjeiras aan een boei. 

Laranjeiras 8 juni 2017

We zitten een eindje van de zee, meer landklimaat hier. Dat wil zeggen heet in de zomer, maar ook koud in de winter. De voorbije dagen gaf het weerbericht voor Alcoutim tot 39°C. Dat werd dus echt luieren. Alhoewel, als je ’s morgens op tijd uit bed raakt kan je wel een eind stappen. En dat deden we, want Leo heeft voor de verandering eens geen last aan enkels, voeten of tenen. Bij onze wandeling naar Castelho Velho de Alcoutim, langs één of andere GR, liep hij zowaar te zingen ‘I found my freedom…’ De wandelingen eindigden meestal in één van de cafés. Een terras in de schaduw is een must en ondertussen zitten we liever onder een parasol als onder een boom, want Leo kreeg al twee keer, kakskes van vogels op zich. Er zitten hier honderden zwaluwen. Ik overdrijf niet want ik telde 150 nesten vlak bij de boten. We zijn heel blij met die vogels, dat is een pak muggen minder.
In de namiddag wordt het dus zo heet dat we alleen nog maar zwemmen, lezen, computeren en de hitte proberen buiten te houden. Onze doeken hangen weer boven de luiken en dat helpt.
Wat het lezen betreft ben ik in mijn nopjes met de Nederlandse wisselboeken uit de bib. Ik heb nu een echt zwervend boek gevonden, met code. Op internet kan ik opzoeken welke reis dat boek al gemaakt heeft. Ik neem het mee en laat het dan weer achter bij een andere lezer.
In de bib, eigenlijk maar een bibje, voelden we ons altijd welkom en vorige vrijdag was er in de tuin een concert, onder de sterren: violen, gitaar, ukelele, fluit en slaginstrumenten, folk, vooral Schots en Iers. Het was genieten. Gratis ingang en nog gratis sangria achteraf.
Ondanks het vele luieren is de week Alcoutim voorbij gevlogen. Maar deze morgen vaarden we weg. Andere boten moeten ook eens de kans krijgen om aan de steiger te liggen.
In Laranjeiras liggen we nu, piepklein dorpje. Ze hebben wel een steiger en die was vrij. Het aanleggen was even lastig omdat het water hier ronddraaide. Toen we al de landvasten naar onze zin hadden liggen, kwam een Schot zeggen dat er net een 25 m platbodem wou komen om werkzaamheden te verrichten. We regelden het zo, dat wij dan, aan zijn boei mochten liggen. En hier liggen we dus, midden in de Guadiana. We vaarden al twee keer naar Laranjeiras met Sardientje. Volgens de uitbater van het enige restaurantje wordt het morgen 42 °C!! Misschien zegt hij dat omdat we dan nog eens zouden komen eten. Er is daar namelijk airco. Zalig. Maar zwemmen helpt ook nog altijd om af te koelen. Het water is ondertussen al 24 °C geworden.

Foto: Te Alcoutim met zicht op Sanlucar.

