Onze SHE
Bemanning
Thuishaven
Contact
Links
AIS
Reactie sturen Winlink

11 oktober 2010
Het vaarseizoen zit er bijna op. Onze She verhuist op 26 oktober naar het land. Dus nog vlug even profiteren van een zonnig weekend. Dat voorspelde de weerman tenminste maar zaterdagmorgen was er enkel dichte mist. Niet echt uitnodigend om te gaan varen maar Rita zou ons in Breskens verwelkomen met lekker eten en zus Lief liet weten dat ze er ook zou bij zijn, dus... Radar opgezet, AIS ingeschakeld en twee paar ogen speurden oplettend in het rond. We vorderden moeizaam... tegen de wind in, tegen de stroom in. Maar na enkele uurtjes kwam de zon erdoor en meteen kregen we weer landvogeltjes op bezoek. Ze trippelden door de kuip, aten brood, dronken water... en ze werden steeds stouter. Ze sprongen op onze benen, liepen over onze handen en na enkele uren bleef er eentje over. Hij waagde zich zelfs binnen, ging overal eens zitten en liet her en der wat achter. We noemden hem ‘Fladder’. Hij leerde erg snel. Bij een overstag zette hij zich even uit de weg en als we terug op koers lagen kwam hij verder knabbelen aan het brood. Als we fluitgeluidjes maakten keek hij naar ons. We hadden hem al bijna geadopteerd toen er iets onverwachts gebeurde.

 

Twee mijl voor Breskens liepen we een Etap voorbij. De bemanning zwaaide heftig en dus gingen we even dichter. Motorpech, geen koeling meer. Zeilers helpen zeilers. Dat hoort zo. Dus namen we hem op sleeptouw. Fladder was gaan vliegen, de zon ging onder en de tegenstroming aan de Scheldemonding kwam fors opzetten. We hadden nog twee mijl te gaan en onze snelheid was teruggevallen tot 1 knoop (1 mijl per uur). We verwittigden Rita, Fons, Lief en Jos dat ze al mochten beginnen met eten.
Het was best spannend. We bleven zo dicht mogelijk langs de wal omdat de stroming daar minder was maar we wilden wel niet aan de grond lopen. Als de snelheid terug liep gaven we nog wat meer gas maar we wilden natuurlijk onze motor niet opblazen. En we keken op de AIS of we niet moesten uitwijken voor de veerboten. De laatste loodjes waren het moeilijkst: het aanlopen van de haven met de zware ebstroom voor de ingang. Maar Leo deed alsof hij z’n hele leven al boten sleepte en bracht ons veilig binnen. Wat later begonnen we samen aan het voorgerecht want ze hadden toch gewacht.
Zondag begon met een gezamenlijk ontbijt, bijbabbelen, luieren, wandelen... allemaal in de zon. En maandag vaarden we terug maar deze keer voor de wind met alleen een uitgeboomde genua. Op ruim vijf uur waren we in Nieuwpoort. Het heengaan had ons elf uur gekost.

 

Oostende 28 september 2010
Grijze lucht, mist, muts, handschoenen… We zitten niet op tropische wateren maar we voelen ons wel goed in ons vel. Een nachtje vreemd te Oostende in het midden van de werkweek! Zalig! Zo moeten gepensioneerden zich voelen. Een halve kilo ongepelde garnalen van de vistrap versterkten nog dit vakantiegevoel.

De tocht van Nieuwpoort naar hier was nochtans niet echt wat je een mooie zeiltocht noemt. We lagen eerst een tweetal uurtjes te dobberen in windstilte terwijl de stroming ons naar Frankrijk dreef. Maar de zeehond die enkele keren opdook achter de boot maakte veel goed. Hij bleef echter nooit lang genoeg voor een foto. De lijster die neerstreek op de reling bleef wel een hele tijd. Ze zat vlak bij ons. Waarschijnlijk was ze te moe om bang te zijn. We deden heel voorzichtig een overstag om dichter bij het land te komen want we vreesden dat ze zover niet zou kunnen vliegen. Toen ze na lange tijd wegvloog waren we blij dat ze richting land vloog.

 

Nieuwpoort 12 augustus 2010
We vermoeden dat de schoolvakantie voor de Nederlanders er bijna op zit want een hele vloot jachten met Nederlandse vlag zeilde, net als wij, richting Boulogne. Een overvol Boulogne vinden we maar niks en daarom probeerden we Calais nog te halen. Met wat geluk zouden we nog net de zware tegenstroom rond Cap Griz Nez voor zijn. En zo niet, dan konden we nog altijd terug. Er was niemand die ons volgde. Dat geeft altijd het gevoel dat je iets verkeerds doet of tenminste iets eigenzinnigs. Hopelijk klopten onze berekening van de stromingen.
Het lukte. Na nog wat tegenstroom bereikten we omstreeks 19.00 uur Calais. Pas na middernacht zou het water hoog genoeg staan om de marina binnen te varen. Onze laatste nacht van de reis slapen aan een wachtboei, vonden we echter geen straf. We rolden wel wat heen en weer in ons bed toen het tij keerde maar verder werd het een rustige nacht.
En vandaag bereikten we onze thuishaven samen met zwarte, dreigende wolken. Uitzonderlijk mocht ik van de kapitein mijn portoke al drinken voor het aanleggen om de duizendste mijl op ons log te vieren.

 



Dieppe 10 augustus 2010
Na enkele mailtjes van het thuisfront, betreffende de verzorging van mijn vader, zakken we, een beetje sneller dan gepland af naar onze vertrouwde Vlaamse banken. Nu wachten ons nog de gekende Franse havens, gekende routes… maar onderweg toch prettige verrassingen. In St. Vaast leerden we Marc en Enni van de Seagull kennen. Ze waren net bezig hun gevangen makreel te kuisen. We leerden heel wat over het vangen maar ook over het opleggen van  makreel. ’s Avonds waren ze te gast op onze boot en kregen we een zelfgevangen spinkrab cadeau. Die werd onmiddellijk klaargemaakt want we wisten niet goed hoe eraan te beginnen en we profiteerden graag van de deskundigheid van Marc en ook van zijn grote kookpan en zijn kruiden.
Of we ooit leren vissen valt te betwijfelen maar Leo probeert mij wel andere zaken te leren. Gastenvlaggetjes hijsen bijvoorbeeld. Dat behoorde altijd tot zijn takenpakket omdat ik de knoopjes niet kende. Na de bijscholing ‘knopen leggen’ heb ik er dus een werkje bij.

En vandaag in Dieppe heb ik me nuttig gemaakt met rondlopen in de regen: naar het havenkantoor, geld halen, gas zoeken, eten kopen… Leo was na het aanleggen onmiddellijk in slaap gevallen. Zeventien uur was hij in de weer geweest om ons varend huis van St. Vaast naar hier te brengen. Gelukkig onder een prachtige sterrenhemel maar wel erg koud.

 



Cherbourg 7 augustus 2010
De voorbije nacht staken we over van Dartmouth naar Cherbourg, 96,8 mijl, onze langste oversteek met de She Twins. In 1944 deden 485 schepen van de geallieerden hetzelfde. Maar zij hadden veel slechter weer en konden bij de landing niet in een warm, droog bed kruipen.
Gelukkig hadden we deze keer een bezeilde koers, een comfortabele halve wind, geen gevecht met de golven. Natuurlijk hadden we liever sterren gehad in de plaats van motregen maar een mens kan niet alles willen. Het werd dus een inktzwarte nacht. Het schuim rond onze boot was wel sprookjesachtig verlicht door fluorescerend plankton. En de grootste surprise was een spectaculaire dolfijnenshow bij het ochtendgloren ten noorden van de kanaaleilanden. Zeker tien waren er! (Leo beweert twintig, geteld op één hand!) We waren al blij met de sierlijke jan van genten op zee en de zwanen rond de boot in Dartmouth, maar dolfijnen bezorgen je een gevoel van euforie. Onze landing op Normandië kan al niet meer stuk. 

 






Dartmouth 2 augustus 2010
We liggen op de River Dart bij Dartmouth. Heerlijke plek! Hoge oevers, rotspartijen, huizen tegen de heuvels geplakt, kastelen, mooie groene landschappen…
Na weer opkruisen, meer dan 13 uur, met bovendien wat regen en zelfs even mist was het een verademing de beschutte rivier op te varen. Een vriendelijke havenmeester toonde ons een plaatsje naast een 34-voeter in het midden van de rivier. Zoals gewoonlijk verwittig ik dan dat we langszij komen. Deze keer lag de crew van onze toekomstige buur te slapen in de kuip. Ze haastten zich aan dek om onze landvasten aan te nemen. Er volgde een leuke babbel en een uurtje later kregen we een tijdschrift waarin onze She ter sprake kwam.
In Portland hadden we dank zij onze She nog een straffere ontmoeting. Harm en Briëlle kenden onze boot via onze website en kwamen even langs. Hun interesse bleek niet zo verwonderlijk. Ze varen zelf met een She 36 eveneens gebouwd in 1976. We gingen elkaars schip bekijken: Kijk dat is hetzelfde! He, dit is anders! Oh, dat is praktisch. We hadden nog uren kunnen doorgaan. Maar we beloofden hen eens te zullen opzoeken in Zeeland.
Dat is voor later. Eerst willen we hier nog enkele dagen rondhangen. De verkenning van Dartmouth was gezellig, zelfs in de motregen. Na de middag echter, kwam er, zoals voorspeld, zware wind. Kopjes op de rivier, snokkende boten, stootkussens die omhoog kruipen, spatten tot in de kuip en Citroentje die bijna ging vliegen. Dus werd de verdere verkenning van de River Dart uitgesteld tot morgen. Waarvoor mijn dank aan de kapitein.

 


Portland 2 augustus 2010
Drie maal zijn we op White geweest en telkens zaten we midden de zeilwedstrijden van de ‘Cowes week’. Dit jaar dus weer. Een heksenketel. Kleine bootjes, grotere en nog grotere… Honderden!!! En allemaal gaan ze voortdurend overstag. Je weet niet waar eerst te kijken. Om van mijn gezaag vanaf te zijn had Leo het voorzeil al wat ingerold zodat hij zelf 360° kon kijken. Mijn aanwijzingen van wat er onder het zeil zat, waren te paniekerig. Toen we er dan ook nog twee zagen botsen was voor mij de maat vol. Telkens als er eentje rakelings passeerde zuchtte en jammerde ik tot Leo zei: ‘Ga binnen’. Op het moeilijkste moment stond hij er dus alleen voor. Gelukkig heeft hij het er solo goed vanaf gebracht.
Twee uurtjes later liepen we Yarmout binnen omdat we zeven beaufort kregen. Yarmouth stond niet echt op ons verlanglijstje, toch niet tijdens de Cowes week. Dan zit de haven soms zo vol dat ze niemand meer binnen laten. Maar het welkom was zeer hartelijk. Een vriendelijke jongeman kwam ons in een zodiac tegemoet. Via de marifoon vertelde hij de havenmeester dat een She 36 een nachtje wilde blijven.
Leo: Ken jij de She?
Hij: Natuurlijk, ik ben af een hele tijd op zoek naar een She.
Onze dag kon al niet meer stuk.
En Citroentje mocht na twee jaar nog eens uit de zak om ons aan land te brengen want we hingen tussen twee palen. Leute verzekerd. Wijzelf en het brood dat we kochten bleven toch droog.
Ondertussen liggen we in Portland. Batterijen laden, water tanken, wat klussen en even de toerist uithangen.

 

Chichester 30 juli 2010
Gisteren begon veelbelovend met de juiste wind uit de juiste richting. Maar voor Beachy Head (kaap) werd het weer opkruisen en kwamen we terecht in pretparktoestanden, een combinatie van de wildwaterbaan en de piratenboot.
Dit moest geen uren meer duren. Op de gps werden de laatste mijlen naar Brighton afgeteld. Toen we zagen dat de haven tjokvol lag waren we wat teleurgesteld. Maar de bereidwilligheid van enkele jonge Nederlanders bij het aanleggen en de vriendelijkheid van de Engelsen tussen wie we gestapeld werden,  maakten veel goed. Het hoort er allemaal bij. De zee is van iedereen.
Persoonlijk geven Leo en ik de voorkeur aan rustiger plekjes. Nu liggen we aan een boei te Chichester. Dat is meer ons ding. We hoorden op de marifoon al dat er slechter weer op komst was maar we konden toch nog net droog aperitieven in de kuip. Wel met een dikke fleece en kraag omhoog. Geen zwemmen rond de boot vandaag. Maar we genoten van het uitzicht, de vogels, het drankje en van mekaar. Leo vindt dat ik vlug tevreden ben. Als ik een portoke op heb zijn alle ligplaatsen goed.

 

Dover 28 juli 2010
Wind is het toverwoord.
Te weinig werkt op je zenuwen want je wil vooruit. Te veel is dan ook weeral niet goed natuurlijk. En als de stroming dan bovendien nog wat tegenwerkt duurt een overtocht naar Dover 16 uur in plaats van 12 uur en doe je 81 mijl in plaats van 60.
De voorspelling voor dinsdag, onze eerste vakantiedag, gaf zuidwest. Dat was de richting die we uitwilden. Als zeiler weet je dan dat het moeilijk wordt. Maar tegen beter weten in vertrek je toch en hoop je dat het wel zal meevallen. Niet dus. Het werd een hele dag opkruisen. (zig-zag varen naar de wind toe) De laatste 8 mijl gaven we het zeilen op en heeft onze Yanmar ons recht naar Dover gevaren, rakelings langs de zandbanken van Goodwin Sands en slalommend tussen de Ferry’s. We hopen nog lang te kunnen rekenen op onze trouwe 3-cilinder. Leo heeft hem in Dover een nieuwe riem gegeven. Daarvoor werd het ontbijt een uur uitgesteld. Het belangrijkste komt eerst. Als Leo bij het opstaan merkt dat de motor aandacht vraagt, gaat dat voor alles. Daarna hebben we onszelf ook lekker verwend met een dagje vrij te Dover.

 

Affligem 16 juli 2010
Op 4 juli is mijn tweede moeder stilletjes van ons heengegaan. De zorg om mensen was de voorbije weken belangrijker dan varen. Maar de dagen die we op onze She konden doorbrengen kwamen we wel even op adem. Een goeie babbel met zeilvrienden kan deugd doen en er zijn altijd wel klusjes te doen. Een boot is een ‘zij’ en heeft dus veel aandacht nodig. De laatste aanwinst is een zelfgemaakte stuurautomaat. Een omgebouwde winch, met motor, bedient de helmstok. Onze tweede mechanische stuurman hebben we Jean-Yves gedoopt. Het motorke is van Jan en het brein (de elektronica) deelt hij met Yves, onze eerste stuurhulp.

Jean-Yves heeft al enkele uren gestuurd en onze She luisterde gewillig. Hopelijk het begin van een lange relatie.

 

 

 

 

Nieuwpoort 27 april 2010
Op 25 april waren de weergoden, ons zeilers, goedgezind. De Seahappening, waar wij aan deelnamen, was een succes. We hadden de smaak te pakken en besloten eens ‘vreemd’ te gaan. Op naar Zeebrugge. Een nachtje vakantiegevoel, maar we moesten wel vroeg uit ons bed om nog wat stroming mee te hebben naar onze thuishaven. Mist, motregen, veel wind, onregelmatige golven, rollende boot, zeilpak aan... we beslisten enkele uurtjes rust te nemen in Oostende. Na het verorberen van een halve kip in de ‘Koekoek’ zag de zee er al heel wat rustiger uit.

