Affligem   20 december 2014
Gruissan in Zuid-Frankrijk was al een beetje thuis komen, terug de taal verstaan en een vertrouwde camperplaats. De rust zou compleet geweest zijn als de mistral niet zo te keer had gegaan.
Daarna sliepen we te Lapalisse aan de oever van de wild stromende Besbre waarvan het water wel erg hoog stond. Ietwat beangstigend, maar we sliepen heel goed en ’s morgens zagen we aan de peilstok dat het water een halve meter gezakt was.
Vandaar ging het naar de sluis van Beaulon waar we verwacht werden bij Rogier, Chris en Tara op hun IJsvogel. Een heel blij weerzien en goed voor uren drinken, eten en babbelen in een uitzonderlijk decor. Geen betere afsluiter van een reis, de kers op de taart. Vanmorgen kregen we elk nog een pan ontbijtspek met eieren aangeboden om er sterk op te staan voor de laatste 590 km. Bijna hadden we een valse start toen we in de modder rond het kanaal dreigden vast te raken maar Leo kreeg ons Mus erdoor. Wat verder route barrée door overstromingen en vanavond een eindje voor we België binnenreden moesten we aan de kant. Douane. Waar we vandaan kwamen en of we drank meehadden. Ze wilden binnen kijken. De eerste zitbank die ze openden was onze drankbak. Een paar portoflessen van Portugal en wat cava van Spanje. Maar daarboven en daartussen de vuile was, kwestie dat de flessen niet tegen elkaar rammelen. Ze zagen alleen maar de vuile was en we mochten door… Nu zijn we dus weer veilig en wel thuis.  We proberen te wennen aan het gewone leven.

Simat de Valldigna   14 december 2014
Voor we afscheid namen van Cabo de Gata bezochten we nog de vroegere goudmijn van Rodalquilar, verlaten sinds 1966 wegens onrendabel. In het bezoekerscentrum leerden we hoe het in zijn werk ging om een staaf goud te maken. Daarna liepen we door de indrukwekkende, verlaten installaties. We keken extra goed maar vonden geen goud.
Die nacht sliepen we in Agua Amarga in een rivierbedding, zo stond het in de campergids, en het was zo. Een uitgestrekte vlakte gevormd door de ‘riviermonding’. Verweerde witte rotsen maakten het plaatje compleet. Weer een internationaal gezelschap, 2 Spanjaarden, 2 Fransen, een Brit en wij. Babbeltje bij aankomst en hand opsteken bij vertrek. In Vera op het camperpark ‘Oasis Al Mar’ was het even anders. Na 5 dagen ‘wild’ staan waren we aan service toe en Vera lag op onze route, vandaar. We stopten voor de poort en moesten een hele tijd wachten op de Duitse uitbater. Hij bekeek ons Mus en vroeg of we een WC hadden. Ja. En dan vroegen wij of er internet was. En dan hij weer of we echt een WC hadden want er waren geen sanitaire voorzieningen. Gelukkig maakte Leo geen grapje, dat we ook een jacuzzi en sauna hebben! We betaalden 9 euro en kregen een plaatsje toegewezen tussen een Carthago en een Concorde, alle twee 5 sterren villa’s op wielen. Er waren alleen maar Duitsers en er waren alleen maar luxe mobilhomes. Wij vielen uit de toon. Men was niet onvriendelijk maar toch afstandelijk. Het enige contact met onze buren was er toen Leo de hond (herder) streelde. Waarop de man onmiddellijk wist te vertellen dat die gefährlich was en de ketting werd meteen zodanig ingekort dat de hond niet meer tot op ons perceel kon komen. Eigenlijk lagen de mensen ook aan kettingen, op een ligstoel, in de zon…
De volgende dag haastten we ons naar Calabardina, het andere uiterste, één van onze lievelingsplekjes, een ongerept natuurgebied waar de bouwwoede nog niet heeft toegeslagen. Zwemmen in zee, douchen met de douchezak, fris drankje uit de koelkast en…
we houden de omgeving netjes want we hebben een WC.
Ondertussen zijn we met langere ritten aan onze terugtocht begonnen. Wolken in de plaats van zon en na onze aankomst hier in Simat de Valldigna kregen we zelfs een onweer. Ik denk dat binnenkort de chauffage weer aan kan. Dat hebben we namelijk ook in onze Mus.

San José   10 december 2014
Onze laatste plaats in Portugal was Castro Marim, vriendelijk dorp, te midden van vroegere salinas, nu natuurgebied en gedomineerd door een Middeleeuwse burcht. We betaalden graag die ene euro om als enige bezoekers nog eens over de omwalling te lopen net als vorig jaar. En nu we weten dat hier ooit de hoofdzetel van de christusorde gevestigd was, bekijken we die eeuwenoude muren weer met andere ogen. In 1314 werd de orde van de tempeliers door de paus ontbonden. Waarop de tempeliers in Portugal gewoon van naam veranderden. Zo ontstond de Christusorde. Boeiende geschiedenis.
Maar ondertussen zijn we bij Almeria en dat vooral om nog wat zon mee te pikken. In december gemiddeld 17° C. We staan te San José in het natuurpark van Cabo de Gata. Ik deed vandaag een prachtige wandeltocht van 22 km. Het landschap doet aan westerns denken, droog, dor en woestijnachtig, cactussen, palmboompjes, agaves en veel struiken die ik niet ken. De grillige rotsformaties aan de zee zijn van vulkanische oorsprong en daartussen liggen lieflijke strandjes. Ik heb veel foto’s gemaakt, een geslaagde dag dus.
We schuiven zachtjes richting België maar de eerstvolgende dagen gaan we nog geen kilometers vreten. Gewoon mooie plekjes zoeken om te overnachten, wat wandelen, lezen en luieren.

Armacão de Pêra   4 december 214
We horen dat het in België wintert. Des te dankbaarder zijn wij, dat we hier nog kunnen genieten van zachte temperaturen. Onze verwarming heeft nog maar twee keer gedraaid en de deur staat bijna de hele dag open. Soms moet Leo ons huis wel eens draaien om te wind buiten te houden en af en toe hebben we liever schaduw dan zon.
Ondertussen zitten we niet meer in het westen van Portugal maar in het zuiden. Lagos en Silves hebben we vorig jaar bezocht. Daar zijn we nu voorbij gereden. Maar de uitzonderlijke camperplekjes op unieke locaties wilden we toch weer opzoeken.  Tweemaal was het een teleurstelling ‘no overnight’. Maar we ontdekten dan ook weer nieuwe plekjes, meestal al wandelend. Plekjes die niet in de gidsen staan en waarvoor je soms kilometers onverharde wegen moet trotseren, ver van de bewoonde wereld waar niemand last heeft van die campers. Praia do Barranco was een verrassing, net of we op een festival terecht kwamen: jonge mannen met reggae haren, meisjes met lange rokken en kleurige broeken, gitaarmuziek her en der,  overjaarse bestelwagens en mobilhomes, loslopende honden, barbecue… We waren er zonder twijfel de oudsten maar voelden er ons direct thuis. Leo heeft zelfs gitaar gespeeld samen met een paar Nederlandse meisjes. Ik hoop voor al die surfers dat ze op die plek nog vele jaren mogen overnachten, grote baai, veel strand en een heldere rivier met zoet water voor de was en de plas. Wat een tegenstelling met de meeste stranden waar je van die bordjes ziet met allerhande verboden. Op Praia de Barranco mocht alles en toch heerste er een sfeer van vrede.
Nu zijn we in Armacão de Pêra. Voor ons het strand vol vissersspullen, rechts de stad en links de natuur. We mogen hier overnachten voor 1,5 euro.

Praia da Bordeira   30 november 2014
Ik heb vijf dagen gewandeld langs de Fishermen’s trail, een aftakking van de Rota Vicentina, geen rood wit deze keer maar blauw groen. Heel het zuidwesten van Portugal is één groot natuurpark. Dat wil zeggen dat je uren kan wandelen langs een woeste kust zonder een huis of een mens tegen te komen, alleen maar vogels. De ooievaars met hun nesten op hoge rotsen in de zee waren het meest spectaculair. Voor mij waren het heerlijke dagen. Leo bracht me naar de startplaatsen en haalde me op aan het einde van de etappes, hij zorgde voor warme maaltijden en twee keer stond hij me onderweg op te wachten met de Mus voor een deugddoende pauze. Dat is handig als je niet weet of het gaat motregenen, gewoon regenen of stortregenen. We hielden contact via walkie talkie: Ik moet nog 4 km doen. Ik ben aan paaltje 326 en jij? Staat de koffie klaar, ik ben er bijna. Waar staat de Mus…
Vertellen over de route is moeilijk in een paar woorden. Laat ik zeggen dat er heel wat variatie was: mulle zand, hoog op de kapen, over het strand, dalen, stijgen, soms klauteren over rotsen, riviertjes oversteken op blote voeten wegens te diep voor mijn wandelbottines, steile hellingen, af en toe landinwaarts door jungletoestanden en meestal goede aanduidingen. In het totaal liep ik 86 km op 5 dagen. Alleen de laatste dag, gisteren, moest ik zonnecrème gebruiken. Het weer schijnt wat vriendelijker te worden. Het heeft al twee dagen niet geregend.

Vila Nova de Milfontes   25 november 2014
De stuwdam Pego do Altar was een rustgevende locatie. Mooie camperplek.
Daarna maakten we een stop bij Carrasqueira om de schilderachtige haven van Palafita te bekijken.  Houten palen, loopbruggen, een lange pier en veel bootjes. Een ongelooflijke wirwar van hout. We zagen er twee vissers en drie fotografen.
Daarna sliepen we bij de lagunes van Melides en Santo André. Buiten het hoofdseizoen hebben wij, campers, het rijk voor ons alleen.  Als we ergens een leuke plek vinden gaan we eerst naar het plaatselijke café, als dat er is, voor een galão, koffie met veel melk in een groot glas. Aan de Praia de Santo André stond er een oude man met een al even oude bestelwagen. Hij verkocht groenten en fruit. Uren stond hij daar al en we zagen maar weinig klanten dus trokken wij er naartoe met een tas. Nadat deze gevuld was met sinaasappelen, wortelen, ajuinen en zoete aardappelen zeiden we ‘Conta?’ één van de weinige Portugese woorden die we kennen. Hij zette heel het boeltje op een weegschaal en vroeg 3 euro en nog wat centen. Leo stak zijn hand met klein geld uit en de man nam wat hij nodig had. Heel handig zo betalen. We deden het ook bij de zwembad in Santiago do Cacém. De ingang kostte 1,30 euro.
En nu zijn we aan de Rota Vicentina, een heel mooie GR die door het natuurpark loopt van hier tot aan Cabo Vicenta. Vorig jaar deed ik al stukjes maar dit jaar heb ik een paar trajecten gedownload van internet. Vandaag stapte ik van Porto Covo naar Vila Nova de Milfontes met nog een paar kilometers extra tot aan de camperplek waar de Mus, Leo, een aperitief en een warme maaltijd op mij wachtten. Dat zijn de voordelen als je partner niet graag wandelt.