Alcoutim 2 juni 2017

Sanlucar op de Spaanse oever van de Guadiana, Alcoutim op de Portugese oever, twee lieflijke, witte dorpjes die over de rivier naar elkaar kijken. Vorig jaar hadden we het hier naar onze zin en nu weer. Je moet bij de pinken zijn om een plaatsje aan de steiger te bemachtigen, maar het is ons gelukt. We lagen eerst een week in Spanje, tegen de Carina. De lege plaats die we wilden nemen bleek gereserveerd waarop Martina ons uitnodigde om langszij te komen. Hun Carina is even lang als onze She, maar er woont wel een heel gezin op, al twee jaar. De dochtertjes gaan in Sanlucar naar school. We vragen ons af hoe ze de school gevuld krijgen met kinderen want Sanlucar telt maar een paar straten, en dan nog vooral trapstraten. Gelukkig voor ons was er een minimercado en een warme bakker. De vier cafés probeerden we allemaal. We genieten nu nog altijd van de wifi van eentje, ook al liggen we ondertussen aan de andere kant van de stroom in Alcoutim. Leve de flatpanel richtantenne. Terug in Portugal dus, en dit voelde weer een beetje als thuiskomen. Voor een boot onder de 11 m betalen we hier 7,52 euro per dag. We betaalden meteen voor een week. Dat wordt luieren. Regelmatig gaan we in het water om af te koelen. Bijna niemand doet dit maar wij vinden het niet erg dat er wat riet, blaadjes, bloemen en takjes voorbijdrijven. Als het te hard stroomt gaan we gewoon aan ons trapje hangen. Daarna afspuiten met de waterslang en we kunnen er weer even tegen. In het vriesvak van onze koelkast kunnen we ijsblokjes maken, dat betekent frisse drankjes. Neem daarbij nog een spannend boek. We ontdekten in de plaatselijke bib namelijk een kast met wisselboeken voor toeristen, Engels, Duits en ook veel Nederlands. Je zou er al naartoe gaan omdat het er zo heerlijk koel is en de dame van het onthaal is uiterst vriendelijk. Leo kocht er een T-shirt met het embleem van Alcoutim. Hij had het open geschud en frommelde het weer in het plastieken zakje. ‘Nee, nee, nee… jij bent een echte man!’ Zij plooide het T-shirt weer mooi op… Ik weet ondertussen dat haar les niets geholpen heeft.
Heel rustig is het hier. Eén keer deed Leo iets spannends. Het log dat de snelheid door het water meet, werkte niet meer. Nu had Leo nog een defect log dat hij herstelde. Als je het oude log wegneemt heb je een gat in je boot. Daar moet dan een plug in voor je te veel water binnen krijgt… Ik drong erop aan om dat te doen in helder, stilstaand water en ik was ook nog eens gaan kijken of de pomp gebruiksklaar was. Maar als Leo iets in zijn hoofd heeft… Hij heeft het log dus vervangen bij kentering. Goed voorbereid, alles OK.

Foto: Zicht op onze ligplaats te Ayamonte.

Ayamonte 24 mei 2017

Toen we vorige zaterdag Culatra verlieten werd dat niet Ayamonte maar wel plan B. Al van in de vroege uurtjes hadden we 20 knopen wind, een goeie 5 bft dus. En dat uit het oosten, richting Ayamonte. Vermits we echter niet meer op Culatra wilden blijven lieten we ons door wind en golven richting west duwen, terug naar Albufeira. We hielden het dek niet echt droog, maar het was toch comfortabel zeilen, alleen op genua. En de motor, die hadden we deze keer niet nodig. Met de golven in de rug rolden we Albufeira binnen. Onze box was nog vrij. Weer thuis.
Zondag kwam dan de voorspelde 8 bft en veel vissersboten uit de voorhaven kwamen aan de steigers liggen, want de wind stond recht op de haveningang. Maar in onze box merkten we daar weinig van. Toch wel echt goed beschut, onze thuishaven van vorige winter. Om het thuisgevoel compleet te maken kregen we nog een etentje aangeboden door Bobby op zijn Karolina en dat in gezelschap van Steffi en Peter van de Raksha. De wijn maakte de tongen los en na heel wat verhalen kwamen natuurlijk de plannen aan bod. Eén ding staat vast, je weet nooit of je mekaar nog opnieuw zal ontmoeten, want boten zijn niet zoals huizen. Huizen hebben wortels. Boten hebben vleugels. Maar van vliegen komt niet altijd veel in huis. Dinsdag leek ons, volgens de meteo, de beste dag om nog eens een poging Ayamonte te ondernemen. Helaas…de beloofde wind kwam niet uit de beloofde richting! Na een paar uurtjes ging de wind zelfs liggen. De motor heeft dus dapper al het werk gedaan. We zagen wel een vliegende vis voor onze She. Spectaculair.
Na elf uur varen, de Guadiana op, bij afgaand water, half tij, op het moment dat die het hardst stroomt en het is bijna spring. Onze tocht had namelijk langer geduurd dan gepland. Gelukkig was het niet zo erg als onze Schelde of de rivieren in Bretagne. Onze Yanmar kon op zijn gemak de 2,5 knoop tegenstroom de baas. En nu liggen we dus in Ayamonte. We hebben in Super Sol, de supermarkt hier vlakbij, onze biervoorraad al aangevuld. Bier is hier veel goedkoper dan in Portugal.
En morgen misschien de rivier op.