Op weg naar Nieuwpoort merkten we dat de stuurautomaat niet luisterde. Weer een werkje voor Leo. Maar toch kon dit de pret niet echt bederven want we waren zo gelukkig met de nieuwe schroef. Al zeilend klappen de bladen van de schroef weg. Geen weerstand dus en dat hebben we gevoeld. Soortgenoten vaarden we vlotjes voorbij. En dat voelt goed!!

 

Nieuwpoort 13 april 2010
Het lijkt alsof we varen maar dat is niet zo. Onze She ligt goed vast in haar box maar het waait zo hard dat we voortdurend bewegen. Doe daar een gure noorderwind bij en je begrijpt dat we nog geen zin hebben in zeiltochtjes. Voorlopig is het dus nog altijd klussen en een babbeltje slaan met lotgenoten.
Voor mijn gemoedsrust zou het nochtans goed zijn als we eens een deftige proefvaart kunnen maken. Leo heeft namelijk de nieuwe vaanstandschroef gemonteerd. Na het ongeluk met de slechte schroef (zie berichten 2009) vorig jaar heb ik natuurlijk een boel rampscenario’s in mijn hoofd. Op het terrein van de winterberging zagen we verschillende boten met een gelijkaardige schroef maar dat kan me maar gedeeltelijk gerust stellen.

Zaterdag vieren we hier in de club de opening van het vaarseizoen. Afwachten wat 2010 ons brengen zal. Wegens gezondheidsproblemen bij mijn ouders zal ik heel wat in de Kempen vertoeven. Maar de dagen dat we samen op onze She kunnen doorbrengen proberen we tot rust te komen en te genieten.

2009 

Nieuwpoort 27 oktober 2009
Onze She staat op pootjes. Wij worden niet meer gewiegd in ons bed.
Ongewoon stil waren we, toen ze over de IJzer naar de Travelift gleed. Als het afscheid nadert staan je zintuigen op scherp. Dan besef je plots ten volle hoe goed het allemaal was: de rust van het water, het spel met wind en golven, de meeuwen, de vrijheid...
Nu begint de andere 'pret'. De kluslijst ligt klaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwpoort 1 augustus 2009
Wat noordelijker, dat werd Pin Mill op de river Orwell. Met de Shewitch overnachtten we daar verschillende keren aan een mooring. Mooie herinneringen. Deze keer heb ik als herinnering een kanjer van een blauwe plek en een gekneusde vinger. De stroming was veel sterker dan ik dacht. Het wordt tijd dat ik beter leer sturen zodat Leo het dekwerk kan doen. Ik was trouwens niet echt gemotiveerd want op de lege boeien stond nergens ‘visitor’. “Ze kunnen niet meer doen dan ons wegjagen”, zei Leo. Een Belg die zijn schip ook aan een boei hing kwam met zijn bijbootje tot bij ons en was dezelfde mening toegedaan. “We blijven”, zei de kapitein. Na een grote porto en een zwempartij zag ik het al veel rooskleuriger. En ’s avonds in de kuip, omgeven door alleen maar natuurgeluiden, beseften we dat dit onbetaalbaar is.
Zaterdag begon met spelevaren op de rivier. We gebruikten alleen de genua maar gingen toch sneller dan soortgenoten met twee zeilen. Leve de gladde romp. (zie vorig jaar) Zo zeilen voor ’t plezier zonder dat je ergens naartoe moet vonden we ook eens leuk. Maar de Fox’s Marina te Ipswich beviel ons niet en toen wilde Leo wel ergens naartoe. Naar Nieuwpoort! Want het waaide en dat hadden we nodig. Overleggen! We hadden geen eten gekocht, geen extra diesel en we zouden na middernacht toekomen. Er werd een consensus bereikt. Met een reef in het zeil wilde de bemanning wel mee. Eens op volle zee ging de reef er echter uit. De wind was goed en 91 mijlen gleden we door de golven. De vuurtorens van Duinkerke en Oostende bevestigden dat onze navigatie goed zat. Om half één schoven we zachtjes onze eigen box in. Thuis!

 

Ramsgate 30 juli 2009
Twee nachten Dover betekende een toeristische uitstap. De Michelingids geeft een wandeling op de White Cliffs 3 sterren en een bezoek aan het Castle met zijn geheime tunnels 2 sterren. De zon scheen, dus met de fietsjes naar de kliffen. In het begin zagen we overal spookrijders maar ondertussen hebben we het links rijden al aardig onder de knie. Op ronde punten fietsen we zelfs spontaan de goeie richting uit.
De driesterrenwandeling van 4 km voerde ons door een machtig landschap naar de vuurtoren van South Foreland. Onze gids daar, was een gepensioneerde zeeman die het entreegeld waard was. En het kasteel van Dover, dat mag zijn sterren houden voor een volgende keer want het is de bedoeling dat we ook wat varen.
Woensdagmorgen om kwart voor zeven vroeg Leo aan de Port Control of we Dover mochten verlaten: “Good morning sir…” Alles volgens het boekje in Engeland. Het werd een comfortabele zeiltocht, voor de wind, naar Ramsgate, enkel op voorzeil. De stroming zorgde voor bijna 2 knopen extra zodat we voor 10 uur al aanlegden in Ramsgate.
Hier hebben ze een prachtig fietspad langs de kust. Dat bracht ons gisteren tot Broadstairs en vandaag naar Pegwell Bay. De uitgestrekte, droogvallende baai is een natuurreservaat. Daar konden we niet naast kijken maar het vikingschip dat hier zou liggen vonden we niet. “Gisteren lag het er nog,” vertelde een 85-jarige man. Hij sprak ons aan in het Vlaams want in 1944, bij de bevrijding, vond hij in België zijn vrouw. Leuke babbel. En op zijn aanwijzingen vonden we het schip.
Morgen varen we nog wat noordelijker en zondag willen we terug naar Nieuwpoort. We proberen tussen de depressies door te glippen. Helemaal gerust ben ik er niet in omdat onze verschillende bronnen niet helemaal hetzelfde voorspellen.  Leo is er wel gerust in want Sofie, onze bootspin, heeft haar web helemaal hersteld.
 



Dover 27 juli 2009
We varen weer, anders wordt de She misschien jaloers op de Mus. Zondag bracht goeie wind ons vlot tot Duinkerke en we besloten dan maar meteen door te varen naar Dover. We hadden dit jaar namelijk toch weer ponden aan boord. Maar tussen Gravelines en Calais begon het te blazen en veel meer dan voorspeld. Ik stelde mijn veto voor Dover. Dus werd het weer Calais. Maar vandaag vaarden we dan toch voor het eerst onder eigen zeil Dover binnen. De eerste kennismaking was wel pittig: witte kopjes, stortregen en dus ook slecht zicht. Maar de voldoening, na het aanleggen, bij een drankje in ons droog huisje is dan des te groter.
Waarschijnlijk blijven we hier twee nachten. We betalen maar de halve prijs omdat Nieuwpoort en Dover, samen met nog meer havens, in hetzelfde clubje zitten. (Transeurope Marinas) Lekker meegenomen! En voor we vertrekken kijken we nog eens naar de spinnenwebben aan de reling. Als de spinnen hun webben ‘reven’ (gaten in maken) verwachten ze veel wind, zo zegt Leo. Ik kijk toch liever op internet voor de windverwachting. Draadloos internet hebben we nu overal en de paraboolantenne zorgt er dan weer voor dat we op ons televisieke Vlaamse posten kunnen ontvangen. De vooruitgang… Wie weet hoe doen we het volgend jaar?  

 

Hemelvaart – Pinksteren
Even een langere adempauze. Tijd om dat ietsje extra.
Op 21 mei gingen we een nachtje vreemd in Oostende. Omwille van een Nederlandse clubuitstap raakten we helemaal ingesloten. Maar de volgende dag hebben diezelfde ervaren Nederlanders met enkele ‘lijntjes’ en wat fenders onze She tussen al die boten doorgeloodst, zonder schrammetje.
Op 23 mei mochten we Fons en Rita met hun Sunshine uit Breskens verwelkomen. Samen met Lief en Jos werd het een gezellige en vooral ‘lekkere’ avond. De dag erna voeren we zij aan zij (voor de fotosessie) naar Zeebrugge.
Met Pinksteren zat de stroming goed om op een deftig uur te vertrekken naar Gravelines. De She Twins was er nog nooit. Doen dus! Door de NO wind en de stroming haalden we 7 en 8 knopen. Gevolg… veel te vroeg aan de streksdammen. Dat werd twee uur rondzwalpen op een nogal ruwe zee. Toen we via de marifoon vroegen of we binnen konden raadde de havenmeester ons aan toch nog een half uur te wachten gezien onze diepgang. Eindelijk was er water genoeg en konden we het kanaal op. Oef. Zalig, geen golven meer, wat een rust.
Bij het aanleggen in box 403 had ik kritiek op de kapitein. De beste stuurlui staan niet aan het stuur weet je. Maar Leo had natuurlijk gelijk! Wat dacht je? Het werd een voorbeeldig aanlegmanoeuvre en na een porto en een pint zaten we vlug weer op dezelfde golflengte.
Wat hebben we vandaag geleerd?
-         Ten eerste: Als je achteruit ergens in vaart weet je zeker dat je er vooruit weer uit kan.
-         Ten tweede: Matrozen zwijgen best bij aanleggen en vertrekken.
-         Ten derde: De kapitein heeft altijd gelijk

 

Woensdag 29 april
We varen weer. De werkzaamheden onder water verliepen vandaag uitzonderlijk voorspoedig. Leo had alles prima voorbereid en na een half uurtje was onze vorige schroef weer gemonteerd. Ze was al gedegradeerd tot decoratie in onze woonkamer maar nu hangt ze dus weer onder de She. Leve de klassieke, onverwoestbare en betrouwbare schroef.
Aangezien onze asielaanvraag op de H weinig kans maakte en we toch nooit geregulariseerd zouden worden, besloten we na een proefvaart terug te keren naar ons eigen volk op de I.

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 26 april
Leo wil met eigen ogen zien wat er nu juist misgelopen is en zoekt, in duikuitrusting, systematisch de bodem af. Er zijn heel wat mensen die een handje toesteken waar ze kunnen. De toeschouwers geven Leo weinig kans om in het donkere water, op vijf meter diepte, in de sliblaag van bijna een halve meter, de schroef terug te vinden. De verbazing is dan ook zeer groot als Leo met de schroef boven water komt. Er blijkt een stuk te ontbreken. Dat zit nog op de as onder de boot. Een constructiefout dus. De bouten zijn niet gelost. De schroef is gewoon gebroken waar het niet mocht. Dan volgt een half uur op en neer met telkens ander gereedschap. Leo krijgt er nog een deel van de schroef af maar het laatste stuk vraagt speciaal gereedschap en dat wordt dus uitgesteld.
En nu? Nog eens duiken om het laatste deel te verwijderen. De vorige schroef er weer op. En dan de paperassen: firma van de schroef, verzekering, tegenpartij…
Ondertussen liggen we op de H tussen veertigvoeters maar kan er niet worden gevaren.

Zaterdag 25 april.
Leo vaart uit met drie gasten voor de Seahappening. Maar verder dan de H steiger komen ze niet. Zoals gewoonlijk laat hij de She langzaam achteruit varen. Zijn motto is namelijk ‘No speed, no damage’. Wanneer hij vooruit schakelt om de boot te laten stoppen blijft die toch achteruit varen. Ze komen tot stilstand tegen de ‘Alibi’ op de H steiger. Bereidwillige handen trekken de She in een lege box.
Schroef verloren! Niet te geloven! Zonder schroef kan je 6,5 ton niet laten stoppen.
Onze splinternieuwe Variprofile vaanstandschroef waar we heel veel positiefs over hoorden en die het zeer goed deed bij de tewaterlating, ligt
ergens tussen de I en de H steiger in het stinkende slib. En… voor het eerst in onze bootcarrière bezorgen we schade aan een andere boot.

2008

Boulogne-sur-Mer 25 juli 2008

Beste lezers en geniepig meevarenden,

Nu ons Liesbeth strike ligt met haar arm kan ik het niet laten om zelf de boel hier over te nemen. Het arme schaap heeft vermoedelijk een ontsteking in het linker schoudergewricht en dat is heel pijnlijk. Zou kunnen, van de gure noorderwind enkele dagen geleden. Ze leeft nu van vervallen pijnstillers en we proberen nu zo snel mogelijk weer naar huis te komen. Daarom zullen we morgenvroeg 4u plaatselijke tijd de laatste trip aanvatten, van Boulogne-sur-Mer naar Nieuwpoort.

Ik mis al een  beetje de bemoeienisssen in de kuip. Vandaag was tenandere de perfecte zeildag, het zonnetje scheen heel de dag, er stond een halve wind van een 12 tal knopen en de zee was bijna glad. In rechte lijn dus van Dieppe naar Boulogne-sur-Mer, dat was nog eens lang geleden.
 

 

 

Dieppe 24 juli 2008

Af en toe heeft ook een zeilboot wat diesel nodig. In Le Havre was het zover. De tanksteiger is er bij laag water met onze diepgang niet te bereiken. Maar volgens de aanwijzigingen van de havenjongen zou het nog net lukken. Onze Nederlandse buren (met nog meer diepgang) vertelden dat ze met ‘kannetjes’ (20 liter) over land zouden lopen. Hulpvaardig als we zijn stelden we hen voor dat er iemand zou meevaren. De buurvrouw vond dat een goed idee en wipte bij ons aan boord met de kannetjes. Onderweg raakten we éénmaal de grond. Enkele meter voor de tanksteiger liepen we vast maar we raakten achteruit los. Terug dan maar. Dat was helaas niet meer mogelijk. Aan de grond. Achteruit, links, rechts… niets hielp. Dan een keertje volle gas. Lukte ook niet. Gevangen dus. Op een steiger met vissersbootjes wezen enkele mannen een plaatsje om aan te leggen. Alleen de punt kon in de box. De buurvrouw en ik holden met fenders over en weer. De vissers hadden hun handen vol met afduwen en Leo improviseerde met de landvasten. Uiteindelijk lagen we min of meer veilig en kon de buurvrouw weer aan land met lege kannetjes maar

11 oktober 2010
Het vaarseizoen zit er bijna op. Onze She verhuist op 26 oktober naar het land. Dus nog vlug even profiteren van een zonnig weekend. Dat voorspelde de weerman tenminste maar zaterdagmorgen was er enkel dichte mist. Niet echt uitnodigend om te gaan varen maar Rita zou ons in Breskens verwelkomen met lekker eten en zus Lief liet weten dat ze er ook zou bij zijn, dus... Radar opgezet, AIS ingeschakeld en twee paar ogen speurden oplettend in het rond. We vorderden moeizaam... tegen de wind in, tegen de stroom in. Maar na enkele uurtjes kwam de zon erdoor en meteen kregen we weer landvogeltjes op bezoek. Ze trippelden door de kuip, aten brood, dronken water... en ze werden steeds stouter. Ze sprongen op onze benen, liepen over onze handen en na enkele uren bleef er eentje over. Hij waagde zich zelfs binnen, ging overal eens zitten en liet her en der wat achter. We noemden hem ‘Fladder’. Hij leerde erg snel. Bij een overstag zette hij zich even uit de weg en als we terug op koers lagen kwam hij verder knabbelen aan het brood. Als we fluitgeluidjes maakten keek hij naar ons. We hadden hem al bijna geadopteerd toen er iets onverwachts gebeurde.