Barragem Pego do Altar   20 november 2014
 Na de Torre de Belem en het Mosteiro dos Jéronimos waren we zowat verzadigd wat monumenten in Manuelastijl betreft. Het regende en dus vluchtten we één van de talrijke restaurantjes binnen. Dat kwam goed uit want onze koelkast was bijna leeg. De dag voordien hadden we een poging gedaan om te voet een supermercado te vinden. De ipad van Leo wist er namelijk eentje op 700 m. Die supermercado bleek een volgepropt winkeltje waar je met een rugzak nauwelijks binnen kon. We hadden onze twijfels over de versheid en beperkten ons tot een bakker. Daar kochten we meer dan nodig omdat de verkoopster zo lief was en de taartjes zo lekker.
 Na Belem was het vissersdorp Fonte da Telha net wat we nodig hadden om tot rust te komen. Tipi, Lief en Jos stonden er al op ons te wachten vlak bij de zee. Geen verharde weg in Fonte, geen voetpaden en geen parkings. De huizen staan gewoon in het zand, de auto’s rijden over zand en wij parkeerden ons Mus ook op het zand. De laatste kilometer reden we met een slakkengangetje omwille van de bulten, putten en plassen. Gelukkig was het opgehouden met regenen en de dag erna kregen we een rondleiding van Lief en Jos: de cafeetjes waar de koffie 75 cent kostte, de hutten met het gerief van de vissers, zwerfhonden, boten, netten, vriendelijke mensen en overal heel veel zand. Tegen de middag kwamen de vissersboten aan land. Met veel vaart probeerden ze op het strand te landen. Terwijl de boot nog heen en weer geduwd werd door de branding, sprongen er twee vissers in het water om de boot aan een wachtende tractor te haken. Een heel spektakel.
 Na de middag was de zon er weer. Dat werd zwemmen en douchen met de douchezak. We vonden het prettig vertoeven in Fonte en bleven er twee nachten.
 Daarna sliepen we een nachtje op Cabo Espichel bij een bedevaartsoord van Maria. Toch weer een plaats die meer indruk maakte dan we verwacht hadden. Toen het donker werd verdwenen de dagjesmensen en stonden we er helemaal alleen. Het werd nog maar eens een nacht met kletterende regen en huilende wind! En ’s morgens ontwaakten we in de mist.
 Ondertussen zitten we in de Alentejo, kurkeiken, rijstvelden, ooievaars…

Belem   16 november 2014
Gisteren kwamen we toe te Belem bij Lissabon. Dat wil zeggen dat we Cabo da Roca, het meest westelijke punt van Portugal, voorbij zijn. We deden niet eens de moeite tot aan de vuurtoren te rijden, veel lage donkere wolken rond de kaap, rukwinden en stortregens. Cabo Carvoeiro bij Peniche, bezochten we wel. Ook daar veel wind en motregen, maar de grillige, gelaagde rotsen waren de nattigheid waard. Op verschillende plaatsen waren er trappen uitgehakt in de rotsen en inox ladders zorgden ervoor dat je op uitzonderlijke plaatsen kon komen zonder halsbrekende klauterpartijen.  Ons plekje voor de nacht was ook uitzonderlijk. Ons Mus stond achter kantelen van een oude omwalling. Overdag wat vissers en wandelaars, ’s nachts helemaal alleen en nog maar eens huilende wind en bulderende golven.  Een beetje eng dat natuurgeweld, maar deze keer stonden we veilig achter muren, die al eeuwen bescherming bieden.
Een dag later liepen we over een veel mooiere omwalling. In Obidos, een gezellig ‘Middeleeuws’ stadje hebben ze de Moorse omwalling volledig gerestaureerd. Je kan helemaal rond het stadje wandelen. Prachtige panorama’s! Alleen maar spijtig dat ik hoogtevrees heb. En toch zoeken we het steeds weer in de hoogte. Gisteren stonden we hier in Belem boven op het Padrão dos Descobrimentos, 52 m hoog. Mooi monument. En vandaag gaan we hier nog één en ander bezoeken.

Nazaré   10 november 2014
We zijn nog niet zo ver naar het zuiden opgeschoven maar we hebben wel heel wat gedaan.
Bij het haventje van Bico, in de lagune van Aveiro, vonden we een slaapplekje zoals we het graag hebben. Vanuit onze Mus zagen we de beschilderde traditionele platbodems af en aan varen. Gratis overnachten, gratis elektriciteit en water! ’s Avonds kwam de bakker langs. We hadden nog brood genoeg, dat werden dus twee taartjes.
Cabo Mondego bezochten we, dank zij onze eigenzinnige gps, op een unieke manier. Ik had al mijn veto gesteld voor een smalle, nauwelijks verharde weg, waar een bord waarschuwde voor een stijging van 15%. Leo vond het erg dat hij geen uitdagingen meer kreeg. Dus wat verder, bij een afdaling, die volgens mij ook niet voor mussen geschikt was, hield ik mijn mond. Na enkele kilometers veranderde de weg in een wandelpad. Gelukkig konden we een ‘U bocht’ maken. We hebben deze reis, al eens achteruit bergop  gereden, op een niet verhard pad.
In Batalha bezochten we het beroemde Mosteiro, volgens ons zeker zijn drie Michelin sterren waard. Je kan niet anders als onder de indruk zijn van het stenen kantwerk. Omdat ik mijn handen vol had met mijn fototoestel, las Leo me voor uit de gids. Dat was ook een beetje omdat ik zogezegd mijn leesbril vergeten was, maar eigenlijk had ik die wel bij. Ondertussen is hij het gewoon en vandaag heeft hij me ook gegidst in Tomar in de Conventa de Cristo. Burcht, kasteel, kerk, klooster… Tomar is het allemaal. Ongelooflijk veel trappen, gangen en zalen. Even zijn we elkaar zelfs kwijtgespeeld. De geschiedenis van Tomar is ook boeiend. We leerden dat Hendrik de Zeevaarder (die we vorig jaar in de Algarve veel tegenkwamen) grootmeester was van de tempeliers en hier veel verbleef.
Tussen Batalha en Tomar sliepen we een nachtje in Fatima. Fatima is een heel gastvrij bedevaartsoord. Er zijn slaapplekjes voor campers en we zagen een tentje staan. Heel veel pick-nick tafels, veel sanitaire blokken, kraantjes met drinkwater alom, vuilnisbakken… Voor een souveniertje moet je ver stappen, geen geldklopperij. Kaarsen hebben we natuurlijk wel gekocht en ook laten branden. Misschien hadden we nog een extra kaars moeten laten branden voor beter weer. We zitten hier in Nazaré in de regen.

Furadouro   5 november 2014
In Vila do Conde ligt er een mooie replica van een karveel uit de 16de eeuw. We hadden het hele schip voor ons alleen en mochten er gratis rondkijken, in de hut van de kapitein, bij de helmstok, in het ruim… Maar ik stelde toch mijn veto toen Leo in de mast wilde. En eigenlijk mocht hij van mij ook niet door de smalle straatjes van de oude stad rijden met ons Mus, maar wegens wegenwerken deed hij het toch!
In Porto waren we weer op een boot. We hadden afgesproken op de Sunshine van Rita en Fons, samen met mijn zus Lief en Jos. Gelukkig is de Sunshine wat ruimer dan onze She want toen we net aan boord waren gingen de hemelsluizen open en vermits de stortbuien van geen ophouden wisten, zaten we zo goed als gevangen.  Pas na zeven uur cocoonen was het hemelwater wat gekalmeerd en trokken we gewapend met paraplu en regenjas op kroegentocht. In elk cafeetje stond men recht om voor stoelen te zorgen en overal kostte de porto één euro. De beste porto proeverij ooit. Met z’n zessen is zoiets veel leuker dan met z’n twee.
De dag erna trokken we dan langs een paar echte caves van gekende porto merken. We hoorden de gidsen, we zagen ontelbare eiken vaten in donkere zalen, we roken en voelden het speciale klimaat waarin de porto rijpt, en… we proefden de ruby, de tawny, maar we hadden niet zoveel plezier als de avond voordien.  
Rita en Fons, Lief en Jos, bedankt voor het fijne gezelschap. We missen een beetje de gezamenlijke maaltijden maar vroeg of laat zullen onze wegen nog wel eens kruisen.  Onze weg is nu op ’t gemak naar het zuiden.

Vila do Conde  1 november 2014
Onze laatste plaats in Galicië was Baiona. We wilden de Pinta wel eens bezoeken. Columbus kon de ontdekking van de nieuwe wereld niet bekendmaken via satelliettelefoon of korte golf radio, eigenlijk was hij helemaal niet diegene die het grote nieuws bracht. De Pinta kwam eerst aan land, te Baiona. Daarom hebben ze daar een replica gebouwd en via een audio presentatie zou je een goed beeld krijgen van het leven aan boord. Helaas, we konden het schip alleen maar zien liggen. Geen bezoeken, waarom? Dat hebben we niet begrepen!
Onze eerste plaats in Portugal was Viana do Castelo.  Daar hebben we ons hotspotje van internet voorzien en verder zijn we gaan zwemmen aan de Praia Norte. Er is daar geen strand maar de Portugezen hebben tussen de rotsen zwembaden gebouwd die zich vullen bij vloed. En vermits het donderdag zo warm was zijn we daar de rest van de dag blijven hangen.
Vrijdag was het ietwat actiever. We bezochten Bom Jesus. Dat dachten we, maar eigenlijk stonden we met ons Mus op de parking bij het ‘Sanctuario de Nossa Senhora do Sameiro’. We hadden de coördinaten van die parking als mogelijke plaats om te overnachten ingevoerd, vandaar… Leo wilde wel even mee in het heiligdom. (het tweede grootste centrum van Mariaverering in Portugal na Fatima) Mooie kerk, sober, Maria alom tegenwoordig, maar ik merkte niet dat we in de verkeerde kerk waren. Met een halve euro kreeg ik twee elektrische kaarsjes in brand. Leo stak er al zijn kleine muntjes in maar dat lukte niet. ‘Mijn offer wordt niet aanvaard,’ besloot hij. Op de kolossale trappen, voor het overweldigend panorama, gingen we uit elkaar, Leo met de Mus naar beneden, ik te voet. Raar, de trappen waren niet zoals op de prentjes. Beneden wist ik het zeker, dit was Bom Jesus niet.
Twee bedevaartsplaatsen op enkele kilometers van elkaar?? Eén voor Maria en één voor haar zoon. Ik begon dapper aan mijn kilometers naar het echte Bom Jesus toen ons Mus langs reed. Leo nam me mee en dropte me op de juiste plaats. Kerk, gebed, kaars, woordje in het gastenboek, souveniertje, trappen, fonteinen… Net toen ik me afvroeg wie ik zou vragen een foto van mij te maken kwam Leo uit de Via Sacra. Hij had de kruisweg naar boven gedaan! Voor de conditie beweerde hij. Hij had geen enkele statie bekeken, (bang voor statiegeld) mooie terracotta beelden nochtans.
Daarna reden we terug naar de oceaan. Fatima staat ook nog op het programma, maar eerst Porto.

Praia de Nerga (Ria de Vigo) 28 oktober 2014
Voor we met ons Mus konden gaan zwerven over ’t land had de She toch nog even wat aandacht nodig en zo werd Nieuwpoort onze eerste stop. Gisèle (zus Leo) besloot een stukje mee te reizen om haar jarige broer, aan zee, gepast uit te zwaaien. Diezelfde avond had ons Mus ons al voorbij Parijs gebracht toen zij uiteindelijk weer in Affligem belandde met kusttram, treinen en afhaalchauffeur.
Na heel wat mist en regen in Frankrijk en baktemperaturen in Spanje belandden we maandag op ons ‘Zilverstrand’. Tien jaar geleden vonden we met onze vorige Mus (vijftonner) deze Praia de Nerga en omwille van de micadeeltjes in het zand werd het ons Zilverstrand, ons paradijsje. De tijd heeft hier stilgestaan: geen appartementen, geen parkings met slagbomen, slecht gsm-signaal en we staan nog altijd met onze wielen in het zand. Als we naar de foto’s van toen kijken merken we wel dat onze haren nu heel wat korter en grijzer zijn. Hoe zou Marcial eruit zien, de cafébaas die ons brood gaf en beatles liedjes speelde op zijn gitaar. We vonden hem op het strand, zijn lange haren weg maar nog niet grijs. Blij weerzien en we vroegen wanneer zijn café open ging. Oh, dat was open. Hij kon van op het strand zien of er gasten waren… Die avond hebben we uren gepraat over het milieu, gelukkig zijn, vrij zijn, de politiek, en we kwamen te weten dat hij er nog altijd van overtuigd is dat we wereld kunnen verbeteren en ook dat wij bij de ‘rijken’ horen en we leerden dat we best geen toeristen zijn. Vanaf nu zijn we ‘travellers’, reizigers. Die betalen namelijk maar de helft van toeristen. Pelgrim is nog beter maar dat zijn we niet en Leo wil het ook niet zijn! Toen we vandaag in een Cash Record terecht kwamen, en merkten dat alles er uitzonderlijk goedkoop was, laadden we onze winkelkar vol, maar aan de kassa bleek dat de winkel enkel voor handelaars was. We kennen geen Spaans he. We vertelden dat we travellers waren en mochten ons bier, wijn en ham meenemen.




Affligem 14 december 2013
We zijn terug thuis. De laatste week kregen we alle soorten landschappen en alle soorten weer.
Vanaf Almeria reden we door een woestijnachtig landschap. Droogstaande rivierbeddingen blijven voor ons een eigenaardigheid. Maar maandag kwamen we bij de Ebro, machtige rivier met heel veel water. Ook in de uitgestrekte delta, met zijn rijstvelden en meren, was er meer dan genoeg water en dus ook veel vogels. Overweldigend! We sliepen te midden van het natuurpark op de camperplaats van Casa de Fusta. (Bedankt voor de tip El Bolido) Alleen al om op zo’n uitgelezen plekje te mogen slapen zou je een camper kopen. (of bouwen) We gaan daar zeker nog terug maar dan wel met muggengaas voor de deur anders krijg ik mijn chauffeur niet mee.
In de Pyreneeën zagen we sneeuw langs de kant van de weg. En in Frankrijk waren we blij met onze verwarming. In de file rond Montpellier maakten we ons de bedenking dat we al weken niet meer in de file stonden en ronde punten elke paar honderd meter waren we ook niet meer gewoon. Maar de kerstverlichting in de steden maakte veel goed.
Vanaf Lyon reden we twee dagen door aanvriezende mist. Onze laatste stop was Chagny omdat we een bezoek wilden brengen bij Rogier, Chris en Tara die daar met hun IJsvogel overwinteren. Dat het gezellig zou worden wisten we maar dat Rogier ons door de mist naar Beaune voerde en voor de ingang van Hôtel-Dieu afzette was helemaal een verrassing. Het vroegere armenhospitaal is inderdaad een bezoek waard en dat niet alleen omdat het laatste oordeel van Rogier Van der Weyden er hangt.
De laatste paar honderd kilometer reden we met ijs op de ruitenwissers en de spiegels. Maar na de Ardennen viel het ijs eraf en we kwamen veilig thuis in de regen met 7573 km op de teller. Goed gedaan Mus!