Foto: Bevoorrading winkeltjes en restaurants op Culatra.

Culatra 19 mei 2017

Op 15 mei verlieten we, zoals gepland, de haven van Albufeira. Er was wind. Maar die hadden we natuurlijk recht op de neus. Dus maakten we een grote slag in zee om toch te kunnen zeilen. Na 3 uur was de wind op en moest de motor bij, want we wilden de ingang van Ria Formosa bij kentering nemen. Veertig minuten voor hoog tij vaarden we langs de Farol, en de stroming gaf ons nog 2 knopen extra in de rug.
De eerste twee dagen was Culatra een paradijs, zomerse temperaturen, weinig wind en nog veel ruimte om te ankeren. In september lagen er 70 boten, nu 25. We liggen deze keer dichter bij het vissershaventje en zijn dus vlugger aan wal met Sardientje. De ankergrond lijkt hier ook beter te zijn want we liggen na 4 nachten nog mooi op dezelfde plaats. De twee voorbije nachten heeft het nochtans flink geblazen. Men voorspelde 30 knopen en die hebben we gekregen. Dat betekent dan een bewegend bed, een matras met trampoline neigingen, gekraak, gepiep en gehuil van de wind. Leo slaapt daar doorheen, maar ik lig uren wakker. Gelukkig is dat allemaal vlug vergeten als je achteraf in één van de cafeetjes, een bier of een wijn drinkt voor één euro. Niet te geloven als je ziet hoe de bevoorrading gebeurt. Kleine boten varen het strand op en geven daar hun lading door aan tractoren. Die rijden dan over en weer, door het zand, naar een café of een mini mercado. Vandaag hebben we ons laten verleiden tot een etentje, alhoewel er nog van alles in onze koelkast zit. Maar espada moet je af en toe toch eens eten als je in Portugal bent. En om nog wat meer stappen te kunnen zetten liet ik mijn zonnehoed achter in het restaurant. Dus mochten we nog eens terug door de wirwar van kleine gezellige huisjes in het zand, met veel honden, katten, musjes en ook al heel wat toeristen. Dat was voor ons een voorlopig afscheid van Culatra want zondag geeft de meteo hier tot 40 knopen wind en dan lig ik toch liever in een haven. Ayamonte zal dat worden.

Foto: Gewoon Albufeira, we woonden hier graag.

Albufeira 12 mei 2017

Sinds eergisteren zijn Leo en ik weer samen op de boot, voorlopig nog niet varend maar hopelijk binnenkort ‘welvarend’. De vlucht van Charleroi naar Faro was iets turbulenter dan verwacht. Na enkele uren ‘boven de witte wolken’ zagen we die wolken plots dichtbij, grijs, dreigend, en snel in rondjes draaiend. Er volgden regendruppels en daarna de wildste landing die we ooit meemaakten. Zelfs Philippe naast ons, die veel vliegt, riep “Waw”. We vlogen veel sneller dan normaal over de landingsbaan, lawaai, gehoebel, en het leek erop dat de landingsbaan te kort zou zijn. Maar ondertussen zitten we dus weer veilig en wel op onze boot. Voorlopig doen we alles heel rustig aan. Leo is nog herstellend van een angina en ik had gisteren een lichte kater. We dachten dat we bij ons eerste avondmaal, bij Tasca Portuguesa hier in de haven, wel een fles vino verde baas zouden kunnen. Maar vermoeidheid kan een mens ook parten spelen. Zeker als je bij de senioren hoort? Sinds enkele dagen ben ik namelijk 65. Maar van de zon kikkert een mens op. We zijn er zelfs in geslaagd onze koelkast weer vol te krijgen. Ook al gebeurt de bevoorrading nu weer te voet, met de rugzak. Conditie opbouwen! Gelukkig ligt de boot altijd op zeeniveau, en is het dus bergaf als de rugzak vol is.
Het zou kunnen dat het hier onze laatste dagen zijn in de haven van Albufeira. We betaalden voor de periode van 15 oktober tot 15 mei. Stilaan wordt het tijd om weer dichter bij de natuur te gaan wonen, even achter ons anker in Alvor, bij Culatra of op de Guadiana? En in de zomer willen we wel naar plekjes waar we nog nooit waren met onze She. Maar geen vaste planning. We zien wel waar de wind ons brengt.
We zullen de haven van Albufeira missen, het veilige gevoel, de goeie wifi, elektriciteit en water zonder beperking, veel wandelmogelijkheden en toch ook heel wat vrienden. Misschien zien ze ons hier de volgende winter weer? Wie weet?