 

Twee mijl voor Breskens liepen we een Etap voorbij. De bemanning zwaaide heftig en dus gingen we even dichter. Motorpech, geen koeling meer. Zeilers helpen zeilers. Dat hoort zo. Dus namen we hem op sleeptouw. Fladder was gaan vliegen, de zon ging onder en de tegenstroming aan de Scheldemonding kwam fors opzetten. We hadden nog twee mijl te gaan en onze snelheid was teruggevallen tot 1 knoop (1 mijl per uur). We verwittigden Rita, Fons, Lief en Jos dat ze al mochten beginnen met eten.
Het was best spannend. We bleven zo dicht mogelijk langs de wal omdat de stroming daar minder was maar we wilden wel niet aan de grond lopen. Als de snelheid terug liep gaven we nog wat meer gas maar we wilden natuurlijk onze motor niet opblazen. En we keken op de AIS of we niet moesten uitwijken voor de veerboten. De laatste loodjes waren het moeilijkst: het aanlopen van de haven met de zware ebstroom voor de ingang. Maar Leo deed alsof hij z’n hele leven al boten sleepte en bracht ons veilig binnen. Wat later begonnen we samen aan het voorgerecht want ze hadden toch gewacht.
Zondag begon met een gezamenlijk ontbijt, bijbabbelen, luieren, wandelen... allemaal in de zon. En maandag vaarden we terug maar deze keer voor de wind met alleen een uitgeboomde genua. Op ruim vijf uur waren we in Nieuwpoort. Het heengaan had ons elf uur gekost.

 

Oostende 28 september 2010
Grijze lucht, mist, muts, handschoenen… We zitten niet op tropische wateren maar we voelen ons wel goed in ons vel. Een nachtje vreemd te Oostende in het midden van de werkweek! Zalig! Zo moeten gepensioneerden zich voelen. Een halve kilo ongepelde garnalen van de vistrap versterkten nog dit vakantiegevoel.

De tocht van Nieuwpoort naar hier was nochtans niet echt wat je een mooie zeiltocht noemt. We lagen eerst een tweetal uurtjes te dobberen in windstilte terwijl de stroming ons naar Frankrijk dreef. Maar de zeehond die enkele keren opdook achter de boot maakte veel goed. Hij bleef echter nooit lang genoeg voor een foto. De lijster die neerstreek op de reling bleef wel een hele tijd. Ze zat vlak bij ons. Waarschijnlijk was ze te moe om bang te zijn. We deden heel voorzichtig een overstag om dichter bij het land te komen want we vreesden dat ze zover niet zou kunnen vliegen. Toen ze na lange tijd wegvloog waren we blij dat ze richting land vloog.

 

Nieuwpoort 12 augustus 2010
We vermoeden dat de schoolvakantie voor de Nederlanders er bijna op zit want een hele vloot jachten met Nederlandse vlag zeilde, net als wij, richting Boulogne. Een overvol Boulogne vinden we maar niks en daarom probeerden we Calais nog te halen. Met wat geluk zouden we nog net de zware tegenstroom rond Cap Griz Nez voor zijn. En zo niet, dan konden we nog altijd terug. Er was niemand die ons volgde. Dat geeft altijd het gevoel dat je iets verkeerds doet of tenminste iets eigenzinnigs. Hopelijk klopten onze berekening van de stromingen.
Het lukte. Na nog wat tegenstroom bereikten we omstreeks 19.00 uur Calais. Pas na middernacht zou het water hoog genoeg staan om de marina binnen te varen. Onze laatste nacht van de reis slapen aan een wachtboei, vonden we echter geen straf. We rolden wel wat heen en weer in ons bed toen het tij keerde maar verder werd het een rustige nacht.
En vandaag bereikten we onze thuishaven samen met zwarte, dreigende wolken. Uitzonderlijk mocht ik van de kapitein mijn portoke al drinken voor het aanleggen om de duizendste mijl op ons log te vieren.

 

Dieppe 10 augustus 2010
Na enkele mailtjes van het thuisfront, betreffende de verzorging van mijn vader, zakken we, een beetje sneller dan gepland af naar onze vertrouwde Vlaamse banken. Nu wachten ons nog de gekende Franse havens, gekende routes… maar onderweg toch prettige verrassingen. In St. Vaast leerden we Marc en Enni van de Seagull kennen. Ze waren net bezig hun gevangen makreel te kuisen. We leerden heel wat over het vangen maar ook over het opleggen van  makreel. ’s Avonds waren ze te gast op onze boot en kregen we een zelfgevangen spinkrab cadeau. Die werd onmiddellijk klaargemaakt want we wisten niet goed hoe eraan te beginnen en we profiteerden graag van de deskundigheid van Marc en ook van zijn grote kookpan en zijn kruiden.
Of we ooit leren vissen valt te betwijfelen maar Leo probeert mij wel andere zaken te leren. Gastenvlaggetjes hijsen bijvoorbeeld. Dat behoorde altijd tot zijn takenpakket omdat ik de knoopjes niet kende. Na de bijscholing ‘knopen leggen’ heb ik er dus een werkje bij.

En vandaag in Dieppe heb ik me nuttig gemaakt met rondlopen in de regen: naar het havenkantoor, geld halen, gas zoeken, eten kopen… Leo was na het aanleggen onmiddellijk in slaap gevallen. Zeventien uur was hij in de weer geweest om ons varend huis van St. Vaast naar hier te brengen. Gelukkig onder een prachtige sterrenhemel maar wel erg koud.

 

Cherbourg 7 augustus 2010
De voorbije nacht staken we over van Dartmouth naar Cherbourg, 96,8 mijl, onze langste oversteek met de She Twins. In 1944 deden 485 schepen van de geallieerden hetzelfde. Maar zij hadden veel slechter weer en konden bij de landing niet in een warm, droog bed kruipen.
Gelukkig hadden we deze keer een bezeilde koers, een comfortabele halve wind, geen gevecht met de golven. Natuurlijk hadden we liever sterren gehad in de plaats van motregen maar een mens kan niet alles willen. Het werd dus een inktzwarte nacht. Het schuim rond onze boot was wel sprookjesachtig verlicht door fluorescerend plankton. En de grootste surprise was een spectaculaire dolfijnenshow bij het ochtendgloren ten noorden van de kanaaleilanden. Zeker tien waren er! (Leo beweert twintig, geteld op één hand!) We waren al blij met de sierlijke jan van genten op zee en de zwanen rond de boot in Dartmouth, maar dolfijnen bezorgen je een gevoel van euforie. Onze landing op Normandië kan al niet meer stuk. 

 

Dartmouth 2 augustus 2010
We liggen op de River Dart bij Dartmouth. Heerlijke plek! Hoge oevers, rotspartijen, huizen tegen de heuvels geplakt, kastelen, mooie groene landschappen…
Na weer opkruisen, meer dan 13 uur, met bovendien wat regen en zelfs even mist was het een verademing de beschutte rivier op te varen. Een vriendelijke havenmeester toonde ons een plaatsje naast een 34-voeter in het midden van de rivier. Zoals gewoonlijk verwittig ik dan dat we langszij komen. Deze keer lag de crew van onze toekomstige buur te slapen in de kuip. Ze haastten zich aan dek om onze landvasten aan te nemen. Er volgde een leuke babbel en een uurtje later kregen we een tijdschrift waarin onze She ter sprake kwam.
In Portland hadden we dank zij onze She nog een straffere ontmoeting. Harm en Briëlle kenden onze boot via onze website en kwamen even langs. Hun interesse bleek niet zo verwonderlijk. Ze varen zelf met een She 36 eveneens gebouwd in 1976. We gingen elkaars schip bekijken: Kijk dat is hetzelfde! He, dit is anders! Oh, dat is praktisch. We hadden nog uren kunnen doorgaan. Maar we beloofden hen eens te zullen opzoeken in Zeeland.
Dat is voor later. Eerst willen we hier nog enkele dagen rondhangen. De verkenning van Dartmouth was gezellig, zelfs in de motregen. Na de middag echter, kwam er, zoals voorspeld, zware wind. Kopjes op de rivier, snokkende boten, stootkussens die omhoog kruipen, spatten tot in de kuip en Citroentje die bijna ging vliegen. Dus werd de verdere verkenning van de River Dart uitgesteld tot morgen. Waarvoor mijn dank aan de kapitein.

 

Portland 2 augustus 2010
Drie maal zijn we op White geweest en telkens zaten we midden de zeilwedstrijden van de ‘Cowes week’. Dit jaar dus weer. Een heksenketel. Kleine bootjes, grotere en nog grotere… Honderden!!! En allemaal gaan ze voortdurend overstag. Je weet niet waar eerst te kijken. Om van mijn gezaag vanaf te zijn had Leo het voorzeil al wat ingerold zodat hij zelf 360° kon kijken. Mijn aanwijzingen van wat er onder het zeil zat, waren te paniekerig. Toen we er dan ook nog twee zagen botsen was voor mij de maat vol. Telkens als er eentje rakelings passeerde zuchtte en jammerde ik tot Leo zei: ‘Ga binnen’. Op het moeilijkste moment stond hij er dus alleen voor. Gelukkig heeft hij het er solo goed vanaf gebracht.
Twee uurtjes later liepen we Yarmout binnen omdat we zeven beaufort kregen. Yarmouth stond niet echt op ons verlanglijstje, toch niet tijdens de Cowes week. Dan zit de haven soms zo vol dat ze niemand meer binnen laten. Maar het welkom was zeer hartelijk. Een vriendelijke jongeman kwam ons in een zodiac tegemoet. Via de marifoon vertelde hij de havenmeester dat een She 36 een nachtje wilde blijven.
Leo: Ken jij de She?
Hij: Natuurlijk, ik ben af een hele tijd op zoek naar een She.
Onze dag kon al niet meer stuk.
En Citroentje mocht na twee jaar nog eens uit de zak om ons aan land te brengen want we hingen tussen twee palen. Leute verzekerd. Wijzelf en het brood dat we kochten bleven toch droog.
Ondertussen liggen we in Portland. Batterijen laden, water tanken, wat klussen en even de toerist uithangen.

 

Chichester 30 juli 2010
Gisteren begon veelbelovend met de juiste wind uit de juiste richting. Maar voor Beachy Head (kaap) werd het weer opkruisen en kwamen we terecht in pretparktoestanden, een combinatie van de wildwaterbaan en de piratenboot.
Dit moest geen uren meer duren. Op de gps werden de laatste mijlen naar Brighton afgeteld. Toen we zagen dat de haven tjokvol lag waren we wat teleurgesteld. Maar de bereidwilligheid van enkele jonge Nederlanders bij het aanleggen en de vriendelijkheid van de Engelsen tussen wie we gestapeld werden,  maakten veel goed. Het hoort er allemaal bij. De zee is van iedereen.
Persoonlijk geven Leo en ik de voorkeur aan rustiger plekjes. Nu liggen we aan een boei te Chichester. Dat is meer ons ding. We hoorden op de marifoon al dat er slechter weer op komst was maar we konden toch nog net droog aperitieven in de kuip. Wel met een dikke fleece en kraag omhoog. Geen zwemmen rond de boot vandaag. Maar we genoten van het uitzicht, de vogels, het drankje en van mekaar. Leo vindt dat ik vlug tevreden ben. Als ik een portoke op heb zijn alle ligplaatsen goed.

 

Dover 28 juli 2010
Wind is het toverwoord.
Te weinig werkt op je zenuwen want je wil vooruit. Te veel is dan ook weeral niet goed natuurlijk. En als de stroming dan bovendien nog wat tegenwerkt duurt een overtocht naar Dover 16 uur in plaats van 12 uur en doe je 81 mijl in plaats van 60.
De voorspelling voor dinsdag, onze eerste vakantiedag, gaf zuidwest. Dat was de richting die we uitwilden. Als zeiler weet je dan dat het moeilijk wordt. Maar tegen beter weten in vertrek je toch en hoop je dat het wel zal meevallen. Niet dus. Het werd een hele dag opkruisen. (zig-zag varen naar de wind toe) De laatste 8 mijl gaven we het zeilen op en heeft onze Yanmar ons recht naar Dover gevaren, rakelings langs de zandbanken van Goodwin Sands en slalommend tussen de Ferry’s. We hopen nog lang te kunnen rekenen op onze trouwe 3-cilinder. Leo heeft hem in Dover een nieuwe riem gegeven. Daarvoor werd het ontbijt een uur uitgesteld. Het belangrijkste komt eerst. Als Leo bij het opstaan merkt dat de motor aandacht vraagt, gaat dat voor alles. Daarna hebben we onszelf ook lekker verwend met een dagje vrij te Dover.

 

Affligem 16 juli 2010
Op 4 juli is mijn tweede moeder stilletjes van ons heengegaan. De zorg om mensen was de voorbije weken belangrijker dan varen. Maar de dagen die we op onze She konden doorbrengen kwamen we wel even op adem. Een goeie babbel met zeilvrienden kan deugd doen en er zijn altijd wel klusjes te doen. Een boot is een ‘zij’ en heeft dus veel aandacht nodig. De laatste aanwinst is een zelfgemaakte stuurautomaat. Een omgebouwde winch, met motor, bedient de helmstok. Onze tweede mechanische stuurman hebben we Jean-Yves gedoopt. Het motorke is van Jan en het brein (de elektronica) deelt hij met Yves, onze eerste stuurhulp.

Jean-Yves heeft al enkele uren gestuurd en onze She luisterde gewillig. Hopelijk het begin van een lange relatie.

 

 

 

 

Nieuwpoort 27 april 2010
Op 25 april waren de weergoden, ons zeilers, goedgezind. De Seahappening, waar wij aan deelnamen, was een succes. We hadden de smaak te pakken en besloten eens ‘vreemd’ te gaan. Op naar Zeebrugge. Een nachtje vakantiegevoel, maar we moesten wel vroeg uit ons bed om nog wat stroming mee te hebben naar onze thuishaven. Mist, motregen, veel wind, onregelmatige golven, rollende boot, zeilpak aan... we beslisten enkele uurtjes rust te nemen in Oostende. Na het verorberen van een halve kip in de ‘Koekoek’ zag de zee er al heel wat rustiger uit.

Op weg naar Nieuwpoort merkten we dat de stuurautomaat niet luisterde. Weer een werkje voor Leo. Maar toch kon dit de pret niet echt bederven want we waren zo gelukkig met de nieuwe schroef. Al zeilend klappen de bladen van de schroef weg. Geen weerstand dus en dat hebben we gevoeld. Soortgenoten vaarden we vlotjes voorbij. En dat voelt goed!!

 

Nieuwpoort 13 april 2010
Het lijkt alsof we varen maar dat is niet zo. Onze She ligt goed vast in haar box maar het waait zo hard dat we voortdurend bewegen. Doe daar een gure noorderwind bij en je begrijpt dat we nog geen zin hebben in zeiltochtjes. Voorlopig is het dus nog altijd klussen en een babbeltje slaan met lotgenoten.
Voor mijn gemoedsrust zou het nochtans goed zijn als we eens een deftige proefvaart kunnen maken. Leo heeft namelijk de nieuwe vaanstandschroef gemonteerd. Na het ongeluk met de slechte schroef (zie berichten 2009) vorig jaar heb ik natuurlijk een boel rampscenario’s in mijn hoofd. Op het terrein van de winterberging zagen we verschillende boten met een gelijkaardige schroef maar dat kan me maar gedeeltelijk gerust stellen.