 

L’Alfas del Pi  8 december 2013 m
De dagen, de kilometers en de camperplaatsen schuiven voorbij. We bewaren een speciale herinnering aan Torcal. Op 1024 m hoogte sliepen we, aan de rand van het natuurpark. ’s Nachts zagen we geen sterren door ons dakvenster. Wolken? Inderdaad! Gewoonlijk blijven we in bed tot de zon de Mus verwarmt. In Torcal hadden we lang mogen wachten. Ons Mus stond in de wolken. Het had wel iets magisch om door het indrukwekkende karstlandschap te dwalen terwijl de wind de wolken door de vreemde kalksteenformaties joeg. Ik kwam twee stieren tegen, veel schapen en enkele berggeiten. Even had ik spijt dat ik geen wandelstok mee had (wapen) maar handschoenen miste ik het meest.
Vinuela was ook bijzonder omdat we er Raymond en Viviane ontmoetten. Wandelen in de ongerepte natuur langs het stuwmeer, lekker eten en veel babbelen. Het heeft ons deugd gedaan.
Calabardina was even mooi als de naam doet vermoeden. Het zijn van die plekjes waarvan je denkt dat ze niet meer bestaan,  een mooi, beschut strand, langs alle kanten omringd door bergen kilometers ver, geen verkeer, geen lawaai, blijkbaar nog niet ontdekt door de bouwheren en ook niet te veel campers. Ons Mus stond er naast El Bolido, de camper van Dirk en Lucette uit Affligem, ook een sprinter maar wat meer uit de kluiten gewassen. (4X4) In Calabardina wandelde ik nog met blote benen en wandelsandalen maar dat is nu gedaan. Op een parking zagen we een slang van ruim 1 m. Brr! Als ik nog de natuur in trek zal dat met lange broek en hoge wandelschoenen zijn. Maar vanaf nu zal er minder gewandeld worden. We zijn nu echt op weg naar huis toe, doen langere trajecten en het wordt merkelijk frisser. Dat wordt wennen.

 

 

Alcala de Guadaira 2 december 2013
We zijn in Spanje en we weten al dat de Spaanse konijnen twee keer zoveel kosten als de Portugese. Vandaag stonden we bij de ruïnes van de Romeinse stad Italica, op enkele km van Sevilla. Maar we hebben het nog niet geleerd, op maandag is alles gesloten, net zoals in Portugal. Het theater konden we zien door de afsluiting maar we voelden niet de kriebels die we hadden in Castro Marim. Als enige bezoekers van het castelo liepen we over de omwalling, trap op, trap af, gevolgd door een zwarte kat. Dat ze daar soms Middeleeuwse dagen organiseren kon je zien aan de houten tribunes, de houten kraamkes… We konden de ridders en jonkvrouwen zo zien lopen. Castro Marim was onze laatste halte in Portugal. Ons Mus stond in de koninklijke stad, Vila Real de Santo Ontonio, door één of andere koning ooit in vijf maanden gebouwd. Als je van markten houdt moet je naar Vila Real. Autovrije straten, met restaurants en winkels die hun spullen op straat uitstallen. Alle dagen marktgevoel. Ik ben veel winkels in- en uitgelopen, was niet van plan iets te kopen maar ik heb nu toch een warmwaterblaas met een heel zacht fleece omhulsel voor warme voeten. De nachten worden al wat kouder. Leo beweert dat ik bezig ben mezelf onafhankelijk te maken van hem.

 

 

 

Cabanas de Tavira  28 november 2013
De rotsalgarve hebben we verlaten. We zitten al enkele dagen in de zandalgarve. In Faro geen rotsen te bespeuren en je ziet ook geen zand want het zand en de duinen liggen kilometers verder. Vanop het land, enkel de lagunes en moerassen zover je kan zien. Tijdens een korte verkenningswandeling (terwijl Leo kookte) maakte ik enkele foto’s van zeilboten voor anker in de vaargeulen tussen de moerassen. Een handige verkoper vertelde (in alle talen) dat ik de ferry moest nemen naar Ilha Deserta, dwars door het natuurgebied Ria Formosa. Om half twee vertrok de boot. Ik toonde mijn horloge waarop het al twee uur was. Blijkt dat ze in Portugal een ander uur hebben! Na 20 dagen Portugal komen we dat te weten! Die dag dus geen boottocht maar wel een bezoek aan de kathedraal met, jawel, een beklimming van de klokkentoren. Het entreegeld voor de kathedraal kostte één konijn. Die uitspraak zal je van Leo nog vaak mogen verwachten sinds we in de Lidl een konijn kochten voor drie euro. De dag daarna namen we wel de ferry. Het kostte ons drie konijnen maar we vonden het zijn geld waard. Beetje spijtig dat het vloed was. Bij eb zouden we waarschijnlijk meer vogels gezien hebben. Maar we hebben wel voet gezet op het meest zuidelijke punt van Portugal.
Na Faro kwam Olhao met een bescheidener klokkentoren maar het kostte maar een half konijn en het uitzicht was ‘anders’. De huizen in het oude stadsgedeelte hebben platte ommuurde daken, met dakterrassen en op sommige wordt geleefd, wappert de was en staan plantenbakken. Verder zijn de gevels van veel huizen van onder tot boven bekleed met faience. Ik heb geprobeerd Leo te vertellen dat het azulejo’s zijn, maar voor hem blijft het faience. Hoe dan ook, het was prettig door de straatjes te dwalen en telkens weer verrast te worden door pittoreske plaatjes.
Ondertussen hebben we hier ook wolken en wat regen. We staan op een camping voor de was, de plas, de poets…

 

 

Falesia 25 november 2013
De Algarve wordt elk jaar iets kleiner. Onophoudelijk knabbelen de golven aan de rotsen en de zachtste gesteenten moeten er eerst aan geloven met bizarre sculpturen tot gevolg. Wandelend langs de kust kom je overal borden tegen ‘Perigo’. Het pictogram met vallende stenen zegt genoeg. Als je dan ook al eens een deel van een omheining of uitzichtpunt in de diepte ziet liggen word je extra voorzichtig. We zagen al een heel stuk van de kust en elke plaats is weer anders. In het zuidwesten stevige rotsen, in Lagos veel oker, in Albufeira overwegend rood en hier in Falesia ook wit, maar Cabo Carvoeiro was heel speciaal. Ons Mus stond moederziel alleen bij de vuurtoren. Leo sloot onmiddellijk vriendschap met de ‘vuurtorenhond’ en ik ging even op verkenning terwijl hij zou koken. Ik kwam bij ‘sinkholes’, noem het maar verdwijngaten, grote diepe kraters en heel ver beneden hoor of zie je de zee die zich een weg zoekt onder de rotsen door. Indrukwekkend. Na 1 uur een sms: Het eten is klaar! Oei, de tijd vergeten. Die avond bleven we slapen bij de vuurtoren, heel stil.
Soms doen we ook eens iets anders als wandelen langs de zee. In Silves bezochten we de overblijfselen van een Moors kasteel en de kathedraal. En aan de haven van Albufeira huurden we allebei een segway, voor het eerst in ons leven. Eerst kregen we wat uitleg: mooi rechtop staan, relaxen, naar voor hellen is vooruit, meer hellen is hogere snelheid, achteruit hellen is stoppen, te ver achteruit is achteruit rijden… Terwijl ik voorzichtig bochten naar links en rechts probeerde te maken ging Leo er met een forse snelheid vandoor. Ik zag hem achteruit rijden (iets wat de verhuurder afraadde) en ter plaatse ronddraaien. Waw! Handig ding zo’n segway. Maar voorlopig is het hier in Falesia toch weer wandelen geblazen. We vinden het splinternieuwe motorhomepark comfortabel, ruim, groen… en op 7 minuutjes wandelen van de zee. Twee nachtjes dus!

 

 

Silves 20 november 2013
Als je op onze website naar onze whereabouts kijkt zal je merken dat we vanaf Sagres stilaan terug naar het oosten trekken en later ook weer noord. Maar we willen hier niet te vlug weg, eerst nog wat warm weer meepikken. Vandaag is het weer zo’n uitzonderlijke dag. We zitten op een camping nabij Silves, niet ver van Portimao. Het is 24° in de schaduw en onze lakens hangen te drogen tussen de sinaasappelbomen. Dit is al de tweede keer dat er wel wasmachines maar geen droogkasten zijn, in ’t vervolg meer wasknijpers meebrengen.
Als we onze reisgids mogen geloven heeft Portimao het meeste uren zon van de Algarve. Dat was te merken, megahotels, megastrand en ook een mega camperplaats. Je merkt dat sommige campers weken niet van hun plaats komen, zonnepanelen alom, grote schotelantennes, tuinzetels, planten, luifel, zeil op de grond, motor of mini autootje…en er was ook een bar, een restaurantje en een gezelschapslokaal. We krijgen al wat heimwee naar het zuidwesten, dat eigenlijk één groot natuurpark is, waar je vanaf elk strandje langs het kustwandelpad uren kon stappen zonder iemand tegen te komen. Gelukkig gaan de Portugezen dat zo bewaren.
Ondertussen zitten we in de Barlavento, de Rots-Algarve, met zijn bizarre rode en gele rotsformaties, zijn helder water en verborgen idyllische strandjes. Bij Lagos wandelden we van praia naar praia over de wonderbaarlijke kliffen maar ook het oude stadsgedeelte van Lagos met zijn steile, mooie geplaveide straatjes kon ons bekoren. We zagen het zoveelste beeld van Hendrik de Zeevaarder, het fort, de vroegere slavenmarkt en heel veel winkeltjes. Gelukkig worden er geen slaven meer verkocht maar Leo had er anders best eentje gewild om: wat koelte toe te wuiven, de vliegen weg te jagen en op tijd een koud pintje te brengen.

 

 

Sagres 14 november 2013
We stonden vandaag op Cabo de São Vicente. Gedurende eeuwen was dit een magische plek, het einde van de wereld. Nu is het gewoon het meest zuidwestelijkste punt van Europa, maar daarmee verdient het toch nog enkele sterren op toeristisch gebied. En we kwamen een oude bekende tegen. Francis Drake. In Plymouth lazen we bij zijn standbeeld niets dan lof over zijn heldendaden op zee. Hier lezen we, dat hij, als piraat, de zeevaartschool van Hendrik de Zeevaarder verwoestte. Spijtig! Maar de verhalen over de ontdekkingsreizen van de Portugezen spreken tot de verbeelding. Mijmeren dus, als je op Cabo de São Vicente staat en ook even denken aan maten van ons die hier voorbijzeilden op weg naar warmere oorden.
Wij met onze camper genieten vooral van het zalige weer. Al een paar dagen geen wolkje aan de lucht, blote benen en sandalen… In het begin van de reis zorgden we ervoor dat de zon in de woonkamer kwam, nu zorgen we ervoor dat ze buiten blijft, wegens te heet. Prettig zo’n huis dat meedraait met je wensen. Enkele keren hadden we bovendien nog een uniek uitzicht op de koop toe, verlaten plekjes aan zee, paradijsjes, langs onverharde wegen, tussen de surfers…
Sagres is onze eerste plaats aan de zuidkust, blijkbaar heel wat drukker dan de westkust, maar warmer, naar ’t schijnt. We zullen het nemen zoals het komt.

 

 



Zambujeira do Mar 10 november 2013
We hebben ons al een beetje aangepast aan Portugal. Na heel wat uitleg en misverstanden hebben we, op ons hotspotje, mobiel internet voor een maand. We drinken vinho verde, we zeggen obrigado, sim, bom dia en we weten dat we ons geen vragen hoeven te stellen bij verdachte bestelwagens van Polen rond onze Mus. (P=Portugal)
In Estremoz bezochten we de keramiekmarkt, weinig keramiek maar veel antiek, streekproducten, dieren, groenten… We kochten een schotel van olijfhout waarvoor je in Frankrijk het driedubbele betaalt. In de oude bovenstad waagden we ons in de luxueuze poussada omdat onze Michelin gids beweerde dat je van daaruit gratis de donjon kon beklimmen. Het klopte. Een vriendelijke receptioniste wees de weg en opende de deur. De toren was van ons. (Maak u geen illusie, je zal geen filmpje vinden op You Tube.) Mooi! Marmer, overal witte marmer en een prachtig panorama natuurlijk van de stad en het golvende landschap van de Alentejo. Door dat landschap reden we gisteren en vandaag richting Algarve. Eindeloze grasvlaktes met kurkeiken en olijfbomen, meer schapen dan mensen, bijna geen auto’s en kleine dorpjes, ver van elkaar, zonder winkels. Tot Leo plots stopte aan een huis met het opschrift ‘Padaria’. “Een bakker”, zei hij. En het was nog waar ook. Ze verkochten brood. Alleen maar brood. Geen uitstalraam, geen toonbank, gewoon een bak met brood en een vriendelijke vrouw.
Lousal, in the middle of nowhere, deden we aan omwille van de camperplek. Weer een verrassing. Mooie ondergelopen steengroeven en een oude pyriet mijn met een modern interactief museum.
Nu staan we weer aan zee, de Atlantische Oceaan deze keer.
 