Foto: Geknipt en geschoren

Albufeira en Affligem 26 maart 2017

Onze She ‘mag’ voor een weekje uit het water omwille van de jaarlijkse klussen: knippen en scheren, noemt Leo dat sinds kort. En omdat hij al dat werk liever alleen doet, ben ik al in België. Ik heb nog aangedrongen om te helpen bij de antifouling, maar er is blijkbaar niemand die het zo goed kan doen als hij. Niet te diep schuren maar diep genoeg, niet te weinig verf maar wel verf genoeg, goed uitwrijven… Leo is het meest productief als hij alleen kan werken. Zonder mij kan hij de ladder op en af spurten, zonder opmerkingen als: Pas op de ladder staat niet vast, Maak de ladder vast met een touw, Zou de ladder niet beter daar staan… Ik heb hoogtevrees weet je. En een zeilboot op het land, dat is hoog en droog. Alhoewel! Na een uiterst zachte en droge winter in de Algarve, hebben ze de laatste dagen, regelmatig de hemelsluizen open gezet. Maar me dunkt dat er toch voldoende opklaringen zijn om de werken uit te voeren, want ik kreeg al foto’s met zon. Gelukkig maar, want er zijn altijd extra werken. Zo bleek bij nadere inspectie, dat de aanvaring van de Evasão, toch schade aan het achtersteven veroorzaakte. Blijkbaar hebben ze de poep van onze She onderhanden genomen en blinkt ze als nooit tevoren. Het is algemeen geweten dat boten en vrouwen regelmatig heel wat verf nodig hebben.
Sus heeft natuurlijk een extra nazicht gekregen en ik hoorde ook iets over een fexibele koppeling die vervangen zou worden, preventief. Leo doet een heleboel zaken preventief. Als ik dan uitleg vraag over wat hij nu juist aan ’t doen is, krijg ik meestal een te technische uitleg en die eindigt dan gewoonlijk als volgt: Als dat kapot gaat op een slecht moment dan heb je miserie. Bij ons thuis zouden ze zeggen: Dan zijn ‘t vodden. Ik mag wel blij zijn met een schipper als Leo.
Terwijl al zijn aandacht nu naar de She gaat, heb ik hier thuis wat aandacht voor familie, vrienden, tuin… Iedereen content.