Zaterdag vieren we hier in de club de opening van het vaarseizoen. Afwachten wat 2010 ons brengen zal. Wegens gezondheidsproblemen bij mijn ouders zal ik heel wat in de Kempen vertoeven. Maar de dagen dat we samen op onze She kunnen doorbrengen proberen we tot rust te komen en te genieten.

2009 

Nieuwpoort 27 oktober 2009
Onze She staat op pootjes. Wij worden niet meer gewiegd in ons bed.
Ongewoon stil waren we, toen ze over de IJzer naar de Travelift gleed. Als het afscheid nadert staan je zintuigen op scherp. Dan besef je plots ten volle hoe goed het allemaal was: de rust van het water, het spel met wind en golven, de meeuwen, de vrijheid...
Nu begint de andere 'pret'. De kluslijst ligt klaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwpoort 1 augustus 2009
Wat noordelijker, dat werd Pin Mill op de river Orwell. Met de Shewitch overnachtten we daar verschillende keren aan een mooring. Mooie herinneringen. Deze keer heb ik als herinnering een kanjer van een blauwe plek en een gekneusde vinger. De stroming was veel sterker dan ik dacht. Het wordt tijd dat ik beter leer sturen zodat Leo het dekwerk kan doen. Ik was trouwens niet echt gemotiveerd want op de lege boeien stond nergens ‘visitor’. “Ze kunnen niet meer doen dan ons wegjagen”, zei Leo. Een Belg die zijn schip ook aan een boei hing kwam met zijn bijbootje tot bij ons en was dezelfde mening toegedaan. “We blijven”, zei de kapitein. Na een grote porto en een zwempartij zag ik het al veel rooskleuriger. En ’s avonds in de kuip, omgeven door alleen maar natuurgeluiden, beseften we dat dit onbetaalbaar is.
Zaterdag begon met spelevaren op de rivier. We gebruikten alleen de genua maar gingen toch sneller dan soortgenoten met twee zeilen. Leve de gladde romp. (zie vorig jaar) Zo zeilen voor ’t plezier zonder dat je ergens naartoe moet vonden we ook eens leuk. Maar de Fox’s Marina te Ipswich beviel ons niet en toen wilde Leo wel ergens naartoe. Naar Nieuwpoort! Want het waaide en dat hadden we nodig. Overleggen! We hadden geen eten gekocht, geen extra diesel en we zouden na middernacht toekomen. Er werd een consensus bereikt. Met een reef in het zeil wilde de bemanning wel mee. Eens op volle zee ging de reef er echter uit. De wind was goed en 91 mijlen gleden we door de golven. De vuurtorens van Duinkerke en Oostende bevestigden dat onze navigatie goed zat. Om half één schoven we zachtjes onze eigen box in. Thuis!

 

Ramsgate 30 juli 2009
Twee nachten Dover betekende een toeristische uitstap. De Michelingids geeft een wandeling op de White Cliffs 3 sterren en een bezoek aan het Castle met zijn geheime tunnels 2 sterren. De zon scheen, dus met de fietsjes naar de kliffen. In het begin zagen we overal spookrijders maar ondertussen hebben we het links rijden al aardig onder de knie. Op ronde punten fietsen we zelfs spontaan de goeie richting uit.
De driesterrenwandeling van 4 km voerde ons door een machtig landschap naar de vuurtoren van South Foreland. Onze gids daar, was een gepensioneerde zeeman die het entreegeld waard was. En het kasteel van Dover, dat mag zijn sterren houden voor een volgende keer want het is de bedoeling dat we ook wat varen.
Woensdagmorgen om kwart voor zeven vroeg Leo aan de Port Control of we Dover mochten verlaten: “Good morning sir…” Alles volgens het boekje in Engeland. Het werd een comfortabele zeiltocht, voor de wind, naar Ramsgate, enkel op voorzeil. De stroming zorgde voor bijna 2 knopen extra zodat we voor 10 uur al aanlegden in Ramsgate.
Hier hebben ze een prachtig fietspad langs de kust. Dat bracht ons gisteren tot Broadstairs en vandaag naar Pegwell Bay. De uitgestrekte, droogvallende baai is een natuurreservaat. Daar konden we niet naast kijken maar het vikingschip dat hier zou liggen vonden we niet. “Gisteren lag het er nog,” vertelde een 85-jarige man. Hij sprak ons aan in het Vlaams want in 1944, bij de bevrijding, vond hij in België zijn vrouw. Leuke babbel. En op zijn aanwijzingen vonden we het schip.
Morgen varen we nog wat noordelijker en zondag willen we terug naar Nieuwpoort. We proberen tussen de depressies door te glippen. Helemaal gerust ben ik er niet in omdat onze verschillende bronnen niet helemaal hetzelfde voorspellen.  Leo is er wel gerust in want Sofie, onze bootspin, heeft haar web helemaal hersteld.
 



Dover 27 juli 2009
We varen weer, anders wordt de She misschien jaloers op de Mus. Zondag bracht goeie wind ons vlot tot Duinkerke en we besloten dan maar meteen door te varen naar Dover. We hadden dit jaar namelijk toch weer ponden aan boord. Maar tussen Gravelines en Calais begon het te blazen en veel meer dan voorspeld. Ik stelde mijn veto voor Dover. Dus werd het weer Calais. Maar vandaag vaarden we dan toch voor het eerst onder eigen zeil Dover binnen. De eerste kennismaking was wel pittig: witte kopjes, stortregen en dus ook slecht zicht. Maar de voldoening, na het aanleggen, bij een drankje in ons droog huisje is dan des te groter.
Waarschijnlijk blijven we hier twee nachten. We betalen maar de halve prijs omdat Nieuwpoort en Dover, samen met nog meer havens, in hetzelfde clubje zitten. (Transeurope Marinas) Lekker meegenomen! En voor we vertrekken kijken we nog eens naar de spinnenwebben aan de reling. Als de spinnen hun webben ‘reven’ (gaten in maken) verwachten ze veel wind, zo zegt Leo. Ik kijk toch liever op internet voor de windverwachting. Draadloos internet hebben we nu overal en de paraboolantenne zorgt er dan weer voor dat we op ons televisieke Vlaamse posten kunnen ontvangen. De vooruitgang… Wie weet hoe doen we het volgend jaar?  

 

Hemelvaart – Pinksteren
Even een langere adempauze. Tijd om dat ietsje extra.
Op 21 mei gingen we een nachtje vreemd in Oostende. Omwille van een Nederlandse clubuitstap raakten we helemaal ingesloten. Maar de volgende dag hebben diezelfde ervaren Nederlanders met enkele ‘lijntjes’ en wat fenders onze She tussen al die boten doorgeloodst, zonder schrammetje.
Op 23 mei mochten we Fons en Rita met hun Sunshine uit Breskens verwelkomen. Samen met Lief en Jos werd het een gezellige en vooral ‘lekkere’ avond. De dag erna voeren we zij aan zij (voor de fotosessie) naar Zeebrugge.
Met Pinksteren zat de stroming goed om op een deftig uur te vertrekken naar Gravelines. De She Twins was er nog nooit. Doen dus! Door de NO wind en de stroming haalden we 7 en 8 knopen. Gevolg… veel te vroeg aan de streksdammen. Dat werd twee uur rondzwalpen op een nogal ruwe zee. Toen we via de marifoon vroegen of we binnen konden raadde de havenmeester ons aan toch nog een half uur te wachten gezien onze diepgang. Eindelijk was er water genoeg en konden we het kanaal op. Oef. Zalig, geen golven meer, wat een rust.
Bij het aanleggen in box 403 had ik kritiek op de kapitein. De beste stuurlui staan niet aan het stuur weet je. Maar Leo had natuurlijk gelijk! Wat dacht je? Het werd een voorbeeldig aanlegmanoeuvre en na een porto en een pint zaten we vlug weer op dezelfde golflengte.
Wat hebben we vandaag geleerd?
-         Ten eerste: Als je achteruit ergens in vaart weet je zeker dat je er vooruit weer uit kan.
-         Ten tweede: Matrozen zwijgen best bij aanleggen en vertrekken.
-         Ten derde: De kapitein heeft altijd gelijk

 

Woensdag 29 april
We varen weer. De werkzaamheden onder water verliepen vandaag uitzonderlijk voorspoedig. Leo had alles prima voorbereid en na een half uurtje was onze vorige schroef weer gemonteerd. Ze was al gedegradeerd tot decoratie in onze woonkamer maar nu hangt ze dus weer onder de She. Leve de klassieke, onverwoestbare en betrouwbare schroef.
Aangezien onze asielaanvraag op de H weinig kans maakte en we toch nooit geregulariseerd zouden worden, besloten we na een proefvaart terug te keren naar ons eigen volk op de I.

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 26 april
Leo wil met eigen ogen zien wat er nu juist misgelopen is en zoekt, in duikuitrusting, systematisch de bodem af. Er zijn heel wat mensen die een handje toesteken waar ze kunnen. De toeschouwers geven Leo weinig kans om in het donkere water, op vijf meter diepte, in de sliblaag van bijna een halve meter, de schroef terug te vinden. De verbazing is dan ook zeer groot als Leo met de schroef boven water komt. Er blijkt een stuk te ontbreken. Dat zit nog op de as onder de boot. Een constructiefout dus. De bouten zijn niet gelost. De schroef is gewoon gebroken waar het niet mocht. Dan volgt een half uur op en neer met telkens ander gereedschap. Leo krijgt er nog een deel van de schroef af maar het laatste stuk vraagt speciaal gereedschap en dat wordt dus uitgesteld.
En nu? Nog eens duiken om het laatste deel te verwijderen. De vorige schroef er weer op. En dan de paperassen: firma van de schroef, verzekering, tegenpartij…
Ondertussen liggen we op de H tussen veertigvoeters maar kan er niet worden gevaren.

Zaterdag 25 april.
Leo vaart uit met drie gasten voor de Seahappening. Maar verder dan de H steiger komen ze niet. Zoals gewoonlijk laat hij de She langzaam achteruit varen. Zijn motto is namelijk ‘No speed, no damage’. Wanneer hij vooruit schakelt om de boot te laten stoppen blijft die toch achteruit varen. Ze komen tot stilstand tegen de ‘Alibi’ op de H steiger. Bereidwillige handen trekken de She in een lege box.
Schroef verloren! Niet te geloven! Zonder schroef kan je 6,5 ton niet laten stoppen.
Onze splinternieuwe Variprofile vaanstandschroef waar we heel veel positiefs over hoorden en die het zeer goed deed bij de tewaterlating, ligt
ergens tussen de I en de H steiger in het stinkende slib. En… voor het eerst in onze bootcarrière bezorgen we schade aan een andere boot.

2008

Boulogne-sur-Mer 25 juli 2008

Beste lezers en geniepig meevarenden,

Nu ons Liesbeth strike ligt met haar arm kan ik het niet laten om zelf de boel hier over te nemen. Het arme schaap heeft vermoedelijk een ontsteking in het linker schoudergewricht en dat is heel pijnlijk. Zou kunnen, van de gure noorderwind enkele dagen geleden. Ze leeft nu van vervallen pijnstillers en we proberen nu zo snel mogelijk weer naar huis te komen. Daarom zullen we morgenvroeg 4u plaatselijke tijd de laatste trip aanvatten, van Boulogne-sur-Mer naar Nieuwpoort.

Ik mis al een  beetje de bemoeienisssen in de kuip. Vandaag was tenandere de perfecte zeildag, het zonnetje scheen heel de dag, er stond een halve wind van een 12 tal knopen en de zee was bijna glad. In rechte lijn dus van Dieppe naar Boulogne-sur-Mer, dat was nog eens lang geleden.
 

 

 

Dieppe 24 juli 2008

Af en toe heeft ook een zeilboot wat diesel nodig. In Le Havre was het zover. De tanksteiger is er bij laag water met onze diepgang niet te bereiken. Maar volgens de aanwijzigingen van de havenjongen zou het nog net lukken. Onze Nederlandse buren (met nog meer diepgang) vertelden dat ze met ‘kannetjes’ (20 liter) over land zouden lopen. Hulpvaardig als we zijn stelden we hen voor dat er iemand zou meevaren. De buurvrouw vond dat een goed idee en wipte bij ons aan boord met de kannetjes. Onderweg raakten we éénmaal de grond. Enkele meter voor de tanksteiger liepen we vast maar we raakten achteruit los. Terug dan maar. Dat was helaas niet meer mogelijk. Aan de grond. Achteruit, links, rechts… niets hielp. Dan een keertje volle gas. Lukte ook niet. Gevangen dus. Op een steiger met vissersbootjes wezen enkele mannen een plaatsje om aan te leggen. Alleen de punt kon in de box. De buurvrouw en ik holden met fenders over en weer. De vissers hadden hun handen vol met afduwen en Leo improviseerde met de landvasten. Uiteindelijk lagen we min of meer veilig en kon de buurvrouw weer aan land met lege kannetjes maar een verhaal rijker.
Van Le Havre naar Fécamp en van Fécamp naar Dieppe kon er gezeild worden, weer opkruisen. Leo deed het solo want ik hou me de laatste dagen binnen op de zetel. Mijn linkerschouder zit vast, veel pijn en mijn arm hangt er maar wat bij. Hopelijk is het geen kwestie van weken kiné zoals enkele jaren geleden. Gelukkig heeft Leo Yves (de stuurautomaat) nog. Ze vormen een goed team. Eén keer maar moest Leo de motor erbij roepen omdat Yves het overstagmanoeuvre  verknoeide. Gelukkig was hij simpel te stoppen door een ‘non’. Na elke overstag verwissel ik binnen van bed om er niet uit te rollen. Toen ik gisteren de golven over de raampjes zag spoelen leek het of ik in een duikboot zat.
Morgen verder noordwaarts.

 

Le Havre 22 juli 2008

We vertrokken te Cherbourg in de motregen, met slecht zicht, maar wel met forse wind in de rug. We haalden recordsnelheden enkel met het voorzeil. Het aanlopen van St. Vaast was nog even vechten tegen windvlagen en witte kopjes die ons wilden terugduwen. De bezoekerssteiger voor de kleine boten (- 12 m) lag goed vol. Er was nog een plekje maar we twijfelden of het niet te smal was. Oef! Juist gepast. Dan de verrassing. De boot die we bijna platduwden was de Tinkie Winkie, onze vroegere buren van de K in Nieuwpoort. Dat werd een gezellige avond.
Van St Vaast naar Carentan was eventjes spannend omdat we over een droogvallend stuk moesten. Daarna vaarden we meer dan 10 km het land in langs een prachtige rivier. We zagen witte reigers, watervogels… en de zeehond niet ver voor de sluis maakte het helemaal mooi.
Carentan was genieten. Heerlijk rustige plek: vogels, vissen, eenden en veel groen. We leerden Mel (68 j) en Marj kennen en babbelden tot ver na middernacht op hun zelfgebouwde boot. Zondag fietsten we naar Ste Mère Eglise (14 km) en bezochten het Airborne museum. Oorlog, wat een waanzin! Na de fietstocht vonden we wat afkoeling bij het verder reinigen van het onderwaterschip. Een Fransman wiens boot al 2 jaar niet ‘bewoog’ kwam vragen om zijn roer en schroef vrij te maken. Alles zat vastgegroeid en hij kon niet meer weg. Na de klus kreeg Leo genoeg euro’s voor een etentje. Toen we maandag vertrokken naar Grandcamp kwam hij ons een prettige nationale feestdag wensen!! We wisten niet eens of er wel iets te vieren viel in België?
Na Grandcamp, ook een Normandische haven achter een poort, zitten we nu in Le Havre. Hier kan je 24u/24u binnenvaren. Morgen verder noordwaarts. Met noorderwind natuurlijk zoals we al gedacht hadden.