Estremoz 7 november 2013
’s Avonds wordt het te vlug donker naar onze zin. We zouden er iets aan kunnen doen door vroeger op te staan want ’s morgens liggen we nog in bed als het al licht is. Gelukkig is het nog warm genoeg om onze avondwandeling te doen, in het donker, zonder jas. In Gruissan moesten we wel opletten om niet weggeblazen te worden door de felle windstoten. Woensdag, op weg naar Spanje, kreeg ons Mus er ook goed van langs. Leo stelde voor de zeilen te reven en de koers iets te verleggen. Ik was al blij dat het wegdek niet begon te golven. Na de Pyreneeën was het gelukkig gedaan met de wind en konden we vlotjes Spanje ‘oversteken’. Niets dan lof over de autovia’s. Zonder tol en toch bijna altijd comfortabele wegen met veel rijstroken, weinig verkeer en prachtige landschappen op de koop toe.
Nu gaan we dus ons eerste nachtje slapen in Portugal in Estremoz. Net voor we de stad inreden zagen we overal marmergroeven. Impressionant! Maar hier midden in de stad maakt het marmer al even veel indruk, een enorme parking, van marmer, met marmeren boordstenen… mooie historische gebouwen en… campers zijn welkom. We voelen ons goed in Portugal maar we begrijpen niets van wat ze op de radio vertellen, net Russisch.

 



 

Sète 3 november 2013
Het is hier nog altijd zomers en het is weeral enkele dagen geleden dat we nog gedruppel hadden. Na 4 duiken en 5 nachten aan de zee trokken we het binnenland in, want met Allerheiligen kan je in St. Cyr-sur-Mer op de koppen lopen. De camperplaats van Cuges-les-Pins was net wat we zochten, vooral rust. Ons duikgerief lieten we drogen in de zon, ons Mus kreeg een poetsbeurt, we speelden wat met het katje van de buren en voor de rest was het genieten. Genieten van de zon, van een baguette, van een glaasje wijn en vooral genieten van het feit dat we kunnen genieten.
We speelden het ook weer klaar om Mus en Tipi een nachtje samen te laten slapen. Onze camper en die van mijn zus, zij aan zij op de camperplaats van Greasque. Wij even vanuit de Var naar het noorden en zij vanuit de Jura veel kilometers naar het zuiden. Altijd een magisch moment om mekaar op de afgesproken coördinaten te ontmoeten. Genieten van een kaastafel uit de Jura en wijn uit de Var, maar vooral veel vertellen. En dan weer ieder zijn eigen vleugels uitslaan. Voor ons is dat op ’t gemak richting Spanje. We sliepen vannacht op de camperplaats van Sète en werden gewekt door geklop op de Mus. Meestal springt Leo dan recht maar hij bleef rustig liggen. De kwispelende staart van de border collie van de buren, wist hij te vertellen. Er zijn hier nog meer honden, brave beesten, en soms al eens een kat ertussen. Allemaal vredig naast elkaar, net zoals de camperaars.

 

 

 

St. Cyr syr Mer 28 oktober 2013
Ik vroeg mij al af, of we als zestigplussers, niet stilaan zouden stoppen met duiken. Maar Leo liet de duikflessen keuren en beloofde mij dat we niets zouden doen  waar ik geen zin in had.
En ondertussen zitten onze eerste twee duiken er al op. Eentje -18 m en eentje -35 m. Heel relax. Niet te veel volk op de boot en een rustige zee. We gingen voor anker bij Ciotat boven mooie tombants, waar je diep kan maar niet diep moet duiken. Allemaal perfect. Een stel duikers was tot op -50 m geweest. Daar ligt een steen met de diepte erop. Dat hoeft voor ons niet. Op -20 waren de begroeiingen, de vissen en de twee murenes die we zagen al ruim voldoende. Het water was 20° C en helder, wat wil je nog meer.
Eén minpuntje. Leo zijn duikcomputer (anno 1990) heeft de geest gegeven. We stonden er al stom van dat ie het nog jaren bleef doen na een eigen herstelling. Maar een defecte druksensor maakte nu onverbiddelijk een einde aan dit prehistorisch ding. Liever dan een duikcomputer te huren heeft Leo maar meteen een nieuwe gekocht. Nu moet hij zich onder water nog voorbeeldiger gedragen want deze computer registreert elk foutje. Te lang op diepte, te snel gestegen… en hij is strenger dan de mijne. Dat vind ik goed, veiligheid voor alles.
Boven water is ook alles naar wens. Overdag 27°C en om te slapen hebben we het eigenlijk liever frisser. Geen stormwinden hier zoals in België, maar zaterdag, onderweg naar het zuiden, werd onze Mus wel heen en weer geschud. We dachten al dat de Mistral het hier zou verknoeien maar het is gelukkig heerlijk zomers. Leo wil hier blijven wonen.

 

2012

Anduze  22 november 2012
Onze laatste plaats aan zee was Stes. Maries-de-la-Mer. Twee jaar geleden, op 11 november, kon je daar op de koppen lopen. Nu was het heerlijk rustig en de zon was, na twee dagen wolken, weer van de partij. Zalig!
De toren van de kerk, daar mochten we niet op want die stond in de steigers. En het levensgrote beeld van een stier bij de arena, daar mocht je ook niet op. Ik had het nochtans graag gedaan voor een foto. “Kijk eens hoeveel vet er aan zijn edele delen hangt,” zei ik tegen Leo. “Kijk eens hoeveel vet er op zijn rug hangt,” zei Leo tegen mij. En hij voegde er nog aan toe: “Om er niet op te kruipen.” En toen wilde hij ook nog weten of ik altijd eerst naar de ballen kijk.
De kerk daar mocht je wel in en dat was een verrassing. Buiten een heel licht en sober gebouw en binnen aardedonker. De ramen zijn eerder schietgaten. Heel de bedevaartkerk is volgepropt met schilderijen, beelden, kaarsen, info… Als je alles wil bekijken en lezen ben je een tijdje zoet. In de crypte heb ik een kaars laten branden voor al onze dierbaren.
Stes. Maries-de-la-Mer was een aardige plaats maar Leo schoot niet op met de muggen, die het, zoals altijd, vooral op hem gemunt hadden. De dag nadien trokken we dus weer verder, nu naar het noorden, langs de Petit Rhone. Na een oponthoud in St. Gilles hebben we nog even Anduze aangedaan, uit nostalgie. Zowat heel mijn familie heeft hier ooit gekampeerd. We klommen naar het kasteel van Tornac, kochten wijn in de cave, bewonderden het pagodefonteintje en zwierven langs de Gardon, te voet en ook per Mus.
Nu gaat het rustig huiswaarts. Er zijn dingen die op ons wachten.

 

 

Palavas-les-Flots  18 november 2012
We slapen al enkele nachten bij havens. In Sainte Marie-Plage stond er een duidelijk verbodsbord voor mobilhomes maar we durven dat soms negeren, zeker als er nog bestelwagens staan. Dan zijn we voor de gelegenheid geen camper. Een discreet plaatsje zoeken, even afwachten, een wandelingetje… En als niemand ons wegjaagt blijven we staan.
De camperplaats van Cabanes de Fleury, aan de monding van de Aude, ligt midden in een prachtig natuurgebied. Aan de rechteroever, waar wij stonden, waren de houten steigers kramakkelig, maar wel schilderachtig. De aanloop van de rivier leek me te doen. Ik moet altijd even aan onze She denken als we bij een haveningang staan. Sommige haventjes die we zagen zou ik liever niet aanlopen.
Nu staan we op de grote, comfortabele camperplaats van Palavas-les-Flots. Aan de bemande receptie vertelden twee vrouwen ons, dat enkel campers toegelaten waren en we moesten het kunnen bewijzen met een officieel document. (Onze camouflage lijkt het dus prima te doen!) Wij terug naar de Mus achter ons inschrijvingsbewijs. Daarop staat ‘kampeerwagen’. Het kostte Leo trouwens heel wat geloop om dat woordje daar te krijgen. ‘Kampeerwagen’ is het Nederlands woord voor ‘Camping-car’ vertelden we. Maar ze waren nog niet overtuigd. Er moest tenminste één raam zijn. Dus ging Leo met één van de vrouwen naar de stuurboordzijde van onze Mus waar het grote raam zit.
En toen mochten we ons inschrijven. (Jaak, misschien toch maar een raam steken in uw camionette?)
Gezellig plekje hebben we, met zicht op bootjes, eenden, meeuwen en af en toe een witte reiger. Er is elektriciteit, er zijn warme douches en er is ook heel wat te zien in Palavas. Daarstraks zaten we 45 m hoog op de ‘Phare de la Mediterranee’. We blijven nog een nachtje.
 

 

Argelès-Sur-Mer   14 november 2012
Het geluid van de branding in Leucate maakte plaats voor het huilen van de wind. De Tramontane? Krachtige wind alleszins want onze Mus stond te dansen. En, landwind, want alle golven waren verdwenen, geen gespeel meer met planken in de zee. Wij verplaatsten ons rijdend huis naar de oevers van l’ Etang de Leucate. Leo zorgde ervoor dat we vanuit de ‘living’ zicht hadden op het meer, dat we wel de zon binnen kregen maar niet de wind. Dat we niet altijd 100 % waterpas staan, daar kunnen we mee leven.
Gisteren, in Port Vendres, zagen we de zeilboten driftig aan hun landvasten trekken, piepende fenders, heen en weer wiegende masten… Oef, blij dat ik nu niet in een rollend huis hoef te wonen. Een wat speciale haven, daar in Port Vendres, oceaanreuzen, vissersboten en pleziervaart, vlak bij elkaar. En op de kade netten, meters hoog, zoals we er nog nooit zagen. Het rode havenlicht op zijn hoge stalen poten, vonden we ook wel iets hebben.
Maar nomaden trekken verder. Vandaag bezochten we Collioure en nu slapen we ‘wild’ bij de haven van Argelès-Sur-Mer. Vanuit onze Mus zien we het groene en rode licht van de haveningang pinken.


 

 

 

Leucate  10 november 2012
Onze herfstvakantie is dit jaar vooral relaxen in het zachte zuiden, niet te ver van België. We slenteren in de Languedoc van de ene plaats naar de andere. Waar we ons goed voelen blijven we nachtje langer, zeker als er wat te wandelen valt. Gruissan kreeg van ons een paar sterren: bootjes kijken, klimmen naar de kasteelruïne boven het oude stadje, wandelen naar het schiereiland van de cabanes (paalwoningen) en… een mooi gelegen camperplaats met warme douches.
Nu staan we in Leucate, ook niet mis. Overdag kan de deur open zodat we de musjes tot vlak voor onze Mus kunnen lokken met broodkruimels. We amuseren ons daar geweldig mee. Een halve baguette hebben ze al weggepikt. En Leo ontdekte dat ze geplette kattenbrokjes ook een lekkernij vinden. Voor de rest kijken we naar de golven, drinken een glaasje wijn, lezen wat en we klommen ook tot op de kaap. Als ’s avonds de surfers weg zijn hebben we het strand voor ons alleen. Geen geluiden, alleen de branding.

 

 

 

 

Gruissan    7 november 2012
Dinsdag deden we een trektocht door de Camargue, maar niet op eigen benen. Leo had me zover gekregen een ‘Promenade a cheval’ te doen. Bij de inschrijving vroeg men naar onze ervaring. Geen! Pas de problème. Voor de tocht van 1 uur waren we wel te laat en dus werd het eentje van 2 uur. Eén begeleidster voorop, daarachter Leo op Gauloise, dan ik op Napoleon en na mij nog drie onervaren ruiters. Toen de paarden zich in beweging zetten vroeg Leo nog waar de ‘start’ en ‘stop’ knop zaten. Maar we moesten helemaal niets doen, de paarden  zouden braafjes op een rij de gids volgen. Tot we bij het eerste struikgewas kwamen, de gids stapte verder maar onze paarden gingen eigenwijs de struiken in en begonnen te eten. “Laat ze niet eten, kom in een rij!” Net alsof wij wisten hoe we dat moesten doen.
We liepen drie kwartier door moerassen, door zand, modder, water en langs bossen. Buiten het feit dat Leo z’n portefeuille op de grond viel, verliep alles vlot. Dan liepen we drie kwartier langs de zee. Dat was best impressionant en spannend want er lagen bergen opgewaaid zand met daartussen waterpartijen. Bergaf deed Napoleon het altijd heel voorzichtig en als we bergop moesten liepen de paarden even. Soms zakten ze met hun hoeven diep in het zand en soms waadden ze tot aan hun knieën door het zoute water. De mistral deed het spatwater meters wegvliegen. Van het rondvliegend zand hadden we deze keer geen last, daarvoor zaten we hoog genoeg. Of de paarden het leuk vonden weet ik niet maar ze snoven regelmatig. Na de gure wind aan zee waren de beschutte moerassen een verademing. Toen we terug bij de stallen kwamen, toonde Gauloise zich de slimste. Hij stapte zonder aarzelen de hooischuur binnen, onder luid protest van Leo weliswaar. Wat wil je, met een groentje op je rug kan je eens buiten de lijntjes.
Ondertussen zijn we een dag verder. Met nog wat stijve spieren zijn we afgezakt tot Gruissan in de Languedoc. Stralende zon, mooie camperplaats. We kunnen van hier de Pyreneeën zien.