Foto: Hier word ik 100 jaar

 Albufeira 11 maart 2017

‘Wie geen huis heeft, vreest het vuur niet’ wist één of andere Chinees ooit te vertellen. En Cornelis schreef in ons gastenboek: ‘The things you own, end up owning you’. En ja, we weten het, er zijn dingen die belangrijker zijn dan het materiële. Maar toch hebben we ons de laatste weken, heel dikwijls, heel ambetant gevoeld in verband met de herstelling van onze Sus. De relatie die je hebt met je boot is sowieso al bijzonder, beetje magisch, niet te vergelijken met een huis. En als ze dan je windvaan kraken, doet dat pijn. Sus is een stukje technisch vernuft, hij kan helemaal alleen de boot besturen en dat zonder elektriciteit. Draait de wind, dan draait Sus onze boot zodanig dat we de zeilen niet moeten aanpassen. Ik zou een boek kunnen schrijven over de ‘herstelling’. Sus kwam niet terecht waar wij het wilden. Bij één of andere smid? Dagen is er aan geknoeid. De zogenaamde technici spraken maar zoveel Engels als wij Portugees spreken. De communicatie verliep dan ook meer dan moeizaam. Ik heb Leo vaak horen vloeken en dat is niet van zijn gewoonte. Na twee weken kreeg hij het toch gedaan dat ze hem tot bij Sus brachten zodat hij kon zien wat ze allemaal al mispeuterd hadden… Spijt, heel veel spijt. Hij had het zoveel liever zelf gedaan. Hadden ze hem maar bij de draaibank gezet.
Om af te ronden, na 22 dagen, hangt Sus weer aan de boot.
Gelukkig is de tourneé minerale voorbij. Leo was zelfs 3 maanden zonder alcohol. Een glaasje op het gepaste moment doet je meteen weer positief te denken. Gelukzakken zijn we, dat we hier, als gepensioneerden, kunnen wonen. Albufeira vinden we nog altijd een goede keuze om te overwinteren. Er zijn er veel die dat weten. En de Portugezen weten daar mee om te gaan: restaurantjes, pedicures, kappers… We ontdekten zelfs een Nederlandse huisdokter, die hier al 20 jaar een praktijk heeft. En toen we een jong stel zagen met reggae haar, bleken die hier te werken, huishoudelijke klussen en tuinwerk bij buitenlanders met een villa. Wij kunnen alles nog zelf. Ik deed grote kuis in de slaapkamer en de badkamer. Dat is wel kruipen in zo’n kleine ruimtes en regelmatig rusten, omdat het al wat te warm is om te werken. Maar als ik zie welke toeren Leo moet uithalen om langs alle kanten aan de motor te kunnen, dan mag ik nog niet klagen.
Vandaag geen werk, zelfs geen wandelen. We gingen de zee op, proefvaart, zeilen luchten… we kunnen het nog.

Foto: Nieuwe ligplaats

Albufeira 26 februari 2017

We zijn het niet meer gewoon een wekker te zetten maar vorige zaterdag was het zover. Er zou een technieker komen, want onze Sus (windvaan) heeft weer eens een duw gekregen. Ik voelde niets, want ik was wandelen, maar Leo dronk net thee en die vloog alle kanten uit. De Evasão, een motorboot, ramde onze boot. De eigenaar was van goede wil en zou zorgen dat er een technieker kwam. Wij vroeg opgestaan dus, maar om 13.30 uur stuurde Leo een sms dat we niet de hele dag aan boord bleven. Nieuwe afspraak, maandag. Weer hetzelfde liedje. ‘Vergeten’ ‘Amanha’. Ondertussen kwamen we te weten dat de zogenaamde technieker eigenlijk maar een klusjesman is, die bovendien, niet zo’n beste naam heeft. Dinsdag kwam hij dan toch. Veel te laat! Sus werd gedemonteerd. Leo stond erop dat de windvaan naar Louis gebracht werd. Louis is de chef van Nautic Works. We hadden al contact met hem omdat onze boot op 22 maart uit het water gaat. We gingen al twee keer bij Louis, maar onze Sus is daar nog niet toegekomen?? Not happy. Leo probeert ondertussen de prijs van de kapotte stukken te weten te komen. Maar Thomas, van South Atlantic, die Sus op maat van onze boot bouwde is zeilen in Uruguay…
Omdat we de maneuvers van de Evasão niet meer vertrouwen, hebben we een andere ligplaats gevraagd. We liggen nu op E41. Onze overbuur is de Tequila van Fred en aan onze stuurboordzijde hebben we Engelse buren, Mike en Jane. Deze voormiddag hielp Leo hen met een val die in de mast geschoten was. De goede afloop werd op hun boot gevierd met een koffie en een gezellige babbel.
Ook onze She krijgt regelmatig aandacht. Zo heeft Leo al heel wat gewaxt, de kleppen van de motor zijn geregeld, brandstoffilters vervangen, nieuwe impellor en een stuk van de uitlaat is vervangen. Daar waren haarscheurtjes in een lasnaad en dat zorgde voor een lek. Af en toe een drupje kan voor veel onheil zorgen na lange tijd. Kees had met zijn yanmar hetzelfde voor. We zijn blij dat hij zijn verhaal vertelde en zo onze aandacht trok op die zwakke plek.
Om af te sluiten nog vlug even zeggen dat het hier al volop lente is, blote armen, blote benen… en ook carnaval, samba!
Foto: De kattenkolonie van Rossio