 

Cherbourg 18 juli 2008

St. Vaast was nog net zoals in onze dromen. We wandelden tussen de oesterbedden, winkelden, aten onze fruits de mer, liepen in het donker over de pieren, keken naar de vissers… en Leo verwende de motor.
De verplaatsing van St. Vaast naar Cherbourg was weer pittig. We zouden nog eens graag varen zonder dat de kastjes openvallen, zonder dat er water door de verluchters komt en zonder zeiljas. We hebben al veertien dagen W en ZW wind. Dus steeds weer opkruisen, veel mijlen en niet echt vorderen, een zigzagkoers. Voor morgen geven ze een 6 tot 7 bft. Natuurlijk weer west. Het blijft opbotsen. Echt botsen! Als je tegen een grote golf aanknalt lijkt het afsof je iets ramt dat in het water ligt. Het meubilair kraakt, alles wat je vergat vast te leggen vliegt door de boot, water stroomt over het dek en af en toe durft een golf zelfs over de kap komen. De She wordt even afgeremd maar zet zich direct klaar voor de volgende golf. Het kan leuk zijn om te zien hoe mooi ze dat doet en het is natuurlijk spectaculair maar na twee weken willen we wel eens wat anders. Ik heb genoeg blauwe plekken en we kennen de smaak van zout al.
De crew en de schipper hebben dus na rijp overleg beslist Cherbourg als keerpunt te beschouwen. De Franse havens voorbij Cherbourg liggen namelijk aan lagerwal bij deze wind en zijn dan wat moeilijker aan te lopen. Wij gaan in de late namiddag, met de wind in de rug en de stroming mee, terug naar St. Vaast. Van daaruit zullen we proberen wat kleinere haventjes van de landingsstranden te verkennen. Gedaan met wind op kop. We gooien het over een andere boeg.

Wedden dat de wind nu noordoost gaat draaien?

 

St. Vaast 16 juli 2008

In Dieppe bleven we ongewild een dagje meer. Toen we zaterdag wilden vertrekken protesteerde de motor; een raar geluid en blauwe rook. Geen vertrek dus maar nazicht. Leo veronderstelde dat er water bij de diesel gekomen was. Het onderste van de mazouttank werd afgelaten en we schrokken van de hoeveelheid water. Waarschijnlijk binnengekomen langs de ontluchter, door de overslaande golven. Arm motorke. Hij kreeg direct nieuwe filters en we stelden Fécamp een dag uit. Op die manier bleven we op gelijke tred met Fons en Rita van de Sunshine. Van in Calais, waar we elkaar leerden kennen, volgden we hetzelfde traject. Zij waren in Dieppe enkele uren zoet met naaien aan hun Genua. De UV-band was losgekomen. Gelukkig scheen de zon. Het was die zon die ons deed besluiten ons onderwaterschip verder van zijn begroeiing te ontdoen. Met z’n twee deze keer. Na veel opeenvolgende apnees klaarden we de klus, het ruwe werk tenminste. Als het nog eens warm is en als we op helder water liggen en als we er zin in hebben schuren we haar velletje weer mooi glad.
Veertien juli, de nationale feestdag hier, bracht ons onder een stralend zonnetje naar Trouville. Toen we toekwamen ging de poort, die het water tegenhoudt bij eb, net open. Het havenkantoor was al gesloten, een gratis nacht dus met groots vuurwerk maar zonder internet.
Vijftien juli vertrokken we ’s morgens bij het openen van de poort en s’ avonds gleden we door ook een open poort St. Vaast binnen. De Sunshine met de cava, de meloenen, de pastis, is niet meer bij ons maar we drinken nog wel de thee die Rita ons meegaf en onze fruits de mer is al besteld.

 

Dieppe 12 juli 2008

We zijn er weer op vooruit gegaan. In Boulogne-sur-Mer namen we internet via ‘NetABord’. In de grote Franse havens hoeven we niet meer met de laptop op stap. We kunnen nu alles aan boord doen. We hebben onze rekeninguittreksels afgeprint. Nu weten we wanneer het geld opraakt en we dus weer koers moeten zetten naar Nieuwpoort. Leo zou natuurlijk wat kunnen bijverdienen als ‘onderwaterschipreiniger’. In Boulogne ging hij te water om de pokken van onze schroef en kiel te krabben. De coppercompound waarmee hij onze She onder de waterlijn behandeld heeft deugt niet. Dat wordt dus regelmatig zwemmen, duiken en schrapen. Terwijl Leo onder water zat kreeg ik de halve haven op bezoek voor een babbeltje. Boten genoeg om te controleren of te poetsen.
Wij weten nu dat er zowat een koraalrif onder onze boot hangt en dat vermindert de snelheid. Dat is natuurlijk het laatste wat we willen. Gisteren wilden we van Boulogne naar Fecamp. Er wordt gezegd dat zeilen de duurste en langzaamste manier is om ergens te komen waar je eigenlijk niet wilde zijn. Voor ons, geen Fecamp dus maar Dieppe, want met de tegenwind moesten we opkruisen en dan doe je veel extra mijlen. Gelukkig viel het onthaal te Dieppe vrijdagavond best mee. Er hing net een zwarte donderwolk klaar. De boot lag amper vast en al het zout werd al afgespoeld. Als dat geen service is. De regenboog kregen we er gratis bij.

 

Boulogne-sur-Mer 9 juli 2008

Gisteren stonden we vijftig meter hoog op de vuurtoren van Calais en keken uit over de zee. Vandaag zaten we midden in die zee. We hebben ze gevoeld en geproefd. Regelmatig kwam er een golf over onze kap. En het was niet alleen zout. De hemelsluizen gingen ook met de regelmaat van een klok open. Hoewel er maar 4 tot 5 beaufort voorspeld was gaf onze windmeter wel de hele tijd 6 en regelmatig 7. Er waren heel wat bezwarende factoren: ZW dus recht op de kop, langs de kapen Blanc Nez en Gris Nez, met wind tegen stroom… Maar we hebben ook veel troeven. Neem bv. Yves, onze nieuwe stuurautomaat. Die zorgt voor goed bestuur. Terwijl hij het werk doet kunnen wij onder de kap, ook één van onze troeven. En het geluid van onze trouwe motor gaf een veilig gevoel.
We liggen nu in Boulogne-sur-Mer. Blijkbaar zijn de vissers hier al drie dagen niet uitgevaren wegens het slechte weer. Die zijn slimmer dan de zeilers. Wel spijtig voor onze ‘fruits de mer’. Maar de vakantiedagen zijn nog niet op.

 

Calais 7 juli 2008

De meteo voorspelt niet veel goeds. Via de marifoon zijn er geregeld waarschuwingen, vandaag 8 tot 9 beaufort. Dus blijven we braafjes in Calais. Gisteren vaarden er twee boten uit maar ze kwamen beiden terug naar de haven. Voorlopig dus geen straffe zeilverhalen. Alhoewel we op onze reis van Nieuwpoort naar hier een kleinigheid vergeten waren met de nodige gevolgen. Het vluchtluik boven de woonruimte lag gewoon dicht maar was niet vergrendeld. Even nadat we het grootzeil reefden kregen we een kanjer van een golf over ons en ik hoorde Leo roepen: 'We hebben water binnen'. Terwijl ik de trap afsnelde zag ik plassen op de zetel, de tafel en de vloer. Eerst vlug het luik dicht en dan alles zo rap mogelijk opnemen van de lederen zetel want van daar liep het in de kasten. Toen we ons plaatsje in de haven gevonden hadden heb ik alles met zoet water gepoetst want de zetel sloeg al wit uit. Enkele boeken in de kasten zijn getekend voor het leven. Leo is blij dat de instrumenten geen douche kregen. Die zitten namelijk ook aan bakboord en het is net die kant die zeewater te slikken kreeg. Je moet wat geluk hebben bij een ongelukje.
Wij hebben zondagavond een fles schuimwijn gedronken omdat we vinden dat we het nog zo slecht niet hebben: we liggen op een veilig plekje, we kunnen lekker luieren, doen waar we zin in hebben, het is vakantie en we zijn gezond. Een wandeling, een ijsje, lezen, een babbel met lotgenoten, lekker eten, een terrasje, ... We zagen al het stadhuis met de beeldengroep van Rodin, Tour du Guet, Fort Risban en ik probeer mijn cultuurbarbaar ook nog mee te krijgen naar het oorlogsmuseum. Ondertussen schuiven de depressies voorbij.

 

Calais 5 juli 2008

Deze morgen stonden we samen met de zon op om koers te zetten naar Frankrijk. Voor Calais begon de stroming tegen te zitten en net toen kwam er ook een heel donkere lucht, windstoten tot 32 knopen, we hingen te scheef, moesten reven... en Leo heeft dan maar toegegeven aan mijn vraag om enkele dagen vakantie te nemen in Calais. In de kuip waaide de sla van ons bord en voor de volgende dagen ziet het er niet veel beter uit dus we boekten alvast voor twee nachten.
Allemaal een prettige vakantie en tot binnenkort.

 

 

 

 

 

2007

Nieuwpoort 14 oktober 2007

We hebben onze She een nachtzoen gegeven. Dinsdag gaat ze van nat naar droog want volgend weekend hebben we 'verplichtingen' aan land en daarna vertrekken we met onze Mus naar St. Cyr. Dit is dus het laatste berichtje van vaarseizoen 2007. Gisteren zetten we op een heerlijke manier een punt achter de zomer. Heel de week fietste ik door de mist naar school maar zaterdagmorgen werden we in Nieuwpoort wakker met een stralende zon. Vlug vanonder de wol dus. Toen ik terug kwam van de sanitaire bloc was de Shetwins verdwenen. Leo was solo vertrokken! Ik haastte me naar de bezoekerssteiger en was daar net op tijd om onze She te zien binnenglijden van achter de stormmuur.

Op zee was het prachtig, ideale omstandigheden, met muts en handschoenen wel te verstaan maar ook die zalige oneindige rust. Enkel de meeuwen hielden ons gezelschap. Om 17.00 uur, een paar mijl in zee voor Oostende, dook er plotseling een dolfijn op naast onze kuip. Waw! Fototoestel in aanslag en het dek op. Daar aan de boeg! Aan stuurboord! Bakboord! Ik was altijd te laat. Hij (of zij) kwam even boven en dan was het gokken waar hij weer te voorschijn zou komen. Blijkbaar vond hij het prettig spelen in de boeggolf en regelmatig dook hij onder de boot door. Eén keer draaide hij zich om en bekeek ons. Geweldig! Hartverwarmend. En uiteindelijk kregen we toch een stukje dolfijn op de foto. (als bewijsmateriaal)

 

De zon zakte, de zee en de hemel veranderden voortdurend van kleur, de vuurtoren begon trouw zijn taak en wij namen alle beelden en indrukken in ons op om de hele winter mee voort te kunnen. In de haven wachtte ons nog een verrassing. Er stond zoveel ebstroom op de IJzer dat we telkens zijwaarts weggezet werden bij het aanlopen van onze ligplaats. Leo besloot enkele uurtjes de lege plaats van 'Drums of Drake' te nemen. Hierdoor maakten we kennis met onze buren van over 't water.
Vandaag restte ons vervangen van de motorolie, leegmaken van de boot (vlot, zeilen, reservekledij, voedselvoorraad...) en poetsen. De reservekledij zat nog maar net in de auto en mocht er al weer uit. Voor het eerst op al die jaren hadden we ze nodig want Leo duikelde in 't water compleet met portefeuille en gsm. Leo overleefde de niet voorziene duik maar de gsm proberen we nog te reanimeren.
Volgende week staat de Shetwins tussen vriendinnen op het land en kunnen ze elkaar straffe verhalen vertellen. Wij zullen alvast regelmatig een Musweekend inlassen om haar te verzorgen.

 

Boulogne-sur-Mer 18 augustus 2007

Le Havre verlaten doen we altijd met zeilkledij. Ook nu hadden we weer spatten zout in de kuip. En de voorspelde ZW 4 bleek een 6.Toen ik mijn ongenoegen daarover te kennen gaf antwoordde Leo dat ik blij moest zijn want dat we op deze manier geen diesel nodig hadden. Hij voegde er nog aan toe zeker niet te bidden voor minder wind! Rond kaap Antifer waren de golven zoals het hoort voor een kaap. En toen daarna de voorspelde 4 kwam vonden we dat spijtig want met meer wind (en 1 reef) was de boot stabieler op deze zeegang. Al wiegend en rollend dus naar Dieppe met onheilspellende donkere wolken maar af en toe ook de zon. Alles ging naar wens. Leo hoefde zelfs niet te sturen want in Le Havre herstelde hij Jean-Luc. Het tandwiel van de stuurautomaat was mooi in twee gebroken. Eerst secondenlijm, dan een gleufje gemaakt waar hij zeilgaren in snoerde, ook nog wat zeilgaren rond het asje van het tandwiel en mijn bijdrage bestond erin een tikje met de hamer te geven om het wieltje met garen en al terug op zijn plaats te krijgen. Nooit gedacht maar toch gelukt. Benieuwd hoelang deze “voorlopige” herstelling het zal houden. Een nieuwe stuurautomaat had het zonnepaneel al van de top van het verlanglijstje geduwd. Verlanglijstjes en klusjeslijsten zijn er op elke zeilboot. Toch vind ik dat Leo de vorige winter erg zijn best heeft gedaan. Geen problemen deze zomer zoals de vorige jaren met de roerkoning, de lekkende schroefas, vuile mazouttank, olie in de diesel… Toch prettig als je kan vertrouwen op je boot. Maar dat is nog geen garantie voor een zorgeloze zeiltocht. Deze namiddag zeilden we voor de wind naar Boulogne-sur-Mer. Om 15.30 uur zetten we motor bij voor meer stabiliteit omdat de wind te zwak was in verhouding tot de zware zeegang. Om 16.45 uur schrokken we alle twee op toen de motor plots vertraagde, rare geluiden maakte en de helmstok hevig begon te trillen. Iets in de schroef!! De motor moest  rusten. De 5 mijl die ons nog restten zeilden we, maar ze gingen tergend langzaam. Toen we net binnen de havenmuren waren, hoorden we op de marifoon dat de seacat buiten kwam. Wij hielden ons dicht bij de havenmuren waarop de lijnvissers lelijk begonnen te roepen. We raakten uiteindelijk veilig in de marina. Leo dook onder de boot en haalde een zwaar groen visnet van nylondraad van rond de schroef. Een lijn met lood en haakjes zat er ook nog omheen gewonden, geen wonder dat die sportvissers op de pier zo lelijk deden. Oef, opgelost! We hebben weer iets te vieren. Laat de porto maar komen.