 

 

Aigues-Mortes 5 november 2012
Zaterdag kwamen er wolken en wind en golven en uiteindelijk ook regen. De boot ging goed te keer toen we uitvoeren om te duiken. Gelukkig was de duikstek wat beschut en hoewel we ook onder water heen en weer zwierden werd het toch een verrassend, mooie duik in een afwisselend onderwaterlandschap met veel vissen. Maar we besloten het hier bij te laten omdat men voor zondag nog meer wind voorspelde. Met wat spijt in het hart namen we afscheid van Patrick. We vinden het knap dat de prijzen voor de bootduiken al drie jaar niet gestegen zijn, zeker nu, met de duurdere brandstofprijzen en de investering van de nieuwe boot. We voelen ons hier thuis. Tot de volgende keer dan maar…
Ondertussen blijven we wel wat rondhangen in Zuid-Frankrijk. Zondag overnachtten we in Greasque waar we het mijnmuseum bezochten. De tachtigjarige gids, een ex-mijnwerker,
maakte het bezoek de moeite waard. Bij het zien van antraciet moesten we terugdenken aan onze kindertijd. Elk gezin had een steenkoolkachel. Wat hebben wij de wereld zien veranderen! 
En nu gaan we slapen in Aigues-Mortes met zicht op de omwalling. Het was gezellig slenteren in de smalle straatjes en bij het standbeeld van Louis IX probeerden we ons voor te stellen hoe het eraan toeging toen men hier vertrok op kruistocht.

 

 

 

St. Cyr sur Mer    2 november 2012
Ondertussen is het hier ‘blote armen weer’. Geen verwarming meer nodig en als we op de boot zitten met ons duikpak aan zijn we blij dat we in het water mogen om af te koelen. 18° is het zeewater. Daarmee zijn we meer dan tevreden. Twee duiken hebben we al gedaan. Gisteren doken we op Les Rosiers bij Ciotat. Als je het ons vraagt één van de mooiste duikplaatsen hier. Je kan er tot 45 meter diep maar dat hoeft niet, want op 20 meter is er ook al veel leven. Het probleem was dat mijn duikcomputer geen kik gaf dus had ik er geen idee van hoe diep we zaten, hoe lang we daar nog veilig konden blijven, hoe lang we al weg waren… Gelukkig duik je nooit alleen en ik moest dus blindelings vertrouwen op Leo en zijn computer. Af en toe nam ik zijn arm wel eens vast om te kijken hoe diep we zaten. Voor het inpakken van het duikgerief vertrouwt Leo dan weer op mij. Ik overloop mijn lijstje en ben dan zeker dat ik niets vergeet. Bleek dat ik, dit jaar, de vinnen van Floris meeheb in plaats van Leo zijn vinnen. Daar is Leo niet zo gelukkig mee, want hij kan er minder snelheid mee maken. Voor mij is dat dan weer beter. Ik kan hem makkelijker volgen. Maar ik mag niet klagen. We doen het heel relax en blijven de hele tijd dicht bij elkaar. Ook het stijgen met de parachute vandaag, ging voorbeeldig. En mijn computer werkt weer. Leo heeft hem opengedaan, gereinigd en een nieuwe batterij geplaatst. Er was water in gekomen.
Het is hier druk in de duikclub. Patrick vaart met de twee boten. De ene komt toe, de andere vertrekt. De grote houten boot ‘Pilote Garnier’ waarmee ik in 1987 voor het eerst dook is op pensioen. Ze hebben een nieuwe ‘L’Aquanaute’, super snel, met twee motoren van 250 pk. We hebben al van het comfort mogen proeven.

 

 

31 oktober 2012 St. Cyr sur Mer  31 oktober 2012
Door ronddwarrelende herfstbladeren zijn we naar het zuiden getrokken. Mijn vader heeft de bladeren nog zien verkleuren, maar de kale bomen zal hij niet meer zien. We waren bij hem, twee weken geleden, toen hij vertrokken is voor zijn allerlaatste rit. Het was dus met een speciaal gevoel van heimwee dat ik de zo vertrouwde plaatsen, als in een film, voorbij zag schuiven: Ardèche, Cevennes, de Var…
Niets beter om tot rust te komen dan er tussen uit te trekken, de Mus, Leo en ik, geen verplichtingen, alles nemen zoals het komt. Voor het vertrek had Leo de Mus nog even onder handen genomen, een waxbeurt, een tweede zonnepaneel en schotjes in de kasten om het keukengerief beter op zijn plaats te houden. En voor haar tiende verjaardag kreeg ze ook nog nieuwe remmen vooraan. We deden het onderweg heel relax, lang slapen, tijd nemen om uitgebreid te eten en we vonden rustige overnachtingsplaatsen. Eén keer sloeg de schrik ons om het hart toen er plots een auto vlak voor ons de weg opdraaide, we zaten nochtans op een voorrangsbaan (N7). Dit was de zwaarste noodstop uit al onze Mussenjaren. Maar de Mus stopte extra kort met rokende banden. Oef! En geen rondvliegend meubilair. Van de waksbeurt is niet veel meer te merken omdat we modderige binnenbaantjes kozen bij een omleiding. En de zonnepanelen zijn momenteel zo goed als werkloos. Het stormt hier, 8 tot 9 bft en soms 10. Gelukkig noord, dus zitten we wat beschut achter de Alpen. Mer très forte. Voorlopig geen duiken

 

 

 

20 december 2011 Millery
Zaterdag stapten we van op de gratis camperplaats langs de Sorgue, stroomopwaarts, naar de wonderlijke bron. We vonden ze op het einde van een smalle, hoge canyon. Een groot gat met daarin stilstaand water. Klinkt niet spectaculair. Maar als je weet dat het hier om een verticale trechter gaat van 308 m diep, dan bekijk je het met andere ogen. Van in 1878 zijn duikers afgedaald om de geheimen te ontsluieren. Alleen in de lente en de herfst stroomt het water hier naar buiten. Wij waren omgeven door stilte. Toen we bij het terugwandelen het water weer hoorden bruisen ben ik over het hekken gekropen om te zien of ik één van de constante bronnen kon vinden. Horizontale vertakkingen van de trechter laten het water heel het jaar de vrije loop.
Fontaine de Vaucluse was een goeie plek om nog even te vertoeven. Daarna trokken we elke dag een stukje noordwaarts richting België. Dat voelden we. ’s Morgens ontwaken met ijs op de voorruit of sneeuw op het dak. Vandaag reden we de hele dag door dichte mist maar hier in Millery kwam de zon nog even tevoorschijn, net genoeg voor een zonsondergang in de Moezel. Morgen naar Affligem!


 

 

 

16 december 2011  Fontaine de Vaucluse
Volgens de weerberichten krijgen we vandaag een koufront over ons. Het heeft al wat geregend maar gisteren scheen de zon nog. Die raakte echter niet tot bij ons omdat we op de steile noordflank van het Massief de la St. Baume zaten. We volgden een stukje van de GR 9, een klim van 240 m naar het bedevaartsoord van de heilige Madeleine, een kerk in een grot. Unieke ligging en prachtig panorama, zelfs zonder zon. En goed voor de conditie. Eveneens voor onze conditie, gingen we dinsdag baantjes trekken, in het zwembad van Sanary. Voor zo’n gelegenheden heb ik altijd badmutsen mee, maar dat was niet verplicht. Groot bad en lekker warm. Heerlijk. Ik heb ook even aan mijn vroegere job moeten denken. Een juf liet haar kinderen op de bus stappen na het schoolzwemmen en ondertussen zwaaide ze met een handdoek en een paar kousen. Dat hebben we dus gemeen met de Fransen.
De Var hebben we al achter ons gelaten. We zijn nu in Fontaine de Vaucluse. Morgen gaan we op zoek naar de mysterieuze bron van de Sorgue.

 

 

 

 

St. Cyr sur Mer   11 december 2011
Van de Italiaanse Riviera ging het naar de Côte d’ Azur en nu zijn we weer in de Var aanbeland. Het voelt een beetje zoals thuiskomen. Patrick van het duikcentrum kende ons nog en we boekten meteen een duik. Deze morgen om negen uur stonden we paraat, zonder kerstmuts weliswaar. De andere duikers hadden er wel allemaal één op. Het was wat frisser dan in november maar we hadden het toch nog behaaglijk in onze 7mm pak. In Kroatië zagen we geen enkel duikcentrum dat open was. We hadden bovendien helemaal niet de behoefte in het water te gaan, wegens te koud. Misschien beschermen de Alpen dit gebied? In ieder geval is het hier veel zachter. In St. Tropez deed ik aan zeewandelen. Tot aan de heupen in het water en zo een tijd door de zee stappen. Daarna lekker drogen en opwarmen in de zon. Voor gewone wandeltochten is het nu ideaal. We wandelden een stuk van de sentier littoral in St. Tropez en we klommen naar de kapel van Notre Dame du Mai op Cap Sicié. Een nachtwandeling bij volle maan deden we ook, en nee, Leo verandert niet meer in een weerwolf.

 


 

 

Diano Marina 6 december 2011
Op onze weg naar de Italiaanse rivièra  maakten we nog een ommetje langs Mornese. Een plaatsje in de bergen waar ik absoluut naartoe wilde om me nog even dicht bij Zr. Odette te voelen. In mei dit jaar ging ze van ons heen, veel te jong. Mornese was voor haar een magische plek waar ze met veel liefde over sprak. Ik wilde de sfeer ook wel eens proeven. Leo bleef in de Mus. Kloosters zijn niet echt zijn ding. Ik belde aan bij de zusters en zei via de parlofoon: ‘Visita, casa, Maria Mazzarella’. Als je overal een a achter zet klinkt het Italiaans. De poort ging open en een kwartiertje later zat ik bij zes supervriendelijke zusters aan tafel voor het middagmaal. Prettig als je deel uitmaakt van die grote Don Bosco familie. Ze hadden begrepen dat ik nog een ‘amigo’ had en Leo moest mee naar het geboortehuis van Maria Mazzarello, de stichteres van de zusters. Daarna ging het naar de kerk, dan handendrukken en arrividerci.
Van in Mornese was het ongeveer 50 km tot aan de Middellandse Zee maar de gps koos binnenbaantjes. Eerst borden die waarschuwden voor bochten, vallende stenen, putten… dat zijn we gewoon. Dan borden, verboden voor vrachtwagens van 5 ton, verboden voor voertuigen van meer dan 9 meter, afbrokkelende bermen… Dan word ik ongemakkelijk. Toen Leo vroeg of ik foto’s wilde maken van de smalle bergweg had ik daar absoluut geen behoefte aan. De zon was trouwens al achter de bergen en dan wordt het vlug donker.
We zijn nu alweer onze 2de nacht aan zee en vooral de zachtere temperaturen doen deugd.

 

 

Novi Ligure 4 december 2011
Leo en ik voelen ons goed, op, in, of dicht bij de zee. Maar nu doen we het met de Po. Dat is ook veel water, heel veel water. Komt het door de wekenlange tocht van Lief en Jos langs de Loire? Ik raakte in ieder geval in de ban van de Po en ging op de kaart van Italië zoeken naar de bron. Die ligt in de Alpen tegen de Franse grens. Daar willen we nu niet zijn want we hebben geen winterbanden. Maar we komen de Po regelmatig tegen op onze tocht naar het westen. Zaterdag zochten we een gerestaureerde watermolen. We vonden de Mulino sul Po, maar niet op de oever, hij dreef op het water. Nooit gezien! Spijtig genoeg was hij niet in werking. In de cafetaria meenden we wel een lichtje te zien. Een uiterst vriendelijke, zware, dame deed de deur open en ratelde er op los. We haalden onze hele woordenschat boven ‘bon jorno, aperto, chiuso’ en kregen twee koffies. Ze deed er grote stukken cake bij. ‘grazie, arrivederci’
Een rustig plekje voor de nacht vonden we aan de kerk van Felonica, een nietig dorpje langs de Po. Terwijl Leo kookte liet ik in de kerk (12de eeuw) een kaarsje branden. Hier tenminste nog echt vuur en geen elektrisch lichtje. Toen ik terug aan ons Mus kwam begon het te regenen. Dat komt ervan als je kaarsen laat branden, zei Leo.
Deze morgen pikte ik nog de Italiaanse zondagsmis mee en daarna reden we uren door dichte mist. Maar we kunnen wel tegen een stootje na al die weken zon.    