Albufeira 2 februari 2017

Nieuwe maand, tijd voor een nieuw bericht. Na de uitzonderlijk zachte en zonnige weken van januari krijgen we de laatste week ook al eens wat regen en wind. Maar de zon droogt de plassen snel. En dat ik al ga wandelen met sandalen aan mijn voeten bewijst dat het stilaan nog wat warmer wordt.
Onze dagen zijn gevuld met uit eten gaan, boodschappen doen, een wandeling, koffietje drinken bij Bispo, PC, TV kijken… Maar regelmatig zijn er ook ‘andere activiteiten’. We kregen Dorothy en Duncan (Schotten) op bezoek. We trokken naar de lagune van Alvor om André en Hélène (Nederlanders) nog eens te zien. Naar Armação de Pêra reden we om bij Christiane (Vlaming) iets te gaan drinken. En Leo hielp Fred om de Tequila, zonder stress, uit en weer in het water te krijgen, om haar onderwaterschip te schuren en in de antifouling te zetten. Wat Leo, verder nog allemaal aan klussen doet, ga ik niet opsommen. Een boot, daar blijf je aan bezig. En dan heeft hij ook nog de Mus en niet te vergeten onze oude plooifietsjes. Voor sommige klussen heeft hij liever het kot alleen omdat ik toch maar onder de voet loop en ik moet dan liefst, ook nog zwijgen. Dan trek ik naar de kattenkolonie, zo’n twee km van hier. De katten lopen vrij rond, maar ze worden gevoed, gesteriliseerd en gecontroleerd. Ze zijn dus gezond en je kan ze knuffelen zonder dat de boot daarna onder de vlooien zit. Ik zie graag katten. Omdat zij mij ook graag zouden zien heb ik altijd kattensnoepjes in mijn rugzak. Het merk van de Continente hebben ze het liefst. Soms zit ik daar een kwartier met katten op en rondom mij. Eens wat anders dan de schuchtere, magere katten, die je rond de meeste havens vindt.

Foto: Praia das Andorinhas


Albufeira 18 januari 2017

Dit is eigenlijk geen vakantie, in de letterlijke zin van het woord. We zijn verhuisd. We wonen nu in warmere oorden. En we zijn niet de enigen die dit doen. Je kan geen 200 m stappen zonder Duits, Engels of Nederlands te horen. En ondertussen kennen we 3 Vlamingen die hier in de haven wonen, echt wonen. Geen huis meer in België, adres hier in de haven en hier geregistreerd. Wij zijn er nog niet aan toe om Portugees te worden maar het is een optie. We houden het in onze gedachten.
Het leven is hier dan ook goed. In januari wel met een jeansbroek. Maar in plaats van de hitte heb je nu een zalig lentegevoel, heerlijk om te wandelen. We waren al vaak op Praia dos Arrifes en Praia de São Rafael. Maar gisteren trokken we wat verder naar het westen naar Praia das Andorinhas. Ik wilde vooral het kleine ingesloten strandje vinden dat ik op Google Earth zag. Het had iets magisch. Heel de kust is trouwens indrukwekkend. Veel ruwer dan ik verwacht had. We gaan zeker nog wat verder op verkenning naar het westen toe. Er zijn daar nog veel strandjes te ontdekken.
En nieuwe restaurantjes vinden we ook nog altijd. We moeten eens op zoek naar ‘Sal et Miel’ waar je volgens Jan ook heel goedkoop kan eten. Met goedkoop bedoelen we hier dan een menu voor 5 of 6 euro. In de self service van de Pingo Doce (supermarkt) kan je al eten voor 3,99 euro en 0,35 euro voor een flesje water. De sobremesa’s (desserten) zien er altijd verleidelijk uit maar al die suikers hebben we niet echt nodig. Meestal drinken we een koffie voor 60 cent bij Bispo, een piepklein winkelcafeetje, uitgebaat door een oud stel.
Zo raken we de winter hier wel door.