 

Le Havre 16 augustus 2007-08-16

Maandagavond zaten we te St. Vaast in het avondzonnetje nog te smullen aan onze fruits de mer toen we de stormwaarschuwing voor dinsdag hoorden. We besloten nog een dagje langer te blijven. Vastzitten in St. Vaast is geen straf. Voor 6 tongkes betaalden we maar 8 euro en de sentier littoral had ik nog niet gedaan. Maar Jang vertelde Leo dat je niet te lang in een haven mag blijven anders zou je kunnen wortels krijgen. En vermits woensdag de stormwaarschuwing weg was en de voorspellingen ZW 5 gaven met windstoten tot 7 vertrokken we toen de poort openging. We moesten de Seinebaai oversteken en die ligt enigszins beschut tegen ZW. Na een uurtje had ik al veel zin om terug te keren. Het was constant een 6 en de windstoten duurden lang en gingen regelmatig tot 33 knopen. We hadden een heel ruime koers (wind schuin achteraan) en met onze snelheid van 6 à 7 knopen was de ware wind tijdens de windstoten dus ongeveer 40 knopen. Dat is geen 7 meer. En dat zou zo tien uur duren. Maar Leo vond teruggaan tegen wind en tegen stroom geen optie, trouwens met de Shewitch hadden we ook zulke tochten gedaan. Na twee uren begon ik het gewoon te worden. We hadden alleen het voorzeil staan omdat het gemakkelijk te verkleinen en weg te rollen is. De golven kwamen schuin achteraan, ze tilden de She op, kantelden ons, dan ging het met een vaart vooruit en we kwamen weer recht om door de volgende golf gepakt te worden. Het leek wel of we surfers waren. Het was constant duwen en trekken aan de helmstok om de She op haar koers te houden. Jean-Luc had het opgegeven (gebroken tandwiel) dus moest Leo zelf sturen. Af en toe kregen we er nog een regenvlaag bovenop maar de lelijkste stortbuien zagen we verder van ons voorbijtrekken.

Drie mijl voor de haven toerde de politie om ons heen. Al uren hadden we geen kleine boot gezien op zee. We staken onze hand op, zij ook en weg waren ze. Vlakbij de haveningang kwam een pilot ons vragen aan de kant te blijven voor een reuzeferry die achter ons binnenliep. We hadden de ferry al lang in de gaten en waren echt niet van plan hem voor de voeten te lopen maar vonden het toch vriendelijk dat we binnen mochten samen met de grote en niet buiten moesten wachten. Oef! Eindelijk binnen de beschutting van de havenmuren. Enkele zeilers die ons aanpakten op de bezoekerssteigers wilden weten waar we vandaan kwamen en hoe het was op zee. Van het één komt het ander en… tot na middernacht zat Eric (Nederlandse bootstimmerman) bij ons: een glas wijn, straffe verhalen, raadgevingen… Ondertussen wakkerde de wind nog aan tot bijna 40 knopen in de haven en de branding sloeg over de dam. We besloten twee nachten te blijven en een dag te rusten.

 

St. Vaast-La-Hougue 13 augustus 2007

De bar in het clubhuis van Cherbourg was gezellig maar ietwat stijfjes zoals in veel grote jachthavens. Vanuit je luxe lederen zetel had je een prachtig zicht op de hele haven. Je kon de mastodontenferry’s voorzichtig zien binnenschuiven. Ik vroeg een wit wijntje en kreeg een heerlijk koele Chardonnay. De wifi echter deugde niet. Mailtjes sturen lukte maar Leo had al vlug door dat er geen ftp was, poort 21 stond dicht op de fire-wall. Website aanpassen mochten we vergeten. De laptop in de rugzak dan maar en terug Cherbourg in. Bij het boodschappen doen hadden we een zaak gezien met internet. Het was er klein en volgepropt maar de uitbater was supervriendelijk en het materiaal zoals het hoort. Op minder dan een kwartiertje waren we weer buiten. Als we nog eens in Cherbourg verzeild geraken komen we zeker terug bij Archesys in de Rue de l’ Union. Er zijn trouwens veel kleine leuke restaurantjes vlakbij in de autovrije straten. Onthouden!

Vertrekken uit Cherbourg was weer vroeg uit de veren anders zouden we voor een gesloten poort staan te St. Vaast. Omdat de haven niet zou leeglopen bij eb doen ze de poort alleen open een paar uurtjes voor en na hoog water. Je komt en gaat niet wanneer je wilt maar dat hebben we er graag voor over. We boekten onmiddellijk voor 2 nachten om eens echt uit te slapen en rustig van onze oesters en fruits de mer te genieten. Rondslenteren langs de vissersboten, door de oesterbanken wandelen, de omgeving verkennen met de fietsjes, een terrasje, langs de winkeltjes lopen… St. Vaast stelt nooit teleur.

 

Cherbourg 11 augustus 2007

Na het comfortabel ankeren in de pure natuur van Sark hadden we op Guernsey in St. Peters Port veel fenders en landvasten nodig om veilig aan te meren. De bezoekerssteigers liepen vol en regelmatig deed een ferry de steigers steigeren terwijl al de boten tegen elkaar geklutst werden.

Om naar Cherbourg te geraken moesten we door de Raz Blanchard. Op de kaart staat: “Le passage est déconseillé aux navires qui ne sont pas à destination…”  Simpel vertaald: “Als je er niet moet zijn, blijf er dan weg.” Wij wilden erdoor maar dan wel op ’t goede moment. We hadden de keuze vertrekken om 5 uur ’s morgens in ’t donker of vertrekken ’s namiddags en in ’t donker Cherbourg binnenlopen. Ik mocht kiezen van de kapitein en vermits we moesten bunkeren vond ik Cherbourg beter dan Guernsey. Voeding is overal in Engeland duurder en de keuze is heel beperkt. Wat hebben wij het goed in België. Om 5 uur ’s morgens dus, lieten we alle slapende boten achter ons en onder een overweldigende sterrenhemel koersten we naar het noorden langs de ‘Little Russel” tussen rotsen, ondiepten en eilandjes. Men raadt de ‘Big Russel’ aan als je niet bekend bent met de omgeving maar onze computer kent alle omgevingen zelfs in het donker. Eén keer is hij uitgevallen maar gelukkig hadden we toevallig een ICT-man aan boord. Nu ik het toch over communicatie heb: “Bedankt Jang voor het doorsturen van de codes voor de GPRS, maar dit mailtje gaan we toch seffens in het clubhuis doorsturen. We kunnen er dan ondertussen ene drinken.”

 

Sark donderdagavond 9 augustus 2007

Vorige nacht, in Alderney, hebben we voor ’t eerst een nacht op anker doorgebracht met de She Twins. Alle boeien waren bezet. Dat was het duwke dat we nodig hadden om eindelijk eens te ankeren. Na het lezen van veel rampverhalen over krabbende of losgekomen ankers keek ik er niet naar uit. Maar alles verliep vlot. De nieuwe ankerlier deed het voortreffelijk en het anker hield onmiddellijk. Het enige ongelukje waren de aperitiefhapjes die de grond opschoven door het rollen van de She. Dan maar antislipmatjes overal en ons drankje in de hand. Ons avondmaal aten we binnen want de meeuwen, met hun lange scherpe snavel en hun geheimzinnige oogjes, kwamen steeds weer op de reling zitten vlakbij ons. Eentje belandde zelfs in de kuip en kon niet meer weg omdat ze te weinig plaats had om haar vleugels te spreiden. Leo moest haar eerst weghelpen en daarna opkuisen wat ze achterliet. Na ons avondmaal wilde Leo vissen, met zijn vislijn uit de Aldi, voor onze maaltijd van morgen. Maar we hebben ondervonden dat Leo niet vangt. Eigenlijk ligt het aan mij. Ik moest gaan wormen zoeken maar wilde niet.

Nu liggen we weer voor anker. Deze keer in een paradijselijke baai zoals je ze alleen maar in folders ziet. Omwille van de noordenwind zeilden we naar Dixcart Bay te Sark. Een prachtige plek met mooi strand, rotsen, grotten, zeevogels, helder water en heel belangrijk voor ons: open naar het zuiden en beschut aan de noordkant. Citroentje bracht ons naar de kant, we klommen omhoog, wandelden naar de village en waren daarna blij dat Citroentje nog op ’t strand lag en de She nog op hetzelfde plekje achter haar anker. Zwemmen, eten, genieten, mailtje schrijven…Het belooft een rustige nacht te worden. We rollen minder dan op Alderney. Hopen maar dat de weermannen het goed hadden en dat de wind niet draait vannacht.

 

Dinsdag 7 augustus 2007 (Poole)

Met onze kaartplotter, laptop met GPS-muis, hand GPS, papieren kaarten, kompas en heel de hutsekluts worden we verondersteld onze koers nauwkeurig te kunnen bepalen. In de Solent bleven we dan ook braafjes aan de rand van het diepe vaarwater om niet onder de voet te lopen van de ferry’s en vrachtschepen, maar meer dan eens zagen we zo’n reus op ons afstomen. Als de radar niet aanstaat begin ik in zijn plaats te piepen in zo’n situatie. Leo blijft gewoonlijk heel kalm en zegt: “Die kan hier niet komen.” Maar dat durven ze wel: geen lading, hoogwater… Ik wou dat ik kaartjes had van de fietsersbond: “Blijf van het fietspad.”

In ‘Ocean Village’ te Southampton lagen we helemaal alleen als visitor. Er waren wel twee havenboys, keurig in uniform en met zwemvest, paraat om de groten te assisteren bij het aanleggen. Een kleintje zoals wij moet het maar alleen redden. We zagen nog nooit zoveel grote motorjachten bij elkaar. Overal camera’s en automatische poorten maar we vonden nergens een busje campinggas. Moet je weten dat we daarvoor in een grote haven waren binnengelopen. Want we bakken zelf ons brood in de gasoven en het reservebusje is al in gebruik. Nu liggen we in Poole. We worden slimmer. Eerst naar een grote haven voor diesel en gas en dan naar een goedkopere om te overnachten. Toen we hier in Parkstone (gehucht Poole) toekwamen antwoordde de havenmeester niet op kanaal 80. We riepen een local toe dat we een plaatsje zochten. Hij belde voor ons even naar de havenmeester en zei dat G(olf) 17 vrij was. Een uurtje later zaten we samen in zijn kuip, hij met een Jupiler van ons en wij met een Engelse pint van hem.

De Shewitch zullen we niet te zien krijgen. Nigel had een ongeluk bij het skiën en omdat hij nog niet helemaal hersteld is ligt de boot dit jaar niet in het water. Dus besloten we te profiteren van het hogedrukgebied dat afkomt om morgen over te steken naar de kanaaleilanden.

Leo heeft dit jaar de boordcomputer niet in orde gezet voor GPRS (= internet via gsm) We zijn dus altijd afhankelijk van een internetcafé of wifi in de haven zoals hier. Vermits we bij de kanaaleilanden aan boeien denken te hangen zullen jullie enkele dagen niets van ons horen. Met de computer in Citroentje, dat zien we niet zitten. Eigenlijk mag er maar 1,5 volwassene in. Je kan wel altijd eens naar de website kijken. In sommige cafés was het makkelijker de website aan te passen dan een mail te sturen naar 70 mensen.

 

Maandag 6 augustus 2007 (Southampton)

De meteo beweerde dat we zaterdag wind uit het zuiden zouden krijgen dus zetten we een koers uit naar Engeland, het geboorteland van onze She. Zo komen we meteen wat dichter bij doelstelling 1 van onze reis nl. een bezoekje brengen aan onze vroegere Shewitch die nu in Poole haar thuishaven heeft. Onze volgende wensen zijn een fish en chips met een grote Engelse pint en een fruits de mer. Dit laatste als het kan in St. Vaast in Normandië al was het maar om Eric en Kaat te doen watertanden. Als er genoeg wind en genoeg tijd is willen we ook nog even naar Sark, het kanaaleiland dat vorig jaar een plaatsje in ons hart veroverde.

De zuidenwind kwam zoals beloofd maar, om 3 uur moest onze stalen Genua (motor voor de landmensen) het toch overnemen om voor donker in Engeland te landen. Brighton lag voor de hand: gemakkelijke aanloop, ruime bezoekerssteiger, alle luxe… maar duur en onpersoonlijk. Newhaven kenden we nog niet. Proberen dus. Blij dat we het deden: gezellig, rommelig, weinig bezoekers maar veel vriendelijke locals. Toen we vroegen naar de havenmeester zei onze buur dat die al weg was maar dat we zeker de local pub moesten bezoeken, waarop wij dan weer, dat we nog geen ponden hadden. Oh, hij reed wel even met Leo naar de bank. Hij gaf ons ook nog de code voor de poort en wij gaven hem Hoegaarden. (Eigenlijk was die voor Luc, die zal weeral ambetant zijn omdat we dat aan de Engelsen geven) En een half uurtje later aten we onze fish en chips met een halve liter Guinness.

Zondag zeilden we verder naar het westen en zetten voet op de steiger in Bembridge op het eiland White. Op de bezoekerssteiger lagen we allemaal drie dik. Hoe we het klaarspelen weet ik niet maar het is hier weer de ‘Cowes week’ het belangrijkste zeilevenement van het jaar met de bijbehorende drukte. Wij hadden twee Engelse buren die over ons dek moesten klauteren om aan land te gaan. Deze morgen om zes uur local time moesten ze voor ons opstaan omdat we vroeg weg wilden. De rivier valt hier bijna droog bij eb en met onze diepgang moeten we voorzichtig zijn. Wij willen niet op onze zij belanden. Deze middag landden we veilig en wel in Southampton de geboorteplaats van onze She. Maar de havenmeester kende ‘South Hants Marine’ niet. Dus zit er geen bezoekje in aan de werf die ondertussen misschien een archeologische industriële site geworden is. Onze She is met haar 36 jaar alive and kicking. Nu is het echt onze She vorig jaar voelden we ons nog onwennig. De motor, het zeilen… alles is dik in orde. De inboedel moeten we nog wat meer organiseren. We hebben zeker zes volle volvo’s en één mus materiaal aan boord maar de vliegenmepper kon ik gisteren niet vinden. Die komt eruit, zei Leo, als we de boot leegmaken in de herfst.

Zover zijn we gelukkig nog niet, morgen waarschijnlijk naar Poole.

 

Vrijdag 3 augustus 2007  (Boulogne-sur-Mer)

Ons vaarseizoen van 2007 is wat later begonnen en dat ligt niet enkel aan de zomer die niet wist wat ie wilde. De tewaterlating, na de grondige opfrisbeurt, was op 15 juni. Daarna wachtte de lange klusjeslijst: mast erop, dekbeslag, nieuwe vallen, zeilen, winchen, lichten in de mast, oude radar weg, nieuwe erop… Leo zat uren in de mast, 14 meter hoog, soms in wind en regen. Ik haal hem op en liet hem zakken met de elektrische ankerlier. Eén keer scalpeerde ik hem bijna toen de haren, die uit z’n staartje ontsnapten, tussen een wieltje draaiden.  Een niet voorziene karwei was de nieuwe schroef. We konden alleen met een slakkengangetje varen ofwel racen. Op normale snelheid piepte de schroef. Dat werd duiken. Op 20 minuutjes haalde Leo de schroef eraf en ze mocht terug naar Nederland. De Hollanders slepen de randen bij zodat die nu vlijmscherp zijn. En dat zou de oplossing zijn? Leo terug in z’n duikpak, schroef erop en testvaart… Oef! Gedaan met piepen.