 

 

Mesola  2 december 2011
Leo wilde het San Marco plein wel eens met eigen ogen zien en dus liepen we op 1 december door Venetië. Voor mij was het de tweede keer maar Venetië blijft steeds opnieuw bekoren. Elke straat, plein, kerk, brug, gondel… heeft verrassende details en een eigen verhaal. Je kan er blijven ronddwalen. Voor de kampeerders onder jullie wil ik graag de camping op Fusina aanbevelen, rustig gelegen en elk uur vaart er een boot naar Venetië. Voor 10 euro kan je heen en weer. Leo vond wel dat het geluid van de motor niet helemaal OK was en hij was ook niet lovend over de stuurman. Verder vond hij het niet eerlijk dat ik niet gilde als er boten rakelings naast ons voeren. Als hij aan het roer staat doe ik dat dus wel.
En vanmorgen gilde ik toen hij over een berg zand reed. We sliepen op een parking die half onder het duinenzand verstopt was. Leuke plek om slipoefeningen te doen vond Leo. Zoals een kind dat graag in de plassen loopt, liet hij de Mus geen ommetjes maken rond de zandhopen. Gelukkig raakten we niet vast. Later op de dag liet hij ons Mus nog stuntjes uithalen want ik wilde de monding van de Po zien. We hebben zowat 100 km door de delta gereden, langs hele kleine dorpjes, naast lagunes, rietvelden, dijken, akkers, vissersbootjes…

 

 

 

Cavallino Treporti  29 november 2011
Borden om aan te duiden dat campers niet welkom zijn kennen we ondertussen in alle talen en vormen. Maar hier in Cavallino, bij een kleine parking in de duinen met zicht op zee, stond een bord waar we even werk mee hadden. De Italiaanse uitleg sloegen we over. Gelukkig was er ook Engels. Campers mogen hier staan als ze: alleen maar met 4 wielen de grond raken, als er niets vuil gemaakt wordt en als er geen uitsteeksels zijn zoals open ramen of trapjes. Wij voldoen aan al de voorwaarden en staan hier helemaal alleen. Heerlijke plek.
De voorbije nacht stonden we op de Don Bosco camping bij Lido di Jesolo, ook helemaal alleen. Het was niet alleen de naam die ons aangetrokken had maar nog meer de douches. We waren de enige klanten maar de uitbater zorgde voor warm water. En de katten van de camping lustten de Kroatische brokjes maar wilden niet gestreeld worden. Leo had dat al snel begrepen maar ik heb een vinger in de pleisters.
Zondag waren we te Grado, meer water dan land, kanalen, bootjes alom en ook een gezellig stadscentrum. Op de camperparking ontmoetten we een Duits stel, dat al zes jaar onderweg was met een omgebouwde vrachtwagen. Moest Leo geld te veel hebben dan wilde hij ook zoiets…

 

 

 

Mali Losinj 24 november 2011
Ondertussen hebben we ons Mus ook eens over de Adriatische zee laten varen. We bezochten het eiland Cres en namen daarvoor de ferry van Krk naar Cres. Het noorden van Cres is eigenlijk één groot natuurpark. De inheemse vale gieren zijn er beschermd. We hebben grote vogels zien zweven maar we zagen nog meer schapen. Je snapt niet hoe ze iets van eten kunnen vinden tussen de rotsen. We zitten hier in het land achter Gods rug. Toen God bijna klaar was met het scheppen van de aarde smeet hij alles wat hij nog over had op een hoop (Den Doolaard). Stenen hebben ze hier genoeg. Een paar olijfbomen of wijnstokken zijn altijd omgeven door muren van kunstig gestapelde stenen.

Ik ben blij dat Leo nog altijd de chauffeur wil zijn zodat ik de hele tijd kan rondkijken naar al die uitzonderlijke landschappen. We reden tot Mali Losinj, ten zuiden van Cres, naar camping Kredo ons aanbevolen door de Duitser met de schnaps. Van Kredo onthouden we de prachtige ligging, de mooie wandelingen maar toch ook de poezen en de gekwetste meeuw. Ze aten zij aan zij. We weten niet welke dieren nog gaan komen bedelen maar met onze laatste kuna’s hebben we kattenbrokjes  gekocht.

 


 

Drage  22 november 2011
De camping in Stobrec is het hele jaar open en heeft alle voorzieningen maar er is geen toeloop van overwinteraars zoals in Spanje. We stonden met z’n vieren aan het strand in de zon: wij, de Belgen, de Australiërs, de Duitsers met de megacamper en de Zweden. De Duitser kwam regelmatig een babbel doen en trakteerde met zijn zelfgebrouwde schnaps waarvan Leo niet dronk maar ik wel! Na tien dagen zon kwamen de wolken en iedereen vertrok behalve de Zweden. Wij trokken naar het natuurpark van Krka. Niettegenstaande de bewolking, was de wandeling langs de meertjes, stroomversnellingen en watervallen toch de moeite. In het begin durfde ik nog wel eens afwijken van het plankenpad maar nadat we het infopaneel over de slangen zagen, bleef ik braafjes op de weg.
Ondertussen hebben we al viermaal geslapen op gesloten campings. Hier in Drage kwam de uitbater even langs, na zijn kantoorbaan. Vriendelijke man. We mochten gratis blijven staan maar gaven toch een fooi. Het was een heerlijk plekje aan een beschutte baai, ’s nachts pikdonker en muisstil. Vanuit de Mus zagen we de lichtflitsen van een zuidboei. Leo voelde zich direct thuis.

 

 


 

Stobrec (Split) 20 november 2011
Kroatië heeft in november wel toeristen. Blijkbaar zitten ze allemaal in Dubrovnik. Ze komen er toe met bussen, met cruiseschepen, maar niet met campers. Die worden al ver voor de oude stad vriendelijk verzocht weg te blijven. Gelukkig vonden we een prima oplossing. Van op onze picknick plaats, hoog boven de stad merkten we dat je via een wandelpad naar beneden kan. Afdalend hadden we bovendien een prachtig zicht op de oude stad.  Net als alle andere toeristen slenterden we langs de fraaie monumenten en we liepen alle kerken in en uit. Dat ze de stad na de bombardementen van 91 en 92 zo mooi konden herstellen, daar kunnen we alleen maar bewondering voor hebben. We sloten ons bezoek af met een wandeling van bijna 2 km over de vermaarde omwalling. De mensen beneden leken wel mieren. Dubrovnik had ook een minder prettige verrassing voor ons. We dachten de veerboot te nemen naar Bari in Italië. Op die manier konden we ook de Italiaanse kant van de Adriatische Zee proeven. Maar het kantoor was leeg. Uiteindelijk vonden we iemand van de douane die een beetje Engels sprak en vertelde dat de veerdienst naar Bari twee weken geleden stopte. Zuid-Italië zal voor een andere keer zijn. Terug richting noord door Kroatië dan maar

 

 

 

Stobrec (Split)  18 november 2011
We volgen al enkele dagen de E 65, de ‘Magistrale’, geen autosnelweg maar de Kroaten vlammen er op los. Niet gezellig als je weet dat de snelheidsbeperkingen regelmatig van 90 naar 60, naar 50, 30 of 20 springen. We zitten dus nogal eens met een vrachtwagen aan onze bumper gekleefd. Nochtans, de politie is hier wel actief, gewapend met speedgun. Maar afgezien van dit alles is het een prachtige kustweg. Bij Makarska reden we langs bergen tot 1700 m hoog met hun voeten in de zee. Impressionant. Met de zon er nog bij is dat genieten.
Genieten van de zon deden we ook op de camping bij Split. Voor het eerst haalden we onze zeteltjes uit om buiten te zitten. We hebben veel geluierd, gewandeld, terrasjes gedaan, gelezen… Maar we bezochten ook de Romeinse ruïnes van Salona. Het leek er weer op dat we de hele nederzetting voor ons alleen hadden tot we bij de resten van een basiliek kwamen. Er zaten twee jonge moeders en hun peuters speelden voetbal op de plaats waar verschillende christelijke martelaren aan hun eind kwamen. Wie loopt er hier over 1000 jaar?

 


 

 

Split 15 november 2011
We wisten dat je in Kroatië niet wild mag kamperen. In Istrië kregen we vroeger al eens nachtelijk bezoek van de politie. Nu moet je weten dat we geen problemen hebben met campings, ware het niet dat ze hier bijna allemaal gesloten zijn. Maar de voorbije nacht sliepen we in Tribanj (streek Zadar) toch op een gesloten camping. De hele kleintjes hebben geen poorten of slagbomen en dat hadden we natuurlijk opgemerkt. We vonden een knus plaatsje op twee meter van de zee. Na een tijdje kwam er nog een sprinter toe. Een Oostenrijker met zijn vriendin. Ze kenden elkaar nog maar één week. Het klikte en hij wou haar Dubrovnik laten zien. Dus even heen en weer met een sprinter zonder accommodatie. Als herinnering aan deze speciale ontmoeting namen zij een foto van ons en wij eentje van hen, op de springplank boven de zee. Bij het afscheid nog wat wensen wederzijds en dan verder naar het zuiden. Prachtige route!
Deze keer was de camping, bij Split, die we vooraf selecteerden, wel open. Vier sterren, aan de zee, internet… Hier blijven we even.

 

 

 

 

Krk 13 november 2011
Krk leek een verlaten stad, tralies voor de winkeltjes en meer katten dan mensen op straat. Straatjes die bovendien zo smal waren dat de zon niet de kans kreeg om alles wat op te vrolijken. En denk maar niet dat er beschutting was voor de bora. De kerken waren op slot maar we deden nog een poging om de Romeinse mozaïeken te vinden. In een kil straatje van amper een meter breed vonden we het kleinste café dat we ooit zagen en bestelden twee koffies om op te warmen. De eigenaar, kop en nek groter dan wij, begon ijverig over ‘zijn’ mozaïeken te vertellen. Na de koffie nam hij ons mee naar ‘zijn’ museum. Prachtige mozaïek van Triton, de onderwatergod? Eens was dit de vloer van een bad. We dwaalden terug in de tijd. Ook de elfde eeuw bezochten we maar dan wel in de Lucia-kerk te Baska. Daar vond men een grote steen met glagolitische tekens. Een Kroatisch schrift. Voor ons twee werd het video-zaaltje geopend en na de film gingen we met een gids naar de kerk. Dat allemaal voor amper drie euro. En ik vermoed dat we de enige klanten waren die dag.
Maar het meest zijn we toch onder de indruk van de natuur die hier vele gezichten heeft, van onherbergzaam tot lieflijk, water, eilanden, bergen… altijd verrassend. Leo moet op de onmogelijkste plaatsjes parkeren omdat ik foto’s zou kunnen nemen.

 

 

 

Krk   11 november 2011
De overnachting te Les Issambres zullen we niet vlug vergeten. Nog maar eens een onweer met alles erop en eraan. De stortregens die niet van ophouden wisten en de windvlagen die de Mus lieten schudden maakten dat we weinig sliepen. Gelukkig stonden we ’s morgens nog netjes op vier wielen. Later, boven Monaco, leek het alsof de rukwinden ons van de baan wilden blazen. Met duizelingwekkende afgronden naast je, is dit niet bepaald ontspannend. Te Menton was de brandweer druk doende om keien te ruimen die de golven op de rijbaan smeten. En van Genua hadden we al genoeg rampbeelden gezien op internet. Daarom trokken we de bergen in, weg van de zee. Het traject naast de wildkolkende Roya was spectaculair met rotsformaties waar mijn dochter geoloog wild van zou worden. Na de bergen volgde de Povlakte, met de zon deze keer. Een verademing.
Venetië lieten we rechts liggen. Slovenië ging vlot, maar aan de grens voor Kroatië wilde men toch de Mus inspecteren. Ze geloofden blijkbaar niet dat het een camper was.
En nu zitten we op het eiland Krk. Op het eerste zicht een paradijs maar er blaast een venijnige wind. De bora!

 


 


Les Issambres   7 november 2011
De Var kent de zwaarste overstromingen sinds 20 jaar. We hebben het weer goed weten te vinden. Gelukkig is voor ons de last beperkt gebleven tot rukwinden, stortregens, donder en bliksem… Meestal vonden we een beschut en veilig plekje voor de nacht. Maar hier op de camperplaats van Les Issambres staat ons Mus te schudden in de wind. We staan zeker 100 m van de zee maar het schuim vliegt soms tot hier. Leo dacht een meer beschutte plaats te nemen op een lager niveau maar de uitbater wilde dit niet. Sommige mensen hier, moesten hun lager gelegen huizen al verlaten.
Gelukkig gaat de wind af en toe liggen en blijft het ook wel eens enkele uurtjes droog. We slaagden er zondag zelfs in een stuk van de sentier littoral, op Presqu’ile de Giens, te doen samen met de zon. En ons Mus hoefde nog niet door het water te rijden behalve die ene keer toen ik dichter bij de flamingo’s wilde komen.
Volgens het weerbericht komen er nog twee ‘moessondagen’.