Foto: In Albufeira  


Albufeira 9 januari 2017

De appelsienen zijn hier rijp. Als we er elke dag 5 eten zijn we nog weken bezig want we kregen een grote zak van Emidio, uit zijn tuin. Er staan volop wilde bloemetjes langs de kant van de weg en ik zag zelfs lammetjes. Lente? We zijn net op tijd ontsnapt aan de winterse toestanden in België. Op 4 januari vertrokken we met ons Mus. De omstandigheden waren ideaal, blauwe lucht, windje in de rug, weinig verkeer en mooie landschappen. Die waren soms wit maar de baan was nooit glad. Tot Seixal hadden we deze keer 2195 km op de teller en daar deden we 2 en een halve dag over. Enige minpuntje is de barst in onze voorruit. Carglass stak deze ruit drie jaar geleden voor 450,- euro. We weten dus al wat ons te wachten staat.
In Amora (Seixal) voelden we ons onmiddellijk thuis. Op de boatyard was er wel te weinig werk, vertelde Antonio. En het dak van de oude loods is gedeeltelijk ingestort. Nog meer schrokken we van het nieuws dat Gernot niet meer zal varen met zijn ‘Seehund von Koln’. Hij is overleden. Dan besef je nog maar eens dat je moet genieten van het leven en van elkaar, zo lang je dat kan.
Emidio en zijn vrouw namen ons nog mee naar een mega markt, stralende zon, eettentjes alom. We genoten van het lekkere eten en luisterden naar elkaars wedervaren maar na twee nachten bij de Tejo trokken we verder naar het zuiden. En hier zijn we dan weer, op onze She, in Albufeira, in de Algarve. Zalig weertje, geen jassen nodig en de deuren mogen open staan. Het is wat rustiger in de haven, minder mensen, meer aalscholvers. We hebben het hier naar onze zin.

 
Foto: Amora Seixal (in de oude loods)


Affligem 3 januari 2017

Ons eerste bericht van 2017. Dankbaar zijn we, met dit nieuwe jaar te mogen meedoen.
Omdat Leo op de blog schreef dat hij op 21 november terug bij de She was, even een update. Terwijl hij genoot van de zachte herfst in de Algarve en het verblijf op zijn boot, bleef ik nog wat langer in ons landje. Een wandeling, een etentje, kleinkinderen oppassen, even logeren bij mijn zus in de Kempen… Ik had nog veel meer plannen maar op 14 december was mijn vlucht naar Lissabon voorzien. Antonio wist van mijn komst en zo gebeurde het dat Leo tweede was om mij te omarmen. Portugal voelde als thuiskomen maar niet voor lang deze keer. Omdat er wat gezondheidsproblemen waren met de moeder van Leo, trokken we met ons Mus terug naar België. Als er zorgen zijn, doet het deugd die te kunnen delen. En zo vierden we dan toch weer Kerst en Nieuwjaar bij de familie. De lichtslinger die Leo kocht om onze She van de kerstsfeer te laten proeven, zullen voor een andere gelegenheid zijn.
Ondertussen zijn we druk bezig ons Mus opnieuw te laden, want het zuiden roept. Hopelijk krijgen we niet te veel sneeuw en gladde wegen onderweg. Een alcoholcontrole, hoeft voor ons ook niet meer. We hebben al een BOB sleutelhanger. Leo reed meer dan 2000 km van Lissabon tot in België. Voor Charleroi zette hij de Mus aan de kant om te rusten. Ik nam het stuur over en zei dat hij kon rusten terwijl ik reed. Na vijf minuten mocht ik al aan de kant om te blazen. Leo was meteen weer klaarwakker. En even verder nam hij het stuur terug over, want ik laat me liever rijden.
Volgende keer, hopelijk weer een bericht van uit het zuiden… We kregen al vragen van een Nederlander, een Duitser en een Schot. Ze willen allemaal weten wanneer ze ons terug zien. Ze vragen ook naar onze plannen voor 2017 maar dat weten we zelf nog niet.