Telkens de klusjeslijst wat ingekort was deden we een proefvaart. Zo kwam het dat we maandagmorgen 16 juli om 6 uur ’s morgens buitenvoeren uit Blankenberge. Een kwartiertje later zaten we in volle zeilkledij onder onze vaste kap en keken naar de bliksem die, gelukkig voor ons, vooral boven West-Vlaanderen actief was. Regen en wind konden ons niet deren. We waren in onze nopjes omdat de nieuwe radar-kaartplotter het geweldig doet. Het zal nog wel even duren eer Leo mij aan mijn verstand kan brengen waarvoor al de knopjes dienen.

Op donderdag 2 augustus begon dan toch onze jaarlijkse bootreis. Alle spullen in de boot en onmiddellijk weg zonder te kijken naar de getijden of de stroomkaarten. Met de wind mee zou mooi klinken maar die waaide naar Nederland en in het Noorden is Leo dit jaar al geweest. Eén keer vindt hij al meer dan genoeg. Dus scherp aan de wind naar Duinkerke, tegen de stroom in. We waren nog maar net aangelegd of werden verrast door een Nederlander die ons vertelde dat hij de SHE 36 kende. Hij was zelfs ooit op de werf in Southampton geweest. Deze keer gelukkig geen vragen meer zoals vorige zomer: “Welk soort dek is dat??”

En vandaag bracht de motor ons naar Boulogne-sur-Mer want de wind was op.

 

2006

Shetwins 2006 deel 7

Laatste bericht, gedaan met varen. (voor dit jaar)

Heel de terugtocht van Bretagne proefden onze zeilkleren geen druppel water. Uitzonderlijke gunst van de weergoden? Maar… we kozen 15 augustus uit om de mast neer te leggen. Een ware zondvloed kregen we over ons. En wij niet alleen. Luk (van de Aqua) had bereidwillig aangeboden te helpen en wilde niet dat we het plooifietsenavontuur overdeden, dus bracht hij ons naar zee. Tot onze verrassing viel er nog een helper uit de lucht. Frans (van de Breezer) bleek ook toevallig aan zee.
Een mast afnemen doe je niet wanneer je dat zelf wil. De zee is hier weer eens de baas. Er mag niet te weinig water zijn voor onze 1,85 m diepgang maar er mag ook niet te veel zijn want dan kan het kraantje van de haven niet hoog genoeg. Toch wel pech zeker. We waren net te laat. Je zag het direct. Een steekmast als de onze moet nog ruim 2 m hoger geheven worden dan een doorsnee-mast. Gelukkig had Luk een geniale oplossing. Met een extra lus rond de winch op de mast kwam de aangrijping lager en we zagen voor het eerst de mast uit de boot komen. Op datzelfde ogenblik gaf binnen onze tafel de geest. Die stond namelijk rond de mast. Leo vond het toch al geen goede tafel en ze wiebelde. Voor de rest verliep alles vlekkeloos.
Op 16 en 17 augustus vaarden we langs de binnenwateren naar Aalst. Af en toe zaten we even vast. Op de kanalen tilden we er niet zo zwaar aan maar op de Schelde van Gent naar Dendermonde met afgaand tij kreeg ik het toch even benauwd. Net voor Dendermonde in een onoverzichtelijke bocht (bij het ‘Kasteeltje’) kwam een groot schip ons tegemoet. Hij zwaaide breed uit zodat Leo naar de kant stuurde en toen klonk het: “We zitten vast.” Het schip kwam recht naar ons en doordat hij leeg was had hij een forse snelheid en stak hoog uit het water. Ik zag een muur op ons afkomen. En ik zag onszelf al in de krant staan: ‘Jachtje overvaren op de Schelde’. Lange seconden… De grote stuurde bij, wij kwamen los en konden vlak naast hem doorvaren. Leo was niet bang geweest vertelde hij maar mijne tikker had het efkes zwaar te verduren.
En nu liggen we in Hofstade bij Aalst al op het droge voor de grote facelift. Leo zijn vrees bleek terecht. De She heeft osmose. Voor de mensen die niet weten wat dat is; het is zoiets als cellulitis bij oudere vrouwen. Met dit grote verschil dat we de She kunnen stropen tot op het bot en haar dan een nieuw vel geven. Dus grote werken in het vooruitzicht. En er ligt ook al een nieuwe motor klaar. De Lombardini is niet conventioneel. Je hebt zoveel speciaal gereedschap nodig en onderdelen zijn moeilijk te vinden. Daarom komt er een Yanmar in. Die onderdelen vind je over de hele wereld.

 

Shetwins 2006 deel 6

Het venijn zit in de staart. Dat ondervonden we toen we van Boulogne naar Duinkerke vaarden. Goeie wind, sterke stroming mee, snelheid tot 9 knopen, zon… We vlogen naar huis. Tot het plots mistig werd. Het kwam dichter en dichter, voor ons, achter ons, we raakten helemaal omsloten. Alleen nog mist. Geen andere zeilboten, geen ferry’s, geen boeien meer. Reddingsvesten aan! Als we worden overvaren lig ik liever met een vest in zee. En de genua gaat weg zodat we trager gaan en meer zicht hebben.
-         Op de radar komt een echo dichter, langs rechts.
-         Zie je iets?
-         Nee!
-         Nog niet?
-         Nee, niks.
-         Nu is het vlakbij ons!
-         Oh, ja een zeilboot.
Vader, moeder, twee blonde kindjes, Nederlandse vlag… ze wuiven naar ons. De boot heet Linda zie ik nog net en dan zijn ze weer opgelost in het wit. We varen blind verder. Op het computerscherm ziet Leo dat we de vaargeul voor de grote die naar Duinkerke port Ouest varen, moeten dwarsen. Akelig! Op de radar is voorlopig geen enkele reus te zien. Gelukkig! Na tien minuutjes zijn we de autosnelweg van de mastodonten overgekropen. Oef. Mijn bril wordt nat. Ik poets hem elke minuut. Mijn pul wordt ook nat. TOEOET! Waw! Het komt van rechts. “Die toetert op iemand anders.” zegt Leo. “Wij zitten buiten de vaargeul en er is geen grote op de radar!” We wisselen van positie, ik binnen achter de schermen van de computer en de radar, Leo buiten in de erwtensoep. We varen van boei naar boei. De computer en de radar vertellen waar ze liggen. Buiten zie je ze pas als je er bijna tegen aanknalt. Na twee uur mist vinden we eindelijk de ingang van Port Est. Heel zachtjes glijden we binnen om wat later aan de steiger af te meren naast ervaren zeilers uit Blankenberge die ons vertellen dat ze 15 jaar geleden zo’n dingen deden zonder radar en gps. “Jong en roekeloos”, verklaarden ze zelf.
Zeilen is altijd een beetje avontuur. Je weet nooit wat er de volgende minuut zal gebeuren. Als het niet meer prettig is kan je niet op een knopje duwen om uit het spel te stappen. Je zit samen op een boot en je vaart samen verder.
Na 25 dagen haalden we Nieuwpoort, 642 zeemijlen gedaan, in 13 verschillende havens geslapen en aan 5 boeien gezwalpt.
Terug naar huis was onze laatste uitdaging. Woensdag fietsten we met onze plooifietsjes van Nieuwpoort naar Affligem door de hittegolf., net 120 km. Op het einde ging het van café naar café. Nu zitten we dus thuis met een zere poep.

 

Shetwins 2006 deel 5

Onze landing op Normandië heeft gelukkig tot nu toe nog niet voor verrassingen gezorgd. Alles verloopt naar wens. St. Vaast-la-Hougue was vorig jaar onze toplocatie en stelde ook dit jaar niet teleur. Bij aankomst aten we eerst elk 12 heerlijke oesters. De oesters van St. Vaast zijn de beste! En dit jaar deden we een wandeling door de zee naar Ile de Tatihou. Bij eb kan je er geraken met watersandalen. Voor natte voeten krijg je een verrassende wandeling tussen de eindeloze oesterbanken waar de boeren met hun tractoren hun werk moeten doen wanneer de zee het beveelt. Bij vloed kan er namelijk 5 m water staan. Wel even rekenen dus wanneer je je wandeling plant, anders zet de zee je gevangen op het eiland. Het prettigste dit jaar was de ontmoeting met onze buren uit Nieuwpoort. Gezellig aperitieven en vooral belevenissen vertellen. Hoe je vb. aan zes hechtingen in je kin komt na nochtans jaren zeilervaring.
We zullen Kaat en Eric in Nieuwpoort missen als buren want zij hebben helaas geen grotere boot gekocht. Hun Nehallinia is een pareltje. We zijn wel even benieuwd naar onze nieuwe ligplaats. Bredere en langere boxen geven hopelijk geen dikkere nekken.
Stilaan beginnen we al aan België te denken maar vandaag genoten we nog van Fécamp. Met onze plooifietsjes haalden we de top van Kaap Fagnet en werden daar beloond met een prachtig panorama en een ijsje.
Deze vakantie hebben we al 488 mijl op de teller. Onze website moet dus dringend aangepast worden. Dat is een werkje voor thuis.

ABS Leo en Liesbeth

 

Shetwins 2006 deel 4

Na dus 3 nachten rollen in ons bed aan boei 22 te Aldernay vertrokken we zondagmorgen om 7.40 uur vol moed met een goeie 5 bft. op de neus. We hadden ruimschoots de tijd en begonnen dapper te laveren. Na 1 uur zeilen echter bleken we al wel heel wat mijlen te hebben maar niet zoveel in de richting van Cherbourg. Dus motor erbij. Oei! Die deed het niet. Enkele pogingen tot starten gaven alleen maar akelige geluiden. Leo promoveerde mij onmiddellijk tot opperbevelhebber van het zeilen en de navigatie. “Hou de zeilen goed en vaar nergens op!” Vuil in de mazout? Dan moet de motor maar lopen op de reservekan van 20 liter. Oef, hij doet het. Helaas niet voor lang! Bij inspectie blijkt dat alle mazout uit de kan is? Oh ja, de terugloop! Via de motor is alles naar de grote mazouttank gelopen. Leo wurmt zich in de bakskist en begint aan z’n noodplan. Mazout aftappen in evian-flessen en alles wat er zuiver uitziet gaat via een trechter weer in de reservekan. Ondertussen levert de Jean-Luc (de stuurautomaat) prima werk. De Shetwins vaart met volledig zeil en onder zware helling in zuidelijke richting (rechts de Raz in!) en te dicht bij de uitlopers van de rotsen van Aldernay. We moeten overstag. Leo onderbreekt even zijn werkzaamheden en hup… daar gaan we, nu meer noordelijk en de She legt zich op haar andere zij. Al Leo zijn gereedschap ook! We vechten tegen de tijd want de stroming gaat keren en dan kunnen we onmogelijk nog terug naar Aldernay. Als de reservekan weer 10 liter heeft vervangt Leo ook nog de mazoutfilter maar besluit dan: “We keren terug.” Gebrek aan de juiste darmpjes maken de noodoplossing te onzeker. Met de wind in de rug nu, gaat het terug richting Aldernay, heel comfortabel met alleen maar de Genua (voorzeil). Een kwartiertje voor aankomst kondigt Leo via de marifoon aan dat we al zeilend zullen binnenlopen en of we assistentie krijgen voor het geval de motor niet aanslaat. Bij onze aankomst aan een boei rollen we het voorzeil netjes op en de motor start braafjes. De 2 vriendelijke mannen in het bootje van de harbourmaster moesten dus niets doen maar het gaf wel een gerust gevoel een engelbewaarder bij de hand te hebben.
De rest van de namiddag spetterde Citroentje heen en weer naar het eiland. In het plaatselijk ‘winkeltje’ had men nog nooit van Lombardini (onze motor) gehoord. Een robuust uitziende visser vroeg: “Is dat niet Italiaans? En vanwaar zijn jullie?” Gelukkig hadden ze wel darmpjes en zuivere mazout.
Eind goed, al goed. We bereikten vandaag wel Cherbourg. Hier hebben ze grotere winkels en dus ook filters voor onze Lombardini. De noodoplossing bewees vandaag reeds haar deugdelijkheid en zal het moeten doen tot in Nieuwpoort. En later krijgt de She waarschijnlijk een nieuwe dieseltank. (Klinkt dat bekend Jang?)

 
Shetwins 2006 deel 3

Het lijkt wel of alle boten groeien. Met onze Shewitch (31 voet) waren we in Normandië en Engeland van de kleinste. Nu met onze Shetwins (36 voet) lijken de meeste hier op de kanaaleilanden nog altijd groter. In Jersey wees de havenmeester ons een plaats tussen de boten met boegschroef (wij zonder boegschroef wel te verstaan). Leo kreeg de She mooi op haar plaats, net gepast. Even kijken hoe de volgende het ervan af brengt en of we zouden helpen? Oh! Het geluid van een boegschroef. Geen hulp nodig. De volgende? Boegschroef! Weer een superrijke industrieel. Jersey is groot en druk en daarom opteerden we voor Sark als volgende eiland. Een landje van kalmte en rust. Auto’s zijn er verboden. Op de onverharde wegen ga je te voet, op de fiets of per paard en kar. Maar om van dat alles te genieten heb je wel wat werk. Eerst een bezoekersboei te pakken krijgen. Dan met Citroentje naar de rotskust peddelen en klimmen maar. Prachtige plek. We overnachtten er met 8 boten.
Donderdag landden we op Aldernay. We zouden hier één nachtje blijven voor we koers zetten naar Cherbourg. Maar voorlopig zitten we hier vast. Eigenlijk alles behalve vast. We hangen aan een boei, want ze hebben hier geen steigers, en er staat 7 Bft NO. Dat wil zeggen dat we de volle laag krijgen. Aldernay is beschermd tegen alle winden behalve NO. Er zijn nog enkele bezwarende factoren waarom we ons vertrek uitstelden. Het getijdenverschil en de stromingen zijn nu op het piekmoment voor de maand juli. We moeten voorbij Cap de la Hague en daar kan het 9 knopen stromen. Wij halen met de Shetwins op motor 6 knopen. Zorgen dus dat je niet op de verkeerde plaats bent op het verkeerde moment. En Cherbourg ligt in het O. Dat wil zeggen stroming in de rug en wind op de neus. Wind tegen stroom is chaos. Als ik mijn ogen toe doe zie ik de brekers al.
De meteo voor morgen en overmorgen ziet er hetzelfde uit. Dus waarschijnlijk wordt de volgende mail iets van “Al 4 dagen klutsen aan boei 22 te Aldernay”. Gelukkig worden we niet vlug zeeziek maar gisteren in een pub vond ik dat de vloer bewoog, landziek!

 

Shetwins 2006 deel 2

 

In het begin van deze reis leek het erop dat het in Bretagne alleen ’s nachts regende. Maar daar kwam verandering in. Van Camaret naar Laber Wrach en vandaar naar Trébeurden vaarden we in zwart wit. Grijze lucht, grijs heel donker water, zwarte rotsen en daarrond wit schuim. Doe daar nog lange hoge golven bij en bijna geen wind… dat maakt het zeilen lastig.