 

 

 


St. Cyr sur Mer   5 november 2011
Op Allerzielen begon het te regenen. Voor het duiken maakte dat niet veel uit. Nat word je toch. Er kwam ook een forse wind opzetten. Maar toch waren de duiken aangenaam en comfortabel. Een hele boot, voor maar zes duikers. Zalig! Het waren wel allemaal ervaren duikers en telkens werd er gedoken zonder anker. In het blauw naar beneden en in het blauw naar boven, zonder houvast. We worden er ervaren in. En Leo kan het al zonder handen. We waren al te water gegaan toen hij zijn blote handen toonde. Ik riep naar de schipper: “Leo a oublié ses mains!” Onmiddellijk werden zijn handschoenen gesmeten. Er zal nog wel gepraat worden over de Belg die zonder handen dook. Een andere keer werden we gedropt op – 29 m. Toen we na de ‘korte’ duik vertelden dat we liever niet zo’n diepe duiken doen, omwille van het gaatje in mijn hart waren de mededuikers akkoord om de volgende dagen ondiepere locaties op te zoeken. Maar vrijdag zorgde een 7 tot 8 bft ervoor dat de boot in de haven bleef.
Mijn zus Lief en Jos stuurden smsjes over wolkbreuken, rivieren buiten oevers, omgevallen bomen, donder bliksem… maar ze kwamen toch heelhuids in St. Cyr sur Mer.

Zaterdag kregen wij ook ons deel van het noodweer. Jos en Leo waren, met Tipi, in Ciotat, op zoek naar voordelig mobiel internet terwijl mijn zus en ik vanuit de Mus naar de surfers zaten te kijken. Plots barstte de hel los. De golven werden afgeplat door stortregens, het zicht werd nihil, de Mus stond te schudden, de bomen probeerden te overleven… Toen Leo en Jos veel later terug kwamen hadden wij al bijna een fles wijn achterover geslagen.
Afwachten maar wat de weergoden de volgende dagen zullen brengen.

 

 

1 november 2011   St. Cyr sur Mer
Onze She staat op het droge, Mussentijd dus.
Na 5 maanden prius met automatische versnellingsbak was het even wennen: met de handrem vertrekken op een helling, ontkoppelen, versnellingen… Voor Leo natuurlijk geen probleem, rijden is één van zijn favoriete bezigheden. Hoewel ik me liever laat rijden, stond ik er toch op ook wat kilometers voor mijn rekening te nemen, kwestie van het niet af te leren.
Het duiken zijn we ook nog niet afgeleerd. Alhoewel de eerste duik best spannend was. Op de boot merkte ik dat de slang van mijn ontspanner tekenen van sleet vertoonde. Je wil het niet meemaken dat die onder water ontploft. Vraag het maar aan mijn zus. Ik begon dus al ongerust aan mijn duik. En na zoveel duiken met ons twee, speelden we het toch klaar elkaar onder water, op 20 meter diepte, te verliezen. De scheiding duurde gelukkig maar enkele minuten.
Ondertussen is de slang van mijn ontspanner al vervangen en de tweede duik op Les Rosieres bij Ciotat was heerlijk ontspannend.
Boven water is het hier momenteel ook genieten van een zalig zuiders weertje.

 

 

 

Rosas  25 februari 2011 

We rijden naar het noorden. ’s Morgens gaan de chauffage en de jeans weer aan. Zo’n 1200 km zijn we nog van huis maar we kunnen absoluut niet voorspellen hoelang we daarover zullen doen. ’t Hangt o.a. van het weer af en hoe we gezind zijn. Bovendien maak ik af en toe ruzie met de gps. Dan krijgt Leo het op z’n zenuwen en komen we op plaatsen waar we helemaal niet wilden komen zoals in een winkelwandelstraat!!
Dit zal waarschijnlijk ons laatste mailtje zijn. Ten eerste ben ik de Millennium trilogie van Stieg Larsson aan ’t lezen en al mijn ‘vrije’ tijd gaat daar naartoe. Ten tweede is onze maand vodafone bijna voorbij. We beginnen nu aan enkele dagen zonder internet. Dus… nu nog vanuit het zonnige Rosas in Noord Spanje, volgende keer vanuit een koud Affligem. Dat veronderstellen we althans.


 

 

 

Denia 21 februari 2011 

Onze Musvakantie heeft een andere wending genomen. De reisgids van Andalusië is opgeborgen en die van de Costa Blanca doe ik gewoon niet open want ik beloofde Leo dat het gedaan is met ommetjes. Geen toeristische bezienswaardigheden meer. We gaan rustig noordwaarts. Nu is het alleen nog zoeken naar leuke plekjes aan zee en daarin zijn we al twee dagen geslaagd. Toen ik Leo vroeg of dit voor hem ‘vakantie’ was, zei hij dat zijn vakantie pas begint als hij aan zijn boot kan gaan werken. Hij droomt er ’s nachts al van. Dus, begin maart hopen we weer in België te zijn.
Onze laatste toeristische bezoeken waren de grotwoningen van Guadix en de decors van Studios Fort Bravo. In de ‘woestijn’ van Tabernas bij Almeria zijn heel wat legendarische westerns opgenomen. Het saloon, de bank, het fort… hebben de filmmakers gewoon achtergelaten. En de zon was alweer van de partij zodat het allemaal nog wat echter leek. In het saloon hebben we zelfs wat cowboy’s zien neerschieten.

 

 

 

Granada  17 februari 2011

Granada by night, dat vergeten we nooit. Op de camping schreven we ons in voor een nachtelijke wandeling door de Albayzin (oude wijk) met zicht op het verlichte Alhambra, gevolgd door een flamenco optreden. Het mini busje was goed op tijd. Maar we hadden niet kunnen vermoeden dat we door de Albayzin zouden wandelen in de gietende regen, onder een paraplu, achter de gids die vertelde dat de Unesco deze wijk als werelderfgoed had verklaard. De  bewoners doen in hun huis wat ze willen maar de buitenkant moet blijven zoals die al eeuwen is. Normaal gezien moesten we ons verplaatst voelen in de tijd maar we voelden ons eerder verplaatst in de ruimte. België, in de regen. De smalle straatjes, geplaveid met keitjes in prachtige motieven, waren veranderd in beken. Doorweekte schoenen, natte jeans! En regenafvoer van de daken was enkele eeuwen geleden ook niet fameus. In het donker waren de waterspuwers niet te vermijden. Dus af en toe gutste het water in je nek. Maar we kwamen zoals beloofd aan de Iglesia de San Nicolas met ‘adembenemend’ uitzicht op het Alhambra. De flamenco bleek uiteindelijk zambra te zijn, een variatie op de traditionele dans die hier ontstond in de grotten van de Sacromonto. Het dansen en vooral het stampen van de zigeuners maakte toch wel indruk want na het derde nummer zei ik tegen Leo: “Ik vind het spijtig dat ze niet zingen.” Waarop Leo: “Hoor je dat gejank niet van diene dikke met zijn lang haar?”
Vandaag bezochten we het Alhambra by day. Ik ga kort zijn: 4°C, nat, doorweekt stadsplan, rottende plattegrond en foto’s van onder de paraplu. Bijna drie uur liepen we door het Alhambra maar op het einde hadden we alleen nog maar oog voor de pijltjes ‘salida’. (uitgang)
Leo heeft voorlopig genoeg cultuur. Alleen de pilsjes van het merk Alhambra kan hij nog verdragen.


Torre del Mar  13 februari 2011 

De rots van Gibraltar beklommen we met de fietsjes. Niet aan te bevelen. Je moet voortdurend opzij voor de toeristentaxi’s. Maar we zijn toch bij de apen geraakt en als fysische oefening kan het zeker tellen.
Daarna stond Ronda op het programma. Tijd voor ons Mus om te laten zien dat ze kan klimmen. De sierra’s (gebergtes) waarin de peublos blancos (witte dorpen) liggen zijn tot 1400 m hoog. Haarspeldbochten, omhoog, omlaag en als er een tegenligger kwam hield ik mijn adem in. Een witte lijn op de uiterste rand van de weg was vaak het enige dat ons scheidde van de diepte. De omgeving was prachtig maar je moest je ogen op de weg houden want verkeersborden met vallende stenen en overstekend wild mag je hier letterlijk nemen. Driemaal moesten we remmen voor berggeiten die overstaken. Gelukkig hoefde ik zelf niet te rijden.
Wat Ronda betreft moeten we de reisgidsen gelijk geven. Het zicht op de brug en vooral vanaf de brug over de kloof is adembenemend. Bijna in elk straatje is er een museum. Wij kozen Casa del Rey Moro. Daar kan je via 365 treden, niet naar boven, maar naar beneden. Je weet, onze fysiek… De Moorse koning liet er een geheime trap uithouwen in de rotsen, tot beneden in de kloof, bij het water. Net als de slaven destijds daalden we af in een nauwelijks verlichte spelonk. Een doolhof. Ik waande mij in de ‘Lord of the Rings’ en verwachtte achter elke hoek een dwerg of trol. Geen panorama beneden. Maar het diepe heldere water, de smalle kloof en de blauwe lucht helemaal bovenaan hadden iets sprookjesachtig. Dan weer terug naar boven, gelukkig zonder liters water.
Voor we Ronda verlieten bezochten we nog de arena van de stierenvechters. Niet dat we daar fan van zijn maar het is één van de oudste en mooiste van Spanje. Eén torero heeft er ooit het leven gelaten in de arena van Ronda.  

En nu gedaan met de bergen. We gaan wat rondhangen aan de zee.

  

La Linea de Concepcion  9 februari 2011

We zijn in Tarifa geweest, oog in oog met Afrika, aan de ene kant de Atlantische Oceaan, aan de andere kant de Middellandse zee. En net op het zuidelijkste plaatsje van Spanje trapte Leo zijn rechterpedaal van zijn fietsje, schroefdraad beschadigd… Maar ondertussen fietsen we toch weer.
Van de extra grote golven merkten we niet veel, maar toen we gisteren in de branding speelden voelden we het wel. Ik ben door de golven tweemaal omver gekegeld en Leo die wat dieper in zee durfde heeft er een schaafwonde aan overgehouden. We waren naar de camping te Zahara de los Atunes afgezakt omdat we dringend onze WC moesten lozen. Zalige plek. Kilometers strand aan de voordeur voor ons alleen. Geen wind, lekker warm. En bij de avondwandeling kregen we een verrassende show van een ruiter die met zijn hengst oefeningen deed in de duinen. We misten in Jerez de la Frontera de paardenshows van de Koninklijke Andalusische School voor Paardrijkunst omdat we er op de verkeerde dag waren maar dit was zo mogelijk nog beter. Het paard danste zijwaarts naar links en naar rechts, staart omhoog, hoofd naar omlaag, vlak voor onze neus. Op het einde klapten we in onze handen en de ruiter maakte een buiging. Het paard kreeg klopjes in de nek. Onvergetelijk.
Nu kijken we door onze openstaande deur op de rots van Gibraltar. Wat een kanjer! En wij dachten het Verenigd Koninkrijk te bezoeken met onze fietsjes! We zien morgen wel. 
 

Chipiona 6 gebruari 2011

Chipiona vinden wij een heerlijk plekje. We blijven hier twee nachten om te bekomen van Sevilla. Ons Mus staat op een steenworp van de zee tussen campers en caravans, gratis, zomaar in de natuur. Geen buildings hier, geen restaurants, enkel een houten barak op het strand waar we twee cafés con leche en een koffiekoek kregen voor drie euro. Dit is voor ons meer genieten dan een terrasje in Sevilla. Eigenlijk blijft Leo liever ver weg van een stad maar ik wilde de kathedraal met de Giralda toren zien. De toren van 97 m hoog was vroeger een minaret. Volgens het telsysteem waren we  met 198  mensen op de toren. Geen enkel probleem. Hier geen smalle draaitrappen maar een hellende gang want Emir Abu Jacub, die de toren in 1171 liet bouwen, wilde met zijn paard naar boven kunnen. Na de kathedraal sleurde ik Leo ook nog mee naar het Alcazar. Nu wil hij de eerste dagen geen stad meer zien.
De mensenmassa van Sevilla stond in fel contrast met onze dagen daarvoor. Donderdag wandelden we door de moerassen van de Odiel en vrijdag liepen we met onze verrekijker in het natuurpark van Doñana naar vogels te speuren: ooievaars, flamingo’s, reigers, kwakjes…
Vandaag houden we gewoon strandvakantie. Fietsen, wandelen en luieren. Leo knipte 5 cm van mijn haar en ik ben tevreden over het resultaat. Daarna knipte ik Leo zijn haar maar hij is minder tevreden. Het zal wel weer groeien.

 

Punta Umbria  2 februari 2011

Leo is al goed verbrand in zijn gezicht. Medina Azahara heeft het hem gelapt. Zahara was de lievelingsvrouw van kalief Abderrahman III. Hij liet in 936 voor zichzelf en Zahara een residentie aanleggen buiten Cordoba. Medina Azahara werd een paleisstad met ongekende luxe en pracht. In 1013 werd de stad al verwoest. Wij liepen dus in een ruïne, een doolhof van kamers, gangen, tuinen, pleinen en her en der heropgerichte muren met zuilen en bogen. Dank zij een audiovisuele voorstelling die we vooraf kregen konden we ons met gemak 1000 jaar verplaatsen in de tijd. Een ommetje waard vertelde onze reisgids, en dat was het ook. Maar we kunnen niet alle ommetjes maken die men voorstelt, want dan zijn we een een half jaar onderweg.
Na de cultuur en de archeologie wilden we nu wel eens even naar zee. We vonden een mooi plekje voor de nacht aan het standbeeld van Columbus (Colon) te Huelva. En vandaag bezochten we de Sancta Maria, de Tinta en de Niña, de karvelen waarmee Colon naar Amerika voer. Nagebouwd weliswaar maar wel op ware grootte. Pet af voor Colon. Als we mogen kiezen varen wij toch liever met onze She.
Morgen staat het natuurreservaat van Doñana op ons programma.


 

Cordoba 31 januari 2011

 We hebben al één plaats, met een a als eindletter, van ons lijstje afgewerkt. Als men ons vroeg wat onze bestemming was dan antwoordden we: Cordoba, Sevilla, Ronda en Granada.  Lezend in de reisgidsen komen er altijd meer a’s bij: Huelva, Doñana, Rabida, Almeria…

Vandaag was het dus Cordoba. Van op de camping ‘El Brillante’ vertrokken we met een ‘verkeerde’ lijnbus. We werden dus ‘ergens’ in Cordoba gedropt. Dankzij ons stadsplan en ons oriëntatievermogen raakten we na een half uur wandelen aan de moskee. We kenden de hoefijzerbogen en marmeren zuilen van de reisgidsen maar wisten niet hoe we ons de kathedraal moesten voorstellen. Die is dus echt midden in de moskee gebouwd maar gedeeltelijk open zodat je van tussen de zuilen, in de kathedraal kan kijken en omgekeerd. De kathedraal is mooi maar gelukkig hebben ze toch niet de hele moskee afgebroken want die maakt een overweldigende indruk. De Mezquita is vandaag bovendien nog steeds de grootste gewijde plaats van de islam, op Mekka na. Maar Mekka staat niet op ons verlanglijstje.

Morgen vertrekken we richting Huelva, ons meest westelijke punt. En dan gaan we rustig langs de zee richting oost.

 

 

 


 

 


Voorbij Madrid 29 januari 2011 

We zijn vertrokken naar het zuiden maar er kwam wel wat overleg aan te pas. Leo dacht aan een klein aanhangwagentje voor het duikgerief maar ik stelde mijn veto. De plooifietsjes wilde ik dan wel graag mee, aan de achterdeur, maar Leo vond dat ons Mus dan het uitzicht van een camper kreeg. Als goede Belgen vonden we natuurlijk een compromis. Met wat creativiteit kregen de fietsjes een plaats in de Mus. Het duikgerief bleef thuis maar we hebben wel een surfpak en snorkelgerief mee voor als het ‘kriebelt’. Voorlopig is het echter bibberen. Te Blois, waar we sliepen aan de oever van de Loire was het 2°C maar wel erg mooi.
Gelukkig was de temperatuur in de uitlopers van de Pyreneën ook boven nul, zodat we alleen maar regen kregen en geen sneeuw. Sneeuw zagen we wel op de toppen rond onze camperplek in Legazpi, 70 km over de Spaanse grens. En nog veel meer sneeuw zagen we vandaag ten noorden van Madrid. De Spanjaarden hebben echter goed gestrooid, de wegen waren sneeuwvrij.

Deze nacht slapen we, bij gebrek aan camperplaatsen in de streek, gewoon bij een appartementsgebouw in Ocana. Ze hebben hier wel tralies voor de ramen. Ons Mus heeft dat niet… Sinds enkele dagen wel kettingen op alle deuren.

Morgen richting Cordoba.

Affligem 14 november 2010

De Camargue zonder laarzen, dat gaat. Er zijn paden voor wandelaars en fietsers. Gemotoriseerd mag je er ook op. Tenminste, als je een licht voertuig hebt en als het droog weer is. Zo vertellen toch de waarschuwingsborden.

Er stonden wel plassen maar de zon scheen. Dus namen we, met onze ‘lichte’ Mus, de kiezelweg richting Phare de la Gacholle. Volgens de GPS reden we door zee. Het laatste stuk naar de vuurtoren liepen we te voet maar niet alleen. Zo’n 200 pelgrims, met op kop een groot kruis, liepen een eind voor ons. Ingetogen kon je het niet noemen. Er waren jonge mannen bij met gitaren. Zij vormden huppelend en dansend de achterhoede. Volgens de kaart trokken ze naar Stes Maries de la Mer, 15 km dwars door de Camargue. Ter ere van 11 november?

We hebben even van de Rhône monding kunnen proeven en komen ooit nog wel eens terug naar de ‘Algarve’. Leo vergiste zich maar wat later riep ik dat er nog meer ‘pinguïns’ waren. (flamingo’s) We zullen dat maar bij de normale ouderdomsverschijnselen rekenen zeker. Zolang we beiden even snel aftakelen vinden we dat er niets aan de hand is.

Ondertussen zijn we weer veilig thuis na een nachtje Avignon en Bourg-en-Bresse. We eindigen onze herstvakantie zoals we begonnen zijn, in de regen.

Port-St-Louis-du-Rhône  10 november 2010 

Er kwam een krachtige wind opzetten en het ene front na het andere trekt voorbij. Daarom beslisten we zondag onze laatste duik te doen. Alle duikspullen zijn gedroogd en ingepakt. Maar we rijden nog niet direct noordwaarts, nog even wat rondhangen in het zuiden.

Voor het eerst gebruiken we nu onze campergids. De camperplek te Greasque bij een oude mijnsite was een oase van rust. Spijtig dat het museum net op dinsdag gesloten was. De nacht daarna sliepen we te Carro met ons gezicht naar zee. Ik probeerde foto’s te maken van de machtige golven. Maar dat bulderend geweld en opspattend schuim kan je moeilijk in een stilstaand beeld vastleggen. Leo heeft wel mooie foto’s van de havenkatten maar niet van dat ene moment toen ik er eentje in mijn armen had. Ze spartelde zo hevig dat ik haar maar direct de vrijheid gaf. De krabben van de kat in St. Cyr zijn nog maar net genezen.

Vandaag zijn we toegekomen in Port-St-Louis-du-Rhône. Onderweg kregen we her en der al een voorsmaakje van de Camargue. De verlatenheid van de uitgestrekte moerassen, de roze flamingo’s, afgelegen cabannes in het water, overstroomde wegen… Benieuwd of we hier zonder laarzen op verkenning kunnen.

We staan nu weer op een niet officiële plaats omdat dit plekje veel leuker is dan de camperplaats. Door de open schuifdeur kijk ik op het kanaal van Port-St. Louis naar Golfe de Fos. We staan tussen vissers op amper een meter van het water. Als er een boot voorbijvaart klotsen de golven tegen de oever die ter hoogte van onze Mus al wat afgekalfd is. Ik weet nu al waarvan ik deze nacht ga dromen. 

St. Cyr sur Mer 7 november 2010 

Lief en Jos zijn aan hun trek naar het noorden begonnen met nog een ommetje langs de Camargue. Onze laatste dag samen was wel onvergetelijk. Jos stelde voor een uitstap te maken naar calangue de Sormiou. Toevallig zijn de calangues tussen Marseille en Cassis mijn lievelingsstreek. Volgens de wandelkaart konden we daar bovendien een drie sterrenwandeling maken naar Bec de Sormiou. We waren het vlug eens ook al is het in de omgeving van Marseille niet zo veilig een camper of auto achter te laten. We zouden proberen zo ver mogelijk bij ons doel te komen met de campers. De toegang naar de calangue (soort fjord) loopt over een pas. In het hoogseizoen mogen enkel bewoners de pas over. ‘Gepensioneerden’ hebben het voordeel tijdens het laagseizoen op stap te gaan. Wij mochten er dus over. Maar of we dat ook durfden?? Toen we van boven op de pas de diepte inkeken vonden de vrouwen dat dit enkel geschikt was voor gewone auto’s of nog liever 4x4, zeker niet voor campers. De mannen wilden wel verder. Daar gingen we. Tipi voorop, de Mus erachter. De haarspeldbochten waren maar net te doen, de diepte gaapte. Soms was de weg erg steil en soms erg smal. We kwamen gelukkig heelhuids beneden. Het was een paradijs. Kristalhelder water, rust, een handvol huizen, een haventje… Na die avontuurlijke afdaling bleek de wandeling ook niet alledaags. Drie sterren moet je verdienen. Het was een zwarte wandeltocht met een hoge moeilijkheidsfactor. De beloning was wel in verhouding. Adembenemend. Kortom een dag om te koesteren.

De duiken verlopen ook naar wens, mooie duikplaatsen. Leo gaat regelmatig naar – 40 m. Ik blijf dan een tien meter boven hem hangen. Ik heb me voorgenomen niet meer dieper dan – 30 m te gaan. We hebben ons ook een parachute aangeschaft. Niet om naar beneden te gaan maar om te stijgen. Als de boot niet voor anker gaat blazen we de parachute op. Als ze vanop de boot de parachute zien komen ze ons oppikken.

We hadden ook al enkele keren het voordeel dat ik de enige vrouw aan boord was. Dan hebben Leo en ik al de vrouwendouches voor ons twee terwijl ze bij de mannen staan te drummen. Zalig.

Ciotat  5 november 2010

Sinds mijn zus Lief en Jos hier toegekomen zijn is er heel wat veranderd. Reeds voor hun aankomst hield de regen er mee op. En de stille avonden hebben plaats gemaakt voor uitbundig ‘bijbabbelen’. Als de wijn is in de man komen de tongen los. Wat de wijn betreft zijn we ons aan ’t verbeteren. Jos en Lief bezochten wat ‘wijnboeren’ om het op zijn Vlaams te zeggen. Nu zit de kans erin dat we in ’t vervolg niet meer naar de cave coöperative zullen gaan om onze voorraad in te slaan.

We hebben ook een paar nieuwe leuke plekjes ontdekt om gratis te overnachten. Lief en Jos gaan op verkenning, zwemmen, doen wandeltochten en terrasjes. Leo en ik doen onze duiken en tussendoor verslinden we stripverhalen aan de lopende band. Jos werkt in de stripbibliotheek te Meise en heeft een voorraad mee.

Vandaag is het een duikvrije dag. Mus en Tipi (onze campertjes) staan in de zon op enkele meters van de altijd bewegende zee. We zagen gisteren de zon ondergaan boven Ciotat. Daarna gingen de lichtjes aan op het land, op de boten en aan de hemel. Prachtig decor om te overnachten. Vanmorgen was de golfslag het eerste wat we hoorden. Zalig.

Leo ontdekte dat we hier internet hebben. Dus vlug een mailtje.  

St. Cyr sur Mer    1 november 2010

 We kunnen het nog. Onze eerste duik zit erop.

Als je vooraf met lood en flessen sleurt denk je wel eens: “Wat een sport!” Maar als je daarna tussen vissen en begroeide rotsen zweeft weet je weer waarom je zo nodig je hoofd nog eens onder de waterspiegel wilde steken. Een spiegel was het niet echt. Er stond heel wat deining maar Patrick legde de boot op een rustige plek en alles verliep vlekkeloos. Omdat ik de cardioloog beloofde geen overbodige risico’s te nemen gingen we niet dieper dan 24 m en deden onze opstijging nog langzamer dan gewoonlijk.

Nu zitten we weer lekker na te genieten bij een drankje en de foto’s. Ons onderwater kodakske doet het ook nog steeds.

We hebben maar één probleem en dat is de luchtvochtigheid in onze Mus binnen de perken houden. Het regent al drie dagen onophoudelijk. De straten zijn beken want de riolering hier in St. Cyr is niet te vergelijken met die van ons in België. Laarzen zouden welkom zijn maar voor een herfstvakantie in het zuiden had ik dat niet voorzien.

We missen dus de zon en ik mis ook Trèse die 36 jaar mijn moeder was. Vorig jaar schreven we nog sms-jes waarop zij en onze va altijd enthousiast reageerden. We hadden het hier zo goed, met de hele familie samen, op de camping à la ferme “Bij de boerin”…

We komen je overal tegen Trèse, we blijven aan je denken.

Route    Alle berichten   Logboek     Foto's     Ons Mus     Contact    Reactie sturen    Winlink position