Eén van de mooiste dingen aan deze She zijn haar zeilen. Dure wedstrijdzeilen met een mooi patroon van glanzende stroken die schitteren in de zon. Als we het zeil hijsen is het net of de She haar geheim wapen te voorschijn haalt en onmiddellijk krijgt ze meer vaart. Maar daarvoor moet het wel waaien. We hebben nog maar een paar uurtjes het genot gehad echt te kunnen zeilen. Dus moet de motor erbij anders geraken we nooit in Nieuwpoort. En de motor heeft een probleem. Er komt diesel bij de olie. Een lek in één van de injectiepompen denkt Leo. We willen dat laten herstellen in België. Hier zou het te veel tijd en te veel euro’s vragen. Ondertussen vervangt Leo regelmatig de olie en hopen we maar dat de kwaal niet verergert. We hebben onze plannen daardoor wel enigszins aangepast. De oversteek naar Engeland om te zien hoe de Shewitch het maakt zal voor later zijn. Geen mijlen vreten dus. We zullen dan maar wat rondhangen aan de kanaaleilanden. We liggen nu in Lézardrieux op een prachtige rivier. Daarvoor hadden we de befaamde roze granietkust. Spijtig dat we op eerbiedwaardige afstand van de grillige rotsen moeten blijven. Met de sterke stromingen hier lopen we liever geen risico. Gelukkig durven de vogels wel een heel eind de zee op. We hebben al enkele keren genoten van een sliert grote witte vogels met zwarte vleugels en een oranje kop. Je wordt er stil van als ze dichtbij de boot rakelings over de golven scheren. Hun vleugels bewegen bijna niet. Terwijl ik van dit schouwspel genoot was Leo in het kombuis zijn eerste ‘zeebrood’ aan het bakken. Iets te zwart maar o zo lekker. En de geur van versgebakken brood midden op zee. Onbetaalbaar. Hiermee zijn we weer een beetje meer autonoom.

 

Al 251 mijl, driemaal aan een boei gehangen en viermaal in een haven overnacht. Morgen varen we naar Jersey.

 

 

 

Shetwins 2006 deel 1

 

Met de TGV naar Trinité. Dat klonk comfortabel. We wisten echter niet dat we in Parijs van één station naar een ander moesten met de metro. “Op een half uurtje lukt het en jullie hebben 50 minuten.” vertelde de hostess ’s morgens in Brussel. Maar we waren al 10 minuten te laat in Parijs. En door een mensenzee helpt zwemmen niet. Je kan alleen maar meedrijven, eindeloze gangen door, roltrappen op en af, pijltjes volgen, drummen en … zweten. Heet!

Maar om vier uur dronken we, op een gezellig terrasje in Trinité, een wit wijntje om onze aankomst te vieren. En nog een uurtje later plonsden we met snorkeluitrusting het frisse water in om schroef, roer en waterlijn te ontdoen van aangroei. Hemelse afkoeling! Dat heet het nuttige aan het aangename koppelen. We wilden dat onze She een gladde huid heeft om snel door het water te klieven. Een beetje zoals de dolfijnen die zondag met ons kwamen spelen ten zuiden van Ile de Groix. Met minstens zes waren ze. Voor onze boot, links, rechts en achter ons. We waren op de punt gaan staan en zagen ze onder ons doorschieten, zo snel, zo gracieus. En springen! Maar je wist nooit waar ze gingen bovenkomen. Een donderwolk maakte alles donker, lucht en water. We hadden ons net voorbereid op regen. Na een tiental minuten zwommen ze weg. Ook de wolken verdwenen en het was weer ‘bakken en braden koers’ naar Concarneau. Daar kregen we dan het onweer maar het begon pas toen we gingen slapen. Van ons terrasje met traditioneel Bretoens orkestje konden we nog droog genieten. Maandag hetzelfde scenario. We lagen in een prachtige baai aan een boei bij Audierne. Na ons zwempartijtje en avondmaal begon het klank- en lichtspel. Nu liggen we in Camaret en voorlopig is het hier nog droog. De weergoden zijn ons gunstig gezind. We hebben vandaag Pointe du Raz gerond zonder wind. Alle boeken waarschuwen voor zware stromingen en wilde zee op die plaats maar we waren er op het goede moment. Leo had een stroomatlas gekocht om te berekenen  op welk uur we moesten vertrekken. Zijn berekening was goed want toen we ons klaarmaakten om af te varen vertrokken er nog vier boten. We zijn de Bretoenen braafjes gevolgd. Al hadden we daar wel moeite mee. We moesten wat zeil wegnemen omdat we hen anders voorbij zouden lopen.

De zee was niet Bretoens, maar we willen toch Bretagne proeven. We blijven hier twee nachten en hangen morgen de toerist uit. Met ons plooifietsje gaan we de omgeving verkennen.

Al op 3 plaatsen overnacht en 126 mijl afgelegd. De aanlegmanoeuvres met onze relatief grote boot verlopen prachtig. In alle havens zijn de mensen zeer behulpzaam om een lijntje aan te nemen en ze verwelkomen ons dan in het Duits. Een Belgische vlag die slap hangt lijkt wel erg op een Duitse.

 

11 april 2006

Bretagne is een land van magie, mysterie en legenden. Wist je dat ze hier ook een soort sirenes hebben, morganes. Ze zijn verleidelijk, sensueel en gemeen. We hebben ze nog niet ontmoet omdat ze alleen bij maanlicht aan de oppervlakte komen.
In ‘Zeilen’ las ik dat het hier een satanskust is. Cees van Staal schrijft:”Ik wist van Waddenzee en Duitse bocht wel wat stroom was, maar dat de stromen van de Bretonse kusten door de duivel zelf gestuurd worden, was nog niet tot me doorgedrongen.”
Van ons nog geen verhalen over duivelse stromingen en grillige winden want Leo amuseert zich voorlopig nog enorm met het “belangrijkste”. Het motorcompartiment heeft een grote schoonmaak gekregen. Onder de batterij lagen nog onderdelen van de vroegere motor. En de elektriciteit is een stuk veiliger en betrouwbaarder geworden. “Man, man, man!” hoorde ik Leo zuchten toen hij de contactdoos waar de walstroom binnenkomt probeerde te verwijderen. Alles zat vast met verroeste vijzen en die braken natuurlijk. (Op de Shewitch is alles inox) De radar werkt en al de leidingen zitten netjes achter de bekleding. De plexi van het vluchtluik boven het bed is vervangen, er is een slot en verluchting in de nieuwe deur… Ik mag assisteren, achteraf alles opruimen en poetsen wat vuil geworden is. Meestal moet ik gewoon uit de weg blijven.
De mensen die Leo ‘kennen’ weten dat hij geen woord te veel zegt maar ik heb hem een hele conversatie horen voeren met de motor:
-         Man, man, sukkelaar toch.
-         Ziet dat af, wat heeft dat kieken met u gedaan?
-         Motorke, gij ga blij zijn.
-         Voila, nu ziet ge d’ er al beter uit. Dat zal u deugd doen zie.
-         Hier lekkere verse olie.
-         En ik koop nog ne nieuwe wierpot voor u ook.
Hoe graag hij de She ook ziet, ik voel me niet verwaarloosd. Hij koopt voor mij porto en paaseieren. En vanavond deden we ons te goed aan fruits de mer à emporter klaargemaakt door een knap meisje uit de supermarkt. Eigenlijk moest je het een dag vooraf bestelle maar voor Leo kwam ze op 15 minuten klaar… met de schotel.

 

8 april 2006

Het wonen op de She valt best mee: een kaartentafel, een ruimere keuken, een WC zonder mast in de weg en stahoogte. Af en toe dansen we een slow als de muziek op de Franse radio er zich toe leent. Het bed mocht wat mij betreft nog wat breder (Ik ben nooit content wat bedden op boten betreft zegt Leo) maar het slapen lukt en het werk schiet ook op.
Gisteren heeft Leo anderhalf uur in de mast gezeten om de steun van de radar te monteren. Met mijn hoogtevrees is dat nog altijd iets waar ik de bibber van krijg ook al moet ik niet naar boven. Volgens de regels van de kunst moet de lichtste naar boven en de sterkste aan de winch draaien. Maar ik heb helaas geen technische opleiding gehad. Dus draai ik de armen van mijn lijf om Leo naar boven te hijsen. Dan begint het: “Meet met de schuifmaat de diameter van de kabel.” Waar ligt die? Hoe werkt dat? “Steek een boor van 10 in de boormachine.” Waar ligt die? Hoe moet dat? En zo meer dan 1 uur.
Vandaag idem. Eerst installeerde Leo de stuurautomaat. Onze Benny van de Shewitch werkt alleen maar met een stuurwiel. Daarom hebben we nu Jean-Luk, genoemd naar de sponsors Jan en Luk, want Leo maakte van twee afdankertjes één werkende stuurautomaat. Er kwam wel heel wat elektronica aan te pas. En daarna weer de mast in voor de radar. De kabel trekken door de mast was een zenuwslopende bedoening. ‘Eind goed, al goed’ dachten we maar de radar doet het niet. Morgen controle van alle draadjes en stekkertjes… dus weer naar boven, weer de radar open. Geen paniek we hebben nog tijd tot witte donderdag. Dan begint hier een regatta. De tenten staan al klaar en stilaan beginnen de ‘echte’ zeilers toe te komen. Waarschijnlijk ontvluchten we dan die kermis om nog eens een nachtje op onze Shewitch te slapen.
Ondertussen is de nieuwe mazoutpomp al geplaatst. De Franse service mag als voorbeeld dienen. Leo veranderde meteen ook de fijne mazoutfilter. Hoog tijd!! Arm motorke! Eindelijk in goede handen. Het mazoutlek is verholpen, alle lichtjes in de mast branden. Alleen het fornuis en de koelkast zullen nog even moeten wachten. Dus gingen we maar op restaurant en bestelden een fles frisse witte wijn bij ons eten. Niet koken, niet afwassen… vakantie.

 

6 april 2006

Paasvakantie! Dat wil zeggen dat we in Zuid-Bretagne op onze nieuwe She de ‘Shetwins’ zitten. Elke keer als Leo een grotere boot koop zit ik weer met de schrik. Gaan we de zeilen erop krijgen? Gaat de boot gemakkelijk bestuurbaar zijn? Gaan we veilig terug in onze box geraken? Het zal nog even duren voor ik op al deze vragen ‘ja’ kan antwoorden want alles loopt niet helemaal zoals we het ons voorgesteld hadden.
Het begon al op het land! In de file voorbij Gent gaf een BMW 4X4 ons een forse duw. Aan de kant, papieren invullen… en toch maar verder, de koffer toegebonden met een sjorkabel.
En hier in Trinité blaast het al enkele dagen tot 7 beaufort. Dus liever niet voor de eerste keer de zeilen hangen en ook liefst geen proefvaart. Dan maar klussen. Werk is er in overvloed. Er zijn weinig boten zo goed onderhouden als onze Shewitch. Leo dacht te weten waar hij aan begon maar de realiteit is toch nog even anders.
Voorbeeld 1
Leo wil vooraan een navigatielicht plaatsen en ontdekt dat alle elektriciteitsdraden opgevreten zijn door potentiaalverschil. Er is te veel gesoldeerd en dat mag nooit op een boot. Gevolg… alle elektra moet vernieuwd worden.
Voorbeeld 2
De vorige eigenaar maakte melding van een mazoutlek. Leo kruipt in de bakskist en ontdekt (buiten het emmertje onder het lek) dat de mazoutfilter en waterafscheider in erbarmelijke staat vertoeven. Nooit gezien! Van de ene winkel naar de andere voor een heleboel dure onderdelen en uren werk.
Je moet de volgende dagen geen mail verwachten met zeilverhalen want de motor zal enkele dagen ‘hors service’ zijn. De vorige eigenaar meldde dat er mazout bij de olie komt. Daarmee kan Leo niet leven. Morgen gaat de brandstofpomp eruit en binnen voor revisie. Als de Franse service meezit draait onze driecilinder opnieuw voor deze vakantie erop zit.
Toch voelen we ons al goed thuis op de Shetwins en we zijn gelukkig met elke verbetering aan de boot. Bouwen aan je droom… wat wil je meer. En het mag niet te gemakkelijk gaan, des te groter is de voldoening.
vervolg:
De mail geraakte gisteren niet meer verstuurd. De kapitein viel in slaap en dan stoor ik hem liever niet. Ondertussen kan ik op al de vragen ja antwoorden. De zeilen hangen en we hebben een zeiltochtje gemaakt van tien mijl. Voor mij is het sturen met een helmstok weer even wennen maar Leo gedraagt zich alsof hij ‘haar’ al jaren kent. Weer een stap vooruit.
De brandstofpomp is eruit geweest en terug erin. Leo heeft meteen een nieuwe besteld. De onderdeeltjes waren niet afzonderlijk verkrijgbaar.

 

28 februari 2006

Geen betere manier om je nieuwe boot te leren kennen dan door erop te gaan wonen in februari, sneeuw langs de wegen en ijs op de steigers.
Tot onze grote opluchting ontdekten we vrijdagavond dat er, ook buiten het hoogseizoen, elektriciteit was. Na het sleuren met de bagage konden we ons dus lekker warmen aan ons elektrisch vuurtje dat dapper zijn best deed.
Onze eerste bekommernis was alles wat droger te krijgen. Condens is zowat probleem nr. één als het water maar 4°C is en de lucht 0°C. Als je één of meer jaren met je boot weg wil moet je ofwel overwinteren in een echt warm land ofwel moet je zorgen voor een goede verwarming en veel geld om alle dagen op restaurant te gaan. (koken zorgt ook voor veel waterdamp) “OK”, zei Leo, “Ik zorg voor een ringverwarming, zorg jij maar voor veel geld.”
Ondertussen hebben we het al 3 nachten overleefd. Zondag kwam Jean-Pierre, de vroegere eigenaar, nog even langs. We waren net de inhoud van de kasten aan ’t inspecteren en vroegen ons af welke rommel we zouden wegsmijten. Hij haalde overal spullen te voorschijn die we goed moesten bewaren voor vanalles en nog wat. Als we het niet begrepen maakte hij er technische tekeningen bij. Wat wil je, hij, een wedstrijdzeiler, wij, late roepingen…
Op oude kaarten die hij ons gaf (rotsen blijven toch op dezelfde plaats lachte hij) markeerde hij mooie haventjes en gevaarlijke plaatsen. Hij drukte ons bv. op het hart ‘Pointe du Raz’ alleen maar te ronden op hoog water of net voor hoog water, autrement…”Clac”. Het kan er namelijk lelijk spoken. Hij waarschuwde ons nog voor enkele beruchte plaatsen die we in de zomer voorbij moeten op onze reis naar België. Maar hij benadrukte dat we een degelijk schip hebben dat ons niet in de steek zal laten. En… dat we vooral moeten varen, niet te veel werken. Toch valt er heel wat te werken. Onze She heeft een facelift nodig. Leo heeft al de pomp van de WC hersteld, een klamp vervangen die gebroken was, de oude landvasten vooraan vervangen door nieuwe, een nieuwe luchthapper geplaatst en vastgesteld dat nogal wat zaken niet te herstellen zijn, waaronder spijtig genoeg de stuurautomaat. We hebben werk voor jaren: al het houtwerk is schraal en afgebladderd (en er is veeeel hout), we willen een koelkast, verwarming, een nieuw fornuis, een nieuw dek… Gelukkig zijn er ook heel goeie punten zoals een betrouwbare motor en bergen zeilen waaronder ook speciale wedstrijdzeilen. Maar het is vakantie dus af en toe hangen we even de toerist uit en lopen langs het kustpad of zoeken in de Bretoense bossen naar dolmens en menhirs.
Noot: Deze She krijgt van ons haar oorspronkelijke naam terug ‘Shetwins’